Lang leve de Oranjevereniging

Eenheid en saamhorigheid, dat zijn de sleutelwoorden bij een Oranjevereniging. Des te wonderlijker dat Kampen er wel acht heeft. Bericht uit een verdeelde stad.

Kampen ligt aan de westkant van de IJssel, ten oosten van de rivier ligt IJsselmuiden. De plaatsen zijn verbonden door een brug van vierhonderd meter, een constructie van beton en staal met vier vergulde katrollen bovenop. Al in de Middeleeuwen had Kampen een brug en daarmee het ‘recht op overgang’. De stad hief tolgeld en bruggeld en legde claims op grond aan de overkant, op grond waarvan Kampen in later jaren aan IJsselmuider zijde onder meer een station van de spoorwegen bouwde, er zijn doden begroef en zijn invloed deed gelden.

Kampen was de stad, IJsselmuiden het dorp; dat is zo gebleven nadat de plaatsen in 2001 tot één gemeente werden samengevoegd. In Kampen had je academies en faculteiten, in IJsselmuiden woonden de boeren, en het protestants-christelijk geloof zorgde ervoor dat men aan beide zijden van de rivier niet afweek van het rechte pad. Kampen ademde geleerdheid, kunst en cultuur, zaken die met de westenwind over IJsselmuiden heen waaiden tot bij Zwolle.

Men vindt elkaar in wederzijdse economische betrekkingen, gedeelde gewoontes en gebruiken, onderlinge vriendschappen en huwelijken en op nationale feest- en gedenkdagen, als het land verenigd is in vreugde en verdriet. Rond Oud en Nieuw dreunen de knallen van de carbidbussen over de IJssel, als een daverende groet aan de overkant; op Koninginnedag zie je de mensen met oranje dingen aan over de brug lopen, kijken wat er bij de buren te doen is.

Protestantisme en oranjegezindheid zijn altijd samen opgetrokken. Kampen heeft acht Oranjeverenigingen; de Kamper Oranje Vereniging en de Brunneper Oranje Vereniging in de stad zelf, en in IJsselmuiden de IJsselmuider Oranje Vereniging. In de kernen rond IJsselmuiden wordt het feest georganiseerd door de Oranjeverenigingen van Wilsum, Zalk, ‘s-Heerenbroek, Kamperveen en Grafhorst. Plezier gegarandeerd.


Het is een maandagochtend in het begin van januari. Onder de bomen op de Plantage, een pleintje in het centrum van Kampen, liggen hopen sneeuw en vuurwerkresten. Vlakbij rijden drie brandweerwagens met loeiende sirenes de Voorstraat in; ter hoogte van sigarenfabriek De Olifant komt rook uit een dak. Mensen blijven even staan om te kijken en lopen weer verder, met opgetrokken schouders en de kraag omhoog. Het is koud, Koninginnedag is nog ver weg.

In café De Majesteit zitten twee zestigers met truien aan bij de verwarming. Het zijn Teun de Man en Jan Bultman, secretaris en bestuurslid van de Kamper Oranje Vereniging. Ze hebben een uitputtend jaar achter de rug. In 2009 bestond de Kamper Oranje Vereniging honderd jaar, wat werd gevierd met een tentoonstelling, een theaterspektakel, een muziekfestijn en een vocale estafette van dertig koren; dat alles buiten de viering van Koninginnedag en 4 en 5 mei om. De jubileumdag was in november, het werd Kerst en Oud en Nieuw, het was weer een geknal van jewelste.

Medio 1975 kreeg Jan Bultman bezoek van twee heren in zwarte pakken. Bultman kwam uit ’t Gooi, hij was bedrijfsleider bij het zwembad van Kampen. Het was het bestuur van de Kamper Oranje Vereniging (KOV) ter ore gekomen dat hij daar aansprekende evenementen organiseerde. Zeskamp, dingen met muziekkorpsen, activiteiten rond Nederland Kikkerland. “Het had het bestuur van de KOV behaagd mij als eerste niet-Kampenaar in het bestuur te vragen,” zegt Bultman. Teun de Man werkte bij het Gemeentelijk Energiebedrijf, hij was ook actief in de gemeenschap, en hij kreeg ook bezoek van de heren in zwarte pakken.


Na een half uur in De Majesteit valt op dat De Man en Bultman voortdurend andere cafégasten en passanten begroeten. Ze schudden handen en zwaaien uit het raam. De Man en Bultman kennen iedereen, en iedereen kent hen. “Wat wil je zijn als Oranjevereniging,” zegt De Man, “een fanclub van de koningin, of wil je midden in de gemeenschap staan? Wij zijn er voor alle inwoners, met activiteiten waaraan iedereen kan deelnemen.”

Als plaatselijke organisatie geef je uiting aan de verbondenheid met het koningshuis, waarmee we blij moeten zijn. De Man en Bultman verwijzen naar een boek van de historicus Coos Huijsen, waarin wordt beschreven hoe het komt dat Nederland zo’n stabiel land is, en waarom we met z’n allen hartstikke trots op ons koningshuis moeten zijn.

Op Koninginnedag biedt de KOV de Kampenaren een gevarieerd programma met ‘voor elk wat wils’. De avond ervoor trekken kinderen en volwassenen met lampionnen en verlichte wagens door de straten in de lampionnenoptocht. De dag zelf begint om zeven uur met een toer door de wijken van acht muziekkorpsen, het reveille, ten teken dat iedereen moet opstaan. Om half tien zingen de kinderen de burgemeester toe in de aubade, waarna het verder gaat met muziek en oud-Hollandse spelletjes zoals sjoelen, hoepelen en steltlopen.

Het is een programma waaraan iedereen veel plezier beleeft. Op Koninginnedag komt iedereen samen, alle rangen en standen vieren samen feest. Als je dat als bestuurder ervaart, is dat gewoon hartstikke leuk, zegt Bultman.

Terwijl het feest in Kampen in volle gang is, vieren ze aan de overkant van de brug, in IJsselmuiden, ook Koninginnedag. In IJsselmuiden is ook een Oranjevereniging. Nee, zegt De Man, samenwerken doen we niet in die zin. “We doen elk ons eigen ding, we gaan elkaar niet beconcurreren.”


De IJsselmuider Oranje Vereniging, dertig jaar jonger dan de vereniging in Kampen, organiseert sinds jaar en dag met succes een enorme vrijmarkt. In Kampen is Koninginnedag vooral een lokaal feest, maar in IJsselmuiden komen ze van heinde en verre op de vrijmarkt af, zestig-, zeventigduizend mensen, het is elk jaar weer een happening. Teun de Man en Jan Bultman hebben daar geen problemen mee. “Zij doen het op hun manier, wij op de onze,” zegt De Man. “We kennen elkaar. Er is geen enkel probleem.” Kun je, zo dicht bij elkaar, en met zo’n succesvol evenement naast de deur, niet beter de handen ineenslaan? “Juist níet,” zegt De Man. “Ons standpunt is: wij doen het voor onze gemeenschap, en zij doen het voor hun gemeenschap.”

Bij de samenvoeging van Kampen en IJsselmuiden in 2001 rees de vraag of het niet gek was, acht Oranjeverenigingen in één gemeente. Er werd gezegd: kunnen we er niet beter één Oranjevereniging van maken? Op een bijeenkomst van de acht verenigingen werd al snel duidelijk: nee, hier gaan we dus niet één Oranjevereniging van maken. Er was geen discussie, men nam in een goede sfeer afscheid van elkaar.

Is het niet jammer dat Kampen nu geen vrijmarkt heeft?

“Helemaal niet,” zegt De Man. “Als ze in IJsselmuiden een vrijmarkt willen, moeten ze dat vooral doen.”

De IJsselmuider Oranje Vereniging drijft op de vrijmarkt. De Man: “Wij zijn niet of nooit met commerciële activiteiten bezig. Een vrijmarkt of een braderie is makkelijk: je zet een kraam neer en het loopt wel. Dat is het makkelijkst: mensen bieden waar ze om vragen.”

Bultman: “Wij hebben activiteiten voor íedereen, van kinderen tot ouderen van tachtig. Muziekkorpsen, een familiemuziekprogramma, gesponsord door bedrijven.”


Hoe verandert het karakter van Koninginnedag, als je de commercie toelaat?

“Wezenlijk,” zegt De Man. “Kun je zeggen: de vrijmarkt is een feestelijk gebeuren? Nee. Ik veroordeel IJsselmuiden niet, maar het is het meest simpele om ruimte te verhuren voor de verkoop van kleding. Het heeft geen enkele functie die de gemeenschap dient. Het heeft geen evenementswaarde. Een leuk evenement is iets dat er morgen niet is. Ik kan elke dag naar de lommerd.”

De Man en Bultman hebben elk twee koppen koffie gedronken, De Man heeft er een apfelstrudel bij opgegeten. Er komen ontzéttend veel mensen die vrijmarkt af, zegt Bultman. “Wij maken het onszelf moeilijk, met een spellenfestival, met paarden mennen in het park. Je kunt ook wat friettenten neerzetten en klaar ben je. Maar nogmaals: we veroordelen het niet.”

Saamhorigheid is een sleutelwoord voor de Bond van Oranjeverenigingen, het overkoepelend orgaan van de Oranjeverenigingen in Nederland. Theo Slagboom en Koos Smit, secretaris en vicevoorzitter van de Bond, spreken het uit met het respect dat erbij hoort. Ze knijpen de ogen een beetje samen en proberen het begrip met handgebaren uit te beelden. Saamhorigheid heeft de vorm van een bal.

Het is een week na het bezoek aan Kampen. De bestuurders van de Oranjebond zitten aan een tafeltje in AC Restaurant De Meern, aan de A12 nabij knooppunt Oudenrijn, waar het verkeer vaststaat door een ongeluk met een vrachtwagen en twee personenauto’s. Slagboom en Smit zijn aardige mannen in donkere pakken, ze hebben hun lintje op de revers. Smit heeft een bril en mooi grijs haar, Slagboom een stem waarmee hij heel welluidend om bediening kan vragen.


Saamhorigheid, samenwerken, samenbinden. Samen. Daar gaat het om als je het hebt over het Koninklijk Huis, over Koninginnedag. Dat is de achterliggende gedachte, de serieuze kant van de zaak. “Maar als je de vraag stelt: waarom Koninginnedag?” zegt Koos Smit, “dan is het antwoord: omdat de mensen het leuk vinden.”

De mensen zijn gehecht aan het Huis van Oranje, maar de kern van Koninginnedag is vrolijkheid, mooi weer, samen een gezellige dag beleven. Het koningschap is een reden voor een feestje. “Dat is het grote punt,” zegt Smit, “dat de Oranjes binden.” “Binden,” zegt Slagboom. Smit: “Binden in de lokale gemeenschap.”

“Wij zeggen: mensen, lokaal gebeurt het,” zegt Smit. “Hou vooral je eigen cultuur.” Als je het hebt over eenheid, dan kijk je naar achtergrondinformatie, naar de gehechtheid van het volk aan de vlag en het volkslied, de centrale rol van de Oranjes in de democratie. Smit en Slagboom verwijzen in dit verband graag naar het boek van Coos Huijsen, de historicus.

De wereld van de Oranjebond is er een van huldigingen, erepenningen, borden met inscriptie, vrijwilligers en mensen die in het zonnetje worden gezet. Het is hartverwarmend werk, mensen van diverse gezindten en achtergronden nader tot elkaar brengen, je hebt het over het wij-gevoel, bezongen in het Wilhelmus. Slagboom woont in Culemborg, waar hij op 31 januari ter gelegenheid van de verjaardag van koningin Beatrix altijd een oranje tompouce eet.

Mensen, laten we nou toch eerlijk zijn, zegt Smit: wij houden van Oranje. Op Koninginnedag wordt gemotorcrosst, er zijn fietstochten door de regio. “Vroeger had je een koortje, nu is dat de disco,” zegt Slagboom. “Dus hoezo niet met je tijd meegaan? Wat is er nou leuker dan dat je touw gaat trekken aan twee kanten van de sloot en eentje dondert in de sloot?’


Terug naar Kampen, begin januari. Op de stadsbrug over de IJssel staat een snijdende wind.

Kampen biedt van de overkant een mooi stadsgezicht, IJsselmuiden gaat van de Kamper kant schuil achter het Kamper station. Er klinken opnieuw brandweersirenes: op het Stationsplein staat de harmonicabus naar Zwolle uit te branden.

Vijfhonderd meter verder IJsselmuiden in woont Jan Kraan, leidinggevende bij de politie en voorzitter van de IJsselmuider Oranje Vereniging (IJOV), in een gemoderniseerde boerderij met een mooi lapje grond erbij. Hij zit met pantoffels aan bij de houtkachel, samen met Rudi ten Hove, de penningmeester van de vereniging, in het dagelijks leven vertegenwoordiger in vloeibare diervoeders.

De IJOV is het hele jaar door actief. “De vrijmarkt is voor ons de topper van het jaar,” zegt Kraan. Ten Hove knikt. “Onze sterke punten zijn de vrijmarkt en de muziekfeesten in het laatste weekend van mei.” De muziekfeesten vinden plaats in een tent achter de sporthal, een centraal punt in het sociale en culturele leven van IJsselmuiden. In maart en april organiseert de IJOV de kermis bij de sporthal, en in oktober de Knolletjesmarkt, een rommelmarkt voor kinderen, die in de sporthal wordt gehouden.

Het is een combinatie ván, zegt Kraan. Je wilt iets wilt betekenen voor je dorp. “Het is meer dan alleen Koninginnedag,” zegt Ten Hove. “Anders gebeurt er gewoon niks. Zo klaagt de bevolking ook: er gebeurt niks.”

In Kampen heb je cafés, een bioscoop en een theater, in IJsselmuiden heb je café-kegelcentrum De Bombardon, dan houdt het op. De jeugd drinkt bier in keten. Logisch, zegt Kraan. “In de horeca in Kampen kost een biertje twee euro.” Vanuit zijn vak kent Kraan de ins en outs in Kampen. In het Keldertje worden softdrugs gebruikt. “Er gebeurt meer aan die kant van de brug dan aan deze.”


Niet iedereen in IJsselmuiden was gelukkig met de fusie in 2001. IJsselmuiden is gelukkig nog steeds een dorp, zegt Ten Hove. “Wij zeggen weleens gekscherend: wij wonen aan de goede kant van de IJssel.” Ze zijn gezegend met de brug, zegt Kraan. Ten Hove: “Het is meer dan alleen een brug.”

Tegenover de familie Kraan woont een bestuurslid van de Kamper Oranje Vereniging, waar ze verder een goed contact mee hebben. Maar Kampen heeft z’n eigen Koninginnedag, en IJsselmuiden ook. In Kampen is het wat traditioneler, zegt Ten Hove. “Hier heb je niet de oud-Hollandse spelletjes. Ik denk dat dat toch wat minder wordt.” De lampionnenoptocht is een traditie in de regio. In Kampen rijden de praalwagens op 29 april ’s avonds door de straten, om 21.00 uur, op 30 april rijden ze door IJsselmuiden, ook om 21.00 uur. In IJsselmuiden rijden wagens mee van Kampen en andersom, zegt Kraan, dat is geen probleem, maar verder blijven de lampionnenoptochten elk aan hun kant van de brug.

De vrijmarkt begint op het Stationsplein en loopt over de Burgemeester van Engelenweg naar het noordoosten, om ter hoogte van de Blokker af te buigen in noordelijke richting. Aan het begin is een horecapunt met palingrokers, patat, shoarma en springkussens, halverwege zit nog een commerciële groep met livemuziek en op het eind ook, op het veld bij de sporthal. De rest van het parcours, anderhalve kilometer lang, is voor de particulier.

We zijn net voorbij de Blokker gereden in de van stoelverwarming voorziene auto van Jan Kraan. We rijden langs de Rabobank en de kerken aan de Burgemeester van Engelenweg, van de hervormden, de synodalen en de katholieken, tot bij de sporthal. Op het veld achter de hal ligt sneeuw. Over een paar maanden zijn Kraan en Ten Hove op deze route weer een hele dag in de weer, tot ze ’s avonds achter de vuilniswagen aan het traject hebben schoongeveegd en om elf uur met het bestuur van de IJOV in De Bombardon een oranjebitter drinken.


“Het is voor mij persoonlijk een drijfveer om gelukkige mensen te zien,” zegt Kraan.

Op een grasveldje bij een kruising staat een door uitlaatgassen beroet oranje bordje onder drie bomen. Met een krabber verwijdert Jan Kraan een laag ijs. “Aangeboden door de Oranje Vereniging IJsselmuiden d.d. 20 mrt. 1991 ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van Koningin Beatrix en Prins Claus,” staat er.

Of koningin Beatrix en prins Claus het monument hebben gezien en of ze er blij mee waren, dat weet Kraan niet. De koningin heeft Kampen een keer bezocht op Koninginnedag, in 1988. Ze reed over een oranje tapijt door de Burgemeester van Engelenweg en toen na het station de brug over naar Kampen.

Bert Nijmeijer