Cupkoorts in Zuid-Afrika

Met het WK Voetbal geeft Zuid-Afrika in juni zijn visitekaartje af aan de wereld. In het land dat ten tijde van de apartheid slechts raszuivere teams toestond, is voetbal nu ook een middel voor sociale integratie. Verslag van een voetbaltoernooi tussen acht gevangenissen. Gedetineerden en bewakers vielen elkaar daar van geluk in de armen.

In de jaren zestig wisten de gevangenen op Robbeneiland ondanks de weerstand van de autoriteiten een volwaardige voetbalcompetitie op touw te zetten. Dat gebeurde, als je Meer dan een spel van Chuck Korr en Marvin Close mag geloven – het vorig jaar over die periode verschenen boek – zo ongeveer tussen het martelen, straffen en dwangarbeid verrichten door. De huidige president en toen-malige gevangene, Jacob Zuma, was in die tijd een spijkerharde verdediger die uitkwam voor de altijd zeer gedisciplineerd spelende Rangers. Voetballen was niet alleen een geweldige uitlaatklep voor de gevangenen, het was ook een middel in hun strijd om rechtvaardigheid en vrijheid.

Pas in 1992, twee jaar na de vrijlating van Nelson Mandela, werden Zuid-Afrikaanse voetbalclubs weer toegelaten tot de internationale toernooien waar ze sinds de jaren zeventig van waren uitgesloten, omdat in Zuid-Afrika gemengde teams niet waren toegestaan. Het nationale voetbalteam was het eerste nationaal geaccepteerde, geïntegreerde sportteam in het nieuwe Zuid-Afrika. Voetbal is hier dus een beladen sport.

Zoals de politieke gevangenen op Robbeneiland hun verschillen (in taal, in cultuur) aan de kant moesten zetten om op basis van discipline en respect samen te werken, zo doen de gevangenen uit inrichtingen als Modderbee, Boksburg en Leeuwkop dat nu weer.

Geïnspireerd door het feit dat Zuid-Afrika niet alleen gastland is tijdens het WK in juni dit jaar, maar in 2009 ook het Confederations Cup-toernooi organiseerde, bedacht de Zuid-Afrikaanse Dienst Justitiële Inrichtingen vorig jaar een voetbaltoernooi voor 150 gedetineerden en bewaarders uit acht gevangenissen in de provincie Gauteng.


Het gevangenissysteem is ingrijpend veranderd sinds de afschaffing van de apartheid. Voor 1994 was het discriminerend, bruut en genadeloos; sindsdien worden gevangenen niet alleen beter behandeld, maar is de detentieperiode ook minder gericht op straf, en – in het verlengde van het werk van de Waarheids- en Verzoeningscommissie onder leiding van aartsbisschop Desmond Tutu – veel meer op verzoening, vergeving en rehabilitatie. “We hebben het beest in de ogen gekeken. Ons verleden zal ons niet langer gegijzeld houden,” zei Tutu destijds. Zijn woorden waren gericht tot alle Zuid-Afrikanen. Maar ze resoneren tot de dag van vandaag in de persoonlijke levenstocht van deze mannen, die vorig jaar mei voor het eerst met elkaar streden om de Confederations Cup voor gedetineerden.

Het toernooi vond plaats in de Zonderwater-gevangenis, ten oosten van Pretoria. De acht teams speelden dat ze de landen vertegenwoordigden die aan het echte Confederations Cup-toernooi meededen. Het waren de meer ‘gemotiveerde’ gevangenen die het veld betraden. De mannen die zich hebben verzoend met zichzelf en hun daden, die hun leven willen beteren.

“Dat we opgesloten zitten, betekent niet dat de mensen ons moeten zien zoals we voorheen waren,” zei Reginald ‘Jesus’ Kgatla, aanvoerder van ‘Italië’. “We hebben fouten gemaakt, maar sommigen van ons hebben hun leven gebeterd, hebben het echt over een andere boeg gegooid. Ik vraag de gemeenschap met alle respect mij te accepteren wanneer ik weer naar buiten kom. Ik heb mensen kwaad gedaan in mijn leven en ik vraag hen mij te vergeven, net zoals ik mijzelf heb vergeven. Toen ik hier aankwam had ik bloed aan mijn handen, maar zoals ik vandaag ben, ben ik schoon.”


In vijf dagen werden tien wedstrijden en een demonstratiewedstrijd voor jeugdcriminelen gespeeld, en werden een openings- en slotceremonie gehouden, compleet met vlagvertoon en volksliederen. De vlaggen en de prijzen, voorzien van FIFA- en Confederations Cup-logo’s, hadden gedetineerden zelf gemaakt. Het Egyptische team (uiteindelijk tweede geworden) imiteerde het ‘echte’ elftal zo goed dat ze voor iedere wedstrijd en na ieder doelpunt islamitische gebeden uitvoerden. De wedstrijden werden geleid door gekwalificeerde scheidsrechters, wat het toernooi een authentiek tintje gaf. Er deden zich geen incidenten voor.

De meeste gedetineerden zeiden achteraf dat deelname aan de Confederations Cup een zeer positieve invloed had gehad op hun leven. Een ander gevolg van het toernooi waren de verbeterde relaties tussen gedetineerden en hun gevangenbewaarders. De bewaarders bleken tijdens de wedstrijden vaak het hardst te schreeuwen. Nadat de ‘Verenigde Staten’ in de finale tegen ‘Egypte’ de winnende penalty hadden genomen, vielen spelers en bewaarders elkaar kussend van blijdschap in de armen. Een schouwspel dat in het verleden totaal ondenkbaar zou zijn geweest.

Het succes van het toernooi heeft ertoe geleid dat de Nationale Dienst Justitiële Inrichtingen in mei van dit jaar het Wereldkampioenschap Voetbal voor gedetineerden wil houden, dit keer met teams uit het gehele land.

Howard Drakes