Niet stuk te krijgen

In 1956, toen David Sanborn elf jaar oud was, nam zijn vader hem mee naar een concert van Ray Charles. Daar, in het Kiel Auditorium van Saint Louis, viel Sanborn niet alleen voor de stem van Charles – hij kende zijn hits ‘I Got A Woman’ en ‘Night Time (Is the Right Time)’ al – maar ook voor het tweekoppige saxofoonmonster dat zijn band nog gevaarlijker maakte dan-ie al was: Hank Crawford en David ‘Fathead’ Newman. Het geluid dat Charles, Newman en Crawford gemeenschappelijk hadden, een mengeling van verdriet, vreugde, troost en berusting, is vijftig jaar later nog steeds het handelsmerk van de inmiddels gelauwerde altist.

Sanborns nieuwe album Only Everything heeft een directe link met deze gebeurtenis. De plaat opent met ‘The Peeper’, een compositie van Crawford, die dat nummer gedurende zijn hele carrière als signature song speelde. Het stuk swingt als de spreekwoordelijk neten, niet in de laatste plaats door het stuwende drumwerk van Steve Gadd en, vooral, dankzij het stomende hammondorgel van Joey DeFrancesco. En wat van Sanborn zelf te zeggen.

Je ziet weleens mensen die door hun tranen heen beginnen te lachen – nou, zó klinkt hij. En als James Taylor en Joss Stone dan ook nog een liedje mee komen zingen, kan de dag echt niet meer stuk.

Ruud Meijer