De Partij van de Lach

Red Amsterdam een one-issuepartij? Helemaal niet! Behalve de Noord/Zuidlijn moet ook die zeesluis bij IJmuiden worden gestopt. Op campagne met penningmeester Maarten – ‘Seks!!’ – Lubbers en voorzitter Nelly – ‘Ik ga drank kopen’ – Frijda.

Als niemand kijkt, laat de campagneleider drie kuipjes koffiemelk in zijn jaszak glijden. “Ik heb geen melk thuis, dus ik neem ze mooi mee,” zegt hij op overdreven nichterige toon. Maarten Lubbers, de schrik van regentesk Amsterdam, buigt zich vervolgens met moeite voorover en tilt twee boodschappentassen op, die tot de rand zijn gevuld met folders. “Kunnen we die hier binnen niet uitdelen? Het is buiten zo koud.” Dan, de resten van een bal gehakt uit zijn mondhoeken vegend: “Nee hoor, we zijn de PvdA niet!”

‘Hier binnen’ is rond de met veel koper afgezette toog van café De Bult, aan het Mosveld in Amsterdam-Noord. Lubbers en enige kopstukken van de partij Red Amsterdam hebben zich er verzameld, omdat de bevolking van Noord vandaag bekend moet worden gemaakt met de doelstellingen van deze nieuwe ster aan het politieke firmament. Belangrijkste speerpunt van Red Amsterdam bij de komende gemeenteraadsverkiezingen: de stop van de Noord/Zuidlijn, die miljardenverslindende metrotunnel onder de historische binnenstad, die ervoor moet zorgen dat reizigers in de toekomst zes minuten sneller van het Centraal Station in de Ferdinand Bolstraat kunnen zijn. Waar ze dan niets meer te zoeken hebben, omdat alle winkeliers daar tegen die tijd allang op de fles zijn, dankzij de jarenlange onbereikbaarheid vanwege de gigantische bouwput voor hun deur. Dat het boren in de slappe grond er bovendien voor kan zorgen dat de Bijenkorf en de Munttoren instorten, is extra munitie voor de stoottroepen van Lijst 8.

Het is bepaald niet de eerste keer dat de zestigjarige Lubbers zich als actievoerder profileert. De stedenbouwkundige torst een lange geschiedenis van rebelleren met zich mee – en zijn manier van protesteren is niet altijd even parlementair. “Als je mij een haar krenkt, bijt ik je strot af,” tekende Het Parool eens uit zijn mond op. Diezelfde krant schreef onlangs, in een twee pagina’s bestrijkend portret: “Lubbers bijt zich vast in een zaak en laat niet meer los. Wie in het schootsveld tussen hem en zijn doel komt, wordt uit de weg geruimd.” En: “Herhaaldelijk werd hij, gillend als een speenvarken, door een portier het deelraadskantoor aan de Karel du Jardinstraat uitgedragen.” Lubbers, praktizerend minnaar van de herenliefde, voerde in het verleden onder meer actie tégen de sloop van Paradiso en de bouw van een moderne toren naast het monumentale Zuiderbad, en vóór behoud van het portiershuisje van het Olympisch Stadion en de fietstunnel onder het Rijksmuseum.


En nu is er er dan zijn anti-Noord/Zuidlijnpartij, met als lijsttrekker oud-wethouder Pitt Treumann en daarachter onder anderen marketingdeskundige Roderic Evans-Knaup, voormalig diskjockey (of ‘platenruiter’, zoals dat in zijn tijd heette) Theo Stokkink en schilder/acteur Jesse Faber, zoon van de ook al toneelspelende Peter. Maar vóór alles is Red Amsterdam de partij waaraan actrice Nelly Frijda haar gezicht heeft verbonden. Met Frijda, bij een deel van het electoraat beter bekend als Ma Flodder, heeft de club van het gehaktballen etende speenvarken iemand met wie je iets kunt inzetten dat op een charme-offensief lijkt. En dus moet Nelly vandaag folderen, te beginnen op de markt voor café De Bult.

Die markt is er een waar je voor twee euro een truitje uit het rek trekt en een euro neerlegt voor vier gevulde koeken. De nadrukkelijke aanwezigheid van folderende medewerkers van de SP is ook al een indicatie dat we ons hier niet aan de bovenkant van de samenleving bevinden. Maar Red Amsterdam is er niet van harte welkom. De Sokkenkeizer, die op de kop van de markt onderbroeken van het merk Giovanni verkoopt, laat Lubbers weten dat er tussen de kramen door niet gefolderd mag worden. Lubbers gilt dat hij dat ‘flauwekul’ vindt, maar ziet tegelijkertijd met pretoogjes hoe Nelly Frijda zich daar niets van aantrekt en gewoon de markt op loopt, een boodschappentas op wieltjes achter zich aan slepend. Die tas zit uiteraard boordevol flyers. Nelly zelf moet duidelijk nog even warmlopen. “Goedemiddag mevrouw, mag ik u een folder aanbieden van… Hoe heet het ook alweer? Haha!”

“Gooit u het gat zelf weer dicht?” grapt een omstander, als hij ziet wat het belangrijkste partijpunt van Red Amsterdam is. “Nee meneer,” antwoordt Frijda beleefd. “We gaan daar parkeerplaatsen van maken. En fietsenstallingen. En culturele ruimtes.” Dan, in zichzelf mompelend: “Ik ga terug, want ik heb de verkeerde folders bij me. Deze zijn niet voor Noord, maar voor de Pijp.”


Sjokkend over de markt (“Moeten jullie een haring?”) wordt duidelijk dat nieuwkomer Frijda ondanks haar bestuurlijke onervarenheid reeds beschikt over hét attribuut van de doorgewinterde politicus: de dubbele agenda. Want ze blijkt hier niet alleen rond te lopen om propaganda te maken voor Red Amsterdam. “Ik heb een kattenluikje nodig. Zien jullie ergens een kraam met dierenartikelen?”

Die kraam is er niet, op de zeer matig gesorteerde markt. Terug naar de partijtop derhalve, die nog altijd braaf op de kop staat te wachten. Het politieke dier Lubbers is daar al met coalitievorming bezig. Leefbaar Noord, een derde partij die zieltjes staat te winnen, is óók tegen de Noord/Zuidlijn en daarom kan die wat hem betreft best Red Amsterdam-folders uitdelen. “Maar die boodschappentas moet ik terug!”

Spoedberaad dan. Het Mosveld is van folders voorzien, dus wordt het tijd om een ander stukje Noord in te palmen. De keuze valt op het Purmerplein, in Nieuwendam. Daar loopt ook winkelend publiek, weet Lubbers. En daar heeft hij gelijk in, zij het dat we hier niet in honderdtallen moeten denken. Zelfs niet in tientallen. Op het Purmerplein, in feite niet meer dan een verbreding van de Purmerweg met daaromheen een sigarenboer, een shoarmazaak en nog wat bescheiden nerinkjes, lopen welgeteld zes shoppende mensen. En één van die zes is Nelly Frijda, op zoek naar een kattenluikje. “Maarten heeft geïnformeerd en zei dat het hier druk zou zijn,” zegt Evans-Knaup, de jeugdige marketeer die de gemiddelde leeftijd binnen de partij omlaag moet schroeven. Zijn lichaamstaal verraadt dat hij eigenlijk niet goed weet wat Red Amsterdam deze zaterdagmiddag op het Purmerplein te zoeken heeft. “Ik vind het typerend dat maar weinig mensen een praatje met je willen maken. Dat is toch een soort wantrouwen jegens de politiek, denk ik.” En, met een knik in de richting van een concurrerende partij die zich met bloemen, fietszadelhoezen en warme chocolademelk op de vijf voetgangers stort: “De PvdA deelt rozen uit. Dat mag niet van Natuur en Milieu. Die bloemen zitten onder de bestrijdingsmiddelen, maar dat weten ze bij de Partij van de Arbeid kennelijk niet.”


Hij pakt zijn telefoon en belt de campagneleider, die een zijstraat is in gedoken om daar huis aan huis folders te bezorgen. Lubbers belooft onmiddellijk terug te komen. En als dan ook de nummer 2 van de lijst zich weer bij de rest heeft gevoegd – mét een gloednieuw kattenluikje – wordt andermaal tot een locatiewisseling besloten. Omdat Nelly toch folders van de Pijp bij zich heeft, kan er net zo goed even campagne worden gevoerd op de altijd drukke Albert Cuypmarkt, op zeker een voedingsbodem voor een gezonde haat jegens die vermaledijde metrolijn.

Voor de minder geoefende weggebruiker duurt de rit van Noord naar Zuid wat langer dan verwacht, aangezien de weg naar de verbindende IJtunnel wordt gekenmerkt door hopen zand, opgebroken straten en afgesloten opritten. Oorzaak: de werkzaamheden aan de Noord/Zuidlijn. Daar de campagneleider bang is dat het contact verloren gaat, belt hij ons drie keer op, waarvan de laatste keer met de kernachtige mededeling: “We zitten bij McDonald’s.”

In het hamburgerrestaurant op de hoek van de Ferdinand Bol en de Albert Cuyp zit de partijtop inderdaad gebroederlijk bijeen, rond een aantal lege koffiebekertjes en een doosje waarin een quarter pounder heeft gezeten. Nelly (“Ik moet zometeen nog wel een fles cognac kopen”) lurkt aan een beker cola en Lubbers stelt ons voor aan Onno van Buuren, de nummer 8 van de lijst. “Ook een nicht. We hebben vier homo’s op de lijst, plus de homomoeder.”

“Slrrrrrp!” doet homomoeder Nelly.

Lubbers haalt nog even zijn aanvaring met De Sokkenkeizer aan, met voorsprong het spannendste gedeelte van de flyersessie op het Mosveld. “Weet je wat-ie tegen me zei? Haal je handen uit je zakken en ga werken, relnicht! Niet wetende natuurlijk dat ik dat een koosnaampje vind. Zeg, moet er iemand een kuipje melk? Anders gaan ze allemaal mee naar huis!”


“Kijk,” zegt Lubbers even later, wijzend op Nelly Frijda die op de Albert Cuypmarkt handtekeningen uitdeelt, “mensen vinden Nelly leuk. Al die doctorandussen van de PvdA, daar hebben ze niets mee.” Het bewijs voor het eerste deel van zijn stelling wordt geleverd als een marktkoopvrouw de actrice spontaan een paar sloffen in de vorm van klompen aanbiedt. Lubbers, meteen inhakend: “Goed zo mevrouw. En wij gaan dat kreng voor u tegenhouden.”

Als Lubbers het over ‘dat kreng’ heeft, doelt hij tegenwoordig op de Noord/Zuidlijn. Een project dat niet alleen woede, maar ook angst veroorzaakt. De vrouw van de klompen: “Als ze gaan boren, ga ik niet meer in de tram zitten hoor. Stel dat je met tram en al de grond in zakt!” Lubbers: “Wat u zegt mevrouw. En wat dat ook allemaal kóst! En al die arme kindertjes in de Bijlmer die niet te eten hebben…” Van Buuren, daarop inspringend: “Het was goedkoper geweest om alle Amsterdammers tien jaar lang gratis met de taxi te laten gaan. Want dát had geen vijf miljard gekost!”

“Ik was altijd van de PvdA, maar die partij is te arrogant geworden. En ze hebben geen humor,” zegt Nelly Frijda, voor Lubbers na een kwartier roept dat de folders op zijn. “We gaan weg! Ook omdat Nelly al de hele dag in de kou staat.”

Frijda: “Nou, ik heb gelukkig een lange onderbroek aan.”

Lubbers: “Schrijf op! Nelly heeft een lange onderbroek aan!” Serieuzer: “We gaan naar huis, want we hebben alleen nog een paar homofolders. Maar die delen we hier niet uit, dat doen we alleen in homocafés. Wat zeg je, ook in darkrooms? Daar kom ik nooit, hou ik niet van. Sta je te vrijen, blijkt ’t met een ouwe vent te zijn geweest. O kijk, dat gaat-ie allemaal opschrijven, die viezigheid.”


Van Buuren: “In een darkroom zie je geen kloten!”

Frijda: “Dag allemaal, ik ga drank kopen!”

Vier dagen later staat Maarten Lubbers op omvallen. Met zijn ongetrainde lijf heeft hij zich boven op een wiebelend tafeltje geposteerd, in het rookhok van café Reijnders op het Leidseplein. Die ruimte wordt voor een aantal weken omgebouwd tot partijkantoor van Red Amsterdam en aan Lubbers de schone taak de wanden van het hok op te fleuren met affiches. Vandaar die, in zijn geval, levensgevaarlijke escapade. ‘Lub 60′ staat er op zijn riant van tostikruimels voorziene T-shirt, dat verder is opgevrolijkt met een geschilderd portret van Lub zelf. “Mooi hè? Heeft onze Jesse gemaakt, voor m’n verjaardag. Een multitalent, die jongen. En bloedgeil. Maar ja, heeft wel een zoontje. Nou, klein gebrek geen bezwaar, zullen we maar zeggen.”

Intussen knallen de stemmen van Nelly Frijda en haar dochter Miranda uit de geluidsinstallatie. Op tekst en muziek van Pieter Nieuwint, bekend van het Kabaret Ivo de Wijs, heeft het duo een protestsong tegen de Noord/Zuidlijn opgenomen, een nummer dat een dijk van een carnavalskraker had kunnen worden, indien dat volksfeest een week later op de agenda had gestaan. “Wij zijn tegen de Noord/Zuidlijn/want dat ding is veel te duur/En het moet nu maar eens uit zijn/met dat malle financiële avontuur,” zingt Miranda met een hemels timbre, terwijl Nelly er als een brommende boormachine doorheen gaat. “Al die bouwactiviteiten/zijn verschrikkelijk ontspoord./En in feite willen wij er dus voor pleiten/dat die metrolijn de grond in wordt geboord.”

Behoudens HP/De Tijd komt er op de officiële opening van het partijkantoor geen enkele mediavertegenwoordiger af. En dat terwijl het een unieke gelegenheid is om vrijwel de gehele kandidatenlijst aan het bier te zien. Oscar van der Voorn is er, ‘galeriehouder en bevechter van de gelijke rechten van homo’s en lesbo’s’. En Meinke Horn, ‘beeldend kunstenaar met bestuurlijke ervaring’. Lijsttrekker Pitt Treumann (“Moet ik in drie woorden dit kantoor openen? Eén, twee, drie, geopend!”) zwaait met een eerder die dag geschreven brandbrief aan de gemeenteraad, waaruit moet blijken dat Red Amsterdam allesbehalve een one-item-partij is. In het schrijven adviseert Treumann het college de geplande aanleg van een nieuwe zeesluis bij IJmuiden ernstig te heroverwegen. “Het drama rond de besluitvorming over de Noord/Zuidlijn ligt iedereen nog vers in het geheugen. U staat nu voor een belangrijke beslissing. Red Amsterdam doet een dringend beroep op U om met de geplande aanleg van de zeesluis niet opnieuw in de fout te gaan,” schrijft hij. En, met ingehouden woede: “De besluitvorming over de nieuwe zeesluis bij IJmuiden is een overrompeling door gemeente en Rijk van de actieve milieubeweging in het gebied en lijkt sterk op de besluitvorming over de metro: voorbijgaan aan alternatieven, negatieve of op z’n best marginale kosten-baten analyse, een zware, onrendabele uitgave die jarenlang op de begroting van Amsterdam zal blijven drukken, marginale effecten op werkgelegenheid, en op de langere duur vernieling van onvervangbare en unieke gebieden, minachting voor de inspraak van belanghebbenden en het drammerig doordrukken van eigen ongelijk.” Treumann, tegen zijn partijgenoten: “En dat alles willen ze er vlak voor de verkiezingen nog even snel doorheen jassen. Benieuwd waar ze morgen mee komen. Misschien wel met een plan om het Paleis op de Dam af te breken.”


“Nee, dat zakt straks vanzelf de grond in!” roept Lubbers, nippend van een glas rode wijn.

Roderic Evans-Knaup, ook vandaag weer de enige die zich ‘aan de goede kant van de vijftig’ bevindt, probeert het gezelschap vervolgens warm te maken voor ‘de prijsvraag’. Red Amsterdam vraagt alle Amsterdammers om met concrete plannen te komen voor de reeds gegraven metrostations. “Op welke manier gaan we die ruimtes benutten? Denken we dan aan parkeergelegenheid, of aan theater…

“Seks!!” gilt Lubbers, alvorens hij door zijn partijgenoten tot stilte wordt gemaand.

“We roepen specifiek kinderen op,” gaat Evans-Knaup onverstoorbaar verder. “Want vooral kinderen hebben goede, pure, originele ideeën.”

“Je gaat ons niet belachelijk maken hoor!” zegt Lubbers tussen twee slokken door, wijzend op die ene, fanatiek pennende reporter. “Nou ja, aan de andere kant: aan een saai stukkie hebben we ook niks. Niet voor niets is ons motto: er moet meer gelachen worden. Had jij nou al wat te drinken gehad?”

Elders in de stad stemt de gemeenteraad unaniem in met de aanleg van een nieuwe zeesluis.

www.red-amsterdam.nl

Michiel Blijboom