De duim van Jip

Jip Golsteijn (1945-2002) wordt gezien als de godfather van de Nederlandse popjournalistiek. Hij was vernieuwend en kwam bij de groten der aarden over de vloer. Uit het boek Het geheim van De Telegraaf van Mariëtte Wolff bleek dat hij niet alleen lenig met de pen was, maar ook atletisch van geest. Een interview met de acteur Michael Douglas zou hij eind jaren tachtig uit zijn duim hebben gezogen, waarop de hoofdredactie hem enkele maanden op non-actief had gezet.

Op 15 maart wordt de Jip Golsteijn Journalistiekprijs uitgereikt voor een verhaal over popmuziek ‘waarin de journalistieke geest van Golsteijn herkenbaar is’. Een van de kanshebbers is Telegraaf-journalist Bert Dijkstra, die de laatste jaren van Golsteijns leven nog met hem heeft samengewerkt. Vindt hij niet dat het incident de prijs bezoedelt?

“Ik ken het verhaal, en ik heb me er zeer aan geërgerd. Deze dame heeft haar huiswerk slecht gedaan, ze heeft niet bij de juiste persoon geïnformeerd. Jip was een flamboyante man en ging op de kunstredactie zijn eigen gang; dat wekte nog weleens jaloezie. Er was wel een klein incident, maar zulks was absoluut niet de werkwijze van Jip; hij was absoluut geen fantast.”

Dijkstra is daarom bepaald niet gecharmeerd van de ontboezemingen van de oud-chef van Jip Golsteijn waarop Wolff zich baseerde. “Het is zeer smerig om een overleden persoon zo’n trap na te geven; het is gebeurd door een persoon wiens naam (Henk ten Berge – red.) ik niet noem, want ik doe niet aan dat soort spelletjes. Hij had nog een rekening met Jip te vereffenen.”

Het verbaast Dijkstra dat de beschuldigingen überhaupt zijn gepubliceerd. “Het boek is samengesteld in overleg met mensen van de krant; er is niet alert genoeg op gereageerd. Als er zoiets wordt beweerd, moet het wel kloppen. Ik zet daar enorme vraagtekens bij.”

Andere genomineerden als Gert-Jaap Hoekman (Revu), David Kleijwegt en Sander Donkers (Vrij Nederland) en Rob van Scheers (Elsevier) zijn vooral lovend over de kleur die Golsteijn aan de popjournalistiek gaf. Van Scheers zou de prijs graag winnen. “‘Een obscure cultprijs die past bij het soort reportagejournalistiek dat aan het verdwijnen is, doordat bijna iedereen vandaag zijn stukjes van achter de telefoon schrijft. Ik maakte in 2003 nog een necrologie over Golsteijn met als eerste alinea: ‘Jip mocht Waylon tegen Jennings zeggen. En Neil tegen Young. En Bob tegen Dylan. Eigenlijk, als je hem goed beluisterde, was het zo dat Waylon, Neil en Bob best Jip tegen Golsteijn mochten zeggen. Die Jip!'”