Op campagne!

Nog een week en dan kunt u weer naar de stembus. Speciaal voor alle lokale politici geeft HP/De Tijd negen gouden tips om ú op de beste manier te bereiken.

Zichtbaarheid bij gemeenteraadsverkiezingen is belangrijk. Het CDA heeft dat door: scooters, bakfietsen en milieuvriendelijke Fiats rijden door het land om de christendemocratische boodschap te verkondigen. Het is nu te koud, maar anders hadden ze ook nog de CDA-luchtballon opgelaten die tijdens de Europese Verkiezingen werd ingezet. Ook al zit daar een zeker afbreukrisico aan. Een CDA-luchtballon die niet opstijgt of – nog erger – neerstort, is voor de kiezer niet begrijpen. En dan laten we de grappen over ‘proefballonnetjes oplaten’ nog achterwege. Die bakfietsen kunnen overigens nog extra aandacht genereren. Zo was een CDA-kandidaat uit Arnhem recent nog even de held. Zijn bakfiets werd gestolen door twee onverlaten, maar hij wist deze terug te veroveren. D66 houdt het simpel, ze doen met een bus 28 steden in het land aan. De kapitaalkrachtige SP beschikt ook over een vloot aan gemotoriseerde voertuigen waaronder een luxe, met immense tomaten beplakte, touringcar, busjes en de SoeP Express, waarover later meer.

Een standaardmanier van campagnevoeren die juist goed werkt op het lokale vlak. Met name interessant voor oppositiepartijen. Rijden de bussen op tijd, is de veiligheid op straat toegenomen en zijn er minder inbraken gepleegd onder het beleid van de tegenstrever? Negeer dat volledig en mik op de minpunten. Stel dus vragen als: waarom zijn er voedselbanken in onze gemeente, hoe zit dat met al die jongelui die te vroeg van school gaan en waarom is de fontein op het dorpsplein al maanden stuk? Voor de coalitiepartijen ligt het simpeler. Benadruk de successen en blijf erop hameren dat de oppositie de afgelopen vier jaar niets heeft bereikt.


Het heeft voor lokale politici weinig zin om zich te spiegelen aan hun landelijke evenknieën. De belangen en politieke verhoudingen zijn lokaal vaak volstrekt anders dan in de Tweede Kamer en het Kabinet. De enige twee partijen die wel écht wat hebben aan hun landelijke imago zijn D66 en de PVV. Dat komt omdat een groot deel van hun kiezers zich laat leiden door de landelijke uitstraling van die partijen. En deze twee doen het goed in de peilingen. Maar belangrijker: het is voor landelijke politici heel makkelijk om te zeggen dat gemeentelijke belastingen zoals de OZB niet omhoog mogen gaan, dat er meer politie moet komen of dat er gesneden moet worden in het ambtenarenapparaat. Op lokaal niveau is het veel makkelijker om als politicus duidelijk te maken wat je wilt zonder de retoriek van de landelijke politici te gebruiken. Zo zou een lokale VVD’er best wel kunnen pleiten voor lastenverhoging als hij duidelijk maakt dat de veiligheid op straat omhoog gaat. Kortom: kijk niet te veel naar Den Haag. De links-rechts-verhoudingen aldaar zijn niet per definitie dezelfde in stad of dorp.

Aan de andere kant dringen de landelijke politici zich op tijdens deze campagne. De NOS liet bijna alle landelijke kopstukken op de nationale televisie debatteren over de gemeenteraadsverkeizingen. Rita Verdonk mocht echter niet meedoen, terwijl zij een belangrijke nieuwkomer is op lokaal niveau; haar TON (of inmiddels Trots, volgens Verdonk) doet tenslotte mee in zo’n veertig gemeenten. Daar komt nog bij dat gemeenteraadsverkiezingen helemaal niet gaan over Uruzgan maar over onderwijs, veiligheid en slechte buurten. De reden voor de landelijke politieke inmenging tijdens de campagne? Er staat veel op het spel; lokale partijen zijn tijdens gemeenteraadsverkiezingen goed voor ongeveer eenderde van het aantal raadszetels.


De tijd van stickers en pennen is definitief voorbij. Koploper in het uitdelen van gadgets is de SP. Jaren geleden deelde die partij al grote pluchen tomaten uit tijdens haar campagnes. Het zijn inmiddels collector’s items geworden. Trots heeft Jan Marijnissen er nog een liggen in de vensterbank van zijn kantoor in de Tweede Kamer. De schuursponsjes in de vorm van een tomaat vinden ook deze campagne weer gretig aftrek onder het al dan niet SP-stemmende kiesvolk. Het CDA heeft voor de achterban een heuse webshop. De afdelingen kunnen hier natuurlijk hun rolletjes CDA-pepermunt bestellen maar ook CDA-ijskrabbers, CDA-strandballen, CDA-wijnkoelers en niet te vergeten de CDA-golfparaplu. De SGP houdt het allemaal wat ingetogener. Veel rollen pepermunt en pennen maar in het kader van de grote-gezinnenpolitiek ook slabbetjes met het SGP-logo. De ChristenUnie probeert furore te maken met de waterpas-sleutelhanger (een waterpas aan een sleutelhanger inderdaad). Volgens een intern partijdocument ‘passend bij de slogan Stabiel, Betrokken’. Van de PvdA kunt u – behalve de gebruikelijke rozen – fietszadelhoesjes, ballonnen en papieren bekers verwachten. Opvallend is overigens dat bijna alle partijen winkelwagenmuntjes weggeven.

Ga de straat op. Zichtbaarheid is ontzettend belangrijk. De tijd van toespraken houden voor eigen parochie in achterafzaaltjes van het buurtcafé ligt ver achter ons. Het merendeel van de bevolking heeft weinig zin om naar de stembus te gaan op 3 maart. Volgens verschillende peilingen blijft de opkomst bij deze verkiezingen ver onder de vijftig procent. Het is dus zaak de kiezer direct aan te spreken. In Woerden hebben ze dat door. Een snel overzicht van het campagneweekeinde vorige week: op vrijdag houdt Inwonersbelangen een optocht door de binnenstad die eindigt bij ijssalon Torino alwaar de lijsttrekker de verkiezingswinkel van zijn partij opent. Zaterdag trapt ChristenUnie-voorman André Rouvoet voor Drinkerij ’t Bierhuys de campagne af en Progressief Woerden gaat op het Kerkplein in een grote tent met inwoners in gesprek over de toekomst van Woerden. De PvdA is daar ook bij aanwezig en ’s avonds trekt het hele spul de stad in voor een kroegentocht waar inwoners vragen kunnen stellen over het verkiezingsprogramma.


Met name bij de PvdA is het ‘canvassen’ redelijk in zwang. Het van huis tot huis, deur tot deur gaan bij het electoraat. Canvassen is een term uit de wereld van stofzuiger- en encyclopedieverkopers en andere vertegenwoordigers. De methode werkt effectief, maar je moet jezelf er niet te veel mee op de borst slaan. Althans, noem het anders. Op menige lokale website van de sociaaldemocraten staan teksten te lezen als: “Hoi, zaterdag gaan we weer canvassen!” De burger vertaalt dat vervolgens als: “Verdorie, ze gaan ons zaterdag weer proberen in te pakken.”

Sinds over Barack Obama wordt beweerd dat hij president is geworden dankzij internet kan geen enkele zichzelf serieus nemende politieke partij hier meer omheen. Het is nog maar de vraag of Obama écht de internetpresident is; hij wist het medium vooral te gebruiken om voortdurend mailtjes naar zijn aanhangers te sturen met het verzoek om geld te sturen. Doch dat terzijde, internet is hot in politiek Nederland. Menig politicus twittert erop los, ‘krabbelt’ op Hyves en maakt vrienden op Facebook. Voordeel: de politieke boodschap wordt makkelijker verspreid. Nadeel: internet is levensgevaarlijk voor politici. En met name de nadelen zijn interessant. In Amsterdam ging bijvoorbeeld de Amsterdamse GroenLinks-lijsttrekker Jeanine van Pinxteren op de hoofdstedelijke Wallen achter het raam staan in een poging de tolerantie van de stad te benadrukken. Dan moet je niet raar opkijken als er vervolgens filmpjes op internet opduiken met als titel ‘Van Pinxteren is een hoer’. De Amsterdamse VVD-fractievoorzitter Eric van der Burg die in zéér gebrekkig Engels de expats in zijn stad probeert duidelijk te maken dat ze op de FieFieDie moeten stemmen, leidde ook tot hoongelach op de filmpjeswebsite YouTube.


Toch zitten er ook veel voordelen aan het medium. De SP gebruikt internet al sinds jaar en dag als campagnemiddel en ook het CDA timmert aan de weg met CDAVandaag.nl, waarop bijna dagelijks landelijke én lokale onderwerpen de revue passeren. Ook het microblog Twitter is een geliefd platform voor menig lokaal politicus. Een kandidaat met enig gevoel voor humor kan een grote schare ‘volgers’ aan zich binden met deze dienst. Het enige nadeel: de politieke boodschap mag niet langer zijn dan 140 tekens.

Niemand zit te wachten op moeilijke verhalen; duidelijke thema’s uitdragen is dus belangrijk. De PVV-kopstukken in Almere en Den Haag weten dat als geen ander met in hun lokale verkiezingsprogramma’s als eerste programmapunt respectievelijk ‘Minder islam’ en ‘Stop de islamisering van Den Haag’. De basisonderwerpen voor deze raadsverkiezingen.

Onderwijs, veiligheid en werk. Steeds meer partijen nemen het D66-standpunt over dat onderwijs de kern van de samenleving is. De opgeleide burger is een nette burger; in die richting moet u het zoeken. In tijden van crisis maken veel mensen zich zorgen over hun baan en het belang van veiligheid spreekt, met name in de grote steden, voor zich. Lokale politiek kenmerkt zich natuurlijk door lokale onderwerpen. Zo brengt Leefbaar Rotterdam wat spanning in de stad door te stellen dat wanneer zij de grootste zijn, burgemeester Ahmed Aboutaleb (PvdA) het veld zal moeten ruimen, in Amsterdam richten verschillende partijen zich op de Wallen en de VVD pleit in vrijwel alle gemeentes voor verlaging dan wel afschaffing van de OZB.

Het is crisis, internationaal en nationaal. Het is dus zaak om als lokaal volksvertegenwoordiger of bestuurder vooruit te kijken. Benadruk hoe goed we het hebben. En laat dat volgen door de frase “En we gaan het beter doen. Daar hebben we u, als kiezer, bij nodig.” Komt nog bij: de lente komt eraan. De meeste winterdepressies zijn net voorbij en het electoraat wil niet de put in gepraat worden. Vandaar dat de PvdA-Kamerleden Pierre Heijnen en Paul Kalma zo in de fout gingen met hun pleidooi om de verkiezingen in het vervolg later in het jaar te laten plaatsvinden, omdat het in maart te koud zou zijn. Het is namelijk zaak om de kiezer naar de stembus te halen, niet om hem weg te jagen. Positief zijn is goed, maar wees ook realistisch. Halverwege dit jaar zal er flink bezuinigd moeten worden en dat gaat de burger ook op lokaal niveau merken. De gemeenten hebben dit jaar in totaal zo’n achttien miljard euro per jaar te besteden. Dat gaat de komende periode minder worden. Een groot deel van het budget gaat op aan maatschappelijke zorg en infrastructuur, gevolgd door onderwijs en werk. Daarna komen pas de ‘leuke’ dingen.


Er zal na woensdag 3 maart meni- ge muziekschool sneuvelen. En dat zal door de kiezer niet in dank afgenomen worden.

SoeP is een idee van de innovatieve campagnevoerders van de SP. Sinds de verkiezingen van 2006 delen de socialisten tijdens campagnes soep uit van hun eigen huismerk SoeP. De receptuur van de ‘biologische en diervriendelijke’ tomatensoep is van niemand minder dan kookkunstkenner Johannes van Dam. De SoeP wordt opgediend in speciale SoeP-kommen (in de vorm van een tomaat) en verspreid door de SoeP Express, een rijdend kunstwerk van ontwerper Joep van Lieshout. Het kunstwerk heeft nog het meeste weg van een enorme uitgedroogde rode peper, maar blijkt, eenmaal uitgeklapt, te bestaan uit een kookeiland en terras, compleet met SP-parasol. Het idee is inmiddels overgenomen door het CDA; de christen-democraten delen te pas en te onpas blikken erwtensoep uit. Die is echter niet speciaal voor het CDA gemaakt. Afdelingen kunnen wikkels bestellen die om blikken erwtensoep geplakt kunnen worden. Het is dus maar de vraag of de CDA-kiezer een kwaliteits-erwtensoep in de handen krijgt gedrukt of het huismerk van de lokale grootgrutter. De Amsterdamse PvdA-lijstrekker Lodewijk Asscher probeert zijn kiezers met een hamburger over de streep te trekken: de Asscherburger (met Thaise salade en limoenbladmayonaise) wordt gedurende de campagne verkocht door een Amsterdamse hamburgerketen à raison van zeven euro. Een gewaagde stap: obesitas is een groot probleem in de (Amsterdamse) achterstandswijken en je als politicus laten associëren met fastfood houdt een zeker afbreukrisico in. Daar komt nog bij dat een verworpene der aarde van die zeven euro een maaltijd voor zichzelf en zijn gezin op tafel kan zetten.

Bas Paternotte