Coq au vin

Geen genade voor onkruid en schadelijke insecten!” luidde het motto van de Franse wijnindustrie in de jaren zeventig. In die periode ging naar verluidt meer dan driekwart van het landbouwgif in Frankrijk naar de wijnindustrie. En die kweet zich dermate enthousiast van haar taak dat er per vierkante centimeter grond in een wijngaard in de Bourgogne nog minder levende organismen werden geteld dan in de Sahel. Maar de druivenranken floreerden, dat wel.

Inmiddels is ‘biologisch’ het buzzword, en worden andere methoden gebruikt om de wijnoogst veilig te stellen. Zoals bordeauxse pap, een gouwe ouwe in de biologische wijnbouw: een mengsel van kalk en kopersulfaat, waarmee de schimmelziekte meeldauw wordt bestreden. Strikt genomen is dit bestrijdingsmiddel eigenlijk helemaal niet zo milieuvriendelijk. Kopersulfaat laat in de wijngaard koper achter, en dat valt toch echt onder de noemer zware metalen. ‘Brussel’ schijnt daar dus een stokje voor te gaan steken.

Maar het kan ook anders. Bijvoorbeeld door algen en heermoes in te zetten om de wijnranken te versterken. Algen stimuleren de wortelgroei en heermoes bevat veel kiezelzuur, dat een natuurlijke bescherming biedt tegen schimmelziekten. En de bloemen die tegenwoordig tussen de wijnranken worden geplant, zijn niet bedoeld om wijn te componeren met een overweldigend boeket, maar als lokkertje voor nuttige insecten en vogels. Die doen zich tegoed aan schadelijke insecten, waardoor chemische bestrijding overbodig wordt. Zelfs de kippen van de bio-wijnboer hebben een rol gekregen in het weer in balans brengen van het ecosysteem. Het pluimvee mag vrijuit rondscharrelen in de wijngaard om zich daar vol te eten met schadelijke larven. Hoe puur natuur had u uw coq-au-vin gehad willen hebben?

import eet team