De macht van de Barneveldse krant

De Barneveldse Krant wordt landelijk geprezen en benijd. De leesdichtheid van het onafhankelijke dagblad is fenomenaal, de invloed op de lokale politiek is groot. Maar wordt die machtspositie wel benut? ‘Er mag wel wat meer opinie in.’

Barneveld. Als je de naam van dit dorp op de Veluwe uitspreekt in de Randstad, is de kans groot dat er wordt gereageerd met: “Dat is toch dat gehucht met al die kippen en refo’s?” Pluimvee en streng christelijke bewoners, dus. Maar volgens de bewoners zelf is dit beeld achterhaald. Barneveld is veel meer, en als je dat niet gelooft, lees dan de Barneveldse Krant. Die voorziet je zes dagen per week van informatie over alles wat er daar speelt, van ruzie om een markthal tot een schoorsteenbrand. De journalistiek haalt hier niet de neus op voor het kleine, lokale nieuws maar zet het pontificaal op de voorpagina. En allerminst zonder succes. Hoe belangrijk is de Barneveldse Krant in deze middelgrote gemeente?

Een half uur voor de deadline is het stil op de redactie. De radio die zachtjes aanstaat met hits uit de jaren tachtig, overstemt het geluid van tikkende vingers op toetsenborden. “Deze zin loopt niet,” mompelt chef Wim Vonk. Hij wrijft over zijn kin en richt zijn hoofd op zodat het boven zijn computerscherm uit steekt. “Heb jij pagina drie open staan?” Aan de andere kant van de zaal antwoordt iemand: “Ik lees ‘m nu!” De redacteuren van de Barneveldse Krant werken geroutineerd aan de nieuwste editie van het lokale dagblad. Op de voorpagina staat het belangrijkste nieuws: vanochtend reden er geen treinen van en naar Barneveld. Om één uur gaat de krant naar de drukker en kunnen de verslaggevers even achteroverleunen.

“Ik kom niet uit Barneveld,” bekent Wim Vonk (47), sinds drie jaar chef van de redactie. Wel woont hij in het verspreidingsgebied van de krant, een eis voor alle redacteuren. “Voordat ik hier kwam werken, vond ik de Barneveldse Krant maar een rare krant. Het is een mix van regionaal en huis-aan-huis. Dat is een formule die weinig dagbladen aandurven. Maar hier werkt het. Mensen zijn abnormaal tevreden over de krant, het is af en toe niet leuk meer. Als journalist vind ik dat we soms iets te lief zijn, er mag wel wat meer opinie in de krant. Maar ik weet niet of de mensen daar echt op zitten te wachten.”


Sinds 2005 siert lokaal nieuws de voorpagina van de Barneveldse Krant. Onder leiding van oud-hoofdredacteur Jur van Ginkel onderging de krant een rigoureuze transformatie. Het blad ging over op tabloidformaat, werd dikker, verscheen in full colour, met meer foto’s en op een betere kwaliteit papier. Maar de belangrijkste verandering was de nieuwe indeling. Het plaatselijke nieuws staat altijd op de voorpagina en enkele vervolgpagina’s. Daarna komen de regio, de provincie en de lokale en regionale sport aan bod. Vervolgens het overige binnenlandse nieuws en daarna dan nog de rest van de wereld. Voor het nationale en internationale nieuws rekent de Barneveldse Krant volledig op de persbureaus. Eén parttime redacteur neemt deze pagina’s voor haar rekening, de rest van de redactie richt zich op lokaal nieuws. Deze aanpak legt de krant geen windeieren. In tegenstelling tot andere regionale en nationale dagbladen kan de Barneveldse Krant haast elk kwartaal op een stijging van de oplage rekenen. De dekking is groot. Van de omstreeks 19.000 Barneveldse huishoudens hebben er iets meer dan 10.000 een abonnement. Met de losse verkoop erbij zit de verspreiding van de krant rond de 12.000 stuks. De krant doet het goed, daar is iedereen in de krantenwereld het over eens.

“De Barneveldse Krant speelt een grote rol in deze samenleving,” zegt hoofdredacteur Jos Scholten (45). “Het is ook een vrij unieke krant. Welke gemeente in Nederland heeft nog zijn eigen dagblad? Na Het Parool in Amsterdam en de Barneveldse Krant houdt het eigenlijk op. Er zijn veel regionale kranten, maar die bestrijken meerdere gemeenten. Daar zijn ze niet zo gespitst op één gemeente zoals wij.” Scholten is al 23 jaar verbonden aan de Koninklijke BDU Uitgevers, uitgever van de Barneveldse Krant. In de jaren tachtig was hij redacteur, sinds het vertrek van boegbeeld Jur van Ginkel is hij hoofdredacteur. “De traditie in Barneveld is dat je, wanneer je gaat trouwen, een abonnement op de krant krijgt van je ouders. Dit gebruik houdt – zij het in mindere mate dan vroeger – stand. De krant is heel stevig geworteld in de samenleving, mensen zijn ermee opgegroeid. Uitgeverij Wegener is sinds 2006 onze concurrent met een gratis huis-aan-huisblad dat driemaal per week verschijnt. Toch heeft dat ons geen abonnees gekost. Dat geeft aan dat we echt een sterke positie hebben.”


Op landelijk niveau wordt veel geklaagd over de deplorabele stand van zaken bij de kranten. Bij Scholten is geen greintje cynisme te bespeuren. De goedlachse en ontspannen ogende veertiger zegt: “Veel pessimisten zien de krant als dé manier om een rol te spelen in de democratie. Maar volgens mij speelt de journalistiek die rol. De krant is slechts één middel uit velen. Ik zie het juist als een gouden tijd voor journalisten. Je hebt steeds meer mogelijkheden om je publiek te bereiken. Dat kun je leuk vinden of niet, maar je kunt er maar beter mee aan de slag gaan.”

Sommige kranten stappen over hun trots heen en vragen de Barneveldse Krant om advies. Hoe krijgen ze het in godsnaam voor elkaar? “Binnenkort krijgen we Het Belang van Limburg op bezoek, een groot dagblad uit België. Ook de redactie van de Leeuwarder Courant komt een kijkje nemen. Dat doen ze omdat we succesvol zijn, maar ook omdat we een heel moderne werkmethodiek hanteren. De BDU is de eerste uitgeverij waar alle titels compleet layout-gedreven worden gemaakt. We hebben één parttime opmaker voor alle 24 titels. De rest wordt ingevuld door de redacteuren zelf. Het is vakken vullen, zeg ik weleens.”

Deze multidisciplinaire aanpak past niet bij iedereen, zeker niet in de sterk vergrijsde journalistenwereld. Scholten: “De bedoeling is dat redacteuren stukjes schrijven, video’s maken, foto’s knippen en zelf hun verhalen opmaken. Maar dat kan niet iedereen. Er werken hier mensen van twintig tot zestig jaar, daar zitten er best bij van wie je weet dat het geen zin heeft ze met een camera op pad te sturen. Nieuwe redacteuren moeten wel aan een multimediaal profiel voldoen.”


Verslaggever Hans-Lukas Zuurman is dit profiel op het lijf geschreven. De vlotte man die jonger oogt dan zijn 34 jaar doen vermoeden, sluit zijn artikel in het opmaakprogramma. Hij heeft de tekst zelf op de goede plek gezet, op tikfouten gecheckt en de foto erbij geplaatst. De redactieruimte die hij deelt met elf anderen, is ruwweg vijftig vierkante meter groot en staat vol lange bureaus. Zonder dat het benauwend overkomt, zitten de redacteuren knus naast elkaar, ieder voor zijn eigen beeldscherm. Zuurman praat in zijn enthousiasme zo snel, dat hij niet altijd te volgen is. Vers uit de collegebanken kwam hij op zijn 21ste aan bij de Barneveldse Krant, om niet meer weg te gaan. “Ik ontdekte hoe leuk de lokale journalistiek is. Het aantrekkelijke is de interactie met je lezer; ik heb heel direct contact met mensen. En ontzettend veel mensen lezen de krant. De impact is enorm. Klein voorbeeld: er was een nieuwe rotonde aangelegd in Barneveld. Terwijl ik op mijn fiets zat, zag ik dat een fietser en een auto voor mij elkaar bijna raakten toen ze tegelijkertijd de rotonde op kwamen. Ik ben later teruggegaan met een meetlat en toen bleek dat de ruimte om elkaar te passeren veel te klein was. Fotootje gemaakt, bijschrift erbij en hup, in de krant. En verrek, de week erop ging die rotonde weer op de schop. Geweldig!”

Zuurman volgt met grote regelmaat de commissie- en raadsvergaderingen. De samenstelling van de raad is al jaren vrij constant; het is een zeer breed gedragen college. Dat is voor de journalistiek niet altijd even makkelijk. “De politiek is daardoor niet heel spannend. De lokale politici willen dolgraag in de krant. Ze hebben ons nodig als podium. Wij maken de vertaalslag van politiek naar burger en vice versa. We informeren de burger en geven hem de mogelijkheid een mening te vormen.” Zuurman is zich bewust van zijn machtspositie. “Je moet er goed mee omgaan, vertrouwen kun je maar één keer verspelen. Je moet altijd kunnen uitleggen waarom je iets zus of zo gedaan hebt. En kritiek moet je eerlijk wegen. Ik denk zeker dat de krant invloed heeft op de komende verkiezingen. Een kritisch artikel beïnvloedt het stemgedrag van mensen. Wat ze hebben gelezen, zal beklijven.”


Dat weet ook de lokale politiek. Gerard Schotanus (47), lijsttrekker van de SGP, is in het dagelijks leven directeur van de gereformeerde basisschool Van Lodenstein College in Barneveld. Het semi-permanente schoolgebouw ziet eruit als een uit de kluiten gewassen bouwkeet. Het dienstdoende schoolplein is niet meer dan een aantal vierkante meters stoeptegels. Geen bomen, geen bankjes, geen omheining, slechts tegels en een fietsenrek. Aan het begin van ons gesprek plooit Schotanus zijn gezicht in christelijke vroomheid. Tien minuten later komt secretaris Leendert de Knegt hijgend binnenvallen. De lange man heeft hard gefietst, zweetdruppeltjes glinsteren op zijn voorhoofd. Met een geruite zakdoek dept hij zijn gezicht. Schotanus heeft het woord, De Knegt vult hem af en toe aan.

“De krant is cruciaal. We hebben hier niet met een plaatselijk sufferdje te maken. Die mannen zitten erbovenop,” steekt Schotanus van wal. “Hoe ze over je schrijven, dat kan je maken en het kan je breken. Daar ben ik heel eerlijk in. Ik schroom dan ook niet, als ik vind dat de verslaglegging niet goed is, om ze op te zoeken. Ik ben al eens naar de hoofdredacteur gestapt toen er een leugen de wereld in was gevlogen. Soms vraag ik me af of ze het goed begrepen hebben. Af en toe maken ze van bijzaken hoofdzaken.”

Schotanus gesticuleert graag. “Tegen kiezers zeg ik: je moet de krant leren lezen. Als iets niet tussen aanhalingstekens staat, is het de beleving van de krant. Maar je hoeft ook niet steeds het veld in om dingen uit te leggen. Doordat die krant er is, ben je als politicus meer to the point. Je moet duidelijk zijn, anders lees je de volgende dag in het dagblad iets anders.”


Via de krant met modder gooien is niet de stijl van de SGP. “Ik houd van het politieke spel, dat is geweldig. Maar er zijn wel spelregels. Met elkaar communiceren via de krant, dat klopt niet. Daarmee haal je de politiek naar beneden en krijg je pulpjournalistiek; daar proberen wij ons als partij buiten te houden.”

In de raadszaal van het gemeentehuis zit Bernard Schermers (35), fractievoorzitter van het CDA. Ook hij is niet gediend van politici die elkaar via de krant voor rotte vis uitmaken. Dit in tegenstelling tot de oppositiepartij Burger Initiatief, die volgens Schermers de ontevredenheid van de Barnevelders voedt. “Zij proberen daarmee te scoren, maar ze bieden geen oplossingen. Door dat andere geluid wordt het debat wel interessanter. Daar zou de krant ook voor kunnen zorgen door meer commentaren te plaatsen. Daardoor wordt het debat scherper.”

De Barneveldse Krant zou wat hem betreft meer aan opinie en onderzoeksjournalistiek mogen doen. “Er is nu weinig commentaar op het nieuws in de krant. Ze nemen zelden zelf een positie in. Voor de politiek zou het goed zijn als de journalistiek iets kritischer was. Dan is er meer helderheid over waar mensen staan. Hoe helderder de keuzes, hoe meer mensen betrokken zijn bij de politiek. Als het allemaal één grijze brij is…”

Verzekerd van een overwinning bij de aankomende gemeenteraadsverkiezingen is Schermers niet. Ook in Barneveld groeit het aantal ontevreden, zwevende kiezers. “Daardoor wint de krant wel aan invloed. Bij het CDA lopen we een groter risico dat mensen die normaal gesproken op ons stemmen, thuis blijven dan bij de SGP. Ik wil graag dat de gemeenteraad een goede afspiegeling is van de Barneveldse samenleving, we zijn zeker geen SGP-dorp. Misschien dat je een ander beeld krijgt als je langs de grote gereformeerde kerken rijdt; dan denk je wellicht dat de kerk allesbepalend is. Ik respecteer de ideeën van de SGP en de ChristenUnie wat betreft de zondagsrust, maar ik wil het anderen niet onmogelijk maken de zondag naar eigen believen in te vullen.”


Voor de Nederlands-Hervormde kerk in het centrum van het dorp lopen drie vrouwen arm in arm, zich aan elkaar warmend tegen de ijzige wind. Bep Top (62) woont hier, haar vriendinnen niet. Giechelig gaan ze op de foto. “Moeten we ook SGP-achtig kijken?” Top is al jaren trouw aan haar partij: de ChristenUnie. “Ik ben voor de zondagsrust, maar de SGP is niks voor mij. Die zijn veel te streng. Ik ga niet met ze in discussie; SGP’ers zijn zo rechtlijnig dat het geen zin heeft. De Barneveldse Krant? Die lees ik elke dag trouw. Maar mijn mening baseer ik niet alleen op wat ik daarin lees. Ik woon al veertig jaar in Barneveld, en zoals het hier gaat, weet je, ik vind het eigenlijk wel prima.”

Het dorp Barneveld telt zo’n 30.000 inwoners, de gemeente – met andere dorpen als Voorthuizen, Stroe en Kootwijk – telt er 50.000. Dat maakt Barneveld tot een middelgrote gemeente. Het al achthonderd jaar oude dorp is het centrum van de Nederlandse pluimveeteelt. Hier wordt wekelijks de landelijke prijs van onze eieren vastgesteld, en de ‘Barnevelder’ is een stevige, nationaal bekende kip, goed voor de pan zowel als de leg. In de zomer wordt het boerse imago verder gevoed met de Oud-Veluwse Markt, altijd enthousiast bezocht door campinggasten uit de Randstad. In 1970 werd de eerste nieuwbouwwijk in het dorp gebouwd; sindsdien groeit Barneveld gestaag en vormt het ook een belangrijk knooppunt voor de transportsector in westelijke en oostelijke richting. Ook het Nederlands Dagblad, oorspronkelijk van gereformeerde snit, nu orthodox-protestant, zetelt in Barneveld.

Meike Wijers