Op de bres voor de Zangeres

Jaap Smit, directeur van Slachtofferhulp Nederland, was vorige week in het nieuws met de uitspraak dat grote incidenten te snel als ‘ramp’ werden betiteld. Hij gaf als voorbeeld de vliegtuigcrash van Turkish Airlines van een jaar geleden, waarvoor binnenkort een herdenking wordt georganiseerd. Smit vond het ongeluk daar niet zwaar genoeg voor. Het was verrassend om deze woorden te horen uit de mond van iemand wiens werk bestaat uit verdediging van slachtofferbelangen, maar gelijk heeft hij natuurlijk wel. Bij het vliegongeluk kwamen negen mensen om. Dat is afschuwelijk, zoals elke verkeersdode er een te veel is, maar in het verkeer vallen jaarlijks 750 doden en die groep krijgt niet 75 keer zoveel herdenkingsaandacht.

Met erge incidenten is het wel vaker de vraag wat een gepaste reactie is. Moet je berusten en overgaan tot de orde van de dag omdat shit happens, of moeten er maatregelen komen? In hetzelfde NOS Journaal waar Smit aan het woord kwam, zat een ander opmerkelijk nieuwsfeit: de politie had uitgezocht dat een op de drie gevallen van moord en doodslag een gevolg was van huiselijk geweld, twee derde vrouwen en een kwart kinderen. Ik wist niet meteen wat ik hiervan moest denken. Is het aandeel huiselijk geweld in moord en doodslag nu een grof schandaal, of is het eerder iets om (voor jezelf persoonlijk) opgelucht over te zijn? Tegen gewapende roofovervallen en rondvliegende kogels van drugscriminelen staan toevallige burgers weerloos, terwijl je met enige oplettendheid er wel voor kunt zorgen zelf niet in een levensverziekende relatie terecht te komen. De strekking van dit nieuwsbericht was in ieder geval dat hulpverleners, politie en scholen in verhoogde staat van paraatheid moesten komen om het huiselijk geweld te keren. Inzetten op preventie door de overheid dus.

Tal van Kamervragen vallen onder het kopje ‘kapitaliseren op incidenten’. De Partij voor de Dieren is meester in het genre. Er hoeft maar ergens een verwaarloosd paard gesignaleerd te worden of het is weer raak. D66-leider Pechtold kan er ook wat van. Naar aanleiding van het pas verschenen boek Sterven zonder naam (over het treurige levenseinde van de Zangeres zonder Naam) heeft hij vragen gesteld aan minister Hirsch Ballin. Mary Servaes-Beij, eertijds bekend van levensliederen als Mexico en Mandolinen in Nicosia, stierf in 1998 op de gesloten afdeling van een psychogeriatrisch verpleeghuis. In het boek beschrijft journalist Ben Holthuis met co-auteur Frank Wouters haar tragische werdegang na haar afscheid van het publiek en het overlijden van haar man. Ondanks haar miljoenen en ondanks haar wil om niet in een inrichting terecht te komen, was de Zangeres, dementerend en al, toch de regie over haar leven kwijtgeraakt, en deze spijtige gang van zaken neemt Pechtold als zelfverklaard fan hoog op.


Het boek beschrijft hoe de huishoudster en de boekhouder van Servaes haar onder curatele plaatsten, waarbij de een met toestemming van de familie (!) zichzelf als bewindvoerder opwierp. De auteurs suggereren dat een en ander met financiële malversaties gepaard is gegaan. Schandalig hoe een dementerende BN’er aan de aasgieren is overgeleverd! Dat zou verboden moeten worden, meent Pechtold. Hij vergeet hierbij dat andere bewoners van psychogeriatrische instellingen daar ook nooit terecht hadden willen komen en óók de regie over hun leven zijn kwijtgeraakt. Dementerenden zijn per definitie niet meer in staat om hun eigen belangen te behartigen. Als ze over een liefdevolle naaste beschikken (partner of kind), kan die zich soms opofferen om het thuiswonen te continueren, maar velen zijn daartoe niet in staat of kunnen het niet volhouden.

Bij ontstentenis van kinderen en andere dichtbije familie, zoals in geval van de Zangeres, is er eenvoudig niet voldoende loyaliteit voorhanden om een dementerende, hoe rijk ook, alleen thuis te laten wonen. Zelfs de beste vriend of vriendin gaat niet al het personeel dat daar voor nodig is screenen, superviseren en controleren. Als de bewindvoerder al niet geneigd is om zichzelf uit te betalen voor zijn diensten, dan zal het particuliere zorgpersoneel wel hier en daar een graantje meepikken. Er is geen manier waarop de overheid kan reguleren dat de wens van dementen wordt gerespecteerd, terwijl ze tegelijk niet worden geplukt. Want ook de overheidstoezichthouder kan corrupt blijken. Het bureaucratische eindstation van de inrichting brengt dan nog het minste kwaad met zich mee.

import beatrijs ritsema