De euro een gréco?

Zijn we nog steeds zo blij met de euro die ons tijdens de kredietcrisis door de ergste storm heeft geloodst? In Duitsland zijn ze bang dat Europa een Schuldengemeinschaft wordt als Griekenland te hulp wordt geschoten. Bij ons heeft de Tweede Kamer erop aangedrongen dat de Grieken hun eigen rommel opruimen zodat wij er niet voor opdraaien. En na een top in Brussel onder leiding van de nieuwe Europese ‘president’ Herman Van Rompuy kreeg de wereld te horen dat de Grieken eerst zelf orde op zaken moeten stellen en pas in uiterste nood op steun kunnen rekenen. Allemaal nieuws om een zuinig gezicht bij te trekken. Maar dat hadden we beter eerder kunnen doen, toen bij het van start gaan van de euro in 2002 ineens ook Griekenland tot de EMU bleek te zijn toegetreden. Vooraf was ons door de Nederlandse politiek een euro beloofd met alleen financieel gezonde deelnemers – dus niet met Portugal, Ierland, Italië, Griekenland en Spanje (de huidige ‘PIIGS’ in de eurozone).

Wat nu gebeurt, is in de jaren negentig allang voorspeld. Kom dus niet aan met verhalen dat we door de Grieken zijn voorgelogen en dat we het niet hebben geweten. André Szász, oud-directeur Internationale Zaken bij De Nederlandsche Bank, heeft in die jaren consequent gewaarschuwd voor gesjoemel met de EMU-criteria. Szász, een bewonderaar van de Duitse Bundesbank en een Europees federalist, wees erop dat een monetaire unie zonder politieke unie een historisch waagstuk was. Szász was ook de architect van de koppeling van de gulden aan de D-mark, waarbij De Nederlandsche Bank meteen het Duitse rentebeleid volgde. Dat heeft Nederland geen windeieren gelegd en was een grote hulp bij het saneren van de ontspoorde staatsfinanciën. Het maakte de gulden tot ‘hardste’ munt binnen het Europese muntstelsel, waardoor Nederland zich in geldzaken nog Duitser opstelde dan de Duitsers zelf. Wim Duisenberg dankte er zijn benoeming aan als eerste president van de op Duitse leest geschoeide Europese Centrale Bank.

Denk niet dat de Nederlandse politiek altijd zo solide is geweest of nooit ‘Griekse toestanden’ heeft gekend. In de jaren zeventig werden de vermaningen van DNB-president Jelle Zijlstra permanent in de wind geslagen en de nationale politiek werd pas in de jaren tachtig, toen de wal het schip keerde, via het Duitse rentedictaat in het Rijnlandse gareel gebracht. En in Europese monetaire zaken voer Nederland geen gulden middenweg, maar een strikt formalistische koers, die, als puntje bij paaltje kwam, nooit kon worden hard gemaakt. Anders was de euro nooit met de zuidelijke lidstaten van start gegaan. Dat Nederland hun gesjoemel door de vingers zag, was niet alleen Nederlands gedoogbeleid, maar kwam ook doordat Duitsland erin meeging. Helmut Kohl had aan François Mitterrand de euro toegezegd, in ruil voor Franse medewerking aan de Duitse eenwording. Daarbij had Kohl het dogma losgelaten dat een muntunie alleen samen met een politieke unie solide kon zijn. Frankrijk wilde dat toen niet (het ging Parijs om het ‘europeaniseren’ van de machtige Bundesbank).


De afgelopen jaren heeft de euro wonderwel gefunctioneerd en is hij ook tot reservemunt voor de verzwakte dollar uitgegroeid. De interne tegenstellingen werden daardoor niet op de spits gedreven. Maar het was een kwestie van tijd tot de contradicties binnen het EMU-bouwwerk zich tijdens een financiële crisis zouden openbaren, en voor die krachtproef staat de eurozone nu. Daarbij gaat het om een keus tussen twee kwaden. Ofwel de Grieken, die er een potje van hebben gemaakt, worden geholpen, wat het gevaar inhoudt van ‘moral hazard’ en de verdragen die de euro schragen kan uithollen. Of de Grieken worden aan hun lot overgelaten, wat een politiek zwaktebod is en een kettingreactie op de financiële markten kan uitlokken richting andere zorgenkindjes. Gezien de enorme schuldenlast van de zuidelijke lidstaten, waar ook Noord-Europese banken (in het bijzonder de Nederlandse) diep in zitten, staat nu al vast dat de eurozone het zich niet kan permitteren om de Grieken te laten vallen. Dat zou ten koste gaan van onze eigen (genationaliseerde) banksector en de geloofwaardigheid van de euro geen goed doen. Flinke Nederlandse praatjes houden geen stand.

Wordt de euro dan een gréco? Dat niet; daarvoor heeft de eurozone te veel massa. Maar we gaan wel naar meer door Europa opgelegde financiële saneringen. Dat vereist geen politieke unie, maar misschien wel een soort Europese economische regering waarvoor Frankrijk al enige tijd pleit. Met een centrale bank in Frankfurt is zo’n euro als veredelde ‘franc fort’ niet eens zo’n rare uitkomst. Voor Nederland, met zijn argwaan tegen alles wat zuidelijk is, wordt het even slikken.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

import dirk jan van baar