De Griekse beginselen

Moeten de spilzieke Grieken desnoods uit de eurozone worden verwijderd als ze hun staatsfinanciën niet op orde krijgen? Vier redenen waarom Europa toch maar beter voorzichtig aan kan doen met Griekenland.

Toen anderhalf jaar geleden de kredietcri- sis uitbrak, maakten diverse Europese (oud-)politici die in 2002 medeverantwoordelijk waren voor de invoering van de euro zichzelf openlijk een compliment. Zie je wel, zeiden ze, dat hebben we toch maar goed gedaan. Want als Europa géén eenheidsmunt had gehad, waren de gevolgen van de kredietcrisis nog veel desastreuzer geweest. De diverse nationale munten waren dan op de financiële markten tegen elkaar uitgespeeld en Europa zou een monetair slagveld zijn geworden.

Inmiddels zijn die geluiden echter zo goed als verstomd en beklimmen steeds vaker oude en nieuwe criticasters van de euro het podium om – met terugwerkende kracht – hun gelijk te halen. Aan de problemen die nu zijn gerezen met Griekenland, zo beweren ze, kun je zien dat een monetaire unie zonder politieke unie gedoemd is te mislukken. Spilzieke landen kunnen dan immers onvoldoende worden gecorrigeerd, met alle inmiddels zichtbare gevolgen van dien.

Hoewel op de juistheid van dat inzicht waarschijnlijk weinig valt af te dingen, schieten we er in de huidige omstandigheden weinig mee op. Want hoe spijtig ook: het onder betere randvoorwaarden ‘overdoen’ van het europroject is geen optie. Redden wat er te redden valt, kan echter nog wél. Uiteraard bij voorkeur op kosten van de Grieken zelf, maar ook als de andere EU-lidstaten op enig moment zouden moeten gaan meebetalen, zoals de Europese president Herman Van Rompuy al heeft laten doorschemeren, is er feitelijk geen alternatief. Want een (gedwongen) uittreding van Griekenland uit de Europese monetaire unie klinkt misschien wel mooi, maar zou de euro zeer forse imagoschade toebrengen. Goedkoop zou dan weleens duurkoop kunnen worden en daar heeft ook Nederland geen enkel belang bij.


Bovendien: als Griekenland op enig moment uit de eurozone zou worden verwijderd, dreigt een zwaan-kleef-aan-effect. Met name Spanje, Portugal en Ierland kampen met soortgelijke financiële problemen als de Grieken. Als ook die landen buiten de monetaire unie zouden komen te staan, is het definitief over en uit met de euro.

Griekenland ligt in een gevoelige regio

Hoewel het niet gebruikelijk is om Griekenland aan te duiden als een Balkanstaat, ligt het land wel degelijk op het zogenoemde Balkanschiereiland. Die geografische ligging heeft Griekenland gemeen met Albanië, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Macedonië, Montenegro en Kosovo, en ook met een deel van Kroatië, Slovenië, Roemenië, Servië en Turkije. In die vanouds roerige regio is Griekenland sinds 2002 het enige land dat tot de eurozone behoort. Ergo: wie de Grieken de euro wil ‘afpakken’, transformeert tevens de hele Balkan tot een gebied waar de Europese monetaire unie voortaan niets meer in de melk te brokkelen heeft. Zou de Balkan, ook anno 2010 nog altijd een etnische lappendeken met tal van sluimerende conflicten, daar stabieler van worden? De vraag stellen is hem beantwoorden.

Met de nieuwe EU-lidstaten uit Oost- Europa (tot 1989 communistische dictaturen) en ook Portugal en Spanje (tot halverwege de jaren zeventig rechtse dictaturen) heeft Griekenland gemeen dat de parlementaire democratie er sinds de Tweede Wereldoorlog bepaald geen vanzelfsprekend verschijnsel was.

Ter opfrissing van het geheugen: na een bloedige burgeroorlog (1946-1949) en jaren van grote politieke onrust kregen de Grieken in 1967 te maken met een militair bewind, gevolgd door een mislukte staatsgreep van koning Constantijn II, die daarna werd verbannen. In de zomer van 1973 werd Griekenland officieel een republiek met juntaleider Georgios Papadopoulos als president. Pas na een studentenopstand (november 1973) en een gesneefde Griekse coup tegen de Cypriotische president Makarios (juli 1974) pakten de militairen hun biezen en kreeg Griekenland weer een burgerregering en, in november 1974, vrije verkiezingen.


Dat de Grieken sindsdien niet opnieuw zijn weggegleden in chaos en dictatuur, was niet alléén te danken aan hun lidmaatschap van de Europese Gemeenschap (sinds 1981), maar stond daar ook niet helemaal los van. Iets preciezer geformuleerd: de Griekse democratie kreeg met de toetreding tot de Europese familie een soort levensverzekering. Voor een land met tal van gewelddadige politieke splintergroepen, een traditie van anarchistisch studentenverzet en een nog altijd zeer invloedrijke orthodox-communistische partij – de KKE – die de steun geniet van bijna tien procent van het Griekse electoraat, was en is dat geen overbodige luxe.

Anders dan Duitsland, Frankrijk, Italië en de drie Beneluxlanden hoorde Griekenland in 1951 niet bij de oprichters van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), de belangrijkste voorloper van de Europese Unie. Maar toch: in een wat breder verband bezien is Europa zonder Griekenland incompleet. Want de Europese cultuur is, anders dan tegenwoordig vaak wordt beweerd, niet alleen voortgekomen uit de joods-christelijke traditie, maar wortelt ook minstens zo sterk in de Griekse klassieke Oudheid.

Vooral tussen 500 en 350 voor Christus beleefde Hellas, zoals Griekenland toen werd genoemd, een periode waarin vrijwel alle denkbare cultuuruitingen tot grote bloei kwamen: literatuur, filosofie, schilderkunst, beeldhouwkunst, architectuur, muziek et cetera. Zonder al die eeuwenoude Griekse verworvenheden – van de ideeënleer van Plato tot de Olympische Spelen, en van de stelling van Pythagoras tot de tragedies van Aeschylus, Sophocles en Euripides – was Europa een heel ander continent geworden. Zeker voor politici die Turkije buiten de EU willen houden met het argument dat het land geen Europese roots heeft, geldt derhalve dat ze voor Griekenland direct in de bres zouden moeten springen.


Daar is trouwens ook nog een ander, eveneens historisch argument voor: zonder de oude Grieken hadden we het vermoedelijk zelfs zonder het wóórd Europa moeten stellen. Oorspronkelijk was Europa namelijk de naam van een beeldschone, in een Griekse mythe figurerende koningsdochter, die door de oppergod Zeus, voor de gelegenheid vermomd als stier, werd verleid en hem vervolgens drie zonen baarde. Voor alle volledigheid: de wisecrack dat Europa nu wederom door de Grieken wordt genaaid, heeft inmiddels al een kleine baard.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Roelof Bouwman