De laatste bolwerken

Poldernatie als we zijn, smeden we elk meningsverschil om tot een compromis. Maar er zijn nog gemeenten waar al jaren één partij de scepter zwaait. Alleen, hoelang nog?

In 2006 stemde in Meliskerke 66 procent op de SGP. Waardoor blijft die aanhang zo groot? ‘In de kerk bidden we voor de partij die zich houdt aan het woord van de Heere.’

Het gereformeerde dorp Meliskerke behoort tot de gemeente Veere, waar bijvoorbeeld ook badplaats Domburg onder valt. De gemeenteraad bestaat uit negentien zetels, vijf daarvan zijn voor een gelegenheidsfusie van SGP en ChristenUnie (CU). Hoe handhaven de Meliskerkse raadsleden van de orthodox-christelijke partij zich in de Veerse gemeenteraad? SGP en CU opereren in de raad dan wel als één fractie, in Meliskerke wordt wel degelijk onderscheid gemaakt tussen deze twee partijen. “Als we bidden voor de partij die zich aan Gods woord houdt, weet iedereen dat we het over de SGP hebben. En niet over de ChristenUnie,” aldus meneer Riemens, scriba van de Gereformeerde Gemeente.

Meliskerke is in de greep van de Gereformeerde Gemeente. Van de 1449 inwoners zijn er ruim duizend gemeentelid. En dat is te merken. Het dorp is op zondag doodstil, tenzij men naar de kerk gaat. En dat is drie keer. Riemens: “Tussen de kerkdiensten door zit men thuis om psalmen te zingen en de Bijbel te lezen.”

Op de enige basisschool in Meliskerke, uiteraard van de Gereformeerde Gemeente, mogen de meisjes geen broek aan. Fanatiek sporten is voor beide seksen not done. Mocht je de aanschaf van een televisie overwegen, dan komt de dominee langs om ‘daarover in gesprek te gaan’. Het bezit van een televisie kan een reden zijn om niet tot de gemeente te worden toegelaten. De politieke voorkeur van de meeste Meliskerkers wordt in principe bepaald door de dominee, al zal deze de SGP nooit expliciet noemen.


Meliskerke is een lieflijk gehucht. Buiten de bebouwing grazen zachte pony’s, op de achtergrond tekenen de duinen zich scherp af tegen een grote lucht. Het zal geen verbazing wekken dat Meliskerke ’s zomers veel toeristen trekt. De negen vakantie-appartementen zitten dan altijd vol. Maar Christian Munezero (17) verveelt zich hier te pletter. Eerst woonde hij in Eindhoven. Maar zijn moeder kreeg een baan bij de gemeente Veere en nu woont hij alweer drie jaar hier. “De mensen zijn zo anders. Hun kleding, hun gedrag… ik heb in het dorp geen vrienden. De jongeren zijn schijnheilig. Overdag hangen ze allemaal de brave christen uit, maar ’s nachts zitten ze stiekem te blowen.”

SGP-raadslid Arie Schot woont in Aagtekerke, hemelsbreed drie kilometer bij Meliskerke vandaan. Hij zegt: “Het zijn dezelfde soort kerkdorpen.” Naast zijn politieke functie is hij koster. “Ik ben op mijn 33ste hiernaartoe verhuisd. Eigenlijk kom ik uit Zeist. Nee, dat was geen cultuurschok. In Zeist bestaan ook gereformeerde gemeentes. Alleen wonen er óók veel mensen die níet per se kerkelijk zijn. De sociale controle is hier misschien wat duidelijker. Maar heb je die niet in elk klein dorp?” De vraag of hij televisie kijkt, vindt Schot achterhaald. “Tegenwoordig is internet veel belangrijker voor onze informatievoorziening. Toen ik klein was, hadden we ook geen tv; ik heb ‘m nooit gemist. Maar we leven niet afgesloten van de echte wereld, hoor, als u daarop doelt.”

Het raadslid zit bij de SGP uit principe. “Deze partij staat het dichtst bij mijn beleving. We handelen naar Gods woord.” Maar zodra het gesprek over politieke kwesties gaat, is het soms lastig doordringen. Waarmee onderscheidt de SGP zich, behalve door de strikte naleving van de Bijbel? Waar liggen de prioriteiten? “We vinden de zondagsrust belangrijk. Maar wat betreft maatschappelijke standpunten verschillen we niet van andere partijen.”


In café Boone, de enige kroeg in Meliskerke, zit, tussen de principiële niet-leden en afvalligen, één lid van de Gereformeerde Gemeente. Cor heeft een helderder antwoord op de vraag wat voor partij de SGP is. “Een soort VVD, maar dan met de Bijbel.” Hij vervolgt: “Wij zijn bijvoorbeeld ook koningsgezind.” Waarom, dat weet hij zelf eigenlijk ook niet zo goed. “Dat zijn we gewoon.” Ben, die niet-lid is: “Cor kan niet denken. Dat doet de dominee voor ‘m.” Maar Cor gelooft niet dat de dominee ooit iets heeft gezegd waarmee hij het niet eens kon zijn. Tot Joke, schoonzus van de kroegbaas, aan hem vraagt wat hij van het nieuwe verbod op leggings vindt. Cor, voorzichtig: “Zelf hou ik eigenlijk wel van een beetje bloot.” Jan, een ander niet-lid aan de bar: “Ik was nooit bezig met politiek. Tot ik te horen kreeg dat de SGP van plan was de strandpaviljoens op zondag te sluiten. Toen dacht ik: en nou ga ik stemmen. En níet op de SGP.”

Mineke Bierens-Baljaars is als VVD-raadslid erg tevreden over de samenwerking met de Staatkundig Gereformeerde Partij. “Inderdaad, die zondagsrust is voor ons geen prioriteit. Maar we respecteren ‘m wel. Recent had de gemeenteraad een discussie over de sluitingstijd van strandpaviljoens. De SGP vindt principieel dat die niet later dan om 12 uur mogen sluiten. De PvdA en GroenLinks gingen met dat standpunt mee omdat ze voor een alcoholmatigingsbeleid zijn. Dus nu is geen enkel strandpaviljoen in de gemeente na twaalven open. Maar op zakelijk gebied hebben de SGP en wij vaak dezelfde insteek.”

In café Boone gaat de discussie onverminderd voort. Ben: “Weet je wat ik nou zo hypocriet vind? In Amerika heb je ook van die strenge gemeentes. Tégen abortus, want je mag niemand het leven ontnemen. Maar ondertussen wél bommen gooien op onschuldige burgers. Dat is toch hypocriet, Cor?” Maar Cor trekt zijn schouders wat hoger op en staart in zijn glas. Over het algemeen hebben leden en niet-leden geen last van elkaar in Meliskerke. Hoogstens drijft men af en toe de spot met elkaar. Riemens: “We lenen elkaar gerust een ladder.”


Op 3 maart doet D66 voor het eerst mee aan de verkiezingen. SGP-man Arie Schot: “Van onze achterban zullen ze geen stemmen krijgen. Die stemt nu eenmaal vanuit een ander motief. Vanuit principe.”

Ten zuiden van het Gelderse Millingen aan de Rijn begint Duitsland, aan de andere kant stroomt de rivier. Van oudsher een arbeidersdorp, is Millingen een echt PvdA-bolwerk. ‘Je identificeert je met de ‘gewone man’.

Sociaal geograaf Jan Smit woont sinds enkele jaren in Millingen. “Millingen heeft een eigen scheepswerf. In de hoogtijdagen werkten daar vijfhonderd mensen. En dan stonden hier ook nog twee steenfabrieken. Hierdoor industrialiseerde het dorp al rond 1900, veel sneller dan zijn omgeving. En arbeiders stemmen graag PvdA.”

Maar op scheepswerf Bodewes werken vandaag de dag hoogstens vijftig man. En de steenfabrieken zijn al lang gesloten. Het merendeel van de bevolking rijdt elke ochtend in een lange stoet auto’s het dorp uit, naar werk elders. Dus, waarom is de PvdA nog steeds zo populair?

Volgens Marco Looman, voorzitter van de lokale PvdA, is dit te danken aan de deskundigheid van zijn kandidaten. “We doen gewoon veel goede voorstellen.” En de VVD, die op dit moment met één zetel in de raad zit, doet dat volgens Looman nou eenmaal net iets minder goed.

Oud-burgemeester en historica Thea de Roos-Rhoden heeft een andere verklaring. Zij stond aan het hoofd van de gemeente tussen 1990 en 1997. “De populariteit van de PvdA zit ‘m niet in hooggestemde idealen. De politiek in Millingen is sterk persoonsgebonden. De inwoners zoeken ‘een gewone man’, iemand met wie ze zich kunnen identificeren. Ideologie speelt nauwelijks een rol.” Ze memoreert graag de raadsvergaderingen. “Dan hadeen raadslid een heel pakket aan maatregelen moeten lezen. En weet u wat dat raadslid er dan uiteindelijk over te zeggen had tegen de voorzitter? ‘We hebben het gelezen, besproken en we kunnen ermee leven.’ En dat was het dan. Einde vergadering.” Ze kan er nog steeds om lachen. “Lange betogen in de raad waren op z’n zachtst gezegd een uitzondering.”


Volgens De Roos-Rhoden heeft het alles te maken met de hechte gemeenschapszin in Millingen. “Het is een heel bijzonder dorp. En ik ben ook burgemeester in Friesland geweest, dus ik heb vergelijkingsmateriaal. Millingers zetten zich honderd procent in voor hun dorp. Ook in de politiek geldt maar één belang en dat is het Millings belang. Dat gaat boven elke partijpolitiek.”

Eerlijk gezegd wekken de Millingers de indruk dat politiek er sowieso niet veel toe doet. Feesten is belangrijker. Terwijl in café De Kastanje het plaatselijke dweilorkest zijn 25-jarig jubileum viert met een uitvoering van In the Jungle (‘the lion sleeps tonight’), vergaderen zo’n dertig inwoners in een achterkamertje over een nieuw te geven fuif. Nog geen tien minuten later staan ze weer bier te drinken. “We zijn het eens geworden.” Laurence, van de plaatselijke slagerij: “Het is allemaal begonnen met een uit de hand gelopen verjaardag. Hoe lang is dat geleden, Peter? 23 jaar? Sindsdien organiseren we ieder jaar het Knalfeest. Iedereen van de ploeg legt 230 euro in, daarvoor mag je 25 mensen uitnodigen. En dan is het twee dagen feest.”

Als er één plek is in Nederland, waar de burgers zich goed weten te organiseren, is het Millingen wel. Werkelijk overal in het dorp staan clubhuizen. Van de toneelvereniging, de fanfare, de schutterij, de acrobatiek-, carnavals-, dam- en biljartvereniging. De Roos-Rhoden: “De twee fanfareverenigingen Ons Genoegen en St. Cecilia opereren landelijk op het hoogste niveau. En de acrobatiekvereniging is zelfs bekend in het buitenland. Dat valt ook weer te verklaren door de ligging van het dorp. Men was in Millingen afgesloten van de verlokkingen van de grote stad. Dus moest je je op een andere manier zien te vermaken.”


Die afgelegen ligging heeft nog een consequentie. In Millingen hoor je er pas echt bij alsje nooit ergens anders hebt gewoond. De barman van De Kastanje, in reactie op een vraag over de PvdA: “Dat moet je aan mij niet vragen. Ik ben maar import.” Wat blijkt? Barman Theo woont inmiddels achttien jaar in Millingen. Hij is getrouwd met een Millingse vrouw. En iedereen in het dorp kent ‘m door zijn werk als barman. Maar Theo is geboren in Kekerdom. Dat dit dorpje hoogstens 500 meter verderop ligt, maakt ‘geen moer’ uit. Theo is import en zal altijd import blijven. Of zoals iemand anders het formuleert: “Theo is niet echt.”

Dit onderscheid heeft een reden. Achterklap is een belangrijke manier om aan informatie te komen in Millingen. Iedereen weet alles van elkaar. Maar ook van elkaars ouders en van elkaars grootouders. Sociaal geograaf Smit: “Dat werkt ook weleens tegen de mensen. Millingers die gestudeerd hebben en terugkomen in het dorp, hoeven de mensen niks te vertellen. Dan denkt men: doe maar normaal, je vader stelde per slot van rekening ook niks voor.”

De PvdA was de eerste landelijke partij die een fractie in Millingen kreeg – in 1974, opgericht door inwoners die zich al populair hadden gemaakt via de plaatselijke speeltuinvereniging. Schoorvoetend volgde het CDA, kort geleden werd de VVD opgericht. Maar het is voor nieuwe partijen moeilijk om voet aan de grond te krijgen in Millingen. Iedereen weet bijvoorbeeld van VVD-fractievoorzitter Marc Loosschilder dat hij voorheen lid was van de PvdA. De roddel gaat dat hij alleen maar bij de VVD zit om ook in de raad te komen, aangezien hij bij de PvdA niet op een verkiesbare plek stond.


Loosschilder: “Ik lag vaak in de clinch met mijn partijgenoten. Achteraf besefte ik dat de ideologie gewoon niet bij me past.” Toch beaamt ook hij dat ideologie geen rol van betekenis speelt in de gemeenteraad.

De inwoners van Millingen zijn bijna even hecht als de bewoners van een commune. En de lokale PvdA is gewoon een van de gezellige clubs waar je als dorpeling bij kunt horen. Groot en levendig, met een jarenlange traditie en gestoeld op het adagium: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Meer heeft een politieke partij hier niet nodig.

In Sint Anthonis heeft het CDA als enige landelijke partij al jaren een ijzersterke positie. Maar ze moeten oppassen: dit jaar doet ook de VVD mee. ‘Ze geven niet meer genoeg om dit dorp.’

‘De laatste twintig jaar is er zo veel veranderd in dit dorp,” klaagt meneer Sambeek (70), vrijwilliger in de kerk. “Er wordt niet meer gecommunicéérd met elkaar. Ik zeg altijd: communiceren, communiceren, communiceren. Maar ze zitten hier allemaal te slapen. Ik stel voor dat u volgende week iedere dag naar het gemeentehuis gaat en rond negen uur op de ramen bonst. En vraag dan maar: bent u al wakker?!” Sambeek is nog Prins Carnaval geweest, in 1982. “Dat waren pas mooie tijden. Toen was carnaval nog een feestje in dit dorp.”

Naar verluidt was Sint Anthonis tot 1994 dé uitgaansgelegenheid in de regio. Touringbussen vol feestgangers stonden ieder weekend opnieuw op de Brink. Maar toen de grootste discotheek op het plein afbrandde, kwam er de klad in. De Brink oogt nu verlaten. Datzelf- de geldt voor de rest van het dorp. Van de Brink af maakt de stoep plaats voor een oude weg langs uitgestrekte moddervelden. Als voetganger beland je hier letterlijk in de goot, terwijl Suzuki’s en Volvo’s je om de haverklap voorbij suizen. Zou men hier alles met de auto doen? Het dorp telt ruim vierduizend zielen, maar er is geen voetganger te bekennen. Waar zou die ook naartoe moeten? We zien een apotheek, een kantoorwinkel, een zaak voor dameskleding en een supermarkt.


“We willen geen slaapdorp worden,” zegt Gerard van Dasler, mede-oprichter van de VVD in Sint Anthonis. “En dat risico lopen we wel. De gemeente moet aantrekkelijk worden voor ondernemers. Die houden de buurt levendig, zorgen niet alleen voor werk, maar ook voor reuring. Alleen, we hebben nu zo veel regelgeving dat zowel ondernemers als burgers niet duidelijk meer weten waar ze zich aan moeten houden.”

Op de website van de lokale VVD staat een peiling. Het is goed dat de VVD meedoet in de gemeente Sint Anthonis! Dan valt er tenminste wat te kiezen! Van de 64 respondenten antwoordde 81 procent met: Ja, eindelijk! Van Dasler: “We halen minstens één zetel, maar hopen op drie.'”

CDA-fractievoorzitter Pierre Reijnen maakt zich geen zorgen. “Dit gebied laat zich kennen door een trouwe CDA-aanhang.” De gemeente bestaat uit ze- ven kerkdorpen, waarvan Sint Anthonis het grootst is. Reijnen: “Dankzij onze zeven zetels konden we uit ieder dorp een raadslid halen. Daardoor blijven we voor de hele gemeente herkenbaar. Ik verwacht dat we bij de komende verkiezingen hetzelfde aantal zetels halen.” De fractievoorzitter vindt de komst van een andere landelijke partij zelfs een vooruitgang. “Als landelijke partij sta je sterker. En een andere sterke partij is goed voor de gemeente.”

Reijnen heeft één keer meegemaakt hoe het was om de absolute meerderheid in de raad te hebben. Toen had het CDA acht zetels. “Je waakt ervoor alleen te regeren, maar toch gebeurde het wel dat we die meerderheid gebruikten om voorstellen door te voeren die alleen door het CDA werden gesteund. Dat is niet gezond. Een breed draagvlak is belangrijk.” Nee, dan maar zeven zetels. Dat vindt Reijnen het ideale aantal.


Oorspronkelijk dankt het CDA zijn stabiele achterban aan de kerk, de Rooms-Katholieke Kerk van H. Antonius Abt, welteverstaan. Het is het oudste gebouw inhet dorp. Maar de kerkelijkheid van de dorpsbewoners laat steeds meer te wensen over. Reijnen: “Dat zie ik ook wel. Ik ben hier in de jaren zeventig komen wonen. Toen telde de voorganger nog het aantal lege stoelen als hij wilde weten hoeveel hosties hij nodig had. Nu telt hij de mensen.”

In het gebouw is plek voor zo’n 475 man. Afgezien van twee dames die de presentatie van de aanstaande vormelingen voorbereiden, is het er leeg. Ze snuiven minachtend zodra het gesprek over politiek gaat. “Mijn zoontje Jelle was vier toen ik een keer met hem naar het gemeentehuis moest. Ik kwam terecht bij iemand die onderuitgezakt achter zijn bureau zat, met zijn benen op het bureaublad. Toen we weer buiten stonden, vroeg mijn zoon of dat nou het huis was waar iedereen moest slapen.” Haar lach echoot door de uitgestorven ruimte. Meneer Sambeek zegt: “Ik ben misschien nogal een bemoeial. Maar vroeger was iedereen zoals ik. Ze geven niet meer genoeg om dit dorp.”

In snackbar D’n Hap-In staren drie oudere heren apathisch voor zich uit.

Ieder van hen heeft een flesje bier voor de neus. In de vensterbank rolt een andere man shag. Het is doodstil, er klinkt zelfs geen muziek. De countermedewerker heeft zich in een kamertje achter de uitstalling teruggetrokken.

Een van de grootste problemen waarmee Sint Anthonis te kampen heeft, is de bevolkingskrimp. Ouderen genoeg, maar waar zijn de starters? De jonge gezinnen?


In de lunchroom zitten drie middelbare scholieren. Saiko Arts (16) is er één van. “Ik heb hier mijn hele leven gewoond. Saai? In de andere dorpen is nog veel minder te doen.” Saiko verdedigt zijn geboorteplaats gedreven. Hij zou hier príma oud kunnen worden. Want Saiko heeft naar eigen zeggen leuke vrienden en de middelbare school is maar een half uurtje fietsen. En iedere zaterdag gaan ze met z’n allen stappen in stamkroeg ’t Hert.

Maar na zijn vwo wil Saiko aan de Technische Universiteit in Eindhoven gaan studeren. En ja, dan moet hij inderdaad op kamers. Zou hij, na eenmaal in de grote stad te hebben gewoond, ooit weer terugkeren naar zijn geboortedorp?

Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2006 waren er 28 gemeenten waar één partij meer dan veertig procent van de stemmen haalde. In 2002 gebeurde dat nog in veertig gemeenten. In het noorden domineren nog altijd de socialisten, in het zuiden de christenen. In de Randstad zijn dergelijke bolwerken praktisch uitgestorven. De SGP behaalde in 2006 nog in twaalf Zeeuwse en Gelderse dorpen topresultaten.

Groningen

Appingedam PvdA 43,92%

Hoogezand-Sappemeer PvdA 42,28%

Marum PvdA 42,28%

Pekela PvdA 46,07%

Stadskanaal PvdA 40,45%

Veendam PvdA 44,48%

Winschoten PvdA 49,68 %

Friesland

Heerenveen PvdA 41,82%

Drenthe

Emmen PvdA 40,97%

Overijssel

Dinkelland CDA 43,55%

Tubbergen CDA 58,36%

Wierden CDA 43,92%

Gelderland

Hattem PvdA 41,28%

Millingen aan de Rijn PvdA 40,60%

Rozendaal Belangengemeenschap

Rozendaal 45,85%

Westervoort PvdA 43,39%

Noord-Holland

Bennebroek VVD 40,97%

Zuid-Holland


Midden-Delfland CDA 41,08%

Spijkenisse ONS 43,47%

Zoeterwoude CDA 42,64%

Noord-Brabant

Baarle-Nassau CDA 40,16%

Bergeijk CDA 40,87%

Sint Anthonis CDA 45,96%

Limburg

Arcen en Velden CDA 41,97%

Helden CDA 40,87%

Margraten CDA 41,70%

Meijel FWM-PvdA 44,41%

Sevenum Sevenum 2000 42,09%

Afzonderlijke dorpen waar de SGP een absolute meerderheid behaalde in 2006:

65,8% Meliskerke (Zeeland) (als SGP/ChristenUnie)

65,2% Uddel (Gelderland)

63,2% Elspeet (Gelderland)

61,8% Aagtekerke (Zeeland) (als SGP/ChristenUnie)

57,6% Wekerom (Gelderland)

54,8% Borssele (Zeeland) (als SGP/ChristenUnie)

53,9% Nieuw-Milligen (Gelderland)

53,1% ‘s-Gravenpolder (Zeeland) (als SGP/ChristenUnie)

52,0% Opheusden (Gelderland)

50,3% Harskamp (Gelderland)

49,3% Kootwijkerbroek (Gelderland)

48,1% Waarde (Zeeland)

Procentueel krijgt de SGP in de gemeenten Urk, Staphorst, Reimerswaal en Rijssen-Holten de meeste stemmen. In absolute aantallen staat de gemeente Ede op de eerste plaats.

Jenny Velthuys