Stripverhaal zonder plaatjes

Thomas Heerma van Voss: De Allestafel. Augustus, € 15. Ook verkrijgbaar via ako.nl.

‘Ondertussen trekt hij zijn zwarte streepjestrui uit omdat hij het niet warm meer heeft.” Deze zin staat halverwege de debuutroman De Allestafel van de negentienjarige Thomas Heerma van Voss. Ofschoon dan al wel duidelijk is dat zijn hoofdpersoon Mark Oldings niet spoort, zal hij toch ook weer zo gek niet zijn dat hij een trui uittrekt tegen de kou. Ik ga er maar van uit dat hier sprake is van een verschrijving van de auteur die door de redactie van uitgeverij Augustus niet is opgemerkt.

Kleinigheidje.

Maar als Mark Oldings een paar dagen na zijn 29ste verjaardag met de vlag die hij ooit van een buurvrouw heeft geleend en een bord met de tekst ‘Dagelijks verse kroketten’ zijn appartement uit wandelt om ‘alle verloren zielen op de wereld (te) redden’, is er weer iets wat niet klopt. “Hij realiseert zich dat zijn schoenen nog in Le Sud liggen. Dan maar op sokken, die geven het passende signaal af.”

Dwangmatig droeg hij uitsluitend witte sokken, op aandringen van zijn vriendin kocht hij eindelijk eens een paar zwarte als bewijs van zijn volwassenheid – vandaar dat ‘passende signaal’.

Maar een paar bladzijden eerder heeft hij die sokken zijn vriendin juist in haar mond geduwd en met tape haar mond dichtgeplakt. Met potlood tekende hij nog een glimlach op die tape, en met dezelfde tape boeide hij haar handen en voeten voordat hij haar in een kast propte. Fijne gozer. Maar waar het mij nu even om gaat, is dat hij het pand verlaat op de sokken die in de mond van zijn vriendin zitten. Volgens mij hebben sokken de eigenschap dat ze maar op één plek tegelijk kunnen zijn.

Ook dit kan een door de redactie onopgemerkte verschrijving zijn, maar binnen een boek van krap 143 bladzijden vind ik dat onaanvaardbaar. De bevallige leeftijd van de schrijver kan daarbij niet als excuus gelden, want als een gerenommeerde uitgeverij iemand van negentien rijp acht om te debuteren, is zij jegens zijn veronderstelde talent verplicht hem zorgvuldig te coachen.


En talent heeft Thomas Heerma van Voss wel degelijk. Hij is, zoals hierboven aangetoond, slordig, maar hij weet wel een verhaal op te bouwen. Hij is meer een man van de grote lijn dan van het detail. Hij is stijlvast. Op de eerste bladzijde treffen we Mark Oldings als hij die zijn zwarte sokken staat te kopen (hij koopt er nog twee paar witte bij). Aanvankelijk lijkt Mark nog behept met een lichte, haast charmante vorm van autisme, maar allengs blijkt er iets ernstigers aan de hand en uiteindelijk is het onontkoombaar: hij is een volbloed psychopaat. “Ik ben niet gek, de rest is gek,” zegt hij op bladzijde 139.

Als je dan nog niet weet hoe laat het is… Goed, zijn vriendin Yvonne staat voordat haar de zwarte sokken in de strot worden gepropt met haar koffers klaar om bij Mark te vertrekken, maar wat heeft zij tot dat moment wel niet laten passeren? Ze werkt bij Christie’s, maar Mark wil niet weten wat zij daar precies doet: werk en privé horen strikt gescheiden te blijven. Hij schrijft hiphoprecensies en werkt aan een roman. Er komt natuurlijk niets van terecht.

Dat Mark niet lekker is, merkt de lezer dus al snel – sneller kennelijk dan de vrouw met wie hij samenleeft. Bewonderenswaardig, het geduld dat zij met hem heeft. Waarom houdt zij eigenlijk van hem? Of beter gezegd: houdt zij wel van hem? Dat is moeilijk voorstelbaar. Toch duurt het zo goed als de hele roman totdat zij haar conclusie trekt. Waarom?

We komen er niet achter doordat Mark Oldings en de andere personages van Thomas Heerma van Voss karikaturen zijn, geen karakters. En daardoor is De Allestafel eerder een stripverhaal dan een roman – en dan nog een stripverhaal zonder plaatjes.

Frank van Dijl