Verdachte Kim

Kim is 24. Als tiener had ze een relatie met een drugscrimineel, die verdween tijdens haar tweede zwangerschap. Daarna ging het beter. Haar nieuwe vriend was bij de geboorte van Daniël, maar ook die relatie hield geen stand. Momenteel heeft ze relatie noch baan, en woont ze afwisselend bij haar vader en moeder. ‘Op dinsdag 13 juni 2006 was ik nog compleet, al klinkt dat misschien gek. Mijn kinderen waren er nog. Ik zou een opleiding gaan volgen, in de zorg. Daarom zouden de kinderen naar een kinderdagverblijf gaan. Dat vond ik eng. Maar toen ik een dagje met Romy was gaan kijken en zag hoe ze reageerde, was ik gerust. Ze vond het hartstikke leuk. Stond ik daar ineens zelf met een brok in mijn keel: waarom huilt ze nou niet? Maar aan de andere kant dacht ik ook: ja, ik ga weer naar school.

Er waren plannen om naar Rotterdam te verhuizen. Mijn nieuwe vriend en ik hadden het vaak over trouwen, maar dat moest nog even duren. We hadden er allebei een beeld bij. Daniël moest groter zijn. Ik zag hem al in een kostuumpje. En Romy als bloemenmeisje.”

Dat is nogal een contrast met dat beeld van de doorgedraaide verslaafde. En dat stond niet alleen in de krant, de politie dacht er ook zo over.

Ze neemt nog een slok thee en reageert gelaten. “Ik werd afgeschilderd als iemand die dag in dag uit onder de coke zat. Dat was toen helemaal niet zo. Die periode heb ik gehad, dat zeg ik eerlijk, maar toen waren mijn beide kinderen er nog niet. Maar voor de rechercheurs was het klaar toen ik had gezegd dat ik die avond coke had gebruikt. Zie je wel, het zoveelste gezinsdrama. Ze zijn niet verder gaan kijken. Een rechercheur zei het recht in mijn gezicht: ‘Je bent gewoon een junk.’

Maar ik kreeg ook steun. Het klinkt raar, maar in het huis van bewaring heb ik het niet naar gehad. Iedereen behandelde me daar goed. Ik heb weleens gehad dat ze me uit de cel haalden zodat ik kon bellen, terwijl dat eigenlijk niet mocht. Op de verjaardag van mijn dochter, een beladen dag, was er een bewaarder die ging regelen dat ik twee uur bezoek kon krijgen. Ik kreeg kaartjes van andere vrouwen op de afdeling. Ik kwam op mijn eigen verjaardag een keer terug van een zitting bij de rechtbank, hadden ze mijn deur versierd. Zelfs de psycholoog zei: maak je niet druk, je gaat naar huis.”

In het Pieter Baan Centrum, toch een gerenommeerde instituut waar bepaald wordt of iemand zijn daden aan te rekenen zijn, kwam er tbs met dwangverpleging uit. Volgens je moeder omschreef een medewerkster je zelfs als ‘debiel’. Ooit gedacht dat je gek was?


Hoofdschuddend: “Weet je hoe zoiets gaat? In het PBC kreeg ik testen met van die inktblaadjes. ‘Kim, wat zie hier in?’ ‘Een inktvlek,’ zei ik dan. ‘Ja, maar zie je hier geen vlinder in?’ Toen heb ik een keer gezegd: ‘Als jij hier een vlinder in ziet, zie je ze vliegen. Ik zie een inktvlek.’ Ze wisten niet wat ze met me moesten. En ineens zeiden ze: ‘We geven het advies tbs met dwangverpleging.’ Pardon? Waarom? ‘Nou, omdat we het gewoon niet weten met jou.’ Toen dacht ik wel even: het zal dan wel. Ik zal wel gek zijn. In de cel heb ik ook weleens gedacht: nu verlies ik het echt. Maar ik ben helemaal niet gek. Ze konden gewoon niets van me maken.”

Er is een site gemaakt voor Romy en Daniël, door de moeder en stiefvader van je toenmalige vriend. In het gastenboek schrijven mensen vreselijke dingen over je. Een citaat van ene Jasmijn: “Onbegrijpelijk dat het bewijs dat er is in combinatie met de leugens die verteld zijn door Kim niet genoeg reden zijn geweest om haar levenslang op te sluiten en NOOIT meer kinderen te laten krijgen.” Blijf je daar laconiek onder?

“Nee, natuurlijk niet! Natuurlijk doet dat pijn en word ik er kwaad van. Maar wat weten mensen nou? Eentje schrijft ook: waarom is er radiostilte van Kim? Nergens zijn er berichten van de rouwende moeder te vinden! Maar waarom zou ik iets op internet moeten zetten? Niemand snapt het echt. Ik rouw niet. Wat is dat, rouwen? Je voelt zoveel, daar valt geen naam aan te geven. Een potje huilen lukt niet echt. Ik heb mijn dochter zo gezien, die avond. Dat beeld raak ik nooit meer kwijt. Soms droom ik er over. Of dat altijd zo blijft, weet ik niet. Ik hoop van niet. Je leert ermee te overleven. Wat ik me heb aangeleerd, is te denken aan de dingen van mijn kinderen die me blij maken. Wat mijn dochter allemaal deed, hoe mijn zoontje keek als hij net wakker was.”


Wil je nog kinderen? Je bent nog steeds pas 24.

Zachtjes: “Daar ben ik op dit moment niet mee bezig. Echt niet. Ik heb het lang moeilijk gevonden, kinderen om me heen. Op de verjaardag van mijn nichtje liep een klein meisje rond, van een jaar of twee. Ze kwam steeds naar me toe. Ik draaide me de hele tijd om, maar op een gegeven moment zat ze ineens op mijn schoot. Toen voelde ik wel kriebels in mijn buik. Ik dacht: wacht even Kim, het is er niet een van jou. Mijn zus heeft nu een zoontje van een jaar, dat ging meteen goed. Hij draagt de naam van Daniël als tweede naam.

Ik zal ooit wel weer een eigen plek willen die me niet afgepakt kan worden, en een opleiding. Alles stap voor stap. Op dit moment kijk ik niet naar de toekomst. Dat beeld is weg. Ik focus me op het hoger beroep en op mezelf staande houden. De spanningen worden groter nu het dichtbij komt. Mijn eetlust wordt minder, daar moet ik op letten. Als het goed afloopt, zou de druk wel minder zijn, al is er dan nog niets opgelost. Maar ik wil nergens van uitgaan. En als het fout gaat? Ik zou het echt niet weten. Ik zou niet weten hoe ik me moet voelen als ik veroordeeld word. Als ze zeggen: mevrouw Visser, u gaat weer terug.”

‘Op dinsdag 13 juni 2006 was het leven nog goed. Ik ben eigenlijk een vrolijk mens, altijd geweest. Positief. Ik had toen ook een vriend en ik werkte in de bakkerij, net als nu. Nu valt het werk me veel zwaarder. Ik vind het leuk, maar ik ben blij als het twee uur is en ik weer naar huis kan. Niet naar de stad, zoals ik vroeger nog weleens deed. Naar huis, de deur achter me dicht. Ik ben doodmoe – dat heb ik nooit gehad. Maar ik slaap slecht. Behalve op zaterdag, als ik naar mijn vriend ga; dan val ik als een blok in slaap. Hij zegt weleens: je komt hier alleen om te slapen.”


Uit de kranten, direct na de moord, rees het beeld van Kim als een cocaïneverslaafde die niet was opgewassen tegen een leven met twee jonge kinderen, en die onder invloed volledig was doorgedraaid. Een afgerond plaatje.

Janis haalt haar schouders op. Ze schetst een ander beeld: van een doodnormale dochter die op de laatste avond van het leven van haar kinderen nog leuke foto’s naar haar mailde. “Het klopte gewoon echt niet. Het enige wat tegen haar pleit, is dat ze cocaïne had gebruikt. Toen ik hoorde dat dat zo was, ben ik op internet gaan zoeken wat coke eigenlijk is en wat het met je doet. Als je af en toe gebruikt, schijnt het vooral te zijn om een avond flink door te kunnen gaan of extra goede seks te hebben. Als je heel vaak gebruikt, kan het wel je gedrag veranderen. Dat vroegen ze ook aan me: heb je weleens wat aan haar gemerkt? Maar ik heb niks gemerkt. Ik zou ook niet weten waar ik op moest letten. Ik had haar die dag nog gezien en gesproken; ze was vrolijk en normaal. En als ze echt een junk was geweest, hadden ze dat toch moeten kunnen zien?

Ineens kent iedereen je. Een programma deed interviews op straat. Iemand zei: ja hoor, ik heb haar weleens zien lopen, dat blonde vrouwtje. Kim is nooit blond geweest. De kinderen werden afgeschilderd als jankers, maar dat waren ze totaal niet. Ik zei weleens; je mag je handen dichtknijpen met zulke kinderen.”

Ze kijkt glimlachend door het raam naar buiten. “Romy was echt een heel leuk kind, heel grappig. Ze had een babypop. Zat ik met haar broertje Daniël op schoot, dan deed ze met die pop alles na wat ik deed. En als ze iets deed wat niet mocht, gaf ze zichzelf straf door in de gang te gaan zitten. Welk kind doet dat nou?”

Meer leuke content? Like ons op Facebook

import moord