Uitgebruld?

Na meer dan 25 jaar is Paul de Leeuw het ultieme meubelstuk van Hilversum. Al zijn programma’s zijn grote en kleine feestjes rond Het Fenomeen Paul. Vraag: hoelang blijven die feestjes, voor hem en voor ons, nog leuk?

Beste Paul,

Het is een grote eer jou een brief te mogen schrijven. Je bent namelijk, en dat meen ik oprecht, een fenomeen. Waar mensen als Matthijs van Nieuwkerk en Wouter Bos (die ik eerder adresseerde) gewone stervelingen zijn die zo goed mogelijk hun werk proberen te doen en zich af en toe, net als de rest, moeten verlagen tot woord- en machtsspelletjes om de zaken naar hun hand te zetten, ben jij – alweer een groot woord – een soort natuurkracht. En ik denk vrij zeker te weten dat jij weet dat jij dat bent. Als jij ergens binnenkomt met dat gezellige, bolle lijf, met die ondeugende ogen, die kale kners en die lach die je hele verschijning in een vrolijke stuiterbal doet veranderen, ontbrandt er een instant warmte in de betreffende zaal. Dan zie je de grootste chagrijnen ontdooien en ontstaat er een sfeer van ‘de wereld mag dan in elkaar storten, maar wij gaan het de komende uurtjes nog even heel leuk hebben!’.

Je bent de hooggetalenteerde vormgever van het Hedendaagse Hedonisme. Bij jou moet alles wijken voor de lol, voor de show, voor het leedvermaak, voor het effect, voor het exhibitionisme, voor de overtreffende trap, voor de allerindividueelste en meest debiele wens van kijker A of Z. Bij elke andere artiest, presentator of komiek zou zo’n wagonlading aan ambities tot een gierend uit de bocht vliegende show leiden. Maar door jouw natuurkracht en jouw minstens zo bewonderenswaardige taalelasticiteit ben jij in staat al deze menselijke bommetjes op een waardige manier te laten ontploffen. En laat je ons de heerlijke vruchten proeven van de vrije geest en de onbekrompenheid. Welk land kan bogen op zo’n entertainer?


Als ik buitenlandse vrienden wil uitleggen wat voor uitzonderlijke dwaas wij hier op tv hebben, wat voor een overjarige puber mensen in een bad sangria laat springen, ze zo nodig live weet te ontkleden of de studio uit slaat, dan sta ik met een mond vol tanden. Om jou adequaat te karakteriseren, kan ik niet even de naam van een beroemde komiek of artiest noemen waar jij als twee druppels water op lijkt of bij wie jij leentjebuur speelt. Die komiek of artiest bestaat eenvoudigweg niet. Er komt – het is de laatste, hoor – nog één vet compliment jouw kant op, Paul: jij bent, jawel, hartstikke uniek! Niet voor niets voegde schrijver, interviewer en columnist Ischa Meijer je ooit toe dat je je geen enkele zorgen moest maken over mogelijke kritiek: “Jij, Paul, bent je eigen oeuvre.”

Toen ik de opdracht kreeg deze brief aan jou te schrijven, ben ik meteen in mijn archief gedoken. Ik herinner me dat wijlen hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer Martin van Amerongen mij ooit vroeg mijn licht te laten schijnen op ‘het schreeuwerige jongmensch’ Paul de Leeuw. Het waren tijden, begin jaren negentig, waarin het traditionele tv-format nog recht overeind stond, tv-presentatoren zich nog de plaatsvervangers van God op aarde konden wanen en het NOS-bestuur dacht te waken over Nederland als Mozes over zijn kudde. Jij blies die ouwelijke cultuur fris van de lever omver en, daartoe uitgenodigd, was ik niet te beroerd om je vanaf de zijlijn aan te moedigen. Ik citeer: “Als De Leeuw de opkomst van twee lilliputters zingend luister bijzet met Het smurfenlied (‘Kunnen jullie door een waterkraan?’), slipt hij volgens grote delen van de weldenkende natie over de grenzen van de betamelijkheid. Onzin. De Leeuw pakt iederéén keihard aan – daar heb je echt geen hazenlip, klompvoetje of andere afwijking voor nodig. De zogenaamd ‘zieligen’ voelen dit aan en waarderen het. In ieder geval blijven ze komen, terwijl ze weten wat hen te wachten staat.”


Het waren, om eerlijk te zijn, tijden waarin ik elke soort vloek in elke kerk warm verwelkomde. Maar het zou een grove versimpeling zijn om jouw omgang met de gehandicapte medemens tot de essentie van jouw werk te verklaren. Die is, wat mij betreft, veel meer het onttakelen van de tv-grammatica. Het wegtreiteren en vulgariseren van commercials, aankondigingen, bumpertjes, bruggetjes, overgangen, quizrituelen en andere versteende tv-vormen tot ze één grote puinbak vormen. Daarbij heb ik in dat indrukwekkende arsenaal van grimassen jouw verveelde verzuchting altijd de allerleukste gevonden. Ik zal niet snel vergeten hoe je tijdens previews, als je live de hoogtepunten van de komende uitzending van ‘De Schreeuw’ in sneltreinvaart opsomde, telkens weer de vrijheid nam om wanhopig in te ademen (alsof de show een fatale opgave voor je zou worden), of juist theatraal uit te blazen (alsof je al een vermoeiende marathon achter de rug had).

Met dit type balorige emotie stak je figuurlijk een middelvinger op naar al die opgedirkte presentatoren en presentatrices die het, zeker destijds, deden voorkomen alsof hun verschijning en hetgeen ze te vertellen hadden van onbetwist belang was. Na een hele reeks emancipatiebewegingen gaf jij met dit soort lichaams- en gebarentaal feitelijk vorm aan een nieuwe emancipatiebeweging. Die van de eeuwige puber, die niets serieus neemt. Het leven niet. En de bestaande televisie al helemaal niet.

En wat ik ook altijd zo verfrissend vond: jouw ogenschijnlijke lak aan ingewikkelde voorbereidingen en geestdodende voorgesprekken. Zodra er een artiest, kunstenaar of politicus bij jou het podium op kwam, leek er achter jouw valse grijns permanent een eindeloze reeks beledigingen en woordgrappen beschikbaar te zijn, waar je naar hartelust een greep uit kon doen, al naar gelang de behoeften van de situatie. Op een keiharde sneer volgde meestal een al even originele liefdesverklaring, op een schunnige opmerking een zalvend goedmakertje, op een stoot onder de gordel een luchtig compliment. En nooit, nee nooit kwamen die capriolen gescript over. Niet voor niets heeft menige gast een optreden in jouw show achteraf omschreven als een ‘emotionele rollercoaster’.


En dan heb ik het nog niet eens gehad over jouw alom bejubelde uitstapjes richting komedie (onder meer Seth & Fiona), richting spelletjesprogramma’ (denk aan Sterrenslag), richting gevoelige luisterliedjes (het nu al bijna klassieke Blijf bij mij) en richting film (onder meer De pijnbank en Alles is liefde). Al ver voor Google furore maakte als alles verzamelende zoekmachine, nam jij zo’n beetje alle show- en theaterdisciplines onder je hoede. Paul de Leeuw als immer functionerende amusementsmachine, waar je alleen een zoekwoord op hoeft in te tikken. Het klinkt bizar, maar toch: jarenlang heb je lichaam en geest uitgewoond op al die diverse podia. De vraag of je een multi-getalenteerd wonderkind bent of een chronisch overwerkte ADHD’er doet amper ter zake. Het zal wel een beetje van allebei zijn.

Maar wat is er misgegaan, Paul? Zo enthousiast als ik destijds over je was, zo onverschillig ben ik nu. En ik denk zomaar dat ik niet de enige ben: dat veel meer mensen een vorm van chronische vermoeidheid beginnen te ontwikkelen als ze de naam ‘Paul de Leeuw’ horen. Verklaring 1: elke artiest en elk talent is onderhevig aan erosie en jij bent daarop toch geen uitzondering. Verklaring 2: als je wekelijks een live-programma wilt maken met de intensiteit en de ambities die jij jezelf oplegt, dan is de band gedoemd snel leeg te lopen. Verklaring 3: als je een eigen bedrijf wordt en je gaat in omzetcijfers denken, kom je onwillekeurig in een ritme terecht waar routine binnensluipt en de man of vrouw achter weer een ingezonden brief en weer een bizarre droom of hilarisch verzoek een nummertje wordt, een af te werken geval dat je met de helft van je talent ook tot een acceptabel einde weet te breien. En om zelf meteen maar een onbescheiden oordeel over deze trits verklaringen te geven: ik denk dat ze alle drie waar zijn.


Heb jij zelf door dat je in de gevarenzone zit? Ik durf te wedden van wel. Want onderdeel van jouw aanstekelijke hedonisme is dat jij het haarfijn doorhebt als de boel een beetje inzakt. Als het feestje niet meer het oude feestje is. Als de reacties lauwer worden, de ‘vibe’ in de studio dalende is en je eigen bloed met minder adrenaline door je aderstelsel stroomt. Als dat moment is aangebroken, krijgt je omgeving te maken met de andere kant van jouw natuurkracht. Zeg maar, met de achteringang van de orkaan: een plek waar onzekerheid, grillen en een naar rood doorslaand stemvolume om zich heen meppen. Dan word jij dat ongeduldige, onredelijke en onhandelbare baasje waar mensen van in de gordijnen kruipen. Waar fotografen, interviewers en ander voetvolk trauma’s van oplopen. En wees nu maar blij dat ik van al je intimi de meest redelijke, milde en liefhebbende ga citeren, Joop van den Ende. Die heeft in diverse tv-interviews gemeld dat je ‘onrustig bent’, heel vaak je ‘zinnen weer op iets anders zet’ en soms ‘alles tegelijk wilt’. Is dat diplomatiek geformuleerd van onze Joop of niet?

Geen wonder, want Joop zit voor de helft in dat tamelijk onzichtbare, nieuwe tv-bedrijfje van je, dat je – Joop zou zeggen ‘vanuit jouw onrust’ – een paar jaar terug hebt opgericht. Voor alle HP-lezers die nu denken: nieuwe bedrijfje? Is Paul de Leeuw BV niet al zijn leven lang zijn eigen, gesmeerd lopende bedrijfje? Nee, beste mensen, Paul dacht op een gegeven moment: boven op alles wat ik al gedaan heb, boven op al het succes en al het applaus, ga ik nu ook nog directeurtje spelen. Zoals wel vaker met megalomane geesten het geval is, was jij het hoogstwaarschijnlijk zat om nog afhankelijk te zijn van anderen. Had jij, de gevierde tv-coryfee, geen zin meer om bij omroepdirecteuren op schoot te moeten kruipen en met een ego-in-nood naar nieuwe zendtijd te hengelen. Staand op de hoogste sport van je eigendunk, dacht je: weet je wat? Ik ga niet wachten op toestemming voor een nieuw programma, ik ga zelf nieuwe programma’s maken! Ei, ei! Gevolg: EVA (En Vele Anderen) werd geboren.


Ik hoor je al denken: heb ik na al die jaren geen recht op een miskleun? Moet mijn hoofd bij de eerste de beste misser worden afgehakt? Mijn antwoord is: nee. Al begrijp ik niet waarom je met je zelfgecreëerde speeltuin niet lekker het avontuur bent aangegaan, maar besloot het tenenkrommende gebabbel van vijf dames te faciliteren (De tafel van 5, binnen de kortste keren gekild door Net 5). Was dit werkelijk de overtreffende trap van een enthousiaste tribune in Almere? Hele en halve soapies de buis op gooien? Met flessen wijn onder handbereik? En Katja Römer-Schuurman en Daphne Bunskoek als ‘gespreksleiders’, die leuk zijn om naar te kijken, maar de steen der wijzen – het zij hun vergeven – nog lang niet gevonden hebben? Klopt het dat jij daar je creatieve handtekening onder hebt gezet? Als je dit zo terugleest, moet je zelf toegeven: een regelrechte giller. Je ging er spontaan van praten als een angstige omroepbaas, en ik citeer uit een persbericht: “We (je bedoelt je bedrijf EVA – HvW) moeten ons minder gaan richten op groei en meer op het bewerkstelligen en continueren van de kwaliteit van de huidige programma’s die we gaan maken.” Paultje toch… Een slecht programma wil ik je vergeven, maar als je met dit soort managerstaal je bedrijfje op de rails moet gaan houden, ligt de conclusie, lijkt me, voor de hand: terug naar je stiel!

Maar ja – en nu komen we bij het écht pijnlijke deel van deze brief -, wat is er voor jou in Nederland nog te veroveren? Hoelang ik er ook over nadenk, ik kom er niet uit. Waar ga jij, Paul de Leeuw, ons nog mee verrassen? Welke ‘Operatie Stormenderhand’ heb jij nog in de la liggen om een nieuwe wending aan jouw propvolle tv-carrière te geven? Nóg meer grappen en grollen in Almere? Nóg meer flinterdunne rollen als in Spion van Oranje? Nóg meer keten met BN’ers, mongooltjes en kijkers met een raar verlangen? Zelfs een toneelstuk, een nieuw boek, een tv-komedie of iets musicalachtigs helpt de dreigende verveling niet echt meer weg te jagen, want jij – onmatige slokop! – hebt ’t allemaal al een keer gedaan.


Je kont tegen de krib dan maar? Nieuwe vormen van shock-tv? Verse vleugjes anarchisme? Ik kijk ernaar uit! Maar als je het even tot je door laat dringen, moet je concluderen dat je als bijna 48-jarige beter een andere wedstrijd kunt gaan spelen. De YouTube- en JackAss-generatie is niet snel meer te verbazen met puberaal gedrag. Tegenwoordig heb je zelfs een hele omroep die daaraan gewijd is: BNN.

Weet je, ik gun je een nieuw buitenland ter grootte van Amerika, een land waar de mensen nog in een emotionele winterslaap verkeren, waar de praatprogramma’s lang en saai zijn en de zeden erg op orde. Een land waar je kriskras doorheen kunt sjezen zonder meteen op een dorpsplein met Kruidvat te botsen. Een land ook waar de geest nog in de fles zit. Duitsland? Er is daar, na Rudi Carrell, een vacature voor een verse knuffel-Nederlander. Onze Oosterburen een lesje in vrijpostigheid en gnante situaties geven. Waarom niet? Ik zie jou daar successen vieren! Zeker in het kosmopolitische en homovriendelijke Berlijn. En het grote voordeel is: eindelijk heb je dan een alibi om van die doorgebakken Cor Bakker af te komen. Of ga je die intens belegen TROS-knaap gewoon weer meenemen naar Hamburg, Frankfurt, München, Keulen en Bremerhaven?

Behalve door keten tegen de klippen op (de titel van je nieuwe show Zoveel Keer De Leeuw wijst daarop), kun je natuurlijk ook dat andere doen: boeiend uitdoven. Uit de kermis van de opnamestudio’s stappen en in de vrije natuur gaan ‘soul searchen’ met leeftijdgenoten. Als een originelere uitvoering van Rob Kamphues de bossen in met Joost Zwagerman, Cornald Maas, René Froger, Richard Krajicek, Marlies Dekkers, Heleen van Royen, weet ik veel. En onder het stoken van een haardvuurtje op de Veluwe of in de Peel vooruit en achterom kijken. Midlifecrisis-tv met een vrolijke inslag. Bij elke andere presentator zou ik er waarschijnlijk uitslag van krijgen, maar jou zie ik ’t doen. Op het randje van serieus en totale clownerie (“Zeg, Heleen, wat sta je daar te doen achter die eik?”). Wilfried de Jongs 24 uur met…, maar dan in de buitenlucht, in tentjes. Zou ik voor thuisblijven!


Hopelijk ga je ons verrassen, Paul. En is al mijn bezorgdheid volstrekt overbodig. Maar wanneer ik op de website van EVA (www.evamedia.nl) oog in oog zit met dat aangeharkte industrieterrein in Almere en de keurige hoofdjes van de 45 medewerkers, zakt de moed me even in de schoenen. Dat snap je toch wel? Hypotheekjes garanderen voor je personeel – daar ben jij toch niet voor op aarde gezet? Of ben je zelf inmiddels ook zo’n hypotheekje dat afgelost wil worden en een vaste hoeveelheid tv-uurtjes wil ‘wegzetten’ om de molen draaiende te houden? Ik hoop hartstochtelijk van niet. Want, Paul, als jij, wat God verhoede, definitief bent uitgeraasd en het stokje overgeeft aan een volgende generatie, ga ikzelf ook een beetje dood. Zo voelt dat.

Paul Henri de Leeuw (Rotterdam, 1962) groeit op in een protestants gezin. Na zijn havo meldt hij zich aan voor de lerarenopleiding in Delft, waar hij zijn artistieke talent ontdekt. In 1983 doet hij auditie voor de Toneelschool in Maastricht (afgewezen), maar datzelfde jaar nog duikt hij op bij het Cameretten-festival, waar hij onmiddellijk de Persoonlijkheidsprijs wint. Via de NCRV (1985) komt hij bij de VARA terecht, waar hij op 1 juni 1986 zijn radiodebuut maakt met Lieve Paul – een middagshow tussen 4 en 6 waarin hij relatieproblemen poogt op te lossen. In 1987 breekt hij door met de presentatie van Sterrenslag (samen met Sandra Reemer), waarna hij in 1990 de televisiewereld in dendert met De Schreeuw van de Leeuw. Vooral de uitzending met aidspatiënt René Klijn oogst veel lof en wint een Bronzen Roos in Montreux. Sindsdien is De Leeuw een constante in de Hilversumse uitzendschema’s en groeit hij uit tot nationale knuffelbeer. In 2008 wint hij de felbegeerde Televizier-Ring voor Mooi! Weer De Leeuw. Zojuist is De Leeuw wegens onvrede gestopt met Lieve Paul en komt hij vanaf 6 maart terug met Zoveel Keer De Leeuw en De Leeuw op Zondag.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Hans van Willigenburg