Meneer de burgemeester

Burgemeesters in strips en televisieseries zijn vaak een afspiegeling van de echte gemeentebestuurders van die tijd. Van de ontzagwekkende burgervader van Swiebertje tot de joker van Samson & Gert.

Burgemeester Krul

We weten niet veel van burgemeester Krul, de bestuurder van Duckstad. We weten wel dat hij, althans in de meeste Donald Duck-strips, een varken is. Dan zien we een vadsige roze figuur met een platte snuit en een kale kop. Burgemeester Krul bestuurt een stad die – blijkens een kaartje dat ooit in een van de strips opdook – ergens in het midden van de Verenigde Staten ligt. Er zouden circa 316.000 wezens wonen: dieren in een mensengedaante. Het meest prominente gebouw: het reusachtige geldpakhuis van Oom Dagobert.

In de strips wordt verder niet veel verwezen naar bestuurlijke aspecten van Duckstad (in het Amerikaans overigens Duckburg geheten). De stad ligt in de staat Calisota, een samentrekking van Californië en Minnesota. Naburige steden – in de Nederlandse editie – zijn Gansdorp, Varkenswaard en Eendhoven. Duckburg heeft ook een vlag: een witte eend tegen een groene achtergrond. Vlak bij Duckstad ligt het Duckstadse Bos, dat we kennen van types als Midas, Broer Konijn en Knabbel en Babbel. Het bos heeft een eigen burgemeester: Koning Leeuw.

Goed, terug naar burgemeester Krul. Van zijn politieke signatuur weten we weinig, maar vorige maand wist de Duckstadkrant toch wat inhoudelijks te melden over de prioriteiten van de burgervader. Die blijken zeer eigentijds te zijn. Krul beklaagde zich over het groeiende aantal boevenstreken in Duckstad. De Zware Jongens weten steeds uit de gevangenis te ontsnappen en boeven in het algemeen kunnen steeds harder rennen. “Daarom,” verklaarde de burgemeester kordaat, “gaan we in Duckstad de veters van alle schurken aan elkaar knopen.” Daartegen is nog wel wat in te brengen: wat doe je tegen boeven met klittenbandschoenen of instappers? “Daarover ga ik met mijn wethouders in overleg,” verklaarde de burgemeester, “en we verwachten medio 2013 een plan van aanpak te hebben!” Donald Duck mag dan eeuwigheidswaarde hebben, in Duckstad is het duidelijk 2010.


Mr. Hans van der Vaart

Eeuwige metgezel van de veel spreekwoordelijker geworden Tjolk Hekking, wethouder van het evenzeer spreekwoordelijke dorp Juinen. Burgemeester mr. Hans van der Vaart, tussen 1982 en 1998 vertolkt door Wim de Bie, doet amechtige pogingen zijn dorp voor de camera zo goed mogelijk voor het voetlicht te brengen. Hij wordt daarbij gesouffleerd door een aalgladde en über-ijdele Kees van Kooten, die zichzelf tegelijkertijd zo pontificaal mogelijk in beeld tracht te manoeuvreren.

Mr. Hans van der Vaart, besnord en bebrild, lange zwarte jas, ambtsketting, is het prototype van de steile en wereldvreemde burgemeester die eigenlijk geen idee heeft wat er in zijn gemeente gaande is. Bij elke poging het plaatselijke dialect te spreken, wordt hij gecorrigeerd door zijn wethouder. Zijn optredens kenmerken zich verder door een boemerangeffect. Staand voor een fabriekspand zegt hij in typerende vaderlijke dictie tegen de kijkers: “U heeft vast weleens uw fiets gestald in zo’n gleuf in het trottoir. Wel, grote kans dat die gleuf uit Juinen kwam, want wij staan hier voor het complex van Eurogleuf BV, waarschijnlijk Europa’s oudste specialist op het gebied van fietsgleuven.” Waarna Hekking hem iets over een faillissement in het oor fluistert. “Tháise gleuven?” roept de burgemeester dan uit. Einde sketch.

Waar vele mensen nog steeds precies weten welk menstype er wordt bedoeld met ‘een wethouder Hekking’, is burgemeester Van der Vaart na het verscheiden van het duo Van Kooten en De Bie ietwat ondergesneeuwd geraakt. Zonde, vinden de liefhebbers natuurlijk. Gelukkig hoeven ze in het echte leven nooit lang te zoeken om ook ‘een Hans van der Vaart’ tegen te komen.


Grote Smurf

In het Smurfendorp is er maar één smurf met afwijkende kledij: Grote Smurf. Hij is herkenbaar aan zijn rode muts, rode broek en witte baard. Grote Smurf oogt weliswaar net zo koddig als zijn onderdanen, maar schijn bedriegt. Hij is een autoritair heerser met totaal en schijnbaar onbetwist gezag. De smurfen zingen liedjes te zijner glorie. Wat hiervan te denken: Grote Smurf we houden van jou (2x)/je hebt echt iets, er is niemand als jij/in Smurfenland ben jij de beste/alle smurfen luisteren als je wat zegt/zoals u is er maar één/een leukere smurf zullen wij niet vinden.

En zo gaat dat maar door; we wanen ons even in Noord-Korea. Grote Smurf heeft ook een slippendrager in de persoon van de aalgladde Brilsmurf, die tot vervelens toe de teksten van de grote roerganger reciteert. We kunnen aannemen dat een interne machtsstrijd in het Smurfendorp voorlopig uitblijft. In de eerste plaats wegens de leeftijd van de leider – 543 jaar, naar verluidt – die onsterfelijkheid suggereert. Maar Grote Smurf heeft ook toverkracht die hij kan gebruiken om de eeuwige Gargamel de loef af te steken. En om conflicten in zijn dorp te bezweren. Hij kan dus ook gewoon niet worden gemist. Grote Smurf blijft gewoon zitten op het pluche. En geef hem eens ongelijk; buiten je eigen dorp kom je als smurf nergens aan de slag.

Dirk Dickerdack

De burgemeester van Rommeldam, de wereld van Ollie B. Bommel en Tom Poes, is een nijlpaard in een zwart double-breasted pak. In overdrachtelijke zin zit die jas hem iets te ruim. Dirk Dickerdack doet enorm zijn best zichzelf als burgemeester neer te zetten. Als onkreukbaar geldt hij echter niet. Hij stommelt van de ene in de andere hachelijke zaak, waaronder zijn royaal bemeten ego (al bij leven opent hij een Dickerdackplantsoen) echter zelden te lijden heeft. Dickerdack heeft meer op met de elite van Rommeldam – we noemen een markies De Canteclaer van Barneveldt – dan met het gewone volk.


De burgemeester mag zijn werk graag delegeren aan trouwe ambtenaren. Slechts bij uitzondering moet hij ook zelf met zijn immer glanzende schoenen door de modder. In Tom Poes en de Kaligaar (1975) zien we dat zijn zware ambt niet de enige beproeving is waarvoor hij zich gesteld ziet.

“Het was die avond al laat toen de burgemeester thuis kwam. Mevrouw Dickerdack had op hem gewacht, zoals haar gewoonte was, maar haar humeur had ernstig geleden. ‘Waar heb je gezeten?’ vroeg ze, toen de magistraat op gezwollen voeten binnen kwam. ‘Zeker weer een late vergadering, hè? Maar je kunt beter iets anders verzinnen, want ik heb het stadhuis opgebeld! Ik weet dat je er niet was en ik…’

‘Nee, nee, inderdaad,’ onderbrak de burgemeester vermoeid. ‘Geen vergadering, lieve. Ik heb gewerkt aan het welzijn van de gemeente. Met grote inspanning heb ik een halt kunnen toeroepen aan de vervuiling van het zeewater. (-) Geen moeite is me te veel geweest, en als ik dan thuis kom, wens ik ontvangen te worden in een prettige sfeer. Dat is toch niet te veel gevraagd?'”

Meneer de burgemeester

We weten niet hoe hij nu eigenlijk heette, de burgemeester in de televisieserie Swiebertje (1955-1975). Het was altijd en immer ‘Meneer de burgemeester’. Veldwachter Bromsnor schoot dan overeind en salueerde stram met gestrekte hand tegen de pet. De burgemeester was het gezag, en iedere vorm van vermenselijking deed daar kennelijk afbreuk aan.

Meneer de burgemeester wilde dat het kalm en rustig was in zijn gemeente, waarvan we nooit meer dan de microkosmos met het bekende handjevol hoofdrolspelers te zien kregen. Behalve Swiebertje zelf noemen we dan vooral Saartje, de huishoudster van de burgemeester. Haar keuken was het sociale en bestuurlijke epicentrum: daar werden de conflicten beslecht en de plannetjes gesmeed. Waarbij we even moeten afdalen van de grootstedelijke problematiek naar het dorpse minimalisme. Voorbeeld: ‘”De burgemeester bezeert zijn duim en door de schrik verbrandt Saartjes mooiste onderjurk!” (De storyline van het boek Swiebertje en de vreemdelingen.)


Zoals Swiebertje de overjarige belhamel was, zo was de burgemeester – door de jaren heen gespeeld door een half dozijn acteurs – de rijzige éminence grise waarmee weliswaar een geintje viel uit te halen (alleen Swiebertje kon daarmee wegkomen) maar die uiteindelijk nooit zijn autoriteit heeft verloren. Tegenwoordig zouden we dat politiek correct noemen, destijds was het gewoon gezellig.

Heroïx

Het naamloze Gallische dorpje uit de Asterix-albums dat als enige de Romeinse bezettingsmacht kon weerstaan, heeft een hoofdman tegen wil en dank. Heroïx (lange tijd Abraracourcix geheten) is een ietwat sullige man met een walrussnor en rode vlechten die zich zelden uit eigen beweging laat voorstaan op zijn positie. Hij is erin gerold: zijn vader was hoofdman van hetzelfde dorp.

Heroïx’ obese voorkomen verraadt een bijna onverzadigbare lust naar drank en everzwijnen, bereid door zijn eega, die we steevast in een culinaire setting aantreffen. Zij is ook degene die haar van nature niet overdreven erudiete man moet aansporen tot kordate beleidsbeslissingen. In menig geval wordt Heroïx daarin afgetroefd door de wijzere druïde Panoramix: we hebben de indruk dat de hoofdman eerder een zetbaas is. Daarvan kwijt hij zich met een bijna aandoenlijke onverschrokkenheid.

De enige en tevens steeds terugkerende angst die Heroïx kent, is de angst dat de hemel op zijn hoofd valt. Waarbij hij zelf prompt opmerkt dat dat zijn tijd wel zal duren. De twee anonieme dorpsgenoten die Heroïx ronddragen op het schild van de fameuze Gallische krijger Vercingetorix, tonen weinig ontzag voor zijn leiderschap: er gaat bijna geen avontuur voorbij of het dorpshoofd valt tijdens het transport op zijn snufferd.


Meneer de Burgemeester

De stuntelige, quasi-strenge burgemeester uit de succesvolle Vlaamse jeugdserie Samson & Gert wordt gespeeld door Walter De Donder, die tevens tekent voor de rol van Kabouter Plop. ‘Meneer de Burgemeester’ (zelden wordt hij anders aangeduid) is steevast gestoken in een zwart jacquet, de Belgische driekleur om het middel, een hoge zwarte hoed, een wit strikje en witte handschoenen. Ondanks dit deftige voorkomen heeft de goede man een chronisch autoriteitsprobleem. Zijn onderdanen in het televisiedorp bejegenen hem niet bepaald met de eerbied die met het ambt gepaard gaat – of laten we zeggen, de eerbied die je kijkbuiskinderen zou willen bijbrengen.

Dat kan te maken hebben met zijn bezigheden op het werk. De immer hevig grimassende Meneer de Burgemeester zegt dat hij het enorm druk heeft met belangrijke zaken, maar houdt zich vooral onledig met het aan elkaar lijmen van plastic vliegtuigjes. Hij is dan ook voorzitter van de modelvliegtuigbouw-club De Lustige Klevers. We zagen Meneer de Burgemeester verder ook in beschonken toestand bij de kapper zitten en zeer onhandig een kapstok aankleden tot kerstboom. Hij mag dan het gezag vertegenwoordigen, het gezag hééft hij geenszins. In vroeger tijden zou het not done zijn om een hoogwaardigheidsbekleder zó neer te zetten in een kinderserie.

Het langjarige kolderieke optreden als Meneer de Burgemeester is voor zijn vertolker geen beletsel om zich daadwerkelijk in de politiek te begeven. Walter De Donder was jarenlang gemeenteraadslid in Affligem, is tot eind dit jaar schepen (wethouder) en wordt daarna daadwerkelijk burgemeester. Zo kan hij opnieuw zijn geloofwaardigheid gaan bevechten, ditmaal voor de ouders van de Samson & Gert-kijkertjes.


Willem Walg

Van burgemeester Willem Walg van Hamelen hadden we nooit gehoord wanneer er zich op een dag niet een ietwat vreemde figuur had gemeld op zijn gemeentehuis. Hij zegt dat hij een einde kan maken aan de rattenplaag die het dorp in zijn greep heeft, voor een schelling per rattenkop. Een klein fortuin. De burgemeester gaat echter akkoord. “Wacht maar af,” zegt hij, “laat het maar aan mij over.” Al fluitspelend verlost de man Hamelen van zijn plaag, tot opluchting van de bewoners.

De volgende dag komt de rattenvanger zijn geld halen. Maar de burgemeester zegt dat hij had afgesproken dat hij zou betalen per rattenkop, en dat hij die koppen eerst wil zien als bewijs. Onmogelijk, want de ratten waren de rivier in gelokt en verdronken. De burgemeester wil de woedende rattenvanger bij nader inzien slechts een schijntje betalen. Dat komt hem te staan op wraak: de rattenvanger voert alle kinderen het dorp uit, en ook enkele volwassenen – onder wie Lidwientje, de dochter van de burgemeester. De verbittering bij de rattenvanger zit diep. Deze weinig vleiende strofen wijdde Rob de Nijs aan de burgemeester: Ik walg, ik walg/Van burgemeester Walg/De goede man verdient zijn naam/Jawel, jawel, toevallig/Maar een rat is niet weggejaagd/De rat die aan zijn zieltje knaag/Ik walg jawel toevallig/Van burgemeester Walg.

Wie de afloop van de eeuwenoude sage wil weten, had in de jaren zeventig kunnen kijken naar de tv-serie Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer? Willem Walg wordt daarin vertolkt door Paul Meijer. In 2003 en 2004 werd de serie vermusicaliseerd. Terugblikkend ver-tegenwoordigt Willem Walg natuurlijk het onbetrouwbare bestuur dat zijn afspraken niet nakomt en daarmee het welzijn van de eigen bevolking op het spel zet. We zouden bijna zeggen: dat is niet iets dat alleen in legendes voorkomt.

Mark Traa