De laatste dagen van Rozenburg

De kleine gemeente Rozenburg is een eenzaam dorp tussen schoorstenen en konikpaarden. Nu sluit ‘Smokenburg’ zich na de nodige beroering morrend aan bij grote buurman Rotterdam. ‘Ik vind het een schandaal dat het zover heeft kunnen komen.’

Het landschap langs de weg naar Rozenburg is spectaculair. De ene kilometer na de andere vult zich met pijpen, vlammen, rookpluimen, silo’s, containers, kranen, buizen, loodsen, vrachttreinen, schepen, windmolens, schoorstenen als kruinloze bomen en raadselachtige installaties van glimmend staal dat zich in duizend bochten wringt. Dit is Botlek, een deel van het achterland van de Rotterdamse haven, een omvangrijke industriële symfonie waarin scheepvaart en petrochemische industrie de boventoon voeren.

De Botlektunnel brengt een donkere pauze in de voorstelling, maar daarna gaat het licht weer aan en rijgen de olietanks, kranen, overslagterreinen, stomende machines en fakkelende pijpen zich opnieuw aaneen. Het blijft fascineren, deze schijnbare chaos van steen en staal. Tijdens de eerste rit over de A15 laat een bleke winterzon de chromen buizen blikkeren, bij een volgende rit zorgt regen voor een spookstemming, een derde keer drijft er een loodgrijze nevel waaruit elk moment een filmploeg kan opdoemen om hier een mistroostige artfilm te draaien.

De afslag Rozenburg. Achter een dijk schemeren lage flats door bosjes heen. Een weg naar het dorpscentrum voert langs rijtjeshuizen en etagewoningen die allemaal uit de jaren zestig lijken te stammen. Dan een oude molen, het nog niet zo oude gemeentehuis, een vlucht vermoeide winkels en café-restaurant Het Wapen van Rozenburg. De koffie kost er €1,35, de dagschotel €5,95 en de kasteleinse heeft opgestoken haar zoals ze dat waarschijnlijk ook al in 1969 had.

Dit is dus Rozenburg, 12.497 inwoners op een zandplaat achter groengestoffeerde dijken. Als je midden in het dorp staat, zie je dankzij die royale groengordel niets van de industriële omgeving. Niettemin ligt Rozenburg ingeklemd tussen de industriegebieden Botlek en Europoort. Ooit een eiland, nu een enclave, een eenzaam dorp, en ook nog eens een dorp in zijn nadagen. Want vanaf de komende raadsverkiezingen is Rozenburg niet meer zelfstandig, maar deelgemeente van grote buurman Rotterdam.


In de Rozenburgse raad spande het er diverse malen om. Uiteindelijk kwam het besluit tot herindeling er met een nipte meerderheid van acht tegen zeven stemmen door. De voorgeschiedenis begon in 2005, toen de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid constateerde dat het in Rozenburg ontbrak aan een goed calamiteitenplan – toch geen overbodige luxe in een gebied met veel potentiële gevaren. Toen de provincie vervolgens de bestuurskracht van Rozenburg liet analyseren, scoorde de gemeente ook op dat vlak onder de maat. Aanleiding genoeg voor commissaris van de koningin Jan Franssen om vast te stellen dat Rozenburg op den duur niet zelfstandig kon blijven.

Het dorp had drie opties: een fusie met het aan de overkant van de Waterweg gelegen Maassluis, samenvoeging met de zuiderburen van Voorne-Putten of aansluiting bij Rotterdam. Maassluis reageerde zo gretig dat de Rozenburgers daar al meteen niets van moesten hebben. Voorne-Putten had geen trek in een vrijage en viel ook af. Bleef de Rotterdamse variant als meest reële optie over. Intussen probeerden honderden dorpelingen, voorstanders van zelfstandigheid, een referendum voor elkaar te krijgen. Tevergeefs.

De gemeenteraad kwam er niet uit. De Rozenburgse coalitiepartijen CDA en Gemeentebelangen wilden het dorp liefst autonoom houden. De derde coalitiegenoot, de ChristenUnie, verloor het geloof in zelfstandigheid en stapte uit het college. In de raad staakten de stemmen. Tot het op een beslissende vergadering aankwam. Een CU-raadslid dat maanden absent was geweest wegens ziekte van zijn vrouw, kwam onverwacht opdagen, stemde voor opheffing van de gemeente en hielp zo de voorstanders van aansluiting bij Rotterdam nét aan een meerderheid. In de raad, op de publieke tribune, binnen de CU en in de dreven van het dorp echode de beroering nog lang na.


Tot de dag van vandaag, want de kwestie beheerst indirect ook de komende verkiezingen, waarbij Rozenburg behalve voor de Rotterdamse raad ook voor de eigen deelgemeenteraad zijn stem uitbrengt. Ironisch genoeg is de ChristenUnie aan de schrik over haar doorslaggevende rol bezweken en staat ze niet kandidaat voor de deelraad. Een andere hoofdrolspeler keert in een nieuwe gedaante terug. Het betreft hier Ria de Sutter, die burgemeester was toen de gemeente onvoldoendes kreeg voor veiligheid en bestuurskracht. Commissaris Franssen stuurde haar in 2006 met vervroegd pensioen en stelde de ervaren bestuurder Jaap Wolf aan als interim-burgemeester. Dezelfde Ria de Sutter presenteerde zich onlangs als lijsttrekker van de kersverse Inwonerspartij Rozenburg.

Dat maakte vele tongen los. Op straat valt ergernis te beluisteren over de nadruk waarmee De Sutter zich als oud-burgemeester presenteert. Ook wordt er gefluisterd dat zij een nieuwe partij begon omdat haar eigen CDA haar niet wilde, dat ze de macht niet kan missen en dat zij na electoraal succes uit is op een ‘doorstart’ als voorzitter van de deelgemeente. Paméla Blok-van Werkhoven, fractievoorzitter van Gemeentebelangen, tot nu toe de grootste partij van Rozenburg, weegt haar woorden en zegt dan: “Ik heb er grote moeite mee dat mevrouw De Sutter nu terugkeert op het politieke toneel. Zij had als burgemeester haar verantwoordelijkheid waar moeten maken. Het is bijna een doodzonde dat onze veiligheid destijds niet goed geregeld was. Veel politici gooiden vervolgens te gemakkelijk de handdoek in de ring in plaats van te vechten voor het dorp. Ik vind het een schandaal dat het zover heeft kunnen komen.”


De huidige en laatste eerste burger van Rozenburg, Jaap Wolf, is even diplomatiek als duidelijk wanneer hij terugblikt op de onvoldoendes voor veiligheid en bestuurskracht ten tijde van zijn voorgangster. “Ik kijk daar met verbazing naar. Die onderwerpen vormen primair de verantwoordelijkheid voor een burgemeester.” Ria de Sutter echter zegt desgevraagd dat zij als burgemeester ‘op geen enkele wijze’ heeft gefaald en dat ze dat kan bewijzen ‘met rapporten in de hand’, waarin haar ‘doortastendheid’ als veiligheidscoördinator zou worden geroemd. Ze schermt ook met een eerder onderzoek uit 2004 in opdracht van de provincie, waaruit geen noodzaak tot herindeling zou blijken. Maar: “Nu ga ik me er sterk voor maken dat we niet achterom- maar vooruitkijken om de leefsituatie van onze burgers te verbeteren, gebruikmakend van de kwaliteiten en ook de vleespotten van Rotterdam.”

Als je in Rozenburg als niet-Rozenburger uit je auto stapt, voel je aan de blikken dat je trefzeker wordt geklasseerd als iemand van buiten. Nu zullen er ook niet veel onbekenden in het dorp stoppen, want daar is weinig reden toe. Blijkens een enqute vindt zelfs driekwart van de Rozenburgers hun woonplaats sfeerloos en ongezellig.

Een halve eeuw geleden telde Rozenburg nog maar 3500 inwoners, die voornamelijk hun brood verdienden in de land- en tuinbouw. Toen de expanderende Rotterdamse haven en daarmee verbonden industrie naar grond hongerden, kwam het tot een akkoord met de gemeente Rozenburg. Nadat in de vroege jaren vijftig aan de oostkant al het Botlekgebied was ontstaan, werd vanaf 1957 aan de andere kant Europoort aangelegd. Daarvoor moesten het kerkdorpje Blankenburg en het grootste deel van natuurgebied De Beer wijken. De kern Rozenburg ging de nieuwe stroom werkers huisvesten en breidde zich snel uit van 3500 tot 12.500 inwoners.


Die groei vond grotendeels in de jaren zestig plaats en zweemt nog steeds naar de stedebouwkundige smaak van die tijd, wat nog eens wordt benadrukt doordat er van de traditionele boerderijen en lintbebouwing vrijwel niets over is. Er kwamen vooral lagergeschoolden te wonen, zodat het dorp ook niet veel allure kreeg. Het is een wat vlakke, semi-moderne en eenvoudige stijl die hier overheerst. Daardoor doet Rozenburg eerder aan een verdwaalde stadswijk denken dan aan een plattelandsdorp. Dat beeld wordt onderstreept door de vele sociale en culturele voorzieningen binnen de gemeente.

“Een tamelijk introverte, geïsoleerde gemeenschap,” typeert burgemeester Wolf zijn burgers. “Wat mij van meet af aan opviel, waren de omgangsvormen in de raad: ruw, rechtuit, wat Rotterdams. We zijn natuurlijk ook behoorlijk op Rotterdam georiënteerd. Maar we zijn ook trots dat we een dorp zijn en hechten aan dat dorpskarakter. De mensen zijn minder op het materiële dan op het gemeenschappelijke gericht. Je vindt hier bijvoorbeeld een zeer uitgebreid verenigingsleven.”

De kilometerslange straat langs de Nieuwe Waterweg heet Boulevard Rozenburg. Wie bij zo’n weidse benaming denkt aan grand hotels, coutureboutiques en elegante flaneurs, komt hier niet helemaal aan zijn trekken. Er staat een rij alledaagse etagewoningen, de veerpont wacht op klanten voor Maassluis, daarnaast liggen kleurige boeien geparkeerd en verder is er vooral groen, voorzien van wandelpaden en bankjes met uitzicht op grote schepen onderweg naar een losplaats.

Aan de andere kant van Rozenburg loopt het Calandkanaal, dat Botlek met Europoort verbindt. Daar staat een markante hefbrug met een heel hoge en brede doorvaartopening, zodat de grootste containerschepen hier kunnen passeren. Een gigantisch windscherm van halfronde betonnen platen, 25 meter hoog en 1750 meter lang, even grof als intrigerend, zorgt dat scheepvaart hier ook met windkracht 5 nog mogelijk is. Aan de overkant van het kanaal stoomt de industrie. Vrachtwagens en goederentreinen rijden af en aan, waarbij het zware spoorverkeer over de Calandbrug Rozenburg heel wat geluidsoverlast bezorgt.


Aan westelijke zijde loopt Rozenburg uit in een tien kilometer lange, smalle landtong, een curieuze natuurlijke oase in deze omgeving van zeeschepen, olietanks en werkplatforms. De zanderige reep grond heeft zich op natuurlijke wijze tot een ruw, duinachtige landschap met poelen en struikgewas ontwikkeld. De landtong grossiert in bloemen, vlinders en vogels; ook grazen er Schotse hooglanders en konikspaarden. De modelvliegtuigvereniging en twee ruiterclubs huizen hier, net als Hondenschool WAF. Een stel gekleurde bomen markeert een bosaanplant. Het ommeland doet van zich spreken via een educatief centrum dat voorlichting biedt over het havengebied, een werkplatform met hoge kranen, radarposten en aangemeerde of passerende schepen. En halverwege de landtong vangt de Maeslantkering geïmponeerde blikken. Dit meest recente deel van de Deltawerken bestaat uit twee gekromde, witte deuren van elk zo’n tweehonderd meter, die bij stormvloed via een ingenieuze constructie de Nieuwe Waterweg kunnen worden ingeschoven.

Een jaren-zestigdorp, een wereldhaven, industriegebieden vol vreemde installaties, een veerpont, vlinders en konikspaarden, waterbouwkundige kunstwerken: allemaal Rozenburg. Of zoals Jaap Wolf het uitdrukt: “Een herbergzaam dorp met een spannende, harde omgeving.”

Als Henk Veldhuizen zin heeft om buiten de deur te eten, gaat hij graag naar het café-restaurant bij de veerpont. Niet speciaal voor de kaart, maar vooral voor het panorama van de vaart op de Nieuwe Waterweg. En heeft hij buitenlandse vrienden op bezoek, dan rijdt hij met hen steevast de landtong af om de stormvloedkering te tonen en de sfeer van Europoort te laten proeven.


In 1972 begon Veldhuizen in Rozenburg als huisarts; daarnaast werd hij ook havenarts. Sindsdien raakte hij gefascineerd door de internationele wereld van havens en scheepvaart. Maar ook de dorpse wereld van Rozenburg bleef hem boeien. “Toen ik begon, stamden de inwoners uit alle windstreken. Het werk kon niet op en er waren genoeg huizen. Zo streken hier veel werkloze Limburgse mijnwerkers neer, de eerste Spanjaarden en Turken, mensen van elders die op de een of andere manier waren vastgelopen en opnieuw wilden beginnen, en daarnaast plaatselijke agrariërs die zich omschoolden tot havenarbeider. Het was ook een opvallend jonge plaats; ik heb heel veel bevallingen gedaan. En omdat de mensen vaak van ver kwamen en niet op hun familie konden terugvallen, oriënteerden ze zich op elkaar. Een smeltkroes zonder spanningen.”

In die begintijd liet de industrie zich niet van haar beste kant zien, vervolgt hij. “De veiligheidseisen waren vergeleken met tegenwoordig marginaal en de luchtvervuiling was aanzienlijk. We zijn altijd bang geweest voor een Pompeï-scenario. Dat een of ander zwaar gas over de dijk sloeg en hier zou blijven hangen. En dan te weten dat er van ons rampenplan geen hout klopte. Niettemin heb ik hier altijd met plezier gewoond. Zowel de rust van een dorp als de dynamiek van de industrie spreekt me aan. En natuurlijk de schepen: oude vrienden met ieder een eigen verhaal.”

Gerry de Rooy kent Rozenburg nog veel langer. Zij kwam hier in 1958 als kind wonen toen haar vader werk kreeg bij de scheepswerf van Verolme. Het was in die tijd een schitterend agrarisch eiland, vertelt ze, met natuurgebieden, fruitteelt, boomgaarden, boerderijen, de eerste industrie en vijf straatjes nieuwbouw. “Vijf jaar later was Rozenburg al volgebouwd. Ik heb nog in het nu verdwenen Blankenburg op school gezeten; het laatste gebouw dat nog overeind stond. Ik vond het erg dat de industrie zo oprukte, was snel aan de landelijke omgeving gehecht geraakt.”


Ze kwam in de verzorging te werken, maar haar grote fascinatie werd het milieu. In de jaren tachtig kwam ze via Milieudefensie in het actiewezen terecht. Van daaruit kwamen ook allerlei sociale kwesties op haar pad. Ze maakt nog steeds deel uit van een klankbordgroep waarin industrie en burgerij van gedachten wisselen en verleent via de protestantse kerk hulp aan behoeftige dorpsgenoten. “Ik ben vechtlustig,” verklaart ze. “Onrecht zint me niet, of het nou om het milieu of om levensomstandigheden gaat. Als je je daartegen kunt verzetten, moet je het doen, vind ik.”

De veiligheid en het milieubewustzijn zijn erop vooruitgegaan sinds het begin van de expansie, toen er van tijd tot tijd ontploffingen voorkwamen en de luchtvervuiling het wasgoed blakerde. Wel maakt ze zich nog steeds zorgen over de kwetsbare ligging van Rozenburg. En over de geluidsoverlast van voorbijdenderende goederentreinen, die nog erger dreigt te worden door de extra transporten die de Tweede Maasvlakte met zich meebrengt. Zullen na de aansluiting bij Rotterdam de havenbelangen niet nog zwaarder gaan wegen?

“Maar die aansluiting heeft het Rozenburgse bestuur aan zichzelf te danken,” vindt Gerry de Rooy. “Voortdurende polarisatie en coalitiewisselingen hebben voor veel stagnatie en besluiteloosheid gezorgd. Zo wordt er al jaren gesproken over een vernieuwing van het winkelcentrum, maar het bleef tot dusver bij dure plannen.” Interim-burgemeester Jaap Wolf maakt eenzelfde analyse. “De inwoners zijn de politieke cultuur van Rozenburg moe. Het bestuur is steeds totaal van kleur veranderd. Hierdoor kregen we de naam onvoorspelbaar te zijn en golden we als het zwarte schaap in de regionale familie.”


De industriële omgeving en de risico’s van dien houden veel Rozenburgers bezig. Op inspraakavonden over vergunningen kan het er pittig aan toegaan, zegt woordvoerder Niko van Gent van het chemisch bedrijf Huntsman. “De bewoners voeden de industrie op tot openheid. Andersom voelen wij het als een plicht een goede buur te zijn. Anders hebben we geen bestaansrecht.”

Van Gent taxeert de houding van de inwoners ten opzichte van de industrie als waakzaam maar niet ongerust. Voormalig raadslid Esther Bot, ook werkzaam bij Huntsman, is dat met hem eens. “Een beperkte groep belangstellenden houdt de industrie goed in de gaten; de gemiddelde Rozenburger is niet verontrust. Veel mensen zijn hier bewust komen wonen en nemen de industrie voor lief.”

Die pragmatische houding valt ook af te leiden uit nota bene het Rozenburgse carnaval, op gang gebracht door de instroom uit Limburg en Brabant. De lokale vastenavondclub heet de Smooksnuivers, en die naam verwijst niet naar tabak maar naar schoorstenen. Bij het jongste carnaval klonk zoals gewoonlijk het clublied, vervat in een soort industriële poëzie die naar Rotterdamse nuchterheid ruikt: “Smokenburg, Smokenburg/Met al je pijpen en fabrieken/Smokenburg, Smokenburg/Met al je water aan de kant/Smokenburg, Smokenburg/Ik zal van jou het meeste houden.”

Desnoods als deelgemeente van Rotterdam. De animo is aan de lauwe kant, maar het verzet eveneens. “We raken tweederde van onze bevoegdheden kwijt,” mort Paméla Blok van Gemeentebelangen Rozenburg. “En als er in Rotterdam een nieuw bestuur aan de macht komt, staan alle afspraken op de tocht. Leefbaar Rotterdam bijvoorbeeld wil de deelgemeenten opheffen. Maar goed, we gaan er het beste van maken en proberen voor Rozenburg vooral te houden wat er is.”

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Matt Dings