PvdA-bashing

Het is in Nederland gevaarlijk om kritiek te hebben op de PvdA. Althans: voor hoofdredacteuren van HP/De Tijd. Als je namelijk op deze plek met enige regelmaat het optreden van de PvdA’ers in het kabinet en in de Tweede Kamer in alle objectiviteit bespreekt, dreigt de abonnementenadministratie overuren te moeten draaien. Menige HP/De Tijd-lezer is niet gediend van wat dan al snel ‘PvdA-bashing’ wordt genoemd. Vooral het stempel ‘draaikonterij’ op het hoofd van Wouter Bos of een mild-kritische recensie van het charisma van fractievoorzitter Mariëtte Hamer zorgen voor een levendige brievenstroom richting redactie.

Toch kunnen we, zolang de PvdA in de parlementaire werkelijkheid groter is dan wat de opiniepeilingen wekelijks voorspellen, af en toe niet heen om het gedrag van de op één na grootste regeringspartij. Dat bracht ons deze week naar Delfshaven. Een Vogelaarwijk waar 71,5 procent van de bevolking ‘allochtoon’ wordt genoemd. Waar de PvdA in de deelraad zestien van de 25 zetels bezet. Zo’n wijk waar, nu er ook van rijkswege miljoenen in worden gepompt, PvdA-ministers en lokale PvdA-politici trots op zijn. Die van ‘probleemwijk’ ‘krachtwijk’ of ‘prachtwijk’ aan het worden is.

Een van de graadmeters die politici hanteren om te bepalen of de aanpak van een achterstandswijk werkt, is het percentage autochtone én het percentage redelijk tot goed verdienende bewoners. Dat heet: een evenwichtige bevolkingssamenstelling. U en ik zouden er moeten willen wonen, in een fraaie loft bijvoorbeeld. Laat ik voor mezelf spreken: ik ben geboren in Rotterdam en overweeg er ook ooit terug te keren. Niets mooiers dan een multicultureel samengestelde, veilige wijk met mooie woningen en goede voorzie-ningen, vlak bij het stadshart van Rotterdam, de no-nonsense stad van Nederland.

Maar dankzij de PvdA weet ik één ding zeker: Delfshaven, nota bene de wijk waar mijn vader geboren is, wordt het niet. De PvdA zegt namelijk aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen bij monde van kandidaat-deelraadslid Fiki Demirta op grote posters in Delfshaven tegen mij: “Delfshaven Belediye Meclis Adayi. Güvenli ve güzel bir Delfshaven için, Gençlerimizin eg itimi için, is ve isyeri için, daha fazla yesil ve spor için, hizmete talibim.” En daar snap ik, met slechts negen jaar Engels en Duits en drie jaar Frans, maar één woord van: Delfshaven.


Als ik in die taal wil worden aangesproken, ga ik wel in Istanboel wonen. Daar hebben ze ook prachtwijken. Waarin allochtonen gewoon moeten integreren. En terecht.

Jan Dijkgraaf