Gedwongen huwelijken

Koningin Beatrix is toe aan haar vierde premier. Hoe liggen de machtsverhoudingen tussen majesteit en eerste minister? En hoe de persoonlijke? Een analyse van dertig jaar samenwerking.

Dries van Agt diende twee koninginnen. Op woensdag 30 april 1980, om tien uur ’s ochtends, abdiceerde koningin Juliana, vijf uur later werd haar dochter beëdigd als haar opvolgster. Toen hij in 1971 minister van Justitie werd, zei Van Agt over het Koninklijk Huis: “Je hebt daar een beetje een romantisch-idealistisch beeld bij. Het Koninklijk Huis, dat had voor mij iets mythisch, iets sacraals.” In dat opzicht komt Van Agt van een koude kermis thuis. In een overleg met de premier meldt Beatrix gekroond te willen worden in mantelpak en af te zien van het dragen van de hermelijnen mantel. Op advies van Van Agt ziet ze hier van af. Juliana en Beatrix halen echter wel een ander succesje binnen. Beatrix wil Koninginnedag handhaven op 30 april, de geboortedag van haar moeder. Van Agt pleit voor een samenvoeging met vijf mei, Bevrijdingsdag. Hij moet het echter afleggen tegen de nieuwe vorstin en haar moeder.

Uit de biografie van Van Agt, Tour de Force, blijkt dat de relatie tussen Beatrix en hemzelve niet opperbest was. Begrijpelijk: waar koningin Juliana zelf de thee inschonk, laat Beatrix dat doen door een lakei. Zij is gesteld op efficiëntie en protocol en zal niet erg gecharmeerd zijn geweest van een premier die op de zolder van het Catshuis sliep ‘in een oud bed met ijzeren spiralen in de matras’, zoals Hans Wiegel in de biografie zegt. “Als de ministers boven gekraak hoorden, wisten ze dat de minister-president wakker was geworden en zich aan het gereedmaken was om ter vergadering te verschijnen.”

Naar de buitenwereld noemt Van Agt Beatrix ‘pittig, helder en hoogintellectueel’. Binnenskamers refereert hij aan haar als ‘het Meisje van Huis ten Bosch’. Door de biografie van Van Agt weten we iets over de modus operandi van Beatrix. Ze maakt zeer actief gebruik van haar recht om geraadpleegd te worden. Zo wenste ze inzicht in brieven van staatshoofden als Ceausescu en Brezjnev, wil ze Kamervragen zien die met haar of haar Huis te maken hebben en wil ze op de hoogte worden gehouden van de onderwerpen die in de ministerraad spelen. Zo valt in de aantekeningen van Van Agt terug te lezen dat de koningin zich zelfs opwond over interviews die ambtenaren van de Rijksgebouwendienst hadden gegeven over de paleizen. “Zelfs (bijna) aan Privé!”


Tijdens de formatie van 1981, voor het tweede kabinet-Van Agt, schuift Beatrix de door Van Agt voorgedragen informateur terzijde. In diezelfde periode werpt ze hem voor de voeten: “Meneer Van Agt, weest u toch eens wat meer statesmanlike.” Over het moment dat Ruud Lubbers hem in november 1982 opvolgt als premier zegt Van Agt dat eerstgenoemde en koningin Beatrix ‘samen de nieuwe tijd tegemoet’ gaan. Daar zit wellicht ook wat afgunst in; Van Agt liep het blauwtje en Lubbers kreeg het meisje.

De samenwerking tussen premier Ruud Lubbers en koningin Beatrix valt als hecht te omschrijven. Trouw meldt de christen-democraat zich iedere maandagochtend op paleis Huis ten Bosch, hij bezoekt het staatshoofd ook buiten de reguliere afspraken en de twee hebben regelmatig telefonisch overleg. Ze hebben dan ook veel gemeen: beiden zijn harde werkers, managers en perfectionisten. Lubbers heeft de wind ook mee. De prinsen zijn nog te jong om te trouwen, en op een paar incidentjes na (een kroonprins die in het water rijdt dan wel in de vangrail belandt) is het rustig aan het Oranjefront.

Toch komt die hechte samenwerking Lubbers op kritiek te staan. Hij zou de koningin te veel ruimte geven voor wat sommigen ‘Beatrixisme’ noemen: een te grote bemoeienis met de dagelijkse politieke gang van zaken, zelfs met benoemingen van ministers en hoge ambtenaren. Zo bleek uit een uitzending van Reporter vorig jaar dat Beatrix in 1991 de hand heeft gehad in de benoeming van oud-staatssecretaris Henk Koning (VVD) als voorzitter van de Algemene Rekenkamer. Ook zou Lubbers tijdens de ministerraad meermalen plannen hebben doorgedrukt, zich erop beroepend dat de koningin het zo wilde.


Had Ruud Lubbers een hands-on-instelling wat betreft zijn bemoeienissen met het Koninklijk Huis, met zijn opvolger Wim Kok lag dat anders. De oud-vakbondsman had het nooit erg op dit instituut. Bij zijn afscheid als voorzitter van vakcentrale FNV weigerde hij een lintje. Toen de biografie Wim Kok. Het taaie gevecht van een polderjongen uitkwam in 1998, zei hij over die weigering: “Het kan misplaatste bescheidenheid zijn geweest, maar de reden voor mijn houding toen was: doe maar gewoon.”

Die instelling bracht Kok een aantal keren in botsing met de Tweede Kamer. Zo was er de kwestie van de kroonprins en zijn toetreding tot het Internationaal Olympisch Comité (IOC) in 1999. Verschillende leden van dat comité hadden geld en goederen aangenomen van steden die de Spelen in de wacht wilden slepen. Niet bepaald een situatie waar de troonopvolger in terecht zou moeten komen, vond de Kamer. Het was echter een uitdrukkelijke wens van Beatrix dat haar zoon de functie zou krijgen. Na een grote schoonmaak van het IOC, die verschillende leden de kop kostte, trad Willem-Alexander toe tot de gelederen. Met de zegen van de premier.

Een jaar later kwam Kok in de problemen omdat de koninklijke familie de jaarlijkse skivakantie doorbracht in het Oostenrijkse Lech. Dat was ditmaal politiek gevoelig, omdat de extreem-rechtse Jörg Haider net was toegetreden tot de regering van dat land, en de Europese Unie uit protest daartegen stappen overwoog.

Tijdens het kristallen jubileum van Beatrix’ regeerperiode, in 2000, kwamen de incidenten Kok op een sneer van voorganger Lubbers te staan. Waarschijnlijk, zo veronderstelde die laatste, liep het in zíjn tijd wel allemaal smooth doordat hij veel met het koningshuis bezig was.


Kok heeft overigens veel betekend voor de rol van het Koninklijk Huis in de constitutionele monarchie. In september 2000 roerde de Tweede Kamer zich over de invloed van de koningin. Toenmalig D66-leider Thom de Graaf pleitte voor een modernisering van de monarchie. Het staatshoofd zou volgens hem geen deel meer moeten uitmaken van de regering, geen rol mogen spelen bij de kabinetsformatie en ook geen voorzitter meer mogen zijn van de Raad van State. Kok pacificeerde het parlement, en de plannen van De Graaf stierven een stille dood.

Ondanks zijn op z’n minst lichte aversie tegen het instituut Koninklijk Huis was het een prestatie van formaat dat Kok het huwelijk van kroonprins Willem-Alexander en Máxima doorgang wist te laten vinden. Het verhaal is bekend: WA wilde trouwen met zijn Argentijnse schone, maar dat lag gevoelig, gezien de betrokkenheid van haar vader bij het misdadige Argentijnse regime van dictator Jorge Videla, eind jaren zeventig. De Tweede Kamer, die uiteindelijk toestemming moest geven voor het huwelijk, roerde zich. Ook in de samenleving werd gemord over de partnerkeuze van de kroonprins.

Kok, die als premier stabiliteit en rust per definitie verkoos boven gedoe, liet in het geheim onderzoek doen naar Máxima’s vader, Jorge Zorreguieta, die ten tijde van het Videla-regime staatssecretaris van Landbouw was. Uit het onderzoek van prof. dr. Michiel Baud bleek dat het ‘praktisch uit te sluiten’ was dat Zorreguieta ‘persoonlijk betrokken’ was geweest ‘bij de repressie of schending van de mensenrechten’. Vervolgens had minister van Staat Max van der Stoel enkele gesprekken met de oude Zorreguieta, om te voorkomen dat die het huwelijk zou bijwonen. Een waar kunststukje van de premier, die hierdoor de troonsbestijging van Willem-Alexander wist veilig te stellen.


Opmerkelijk is dat Kok, die zijn hele werkzame leven een lintje had geweigerd, eind 2002 toch door de knieën ging. Hij werd Ridder Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau. De versierselen kreeg hij opgespeld door zijn opvolger, Jan Peter Balkenende.

De samenwerking tussen premier Balkenende en de koningin kent geen gelukkige start. Op de dag dat haar echtgenoot Claus wordt bijgezet in Delft, valt Balkenende-I. In de herfst van 2003 barst de affaire-Mabel Wisse Smit los. Duidelijk wordt dat de prinses in spe zeer nauwe banden heeft gehad met de crimineel Klaas Bruinsma. Balkenende treedt daadkrachtig op en weigert een toestemmingswet naar de Tweede Kamer te sturen. Mabel en prins Friso kunnen trouwen, maar die laatste zal geen aanspraak meer op de troon kunnen maken. De stevige aanpak levert Balkenende maatschappelijk en politiek krediet op, maar het valt te betwijfelen of daar ook zo over wordt gedacht op Huis ten Bosch. De Oranjes vinden dat ze aan de schandpaal worden genageld.

Later dat jaar lijkt Balkenende – zijn exacte motivatie is tot de dag van vandaag onbekend – het goed te willen maken met de koninklijke familie. Op vrijdag 7 november 2003 kijken verslaggever dezes en zijn collega’s elkaar meewarig aan. Zei de premier nou werkelijk tijdens zijn wekelijks persconferentie, dan nog in Nieuwspoort, dat Legoland de koninklijke familie beledigde? Doorvragen leert dat hij het heeft over Egoland, een nauwelijks bekeken satirisch programma van BNN waarin onder meer de koningin cum suis in kleipoppetjes worden uitgebeeld. “Je komt dan terecht in de grijze zone tussen feit en fictie. Satire kennen we nu eenmaal in dit land. Maar het wordt een hellend vlak waar we steeds verder in gaan.”


Een opmerkelijke uitspraak van Balkenende, die leidt tot ophef in het kabinet. Vice-premiers Gerrit Zalm (VVD) en Thom de Graaf (D66) nemen afstand van de uitspraken van Balkenende. De Graaf is het stelligst: hij vindt dat de regering over satire ‘helemaal geen opvatting’ hoort te hebben. Later blijken de uitspraken van Balkenende een soloactie, zonder inmenging van de koningin. Een paar maanden later, in een persgesprek tijdens een staatsbezoek aan Thailand, vertelt de koningin het meegereisde journaille geen last te hebben van satire. Om daar in een kwinkslag aan toe te voegen: “Ik heb last van u.” Waarna Willem-Alexander inspringt: “Wij mogen óók grappen maken!”

De oorzaak van de niet geheel vlekkeloze verhouding tussen Balkenende (1956) en Beatrix (1938) zou het generatieverschil kunnen zijn. Zijn voorgangers hadden het voordeel ongeveer van dezelfde leeftijd als Beatrix te zijn. Daarnaast is Beatrix, en dat is een analyse van Hendrik Jan Schoo, bij leven publicist en lid van het Republikeins Genootschap, ietwat elitair en bepaaldelijk niet van de volksmonarchie. Ze is pro-Europa, pro-multiculturele samenleving en geen liefhebber van populisme. Balkenende is geen populist, maar wel in een periode van populisme omhooggeschoten. Daar komt nog bij dat de koningin erg is gesteld op haar Chardonnay Latour 2002; Balkenende is een bierdrinker.

Makkelijk heeft Balkenende het dus niet gehad tot nu toe. Maar dat ligt ook aan zijn voorganger, die op de hoogte was van het dossier-De Roy van Zuydewijn (zie kader) en het dossier-Wisse Smit, maar besloot zijn handen daar niet aan te branden. Toch zijn Beatrix en Balkenende tot elkaar veroordeeld. Het zou zomaar kunnen dat de christen-democratische evenwichtskunstenaar de troonsopvolging, die niet lang meer kan uitblijven, zal begeleiden.


In een interview voor de NOS, enkele dagen voor haar troonsbestijging in 1980, zegt Beatrix, dan nog prinses, over de voorbereiding op het koningschap dat ‘het geheim van Soestdijk ook voor ons geldt’.

Het is te hopen dat Willem-Alexander van zijn moeder wél een kijkje in de keuken heeft gekregen. Met name waar het de omgang betreft met zijn toekomstige gedwongen beste vriend in de regering: de premier. Gezien het eigenmachtig optreden van de Prins van Oranje (een brief van Videla die stelt dat het wel meeviel met die dictatuur als bron aanroepen; zijn vakantiehuis in Machangulo) zou het best eens kunnen dat de premiers onder Willem IV zullen terugverlangen naar zijn moeder. Aan de andere kant is er in Den Haag een ongeschreven regel: de macht van de koning is zo groot als de politiek toelaat. Kroonprins Willem-Alexander heeft in verschillende interviews gezegd gelijk zijn moeder een inhoudelijk koningschap te ambiëren. Maar de minister is verantwoordelijk, de koning onschendbaar. Zo heeft Thorbecke het tenslotte bedacht. Het is aan de premier van dienst dat te garanderen, en de koning te beschermen tegenover de politiek. Tenzij er te veel brokken worden gemaakt.

Door de ministeriële verantwoordelijkheid én het geheim van Noordeinde/ Huis ten Bosch is het moeilijk te achterhalen wanneer koningin Beatrix de afgelopen dertig jaar precies haar invloed op haar premiers heeft doen gelden. Een beknopt overzicht van gebeurtenissen waar de koningin naar alle waarschijnlijkheid, en soms zéker, de hand in heeft gehad. En soms zonder dat de premiers er aanvankelijk van wisten.


Een goed voorbeeld van de politieke macht waar de koningin over kán beschikken. De fractieleiders en informateur Herman Tjeenk Willink zien liever een VVD-formateur. Maar in juli 1994 wijst Beatrix Wim Kok aan voor die rol. Dit zal leiden tot het eerste Paarse kabinet. Hoogleraar parlementaire geschiedenis P.F. Maas karakteriseerde deze keus als ‘de coup van Beatrix’.

In de zomer van 1994 dringt Beatrix bij minister van Buitenlandse Zaken Hans van Mierlo (D66) aan op opening van een ambassade in Jordanië. Volgens Van Mierlo met het argument dat de koninklijke familie ‘vriendschappelijke banden heeft met het Hashemitische koningshuis’. De belangen van Nederland in Jordanië zijn op dat moment gering. Er wonen slechts honderd Nederlanders en er zijn geen Nederlandse bedrijven actief. Na de opening van de ambassade, twee jaar later, ontvangt premier Wim Kok uit handen van koning Hoessein het Jordaanse Grootkruis in de Orde van de Ster. Kok, geen liefhebber van lintjes, zegt dat het waarom van de onderscheiding hem is ‘ontgaan’, en het eerbewijs te beschouwen als een ‘gebaar aan Nederland’.

1996 is sowieso een slecht jaar voor premier Kok. Verschillende koninklijke relletjes halen de media. Zo zou de Nederlandse ambassadeur in Zuid-Afrika, Eduard Roëll, vlak voor een staatsbezoek van de koningin aan dat land zijn vervangen omdat hij zijn huwelijkse plichten niet nakwam. Kok zou gekant zijn tegen de gekozen burgemeester vanwege de majesteit. En vliegveld Valkenburg blijft open op aandringen van de koningin. Ook zou de subsidie voor het toneelstuk Emily, of het geheim van Huis ten Bosch, zijn ingetrokken onder druk van genoemd Huis.


Het Kabinet der koningin geeft eind jaren negentig, zonder medeweten van premier Kok, opdracht aan de BVD (thans AIVD) de gangen na te gaan van Edwin de Roy van Zuydewijn, dan aanstaande echtgenoot van prinses Margarita. Opvolger Jan Peter Balkenende weet van niets, ontkent en moet vervolgens door het stof: hij biedt zijn excuses aan.

In de herfst van vorig jaar blijkt dat er op Paleis Noordeinde verschillende brievenbusfirma’s gevestigd zijn. Het zijn belastingvehikels van prinses Christina en de familie De Bourbon de Parme. Balkenende lijkt verrast door het bestaan ervan, de Kamer windt zich op. De sluiproutes lopen inmiddels niet meer via Noordeinde.

Bas Paternotte