Giftige erfenis

Avraham Burg. De Holocaust is voorbij. Afrekenen met Hitlers erfenis. Ambo. € 22,95. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Avraham Burg, die op 25 januari een lezing zal houden in de Amsterdamse Balie, is omstreden in eigen land en waarschijnlijk ook ver daarbuiten. Als voormalig parlementslid van de Israëlische Arbeiderspartij, en gewezen voorzitter van de Knesset en de Wereld Zionisten Organisatie, kan hij uiteraard aanspraak maken op enig gezag in politieke en staatsrechtelijke kwesties. Maar dat krediet heeft hij bij menigeen verspeeld toen hij zich in 2003 terugtrok uit de actieve politiek en een aantal kritische artikelen publiceerde, waarin hij zich keert tegen het hardvochtige beleid van Israël ten aanzien van de Palestijnse vluchtelingen.

Vooral het lot van de in erbarmelijke omstandigheden opgroeiende Palestijnse jeugd baart hem zorgen. Hij schreef: “Omdat Israël zich niet langer druk maakt om Palestijnse kinderen, moet het niet raar opkijken als die gedrenkt worden in haat en zichzelf opblazen in de centra van het Israëlische escapisme.”

In zijn nieuwste boek, De Holocaust is voorbij. Afrekenen met Hitlers erfenis, gaat hij opnieuw in de aanval en onderzoekt hij in hoeverre het collectieve trauma van de systematische moord op zes miljoen joden door de nazi’s, en de Israëlische ‘Shoah-industrie’ die daaruit voortvloeide, hebben bijgedragen aan de rigide, onverzoenlijke manier waarop Israël de eigen, inheemse Palestijnen bejegent. Overgevoelig voor het eigen leed, maar totaal onverschillig voor de schade die anderen wordt berokkend. Volgens Burg vertoont het moderne Israëlische zelfbewustzijn inmiddels een paar beden-kelijke trekjes: ingekankerde paranoia en triomfalistisch macho machtsvertoon. Alsof de naoorlogse Israëlische jeugd met bruut geweld wil bewijzen dat joden even goed met een machinegeweer overweg kunnen als met een viool.


Toen de poorten van Auschwitz en andere concentratiekampen na de bevrijding opengingen en de gruwel van de gaskamers in zijn volle omvang zichtbaar werd, heeft de wereld geschokt verklaard: dit mag nooit meer gebeuren. Maar volgens Burg dachten de joden indertijd vooral: dit mag óns nooit meer gebeuren. En ontleenden ze daar vervolgens een vrijbrief aan om de belangen van de in 1948 gestichte staat Israël ‘heilig te verklaren’: als verdedigingslinie tegen het antisemitisme en als zionistisch toevluchtsoord voor alle joden in de diaspora.

Vanaf dat moment viel de slachtoffers van de Holocaust dus per definitie niets meer aan te rekenen, omdat de Israëliërs altijd konden verwijzen naar de gaskamers en ‘de zes miljoen’ als critici aan de legitimiteit van hun beleid durfden te twijfelen.

Avraham Burg vindt dat die ‘giftige erfenis’ nu wel lang genoeg de boventoon heeft gevoerd. Israël kan niet eeuwig achterom blijven kijken, maar zou zich op de toekomst moeten richten. Een bétere toekomst welteverstaan, gebaseerd op de eeuwenoude ‘humanitaire waarden van het judaïsme’. Wat in de praktijk zou betekenen dat Israël zich terugtrekt binnen de landsgrenzen van vóór de zesdaagse oorlog in 1967 en een halt toeroept aan het agressieve kolonisatiebeleid.

So far so good. In Nederland heeft een handjevol weldenkende joodse schrijvers en intellectuelen, sinds 2001 verenigd in de actiegroep Een Ander Joods Geluid, ook al met klem voor een dergelijke koerswijziging gepleit.

Maar Burg gaat verder, en bedenkt Israël met de even nobele als utopische opdracht om als ‘gidsland’ te fungeren voor de ganse wereld en ‘bruggen te bouwen’ tussen de islam en het Westen. Hier komt de bijbelse notie dat het joodse volk ‘uitverkoren’ zou zijn en dus aan extra strenge morele maatstaven moet voldoen, toch weer stiekem om de hoek kijken. Dat lijkt mij eerlijk gezegd iets te veel gevraagd.

Emma Brunt