Tweestedentocht

Blijboom: Dus die Willem-Alexander is pas na Franeker op het ijs gestapt.

Dijkgraaf: Hoe kom je daar nu weer op?

Blijboom: Nee, hoe kwam híj erop? Met hulp van anderen. Staat uitgebreid in de Privé van vorige week. Mooie beerput die Santegoeds daar opentrekt. En het ligt ook zo voor de hand. Want ga zelf maar na: is er ooit één beeld verschenen van de start van W.A. van Buren? Nou dan! Alsof de kroonprins niet één keer opgemerkt zou worden in een duizendkoppige menigte bij de Frieslandhal. Die heeft de kluit dus ongelooflijk belazerd, in z’n Marlborojasje. Ik zeg: kruisje inleveren en tien jaar geen uniform meer aan!

Dijkgraaf: Wacht nou effe! Was dat niet in de tijd dat hij zo dik was van het bier?

Blijboom: Inderdaad. De Prins Pils- periode, noemen de geschiedenisboeken die.

Dijkgraaf: Maar hoeveel kilometer heeft-ie dan, ongeveer, wél geschaatst?

Blijboom: Wie is hier nou de Fries? Het stuk na Franeker. En wie weet is-ie in alle hectiek wel bij Bartlehiem rechtsaf gegaan, in plaats van linksaf. Zijn stempelkaart is immers nooit opgedoken.

Dijkgraaf: Sorry hoor, maar ik word er een beetje ziek van dat je hier gaat zitten afgeven op de kroonprins. Een beetje meer mededogen graag. Ik bedoel: plaats jezelf eens in zijn positie. Hypothetisch. Feyenoord treedt aan in de finale van de Champions League. Tegen Barcelona, dat een jaar en acht maanden geen wedstrijd heeft verloren. Feyenoord heeft echt een heel sterk tiental. En jajaja, we hebben het niet over 2010, niet over 2011 en ook niet over 2012, maar over ooit. Tweeëntwintigste eeuw ofzo. En de elfde man in het veld bij Feyenoord ben jij. Michiel Blijboom zelf. Traag. Buikje. Dramatische balbehandeling. Kiest uit twee opties telkens de verkeerde. Haalt zichzelf, met de bal op weg naar een leeg doel, struikelend onderuit.


Wordt uitgelachen door een vol stadion. Mooie vrouwen op de tribune willen met je trouwen. Voor je geld en de status, ja, wat dacht je anders. Heb je het beeld?

Blijboom: Ik in een Feyenoordshirt? Nee, dat beeld krijg ik niet op m’n netvlies.

Dijkgraaf: Ik wel. En het doet pijn aan mijn ogen. Maar daar gaat het niet om. Waar het mij wel om gaat: je moet op je tenen lopen om mee te kunnen. En diep vanbinnen weet je: je kunt niet mee. Sterker: mensen veinzen respect voor je, maar achter je rug lachen ze je aan alle kanten uit. Niets is echt in jouw wereld. Zelfs je atheneumdiploma niet. Je moeder stond bij elke training, bij elke wedstrijd langs de lijn. Niet om je positief te coachen, maar om je precies te zeggen wat je hoe moet doen en waarom. Tot zover. Je snapt wat ik bedoel. Als een verwende volslanke corpsbal uit Wassenaar dan vervolgens tóch tachtig van de tweehonderd kilometer schaatst in wat bekend staat als de zwaarste Elfstedentocht van de jaren tachtig (bij die andere scheen de zon), dan zeg ik: respect. Díep respect. Dan ga ik niet lopen emmeren over het teruggeven van een kruisje. Alsof hij dat nog heeft… Zullen we het nu weer over turnen hebben?

Blijboom: Jij solliciteert zeker naar een lintje.

Dijkgraaf: Dat zit er niet in. Ik blijf nergens veertig jaar, behalve bij Thea. Die overigens de Elfstedentocht gefíetst heeft. En uiteraard: he-le-maal. Van Bolsward tot Bolsward.

Blijboom: Hank, wat is je Bolsward! Ja, ik vind Wassenaar. Sorry, maar die kon ik niet laten lopen. Zal het restje drank van gisteravond wel zijn, wat nog door m’n lichaam giert. Tja, alleen al door mijn consumptieve gedrag zal ik dit jaar de Elfstedentocht weer niet rijden. Trouwens, ik kan niet eens schaatsen. En volgens mij dooit het ook nog eens. Maar goed, waar gingen we heen, behalve naar Leeuwarden?


Dijkgraaf: Kolere, komt Seth Gaaikema zomaar voorbij. Had die de oma van onze schaatsheld Willem-Alexander niet ooit en plein public een kus gegeven? Of was dat die andere woordgrappenmaker, Jos Brink?

Blijboom: Daarvoor verwijs ik je naar de quiz op pagina 58. Lees dat blad toch eens, man!

import blijboom dijkgraaf