Republikein versus monarchist

Discussies over het koningshuis gaan meestal over rellen. Een principieel debat wordt nauwelijks gevoerd. Reden voor HP/De Tijd om een twistgesprek te organiseren tussen de republikein en historicus Gerard Aalders (rechts), en monarchist IJmert Muilwijk, voorzitter van Perspectief, de jongerenvereniging van de ChristenUnie (links). Locatie: het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie in Amsterdam, waar Aalders werkt. Hij spreekt hier trouwens op persoonlijke titel.

HP/De Tijd: “Laten we beginnen met de nieuwste Enquete over het koningshuis. Door de affaires rond de villa’s in Mozambique en Argentinië is het vertrouwen in Willem-Alexander gedaald van 82 procent vorig jaar, naar 74 procent nu. Het aantal Nederlanders dat geen of weinig vertrouwen in hem heeft, steeg van zeven naar negentien procent. Republieken denken dan: ha, dat is een goed begin. Hoe kijkt een monarchist daar tegenaan?”

IJmert Muilwijk (IJM): “In de statistieken schommelen de voorstanders van de monarchie altijd rond de 87 procent. De monarchie is groter dan één prins, ook al is-ie aanstormend koning. Ik kan me voorstellen dat het koningshuis door die foutjes wel een deukje oploopt, maar dat is absoluut geen reden om te zeggen: dan schaffen we de hele handel af. Het zijn net mensen en dat betekent ook dat ze fouten maken.”

Gerard Aalders (GA): “Maar het moet toch verontrustend voor jou zijn dat de aanstaande koning dit overkomt. Beatrix heeft er nooit last van gehad. Hij is nog niet eens aangetreden en het gaat nu al mis.”

IJM: “Hij wil ondernemen. Je moet hem een beetje speelruimte gegeven. Ik zeg er wel meteen bij: als hij koning is, moet het uit zijn met dit soort fratsen. Kijk, hij wil zich ontplooien, en daar stoot je wel eens je kop bij. Als je je nooit vergist, leer je ook nooit wat. Ik had zelf ook zo’n blunder kunnen maken.”

GA: “Maar jij bent geen koning. En hij is geen ondernemer. Hij is in de eerste plaats toekomstig staatshoofd. Hij mag niet in opspraak raken.”

IJM: “Mozambique was natuurlijk niet handig. Tegelijkertijd heeft de bevolking over het geheel veel vertrouwen in hem. Er is geen overgrote meerderheid die zegt: die kluns hoeven we niet.”


GA: “Hij moet nog beginnen en begint nu al te dippen. Ik heb niet bar veel vertrouwen in deze jongen. Hij flierefluit maar een beetje rond. Hij heeft zich op het water gestort omdat hij toch iets moet doen. Pak dan iemand echt iets van water weet, een ingenieur. Ja, hij weet natuurlijk dat er water in pils zit.”

IJM: “Dat vind ik flauw. Hij heeft zich er echt in verdiept, en ook in dit leerproces worden fouten gemaakt. Toen we voor het eerst van Máxima hoorden, vonden we haar ook niet de beste vrouw voor die positie, maar ze is enorm in populariteit gestegen. We moeten niet doen alsof elk boogje in de curve direct naar de diepe afgrond leidt.”

GA: “Dat is ook weer zo’n raar aspect van het koningschap. Neem Máxima. Tot een jaar of zeven geleden was ze een volkomen onbekend Argentijns meisjes, en nu is ze de populairste vrouw van Nederland. Waarom? Alleen omdat ze getrouwd is met het symbool van de monarchie.”

IJM: “Ik heb veel respect voor wat Máxima doet, bijvoorbeeld met microkredieten. Zelf ben ik ook actief in de ontwikkelingssamenwerking, en haar werk geeft mij een heel goed gevoel. Niet alles is rationeel. Voor een deel van de bevolking is het prachtig dat onze Máxima zich inzet voor die sector.”

GA: “Jóúw Máxima hè, niet de mijne.”

IJM: “Maar ook voor die 87 procent van de Nederlanders. Ik voel me door haar gesterkt. Dat zijn voor een deel emoties, dat geef ik direct toe. Sentiment, zoals jullie dat noemen.”

GA: “Maar wat heeft staatsrecht nou met emoties te maken? Dat zou toch een rationele aangelegenheid moeten zijn. Jij gebruikt een gevoelsoverweging voor staatszaken.”


MIJ: “Het is niet puur een gevoelskwestie. Het gaat erom dat we een constitutionele monarchie hebben, waar genoeg democratische legitimatie in zit, en waarin het staatshoofd een bindende factor kan zijn. Het is voor een déél gevoel. Een koning is iemand die er in tijden van rampspoed voor het land is. Dat kun je sentimenteel noemen, maar daar geloof ik in.”

GA: “Dat klopt gewoon niet. Toen we echt in de puree zaten, in mei 1940, vluchtte de hele familie linea recta naar Londen. Dan kun je wel zeggen: ze konden het land beter leiden vanuit Londen dan vanuit Nederland. Maar ze hadden hier moeten blijven. Ze hadden het goede voorbeeld kunnen geven, net als een boel verzetsstrijders.”

MIJ: “Ik leefde toen nog niet…”

GA: “Ik ook niet.”

MIJ: “Het Nederlandse volk heeft er ook heel veel steun aan gehad, via de radio. Je kunt niet alle positieve effecten wegmoffelen. Ontzettend veel mensen vinden troost en steun in het feit dat we een koninkrijk zijn. De ramp in Enschede bijvoorbeeld, daar wás Beatrix dan wel.”

GA: “Het zou er nog bij moeten komen dat ze er niet was.”

Gelach.

GA: “Het koningschap heeft heel veel met pr te maken. Ik las laatst een boek over Radio Oranje en het blijkt dat de ontvangst eigenlijk heel slecht was. En wat er wel doorkwam, werd gestoord door de Duitsers. Waar het op neer kwam, was dat een paar mensen wat opvingen, en dat werd dan verspreid via illegale blaadjes. Pure symboliek.”

MIJ: “Dat wordt dan uit rationeel oogpunt weggecijferd, maar juist die symboliek, dat gevoel, is belangrijk.”

GA: “Wilhelmina misbruikte ook haar positie in Londen. Ze was erop uit om het parlement een stuk minder invloed te geven na de oorlog.”


MIJ: “Nu komen we bij de staatsrechtelijke kant van het verhaal. Tot nu toe hebben we het over emoties gehad en over Máxima en Beatrix, van wie ik overigens echt een grote fan ben.”

GA: “Van wie?”

MIJ: “Van Beatrix.”

GA: “Ach…”

MIJ: “Ja.”

HP/De Tijd: “Geef toe, Beatrix is professioneel, ze maakt nauwelijks fouten.”

GA: “Maar we kunnen ook niet weten of ze fouten maakt, want dat behoort tot het geheim van Noordeinde. Dat vind ik een enorm bezwaar van de monarchie: we mogen niets weten. Parlementariërs die met haar praten en daarover durven te vertellen, worden naar huis gestuurd.”

MIJ: “Dat beeld van de monarch die achter de schermen de hele boel hier bestiert, klopt niet. Neem bijvoorbeeld de formatie. Er wordt altijd gesteld dat de koningin dan wel even de coalitie gaat samenstellen. De Kamer heeft al in 1971 de motie-Kolfschoten aangenomen, die zegt dat de Kamer zelf een formateur kan aanstellen. Ze willen het alleen niet. Want ze vinden dit systeem heel goed werken.”

GA: “Nou ja, heel goed werken… We hebben nog nooit de kans gehad om het anders te doen.”

MIJ: “Dan moet het parlement, uw volksvertegenwoordiging, dat willen.”

GA: “Dat is het grote punt voor de republikeinen: er moet iets veranderen in de Grondwet. Dat is een enorme operatie.”

MIJ: “Dat is helemaal niet nodig: de Kamer kan zelf al een formateur aanstellen. Ik dacht eerst ook dat het binnenskamers móest, maar dat is dus niet zo. Als je nou feitelijk kijkt naar de macht van de koningin, dan valt het reuze mee. We hebben het nu over de voordelen gehad van de monarchie, de emoties, het culturele aspect…”


GA: “Wij noemen dat de nadelen.”

MIJ: “Ja, maar je zult het met me eens moeten zijn dat de macht van het koningshuis niet enorm groot is.”

GA: “Het punt is dat het geheim is. Je weet niet hoe premiers zich hebben laten inpalmen door de koningin. Ze staat erom bekend dat ze ministers ook apart op de thee roept. Er speelt achter de schermen veel waar we geen weet van hebben.”

MIJ: “Maar uiteindelijk is het zo dat als Balkenende zegt: we gaan het zo doen, dan doen we het ook zo. En als wij een enorme softie die zich laat inpalmen kiezen, dan is dat onze eigen stomme schuld.”

GA: “Balkenende lijkt me niet tegen Beatrix opgewassen.”

MIJ: “Dat weten we niet. Als het volk iets niet wil, dan gebeurt het niet. Als we een monarchie zouden hebben met een potentaat, zou ik er ook tegen zijn. De macht moet liggen bij de volksvertegenwoordiging. Ik neem het niet op voor alle koningshuizen in de hele wereld, maar de constitutionele monarchie met de Oranjes, daar sta ik volledig achter. De republikeinen zeggen: wij zijn zo democratisch, wij willen geen monarchie meer. Maar 87 procent van de bevolking wil het wel. 87 procent wil zichzelf dit opleggen, om het in jullie termen te zeggen.”

GA: “Nou, opleggen? Jullie vinden dit fantástisch. Jullie laten het je graag aanleunen: Koninginnedag, gezwaai, de gouden koets.”

MIJ: “Zeker. Die dingen vind ik mooi. We hebben the best of both worlds. We hebben voldoende democratische mogelijkheden. En dan hebben we ook dat andere, koninklijke deel erbij, wat ons Nederlander maakt. Die 87 procent van de bevolking ontleent aan de monarchie een deel van haar identiteit. Dat betekent niet dat we altijd alles maar bij het oude moeten laten, maar zeker in deze moeilijke tijden van mondialisering is het voor mij belangrijk om te weten waarom ik Nederlander ben. Het Koninklijk Huis is deel van mijn identiteit.”


GA: “We waren tot 1814 een republiek. We waren ontzettend succesvol, we hebben de halve wereld veroverd. Of je dat tegenwoordig nog succesvol mag noemen… nou ja, maar in die tijd was het succesvol. Op het Congres van Wenen in 1815 bedenken ze dat Europa niet veilig is. Er moeten her en der wat machtsblokken komen, onder andere in de Lage Landen. Daarop werd een koning uit de hoge hoed getoverd. Die Willem I was geen aangenaam mens, Willem II en Willem III ook niet. Die laatste werd niet voor niets Koning Gorilla genoemd. Het waren schuinsmarcheerders, niet al te slim, en ze waren hoofdzakelijk in zichzelf geïnteresseerd. Wat hebben monarchisten toch met dat soort mensen?”

MIJ: “Ik heb Beatrix als referentiepunt. Ik vind haar echt een mooi mens. Er is nu een heel interessant programma op primetime…”

GA: “…Blauw Bloed, daar ben ik wel eens te gast geweest.”

MIJ: “Gefeliciteerd! Dat is het hoogste haalbare. Het is een prachtig iets waar veel mensen naar kijken en enthousiast van worden. Dat is ook een argument vóór.”

HP/De Tijd: “Het pleit voor de monarchie is dus voor een deel irrationeel. Zijn er ook rationele argumenten?”

MIJ: “We hebben het net al over het staatsrecht gehad, de keuze voor de formateur, bijvoorbeeld. Het parlement kan het zelf doen, maar wij willen dat de koningin het doet. Een rationeel argument is ook dat haar macht niet tegen de democratie ingaat; de minister-president kan niets opgelegd krijgen. Vertegenwoordiging in het buitenland, dat is er ook één. We hebben niet vier of acht jaar lang een president, maar…. hoe lang zit Beatrix er nu al?”


GA: “Veel te lang.”

MIJ: “Het moet nog veel langer. Dan kan ze Willem-Alexander inwerken. Die stabiliteit is een heel rationeel argument. Wat je hoort van de mensen in de landen waar ze op staatsbezoek komt, is dat ze het geweldig vinden: dertig jaar geleden was ze er al en nu is ze er nog .”

GA: “Een president kan net zo goed het gezicht van Nederland zijn. Die kan ook goed opgeleid zijn, met een brede ervaring. Ik zie niet waarom een president dat minder goed zou doen. Die weet ook beter wat er onder het volk leeft.”

MIJ: “Je moet wel eerlijk zijn. Het koningshuis heeft op alle mogelijke manieren contact met wat er in Nederland gebeurt, bijvoorbeeld door Koninginnedag.”

GA: “Koninginnedag is alleen maar een legitimatie voor openbare dronkenschap.”

MIJ: “Voor jou misschien wel. Heel veel mensen genieten daarvan. Het is niet de kern van de monarchie, maar wel een van die samenbindende elementen. Dat mag u als reporter niet rationeel noemen, maar het is het cement van de samenleving. We delen niet met zijn allen een passie voor kunst of zoiets.”

GA: “En als de koninklijke familie wegvalt, valt Nederland dan uiteen? Sinterklaas, Kerst en voetbal zijn ook samenbindende factoren.”

MIJ: “Binnen de christelijke wereld, mijn achterban, hechten we er ook aan dat Willem van Oranje zich heeft ingezet voor de geestesvrijheid.”

GA: “Zeg dat nog eens?”

MIJ: “De geestesvrijheid, de vrijheid van geloven.”

GA: “Dat snap ik, maar ik heb Willem-Alexander er nooit zo op betrapt dat hij daar mee bezig was.”

HP/De Tijd: “Zou een ceremonieel koningschap het voor republikeinen iets beter verteerbaar maken?”


GA: “Waarom zou je zo’n enorme familie gaan onderhouden als die alleen maar lintjes gaat knippen? Ik vind het koningshuis geen bindende factor. En dan ook nog zulke waanzinnige kosten: 120 miljoen euro. Waarom zouden we dat betalen voor een koning die alleen maar als symbool rondhuppelt met een schaar?”

MIJ: “Het is ontegenzeggelijk waar dat het een heleboel geld kost, maar je moet ook naar de batenkant kijken. Die symbolische functie in buitenland en binnenland – die u wegzet als onnodig – heeft een extra waarde. Een president heeft die maar voor een deel. Die kost trouwens, met alle privileges, ook ontzettend veel geld.”

GA: “Nee hoor, dat is één Balkenende-norm. Het Catshuis hebben we al. Dan nog een chauffeur met wat bewakers, en dat is het. In het laatste nummer van De Republikein heb ik alle leden van de koninklijke familie opgesomd die nu meeprofiteren. Dat gaat heel ver.”

MIJ: “Ik zal niet zeggen dat het weinig geld kost. We zouden eens een berekening moeten maken van de kosten en baten.”

GA: “Ik heb uitgezocht hoe het nou zit met die handelsreizen van Bernhard naar Zuid-Amerika. Al die vermeende orders die hij heeft binnengehaald – dat valt erg tegen. Ik heb bij het CBS bekeken hoe gierend die export dan wel naar boven schoot na zijn bezoeken. Nou, er is een jaar later geen rimpeling in de statistieken te zien.”

HP/De Tijd: “Terug naar de 21ste eeuw. De kosten van het Koninklijk Huis, de Groene Draeck, de vliegreizen – het roept verontwaardiging en protesten op.”

IJM: “Dat kan ook best een onsje minder. Zeker als het slecht gaat met het volk.”

GA: “Je hebt moeite om echt kritisch te zijn. Dat zou ik nou niet hebben met een president. Je hebt er wel erg veel begrip voor.”


MIJ: “Ja, ik hou van Beatrix. Als je vriendin iets doet wat niet leuk is, dan vergeef je het haar ook. Maar er zijn grenzen en als die in toekomst nog eens opgezocht worden, dan moeten we daar ook paal en perk aan stellen.”

GA: “Wat wij republikeinen doen is zo nu en dan een stukje schrijven of op televisie iets vervelends roepen – in de hoop dat al die speldenprikken tot een grote beurse plek leiden, zodat de meerderheid er eindelijk van af wil. Dat gaat keurig via de Grondwet hoor, we hebben geen guillotines nodig.”

IJM: “Maar het is natuurlijk wel zo dat de meerderheid nu voor de monarchie is. Er is nu een hele jonge generatie die dit koningshuis heel mooi vindt. Ik vind Beatrix een lief mens.”

Bart de Koning