Alle kinderen onder de loep

De gemeente Amsterdam begint binnenkort op een vijftal basisscholen een proef met het screenen van leerlingen op psychosociale problemen. Ouders en leerkrachten moeten vragenlijsten over kinderen invullen, die door deskundigen zullen worden geanalyseerd. De bedoeling is om gedragsstoornissen, hyperactiviteit, depressie, angsten en eenzaamheid bijtijds te ontdekken, zodat kinderen later niet zullen ontsporen in hetzij psychiatrische aandoeningen, hetzij criminaliteit. Geschat wordt dat vijftien procent van de kinderen in de gevarenzone verkeert.

Naast alle onderwijsinhoudelijke testen van het leerlingvolgsysteem en de medische check-ups van consultatiebureau of schoolarts, moeten kinderen zich nu dus ook onderwerpen aan een periodiek onderzoek naar hun psychische gezondheid. Je moet er niet aan denken hoeveel mankracht, formulieren en beoordelingstijd er heen zullen gaan met deze exercitie. En dat terwijl de wachtkamers bij Jeugdzorg overvol zitten en elke schoolklas sowieso een paar kinderen-met-gebruiksaanwijzing herbergt. Alsof de hulpverlening om klantjes verlegen zou zitten!

Screening is bij de overheid heel populair. Het geldt samen met voorlichting als een ideaal preventie-instrument. Voorkomen is beter dan genezen, wie kan er tegen dat idee zijn? Voor het opsporen van lichamelijke mankementen, zoals beginnende borst- of baarmoederhalskanker of zeldzame stofwisselingsziekten bij zuigelingen, heeft screening zeker zijn nut bewezen en een substantieel aantal levens gered. Maar resultaten, geboekt op het lichamelijk vlak, bieden geen garantie voor het mistige terrein van de psychosociale problematiek. Het is al moeilijk om de vlekjes op een mammogram te beoordelen, laat staan de datachaos die een vragenlijst naar geobserveerd gedrag en afgeleide gevoelens oplevert. Daar kan alleen maar onzin uitkomen, lijkt mij.

Als iets via screening moet worden opgespoord, dan is het kennelijk niet manifest genoeg om met het blote oog waar te nemen. Maar de symptomen van psychosociale aandoeningen (bijvoorbeeld agressie van een kind of teruggetrokkenheid, of de clown uithangen) hoeven niet op iets serieus te duiden. Het onaangepaste gedrag kan net zo goed iets tijdelijks zijn, wat door extra aandacht van opvoeders of vanzelf weer kan verdwijnen. Met een screening wordt iets gemeten waarvan niet op voorhand duidelijk is wat het betekent.


Normaal gesproken komt een kind in de hulpverleningsmolen terecht omdat zijn ouders problemen ervaren in de opvoeding of zich zorgen maken over het welzijn van hun kind. Ook komt het voor dat de leerkracht bepaalde abnormaliteiten waarneemt in het gedrag of andere aanhoudende tekens dat er iets mis is: kind ligt slecht in de groep, kan het onderwijs niet bijbenen, is ongemotiveerd, apathisch, trekt te veel aandacht of ligt dwars. Als het de leerkracht niet lukt om dit bij te sturen, moet er met de ouders worden overlegd en eventueel naar professionele hulpverleners worden doorverwezen. Deze route wordt jaarlijks honderden, misschien wel duizenden keren afgelegd in Nederland. Met alle andere kinderen is niets aan de hand, zou je denken, behalve de incidentele narigheid waar elk kind weleens last van heeft maar die vanzelf weer overgaat, en waar in ieder geval geen professionals aan te pas hoeven te komen. Maar nee, volgens de gemeente Amsterdam is er in zodanige mate sprake van verborgen psychosociaal disfunctioneren (als een tikkende tijdbom), dat collectieve screening geboden is. Alle kinderen onder de loep!

Waar dat toe leidt, is behoorlijk voorspelbaar. Een zwik vals-positieve resultaten: ouders en leerkrachten die op te veel slakken zout leggen door onaangepast gedrag van het kind te problematiseren en te medicaliseren, in plaats van het te corrigeren. Een zwik vals-negatieve resultaten: ouders die niet meewerken en voor zover ze wel meewerken op een ontkennende, er-is-geen-vuiltje-aan-de-lucht-manier. En natuurlijk een aantal terecht opgespoorde probleemgevallen, waarvoor – als het zo duidelijk ligt – iemand al veel eerder aan de bel had moeten trekken.


Ten koste van veel overheidsinspanning wordt op die manier vooral het bekende boven water gehaald. Zowel de onthullende als de betekenisloze resultaten worden natuurlijk opgeslagen in de individuele kinddossiers, zodat een episode van bijten tijdens de kleuterperiode een kind zal kunnen blijven achtervolgen. Elke leerkracht die het dossier openslaat is gewaarschuwd: pas op, crimineeltje in de dop!

import beatrijs ritsema