De nieuwe Pechtoldjes

Ze melden zich met honderden tegelijk aan. En dus organiseert D66 voor haar nieuwe leden speciale dagen. Met hyperambitieuze twintigers, een enkele twijfelende zestiger en natuurlijk de man in control, Alexander Pechtold.

De afgelopen week alleen al 460 nieuwe contributanten. In een jaar tijd zag D66 haar ledental toenemen met een slordige 7,5 duizend tot bijna 20.000 leden. Het Academiegebouw van de Utrechtse universiteit – in het hart van de stad, statig zonder truttig te zijn – vormde de passende ambiance voor hun verwelkoming, die eerste zaterdag in maart.

Na de ontvangst met koffie en koekje, vond in de Senaatszaal, voorzien van een weelderig turquoisekleurig orgel, een debatje plaats met onder andere Kamerlid Boris van der Ham en een jongeman, ene Thomas Bakker, die zich de landelijke voorzitter van de Jonge Democraten mocht noemen. De inhoud van het twistgesprek deed er minder toe – onwillekeurig richtte alle aandacht zich op deze frisse, kordate verschijning van amper 22 lentes. Gestoken in een strak grijs pak, voerde Thomas het woord met de vanzelfsprekendheid der welbespraakten. Uit zijn mond klonk elke zin als een hamerslag. Van enig discours met de zaal of de overige panelleden kon geen sprake zijn. Het is dat Pechtolds positie onomstreden is, anders had deze Thomas Bakker het oproer in zijn partij hoogstpersoonlijk opgestookt en aangevoerd. Zo stuitend overtuigd was Thomas van zichzelf. Hij werd er bijna weer leuk door.

Lees de rest van het artikel in HP/De Tijd van deze week.

Frans van Deijl