‘Obama moet zijn hervormingen beter uitleggen’

De Britse journalist Richard Wolffe volgde de verkiezingscampagne van Barack Obama vanaf de eerste dag en schreef er een goed boek over. Gesprek met een insider over Obama’s eerste jaar in het Witte Huis. ‘Ik ken hem beter dan welke journalist dan ook.’

Een jaar na zijn verkiezing schommelen Obama’s populariteitscijfers nog maar rond de vijftig procent. Wat is er gebeurd?

“Het is zoals altijd de economie. Mensen zijn kwaad en wanhopig. De recessie was waarschijnlijk al een jaar oud toen Obama aantrad en duurt nog voort. In dat opzicht is een waardering van vijftig procent misschien nog niet eens zo slecht. De werkloosheid was immers in decennia niet zo hoog.”

Dachten mensen werkelijk dat Obama de economie zomaar even kon fixen?

“De verwachtingen waren inderdaad veel te hoog. Dat kwam ook omdat veel Republikeinen die niet op hem gestemd hadden toch een goed gevoel over hem hadden. Hij was per slot van rekening de eerste Afro-Amerikaanse president. Die mensen hebben nu afgehaakt. Maar ook het Witte Huis zelf treft schuld. Mensen realiseren zich kennelijk niet hoeveel maatregelen zijn getroffen om de economie weer uit het slop te trekken.”

Obama moet zijn beleid beter uitleggen?

“Inderdaad. Het stimuleringspakket was pakweg 800 miljard dollar groot. Om het in context te zetten: dat is ongeveer evenveel als wat zijn voorganger George Bush aan de oorlogen in Irak en Afghanistan uitgaf. Dat zijn gigantische bedragen, waar Amerikanen kennelijk ten onrechte aan gewend zijn geraakt.”

Obama lijkt ook als verzoener te hebben gefaald. Amerika is verdeelder dan ooit.

“Ik denk dat je wat dat betreft een verschil moet maken tussen Washington en de rest van het land. Republikeinen in het Congres maken Obama inderdaad voor de meest vreselijke dingen uit. Maar dat komt ook door de enorme meerderheid waarmee hij in 2008 werd verkozen. Als een Democraat, en dan ook nog eens een nieuwkomer, erin slaagt om van oudsher Republikeinse staten als Indiana, North Carolina en Virginia voor zich te winnen, dan dreigt het politieke landschap blijvend te veranderen. Voor Republikeinen zit er dan maar één ding op: Obama afschilderen als totaal onacceptabel. Dat verklaart de extreme taal waarmee ze hem demoniseren.”


U hebt Obama vanaf de eerste dag van zijn verkiezingscampagne gevolgd. Was dat opzet of gewoon een toevalstreffer?

“Het klinkt gek, maar bij Newsweek, waar ik destijds voor werkte, was toen nauwelijks belangstelling voor de Obama-campagne. Mijn collega’s volgden veel liever de kandidaten Hillary Clinton, Rudy Giuliani en Mitt Romney.”

Waarom was u wel geïnteresseerd?

“Ik was erg onder de indruk van zijn boek Dreams from My Father. Zijn campagne leek me een fantastisch verhaal, of hij nu zou winnen of verliezen. Nadat hij zijn kandidatuur had aangekondigd zag ik dat hij niet alleen uitzonderlijk was in het geven van speeches, maar ook in kleinere groepen een enorme uitstraling had. Bovendien had hij echt nagedacht over de kwesties, en voerde hij een indrukwekkende en goed georganiseerde campagne. Ik zal niet zeggen dat ik het op de eerste dag al zag, maar ik was vrij snel overtuigd dat hij deze verkiezingen wel degelijk zou kunnen winnen. Ook al was hij op dat moment voor iedereen nog een outsider.”

In sommige opzichten lijkt hij dat nog steeds. De Democratische Senaatsleider Harry Reid noemt hem in een onlangs verschenen boek een ‘lichtgekleurde Afro-Amerikaan zonder neger-accent’.

“Ook hier moet je een onderscheid maken tussen echte mensen en politici. Leden van het Congres, ook de Democraten, hebben altijd hun twijfels gehad over Obama’s gebrek aan ervaring, over wie hij is en waar hij vandaan komt. Maar de kiezers hebben altijd een hoge dunk van hem gehad. Vooral de zwevende stemmers die gedesillusioneerd waren met de Republikeinen.”

De opmerking van Reid is dus niet exemplarisch voor de rassenrelaties in de Verenigde Staten?


“Het is makkelijk om Amerika te zien als een land dat vastzit in het verleden, zeker als je vanuit Europa kijkt. Maar vanaf het moment dat de zwarte generaal Colin Powell in de jaren negentig overwoog om zich kandidaat te stellen voor het presidentschap, zie je dat de mentaliteit aan het veranderen is. Tijdens de afgelopen verkiezingen is dat proces in een stroomversnelling geraakt. Dat komt ook voor een deel door de groeiende invloed van jongeren, die een veel onbevangener houding hebben tegenover ras dan de oudere generatie.”

Spreekt u Obama nog weleens?

“Zeker. Ik breng momenteel veel tijd door in het Witte Huis als voorbereiding op een nieuw boek. Al heeft hij het nu natuurlijk drukker dan tijdens de campagne.”

De 626 dagen die u met hem op het verkiezingspad heeft doorgebracht hebben een band gecreëerd?

“Absoluut. Het was een slopende verkiezing, en het samen ondergaan van zo’n ervaring bouwt vertrouwen op. Zelfs bij zijn naaste medewerkers zie je dat er een verschil is tussen de mensen die er vanaf het begin bij waren en degenen die er later bij zijn gekomen. Een jaar na zijn inauguratie is het nog steeds zo dat hij langer campagne heeft gevoerd dan dat hij in het Witte Huis zit.”

Heeft u het gevoel dat u Obama echt heeft leren kennen?

“Ik denk dat ik daar beter in ben geslaagd dan welke journalist dan ook. Ik heb meer dan een dozijn interviews met hem kunnen doen, en had daarnaast toegang tot zijn staf, vrienden en familie. Maar ook ik heb niet het hele verhaal, want het is niet makkelijk om tot hem door te dringen. Hij vindt het niet fijn om publiek bezit te zijn en rebelleert daar continu tegen door zichzelf en zijn familie af te zonderen. Die gereserveerdheid heeft hij van jongs af aan. Hij groeide op in een chaotisch gezin zonder vader en had een manier nodig om discipline in zijn leven aan te brengen.”


In hoeverre is die houding bepalend voor zijn presidentschap?

“Obama is in veel opzichten de tegenpool van zijn voorganger. President Bush handelde vanuit zijn gevoel. Hij besliste snel en vaak en maakte zich geen zorgen over de gevolgen. Obama is juist iemand die lang wikt en weegt, vooral als het om belangrijke kwesties gaat. En dan rekt hij ook nog eens het proces door zijn eigen beslissingen in twijfel te trekken. Dat zag je bijvoorbeeld toen hij voor de vraag stond om extra troepen naar Afghanistan te sturen. Het duurde een eeuwigheid voordat hij de knoop had doorgehakt. Wat dat betreft is hij absoluut niet radicaal.”

Dat klinkt weinig daadkrachtig. Wat vindt u van de kritiek dat hij weliswaar veel wil, maar slechts weinig bereikt?

“Verandering gaat bij hem inderdaad in kleine stapjes. Maar dat wil niet zeggen dat hij geen successen boekt. Zijn beslissing om aan het eind van de klimaatonderhandelingen naar Kopenhagen te gaan was bijvoorbeeld een enorme gok. De sfeer was zo verziekt dat hij heel makkelijk een excuus had kunnen vinden om weg te blijven. Het is hem weliswaar niet gelukt om tot een wereldomvattend verdrag te komen, maar dankzij hem is er in ieder geval wel een intentieverklaring. Dat is typerend voor hem: hij heeft er ondanks alles toch nog íets uit weten te slepen.”

Blijft de vraag of dat genoeg is.

“Je moet niet vergeten dat het Amerikaanse systeem is opgezet om presidenten in hun macht te beperken. Mensen zijn ongeduldig en dat is begrijpelijk, maar in de Verenigde Staten draaien de molens nu eenmaal langzaam. Dat is precies zoals de founding fathers dat ook hebben bedoeld.”


Veel Europeanen zagen Obama echter als een wereldpresident en zijn teleurgesteld.

“Obama omschrijft zichzelf weliswaar als een wereldburger, maar hij blijft natuurlijk een Amerikaanse president. In kwesties als het klimaat ligt zijn primaire verantwoordelijkheid dan ook bij de politieke standpunten in zijn eigen land. Dat wil echter niet zeggen dat hij niet actief op zoek gaat naar wat Amerika en de rest van de wereld kan binden. Daarin verschilt hij hemelsbreed van Bush.”

Had hij enig idee wat hem te wachten stond toen hij de eed afnam?

“Ik denk dat hij nog steeds in een milde shocktoestand verkeert. Zoals een van zijn adviseurs het me vertelde: de beloning voor het winnen van deze verkiezing is een van de slechtste banen ter wereld. De schaal van de problemen die hij op zijn bord krijgt, de niet aflatende druk, het gebrek aan controle en privacy, dat is niet waarom hij destijds campagne voerde.”

U schrijft in uw nawoord dat u uw boek heeft geschreven op instigatie van Obama zelf.

“Het idee kwam inderdaad van hem. Ik vertelde hem in eerste instantie dat ik het een stompzinnig plan vond. Hij had een voorliefde voor campagneverslagen uit de jaren zestig, zoals The Making of the President van Theodore White over de verkiezingsrace van John F. Kennedy. Ik dacht dat dit soort boeken hopeloos gedateerd waren. Maar toen ik er met andere mensen over sprak, bleek dat ík niet goed bij mijn hoofd was.”

Bent u er door hem ingeluisd?

“Ik denk dat zijn suggestie niet zomaar een terloopse opmerking was. Zijn vrienden hebben me in ieder geval verzekerd dat hij op iedereen altijd drie stappen voor is. Maar mijn uiteindelijke beslissing om een boek te schrijven werd ook ingegeven door het besef dat ik iets nieuws kon toevoegen. In plaats van een samenvatting van de campagne wilde ik ook aandacht geven aan het biografische aspect, om uit te vinden wie die man nu eigenlijk is. Op die manier zag ik kans om tot mijn eigen verhaal te komen, in plaats van het boek dat híj wellicht wilde dat ik over hem zou schrijven.”


Enig idee waarom hij u heeft gekozen, en niet een andere journalist?

“Ik denk vanwege mijn achtergrond. Ik ben een Brit, en Obama is een wereldburger die tijdens zijn universiteitsjaren voornamelijk omging met buitenlandse studenten. Daarbij komen we allebei uit een gemengd milieu. Ik ben, om de woorden van Obama te gebruiken, ook een vuilnisbakkenras. Mijn moeder is Marokkaanse en mijn vader komt uit Oost-Europa.

Maar het klikte ook op het professionele vlak, want ik nam de campagne van meet af aan serieus. Zo stelde ik hem vooral vragen over inhoudelijke kwesties, met name over buitenlandbeleid, waar we allebei een zwak voor hebben. De meeste andere journalisten concentreerden zich toch op de opiniepeilingen. Dat zijn vragen waar je eigenlijk niets mee kunt.”

Wat verwacht u van de toekomst? Zal het Obama werkelijk lukken om het politieke landschap blijvend te veranderen?

“Na een jaar kun je daar nog niets over zeggen, maar de ambitie is er zeker. Obama spiegelt zich wat dat betreft aan Ronald Reagan, al gaat hij beleidsmatig natuurlijk precies de tegenovergestelde richting op. Reagan is trouwens een klassiek voorbeeld van waarom populariteitscijfers helemaal niets zeggen. Een jaar na zijn inauguratie deed de economie het zo slecht, dat Amerikanen hem nog minder waardeerden dan Obama nu. Toch won Reagan zijn tweede termijn met zo’n meerderheid dat de Democraten zich afvroegen of ze daar ooit van zouden kunnen herstellen.”

Dus Obama heeft nog steeds voldoende politiek kapitaal om zijn agenda door te voeren?

“Alleen als hij zich blijft profileren als een agent of change. Hij moet mensen blijven herinneren aan wat hem anders maakt, en waarom ze destijds op hem hebben gestemd. Als iets me het afgelopen jaar heeft verbaasd, is het dat de behoefte aan verandering groter is dan ooit. Amerikanen snakken nog steeds naar hervormingen. In dat opzicht was 2008 het begin van een periode, en niet het einde.”


Richard Wolffe: Barack Obama: de kandidaat. Van outsider tot president. Carrera € 22,50.

Jeroen Ansink