Kracht naar Kruis

In Groningen werd de Marten Toonderprijs, een speciaal in het leven geroepen oeuvreprijs voor striptekenaars, uitgereikt aan Jan Kruis.

Dat gebeurde in een heus godshuis, want voor het ware eerbetoon moet je zijn op de plek waar de Schepper zelf residentie houdt. Alleen demissionair minister Ronald Plasterk liet het afweten, maar in zijn plaats was de Groningse eerste burger Peter Rehwinkel gekomen. Jan Kruis maakte duizend afleveringen van Jan, Jans en de kinderen in de Libelle, waarmee hij vermoedelijk de bekendste striptekenaar van het land is. De strip verschijnt nog steeds, maar wordt de laatste jaren gemaakt door Studio Jan Kruis.

Een prijs heeft gewoonlijk vele vaderen, en met die van Marten Toonder is het al niet anders. Iemand als Jean-Marc van Tol, de tekenaar van Fokke & Sukke, is een groot pleitbezorger van het beeldverhaal. Dat de strip bestaansrecht heeft, is omdat alle bladen en kranten een hoekje ervoor uitruimen, en dat is weer de verdienste van Jan Kruis, voorganger van inmiddels talloze collega’s.

De juryleden waren Peter van Straaten, CPNB-directeur Henk Kraima en Meta Knol, directrice van de Leidse Lakenhal. Onder voorzitterschap van Lex ter Braak, directeur van het Fonds BKVP, was men razendsnel tot de conclusie gekomen dat Kruis de te prijzen man was. Ter Braak had nog ergens een potje van 25 mille ten behoeve van het prijzengeld, en tachtig striptekenende Nederlandse collega’s waren alleszins bereid om een liber amicorum in stripstijl te vervaardigen. Eigenlijk was alleen de afwezige Plasterk als onvermoeibare subsidieverstrekker de spaak in het wiel, maar de afgedankte staatsman belde nog wel even een oneliner door naar de jury: “Soms eert de prijs een winnaar, en soms eert een winnaar de prijs. Bij Jan Kruis is het laatste het geval.”


Tout Groningen was uitgelopen voor dit eerbetoon, onder wie de beroemde dichtende stadjer Jean Pierre Rawie.

En als je Rawie ziet, is de rijmende ruitenboer Driek van Wissen gewoonlijk ook niet ver. Dat de prijsuitreiking in Groningen plaatsvond, was vanwege de overzichtstentoonstelling Het Theater van Kruis in het Eerste Nederlandse Stripmuseum, dat in concubinaat leeft met de plaatselijk vestiging van McDonald’s aan de Westerhaven. Het hamburgerkauwende klootjesvolk zit ter linkerzijde in deze vurenhouten twee-onder-een-kap, waar de ware liefhebber de ingang rechts kiest.

Voor deze tentoonstelling maakten het museum, gastcon-servator Frans le Roux en Jan Kruis zelf een ruime selectie uit het werk van de laureaat. Rechts staat de stripintendant van het BKVP, de voormalige Elsevier-journalist Gert Jan Pos.

Gezamenlijk staan zij voor een olieverfschilderij van de meester, voorstellende de striptekenaar als motormacho en een ontklede Andrea (Catootje) Kruis als bikerbabe. Want Jan Kruis is anders dan zijn rode kater allesbehalve hoe-het-heet – dat u het weet.

Jan Zandbergen