Valkuilen van het familiebedrijf

Beatrix en Willem-Alexander zijn niet alleen moeder en zoon, ze zijn tevens de directeur en beoogde opvolger van een gigantisch familiebedrijf. Wat weten we over deze bijzondere relatie, en hoe beïnvloedt die de opvolgingskwestie?

Het was een zeldzaam inkijkje dat ons werd vergund in het boekje Alexander uit 1984 van Renate Rubinstein, destijds bekend als de columniste Tamar in Vrij Nederland. Het bevatte de weerslag van een reeks ontmoetingen met de kroonprins – op uitnodiging van de Rijksvoorlichtingsdienst – ter gelegenheid van zijn achttiende verjaardag. Een kroonjaar, want op die leeftijd had Alexander, indien dat nodig was geweest, koning kunnen worden, zoals zijn overgrootmoeder Wilhelmina ook in 1898 op haar achttiende aan de koninklijke bak moest.

In dit interviewboek gedraagt hij zich weliswaar als een stereotype puber die zich afzet tegen zijn ouders, maar tegelijkertijd toont hij een veelzeggende onbevangenheid in zijn oordeel over hen. “Hij spreekt met bewondering over zijn moeder en met warmte over zijn vader,” beschrijft Rubinstein. “Zijn moeder werkt zo hard. Elke nacht tot één of twee uur in de ochtend. Als hij uit de disco thuiskomt en nog even een hengst geeft aan de stereo, stampt zij boven zijn hoofd op de vloer. Of meneer wat minder herrie wil maken want zij werkt nog en of hij even goedenacht komt zeggen. Het is ook weleens gebeurd dat hij om twee uur thuiskwam, boven zijn hoofd niets hoorde, dacht dat zijn moeder al was gaan slapen en om vijf over twee het huis weer verliet, terug naar de disco. Maar zijn moeder was om kwart over twee nog even komen kijken en toen zijn bed leeg bleek, had ze de hele nacht niet geslapen.”

“Het is duidelijk,” stelt Rubinstein, “dat het harde werken van de koningin hem imponeert en tegelijkertijd bevreesd maakt voor het koningschap in de verte.”

De jonge Alexander ergert zich aan zijn moeder als zij bijvoorbeeld haar drie jongens verbiedt thuis plat Haags praten – wij spreken over de glorietijd van Van Kooten en De Bie, met de toen zeer populaire typetjes Jacobse en Van Es. Beatrix is bang dat haar zonen straks geen beschaafd Nederlands meer kunnen spreken. “Luister naar je eigen manier van praten, vind je dat misschien normaal?” krijgt zij van haar zonen terug. Desgevraagd duidt Alexander haar manier van praten als ‘bekakt’ en een reden om later niet ‘in Leiden’ te gaan studeren.


Op zijn vijftiende gaat de kroonprins naar het Atlantic College in Engeland. Was dat omdat hij zich op het Vrijzinnig Christelijk Lyceum in Den Haag als nationale beroemdheid achtergesteld had gevoeld? Nee, Alexander bekent zelf naar het buitenland te hebben gewild. “Kijk, ik vond mezelf niet lastig. En mijn ouders vonden zichzelf niet lastig. Maar elkaar vonden we wel lastig.”

Over de rol van zijn vader biedt Rubinsteins Alexander weinig nieuwe inzichten – Claus las voor uit hetzelfde sprookjesboek als Beatrix, en hij gaf zijn zoon ooit een windsurfplank. Was Claus toen al de zachtaardige man die we menen te kennen, de grappige, eigenzinnige intellectueel die vanwege zijn broze geestelijke gezondheid – het gevolg van het beknellende leven in de gouden kooi – later op ieders mededogen mocht rekenen? In zijn goede jaren was Claus de man achter de schermen. Oud-premier en huidig Minister van Staat Ruud Lubbers bevestigde dat vorig jaar nog eens in Buitenhof, waarin hij kort na de aanslag in Apeldoorn figureerde: de oudere, wijze Claus was destijds een ‘steun en toeverlaat’ geweest. Beatrix, idolaat van hem, runde het koningschap naar zijn inzicht, en dat was haast op z’n republikeins. Dus: hard werken met een ijzeren discipline. “Voorbereiden, voorbereiden. Lezen, lezen,” zo vatte Alexander de werkzaamheden van zijn moeder samen. Hofleden herinneren zich een Claus die bij de minste of geringste oneffenheid bij hen verhaal kwam halen en daarbij allerminst zachtzinnig te werk ging.

In zekere zin gold die strenge, zakelijke aanpak ook de opvoeding van Willem-Alexander, in het bijzonder het klaarstomen voor zijn toekomstige rol. Beatrix zat de jonge Wim-Lex steeds op de huid, maar dat was toch vooral omdat vader Claus dat verlangde. Onwillekeurig moet dat het kind meer naar de moeder hebben gedreven, heeft het hun band verstevigd.


Beatrix opereerde die eerste jaren als een vorstin die wars leek van de glitter, glamour en emotie die het ambt in het tijdperk van haar moeder en vader van lieverlee was gaan overheersen. De no nonsense-aanpak van Claus en Beatrix wekte de waardering van de eveneens zakelijk georiënteerde premier Ruud Lubbers, die gedurende zijn twaalfjarige ambtstermijn een vertrouwensband met Beatrix opbouwde die tot op de dag van vandaag voortduurt. Als vooruitgeschoven boodschapper maakte hij daags na de aanslag in Apeldoorn op de televisie aan alle geruchten over een aanstaande abdicatie een einde, door te verkondigen dat het voor de hand lag dat Beatrix nog een paar jaar aanbleef, want zij functioneerde nog ‘voortreffelijk’.

Voor royaltywatchers en fervente royalisten viel er door die strakke, zakelijke stijl van Beatrix aanvankelijk weinig te genieten. Op Paleis Noordeinde werd hard gewerkt; de rest was poespas, flauwekul. Noodgedwongen richtte men het vizier op de kroonprins en zijn vriendinnen, en de rol die Beatrix daarbij speelde als bezorgde moeder en als directeur van het familiebedrijf. In de psychologie geldt de moeder-zoonrelatie als minder complex dan die van moeder en dochter. De eerste relatie inniger is dan de tweede – dieper, minder confronterend. Onvoorwaardelijke trouw is de basis. De moeder zal alles doen in het belang van de zoon, en andersom zal hij zorgen dat zijn moeder niet wordt teleurgesteld. Maar als het om de partnerkeuze gaat, kan die relatie flink onder druk komen te staan. Willem-Alexander kreeg achtereenvolgens iets met Paulette Schröder, Yolande Adriaanse en Emily Bremers, maar de liefde beklijfde niet. Misschien zag hij het zelf niet zitten, of jutte moeder hem op ermee te breken omdat zij in de betreffende meisjes geen toekomstige koningin kon ontdekken. Hoe het ook zij, in 1999 komt de Argentijnse Máxima in beeld, en die mag blijven. Het is het begin van een tijd waarin de teugels aan het hof wat meer worden gevierd.


In haar kersttoespraak vlak voor de eeuwwisseling schetst Beatrix een voor haar doen tamelijk zonnig toekomstperspectief: “Bij het zoeken naar begaanbare paden wijst Kerstmis de weg. Juist op deze grens van twee millennia confronteert Christus’ komst in de wereld ons met de kracht van de liefde en de belofte van een hoopvolle toekomst.”

Die grens valt samen met de verslechterende gezondheid van Claus, die in 1982 al eens wegens ‘klachten van depressieve aard’ was opgenomen, en bij wie achtereenvolgens de ziekte van Parkinson, en later prostaatkanker, is geconstateerd. Na Claus’ dood in oktober 2002 wordt die lossere, meer ontspannen houding en invulling van het koningschap voortgezet, ondanks twee andere affaires rond prinses Margarita en Mabel.

Royaltywatchers schrijven die draai toe aan Máxima die, behalve op Willem-Alexander, ook merkbare invloed heeft op de koningin. Nadat de commotie over haar vaders verleden is verdwenen, wordt zij volledig geaccepteerd in het koninklijke bedrijf. Met haar charme en onbevangenheid voegt zij een nieuwe dimensie toe aan de onderlinge verhoudingen. Beatrix en Willem-Alexander vragen haar en elkaars advies, en staan open voor kritiek. Ook de relatie met de pers, onder Claus tot een bedroevend niveau gedaald, krijgt een impuls met een door Alexander geïnitieerde mediacode, die weliswaar op kritiek stuit, maar in elk geval zorgt dat de communicatie tussen de pers en de Oranjes weer op gang komt. Er wordt ook een vereniging opgericht voor verslaggevers van het koninklijk huis (VVKH), waarvan de vertegenwoordigers van de ‘sensatiepers’ worden uitgesloten.


Langzaam ontpopt Willem-Alexander zich die eerste jaren van het millennium als een waardige vervanger van zijn vader, althans in diens rol als adviseur van de koningin. Kijkend in de keuken en intussen tamelijk ongestoord werkend en genietend van zijn jonge en mediagenieke kinderen, bereidt hij zich voor op zijn toekomstige taak en lijkt hij zich te verzoenen met de beperkingen die hem te wachten staan.

In de jaren na zijn huwelijk in 2002 maakt Willem-Alexander een ontspannen indruk en toont hij zich in het openbaar, al dan niet aangespoord door zijn eega, niet eenkennig en werpt hij het journaille quotetjes toe. De geruchten over een abdicatie zwellen vanaf 2007 aan, maar als er kort daarop onzekere tijden aanbreken vanwege een wereldwijde economische recessie, wordt een geldverslindende troonswisseling onverkoopbaar geacht. Daarbij wordt vanuit het Koninklijk Huis met argusogen gekeken naar de groeiende populariteit van Geert Wilders. Diens PVV gaat bij de verkiezingen van maart aanstaande, en volgend jaar bij de Tweede-Kamerverkiezingen, een cruciale rol spelen. Beatrix beseft dat ze de kabinetsformatie, waarbij de rol van het staatshoofd meer dan ooit van doorslaggevende betekenis kan zijn, onmogelijk kan overlaten aan een kersverse koning.

En dan is er de aanslag op Koninginnedag 2009 in Apeldoorn, die Alexander en Máxima hun onschuld heeft doen verliezen. Het spontane televisieoptreden van Beatrix aan het einde van die dag, waarin ze haar afschuw uitspreekt over de aanslag en haar leedwezen betuigt met de slachtoffers en hun familie, past in de nieuwe, lossere huisstijl en zal Alexanders nadrukkelijke instemming hebben gekregen. De koninklijke verzuchting stuwt de populariteit van de Oranjes op tot ongekende hoogte, maar het is zonneklaar dat vooral de kroonprins een tik meekrijgt van de aanslag: is dit wat hem te wachten staat? Alexander weet dat Koninginnedag nooit meer hetzelfde zal zijn. Het animo om het familiebedrijf nu over te nemen, moet tot nul zijn gereduceerd.


In daaropvolgende maanden ver- spelen de Oranjes hun goodwill in rap tempo. Vooral het onhandige optreden van de zoon bij het vastgoedproject in Mozambique zet alom kwaad bloed – zelfs bij de Oranjeverenigingen onder aanvoering van de doorgaans hondstrouwe algemeen voorzitter Michiel Zonnevylle. Weliswaar stopt Willem-Alexander zijn eigen spaarcenten in een groots vakantiecomplex, waarvan hij ook de lokale bevolking mee denkt te laten profiteren, maar het is snel duidelijk dat het een obscuur zaakje betreft en dat de nobele achtergronden, geïnspireerd door zijn vader, die zeer begaan was met Afrika, ver te zoeken zijn. De storm van kritiek heeft veel weg van een afrekening door de representanten van de zogeheten linkse kerk – de elite woonachtig in de spreekwoordelijke grachtengordel. Die pruimde de links angehauchte Claus nog wel, maar heeft weinig op met de volksere Willem-Alexander – de ‘vastgoedkoning’, de ‘prins Pils’ die liever naar een optreden van René Froger gaat dan naar een blokfluitconcert op het Oude Muziek Festival in Utrecht.

Beatrix, het moederdier, begrijpt als geen ander dat dit alles bij elkaar geen tijd is voor een financieel acceptabele, maatschappelijk onomstreden, feestelijke en ook voor Willem-Alexander zelf ontspannen troonswisseling. Het land moet eerst tot bedaren worden gebracht. Aldus houdt zij het kwetsbare jong nog even onder haar rokken. Maar hoe lang nog?

Er zijn vijf scenario’s denkbaar:

1. Moeder onderschat haar zoon en blijft tot haar laatste adem aan het roer.

2. Ze wenst hem zo lang mogelijk te ontzien en gunt hem een zorgeloos leven buiten de firma.

3. De zoon breekt uiteindelijk radicaal met koningin en vaderland en begint in Zuid-Frankrijk een knoflookplantage.


4. De zoon heeft er juist heel veel zin in, kan niet meer wachten en ruziet er met moeder over dat hij geen ‘tweede Charles’ wil worden – de Engelse collega die waarschijnlijk niet meer aan de bak zal komen.

5. De zoon staat niet te popelen, maar offert zich op om zijn moeder niet teleur te stellen, en maakt er maar het beste van.

De derde optie lijkt niet meer van toepassing. Eén keer heeft hij gezegd dat, indien hij voor de keuze wordt gesteld: de liefde of de troon, het dan de liefde zou worden. Hij hield woord, speelde met Máxima en haar familieverleden hoog spel, maar won, dankzij behendig en liefdevol opereren door premier Wim Kok. Maar een tweede keer dreigen met het machtswoord zou ongeloofwaardig overkomen en het gevaar in zich dragen dat het volk z’n bekomst zou krijgen van de kroonprins.

De eerste optie is voorstelbaar, maar inmiddels achterhaald. Ongetwijfeld zal Beatrix haar twijfels hebben over de capaciteiten van haar zoon – volgens zijn voormalige studiebegeleider professor Henk Wesseling is hij ‘intelligent maar geen intellectueel’. Maar ze weet ook dat er eigenlijk geen andere keuze meer is. Friso – voor de geboorte van Alexanders dochters was hij de tweede in de lijn – heeft zich er met Mabel behendig uitgedraaid. Voor hun huwelijk vroeg het paar geen parlementaire goedkeuring, waarmee zijn rechten op de troon zijn vervallen. Constantijn, de derde zoon, is intussen de vijfde in de lijn en neemt een theoretische positie in. Amalia, de gedoodverfde kroonprinses, komt op z’n vroegst over een jaar of tien in beeld.

Eerder zal Beatrix, zolang haar gezondheid en conditie goed blijven, optie 2 hanteren, en haar zoon, naar haar eigen voorbeeld, de tijd en rust gunnen die hij onherroepelijk zal verliezen zodra hij de troon bestijgt.


Vier: het kan, maar enige onderbouwing ontbreekt. Blijft over de vijfde optie, die wij ons zo voorstellen: op haar 75ste verjaardag in 2013 zal Beatrix plaatsmaken voor haar zoon, die dan bijna 46 jaar is. Willem-Alexander belooft er uit liefde voor zijn moeder dan maar voor te gaan en er het beste van te maken, al zal zijn regeerstijl onherroepelijk een breuk betekenen met haar manier van werken. Hij zal het niet opzettelijk doen, maar Willem-Alexander is nu eenmaal geen harde werker zoals zijn moeder; hij lijkt eerder op opa en levensgenieter Bernhard, met wie hij een liefde deelt voor snelle auto’s, skiën, vliegen en het militaire bedrijf, en natuurlijk voor mooie vrouwen. Om geen onnodige brokken te maken, en zo veel mogelijk vrije tijd over te houden voor de leuke dingen van het koningschap, zal hij zich bij de uitoefening van zijn taken beperken tot het hoognodige. Voor de populariteit van de monarchie doet hij een beroep op de beduidend mediageniekere Máxima en de opgroeiende prinsesjes. In het allertreurigste scenario, als hij blijk zou geven van grote ongeschiktheid of als het koningschap zijn (geestelijke) gezondheid zou schaden, hoeft hij vanaf 2013 maar acht jaar aan te blijven, waarna dochter Amalia, die in 2021 achttien wordt, hem kan opvolgen.

Met dank aan Marc van der Linden, Koninklijk Huis-deskundige en hoofdredacteur van het blad ‘Royalty’; Else-Marie van den Eerenbeemt, familietherapeut en auteur van ‘Door het oog van de familie’; Frits Wester, politiek verslaggever bij ‘RTL Nieuws’, Ronald van Raak. Tweede Kamerlid SP; en Paul Bovend’Eert, hoogleraar staatsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Frans van Deijl