Opa’s piano afgestoft

We kunnen ons nog maar moeilijk voorstellen dat de fortepiano in het tweede deel van de achttiende eeuw helemaal hip and happening was. Vanuit Augsburg schreef Mozart een brief aan zijn vader, waarin hij zich verrukt toonde over de speltechnische mogelijkheden die het instrument biedt. De fortepiano was als opvolger van het klavecimbel inderdaad een technologisch wonder. Wanneer je een toets van het klavecimbel indrukt, wordt een snaar getokkeld door een pin die door de toets in beweging wordt gezet. Dat is een eenmalige handeling en het geluid sterft vrij snel weg. Je kunt verder geen enkele invloed op de dynamiek of op de lengte van de toon uitoefenen. Hard en zacht spelen kan dus niet. Dat was nu juist de grote innovatie van de forte (hard) piano (zacht). Mede dankzij Kristian Bezuidenhout, een musicus die zowel het klavecimbel, de fortepiano als de moderne piano beheerst, wordt de fortepiano steeds minder gezien als de krakkemikkige opa van de Steinway. Recent verscheen het eerste deel van Mozart Sonatas, Fantasies & Variations – een project dat geheel gewijd is aan Mozarts liefde voor dit, voor hem, nieuwe instrument. Die liefde is vooral te horen in Mozarts variaties op Unser dummer Pöbel meint. Mozart haalt alles uit het instrument, er zit zelfs een uitgeschreven cadens in. Mozart wilde hier duidelijk zijn visitekaartje als pianist afgeven. En Bezuidenhout geeft dat kaartje op een even virtuoze als sensitieve manier door aan de muziekliefhebber van de 21ste eeuw.

Ruud Meijer