Voorbij het wij-zij-denken

Het wil niet vlotten met de integratie van de islamitische immigranten in de Nederlandse samenleving. Niet in de praktijk, zoals Paul Scheffer tien jaar geleden al aan de hand van statistische gegevens demonstreerde in zijn geruchtmakende artikel over ‘het multiculturele drama’. En ook als nastrevenswaardig ideaal heeft de multiculturele samenleving flink aan goodwill ingeboet, bij ‘rechts’ zowel als ‘links’. Wat ervoor in de plaats is gekomen, is angst – de angst voor de ‘islamisering’ van Nederland, en boosheid over de overheid die zich niet genoeg bekommert om de burger die zich niet meer herkent in zijn eigen land.

Populisten als Geert Wilders en, in mindere mate, Rita Verdonk, mijden met opzet de nuance en propageren het wij-zij-denken. De mensheid wordt opgedeeld in goed (wij) en kwaad (zij) – andere smaken zijn er niet. Zodoende is de discussie, of wat daarvoor doorgaat, in steeds ijlere sferen terechtgekomen, en lijken weinigen de moeite te nemen om zulke abstracte noties nog eens te toetsen aan de alledaagse realiteit van dat zozeer gevreesde ‘andere’ Nederland.

Robbert van Lanschot, die als diplomaat voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken door exotische gebieden als Somalië, Bosnië, Darfur, Irak, Kosovo, Eritrea en Oost-Congo reisde, kwam op het lumineuze idee om in dat ‘andere Nederland’ een kijkje te nemen, met de leergierige blik van een buitenstaander. Hij doet van zijn omzwervingen verslag in deze verbazingwekkende bundel losse schetsen en notities.

Het plan om daadwerkelijk op onderzoek uit te gaan, vatte post toen Van Lanschot met zijn auto op de Vaillantlaan in de Haagse Schilderswijk gestrand was in een file. Plotseling werd hij getroffen door de onbegrijpelijke opschriften aan de gevels. Op een van de kantoorpanden las hij bijvoorbeeld: ‘Kredi & Ipotek, Hukuk & Danismanlik’. Waarop bij hem de vraag rees of er in ons land inderdaad behoefte bestaat aan hukuk. Met terloopse ironie noteert hij dan: “Hukuk? (-) Was dat iets wat je wilt hebben? (‘Meneer, ik wil graag een maximale hoeveelheid hukuk.’) Of was het iets waar je juist vanaf wilt, iets waarvoor je je een beetje schaamt? (‘Meneer, ik zit momenteel helaas met te veel hukuk.’) Toch eens navragen bij de Turkse pizzabakker.”


Maar zo luchtig is zijn toon lang niet in elk hoofdstuk. Met name als Van Lanschot moskeeën, culturele stichtingen en buurtcentra bezoekt, die (zwaar!) gesubsidieerd worden omdat ze zouden fungeren als multiculturele ontmoetingsplaatsen, blijken dat meestal onneembare vestingen te zijn. De hoofdingang is steevast gereserveerd voor de mannen, terwijl de vrouwen binnenkomen door een achterdeurtje. Niet-islamitische pottekijkers worden geweerd. En de imam die geacht wordt iets te verduidelijken over ‘Nederlandse normen en waarden’, spreekt zelf geen woord Nederlands, laat domweg alle verzen van de Koran opdreunen – ook al begrijpen zijn pupillen er geen syllabe van – en eindigt – ten behoeve van Van Lanschot ongetwijfeld – met wat lukrake vermaningen over ‘helpen met de afwas en zelf je bed opmaken’. Tot steile verbijstering van de pubers in zijn klasje, die natuurlijk wel beter weten, want dat is vrouwenwerk!

De schrijver verzucht dan ook in zijn voorwoord: “Kan Nederland een harmonieus christelijk-islamitisch land worden? Of zijn we op weg naar een diep gefragmenteerde samenleving? Kan Den Haag ooit een Mostar worden? Of Maassluis een Mitrovice? Waarom eigenlijk niet?”

Ja inderdaad, waarom eigenlijk niet. Misschien omdat hier mensen rondlopen die echt willen en kunnen kijken, zoals Robbert van Lanschot zelf. En dat stemt dan toch weer optimistisch.

Robbert van Lanschot: Café Mogadishu. Omzwervingen door het andere Nederland. Mets. €20. Ook via www.ako.nl.

Emma Brunt