Hulde aan de monarchie

Paleizen, protocol en parels waren tot het einde van mijn naïeve kindertijd vrijwel het enige waar mijn beeld over het koningschap in Nederland uit bestond. Protserige foto’s in de roddelblaadjes van oma voedden deze droom met elke visite.

De eerste wolken aan de horizon werden veroorzaakt door het vak staatsinrichting op de basisschool. Daar werd me in begrijpelijke termen verteld dat alleen onze polderconstitutie het verschil maakte tussen tirannie en monarchie. Met een glimlach voegde de meester daar aan toe dat we ook rustig zonder deze beveiliging zouden kunnen met onze lieve, zachte koningin en dito familie.

Het warme nest met de oranje HEMA-tompouces op Koninginnedag heb ik inmiddels verruild voor de kritische academie, maar de wijsheid van die bijzin van toen blijft me intrigeren. De koningin en haar Koninklijk Huis krijgen op jaarbasis ettelijke miljoenen belastinggeld aan honoraria, privileges en beveiliging toegekend om hun taak ten beste uit te voeren. Deze taak beperkt zich niet tot hetgeen de basisschooldoctrine me poogde te laten geloven: het voeren van ceremonieel koningschap.

Onze vorstin aait niet alleen arme asielzoekers over de ontheemde bol, en ons head of state houdt zich niet alleen bezig met galapremières. De koningin laat zich juist intensief in met staatszaken, ze behartigt de internationale diplomatieke, private en publieke belangen, en ze toont zich een solide factor in zwaar weer. Dat is hogere lintjesknipperij, een positie die de Oranjes hebben weten te bemachtigen dankzij de geslepen charme van Wilhelmina, het maternalistische leiderschap van Juliana en de koele intelligentie van Beatrix. De majesteit is met haar positie en ervaring verworden tot een soort koningin-filosoof die haar inzichten publiek en privé deelt om intellectuele leiding te geven aan ons land.

Critici zijn ervan overtuigd dat een president in een republiek hetzelfde zou kunnen voor minder geld en minder gedoe. Critici spreken schande over de bezoldiging van onze monarchie, schande over kroonprinselijke investeringen en schande over uiterst private gedragingen.


De critici hebben het bij het kromme eind. De royale mengeling van ranzige schandaaltjes en hogere, reflecterende politiek waarin het Koninklijk Huis ons voorziet, houdt ons land meer overeind dan enig president ooit zou kunnen. Onze koningin fungeert met haar familie enerzijds als brood en spelen voor het plebs, anderzijds als laatste verdedigingslinie als het kabinet weer eens valt. Waar zouden we zijn zonder onze wekelijkse portie roddelbladvulling? Waar zou de staat zijn zonder hare majesteits bedachtzame hand waarmee ze al menig stuurfout heeft gecorrigeerd? Ik zou u graag onze situatie zonder monarchie willen schetsen, maar een eenvoudige verwijzing naar het wereldlijk verleden volstaat.

De woorden van mijn oude basisschoolleerkracht waren natuurlijk grotendeels quatsch. Onze monarchen waren en zijn geen heiligen. Ze hebben altijd moedwillig de grenzen van de constitutie opgezocht en bewandeld en ze zijn er meer dan eens overheen gestapt. Gevaar voor tirannie hebben we echter nooit gelopen. Onze koningin is namelijk boven alles loyaal, ondanks haar lage honorarium, ondanks de miserabele arbeids-voorwaarden. Vandaar dat enige hulde voor de monarchie hier op zijn plaats is.

Sjoerd van Gils