De lezer is een vrouw

Literatuur, spanning, romantiek, het vindt allemaal meer aftrek bij vrouwen dan bij mannen. Ook het uitgeversvak wordt steeds vaker door vrouwen beoefend. Komt de man er überhaupt nog aan te pas in de boekenbranche? ‘De grootste seller chick van de afgelopen tijd is Herman Koch.’ door Frank van Dijl, foto’s Jean-Pierre Jans ‘Het is toch helemaal een vrouwenaangelegenheid geworden, dat boekenvak.” We zien er inderdaad een beetje uit als grumpy old men zoals we daar aan de bar van de Amsterdamse Passenger Terminal staan: mijn vriend de fotograaf met zijn camera’s, hij heeft zijn foto voor de krant van vanmiddag al gemaakt, ik met mijn winterjas over mijn arm (omdat de garderobe vol was!) en mijn tas ongemakkelijk over mijn schouder, allebei kippig over onze bril heen turend om wijs te worden uit het aanbod aan broodjes.

Maar dat de bedrijvigheid op Vers voor de Pers veelal wordt veroorzaakt door vrouwen – en leuke vrouwen ook nog – is ons natuurlijk niet ontgaan. Zeker, er lopen ook mannen rond, maar kunnen wij het helpen dat ons oog vooral op de vrouwen valt die de stands van ’s lands uitgeverijen bemannen (ahum)?

In zijn nieuwe boek rept Niccol Ammaniti in soortgelijk verband over ‘de hele harem van de pr-afdeling’ – het is in Italië kennelijk niet anders.

Terwijl we onze broodjes eten en onze witte wijn drinken, laten we onze blik door de hal beneden ons gaan, waar de Nederlandse uitgevers hun voorjaarsproductie onder de aandacht van de media brengen. “Het hele boekenaanbod lijkt ook wel op vrouwen gericht,” vat ik mijn eerdere rondgang over Vers voor de Pers samen. “Trouwens, ik weet niet of jij weleens in een boekwinkel komt, maar daar ligt het accent tegenwoordig volledig op chicklit of hoe het heet. Helemaal toegespitst op de smaak van vrouwen. Is je dat nooit opgevallen?”

“Vrouwen kopen zeker meer boeken,” zegt mijn vriend voordat we worden afgeleid door twee fraaie benen.

Maar het is waar: de lezer is een vrouw.

Neem Niccol Ammaniti. Hij was laatst in Nederland om exemplaren van zijn nieuwe roman, Laat het feest beginnen! (bespreking op pag. 66), te signeren. Wat schreef de Volkskrant een dag later? “Er zijn veel dames van middelbare leeftijd die blijkbaar ooit een cursus Italiaans hebben gevolgd en stamelend een proeve van bekwaamheid willen afleggen.” In het boek zelf komt ook een schrijver voor die zijn publiek bij een boekpresentatie overziet: ‘een dikke veertig procent studenten, sterker nog: vrouwelijke studenten die stijf stonden van de hormonen, en zo’n vijfendertig procent uitgezakte, vermoedelijk middelbare vrouwen’.


Of neem de Bestseller 60 die de CPNB wekelijks publiceert (en waarop Ammaniti’s nieuwste op 14 binnenkwam). De lijst wordt aangevoerd door informatieve boeken waarvan je met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunt stellen dat ze uitsluitend door vrouwen worden gekocht en gelezen (Gezond slank met Dr. Frank) en door romans die zelfs door vrouwelijke auteurs ‘wijvenboeken’ worden genoemd (Après-ski, Die laatste zomer, Toewijding).

Boektitels doen sterk denken aan die in meidenreeksen van vroeger: Hou je haaks, Hanna!, De zon zal weer schijnen – dat werk. Nu heten boeken Een keukenmeidenroman, Versier me dan, Ik haal je op, ik neem je mee. (Wéér van Ammaniti overigens, die laatste titel. Hij is dol op dat soort titels. Andere boeken heten Jij bent mijn schat en Ik ben niet bang.)

Zouden het deze titels zijn die vrouwen aanspreken?

Op de regenachtige maandag waarop de Volkskrant verslag doet van het bezoek van Ammaniti, praat ik in een Amsterdams koffiehuis met Stine Jensen. Zij is filosofe, literatuurwetenschapper, publiciste en schrijfster van de vorig jaar verschenen roman Dokter Jazz (“Nee, dat was geen bestseller”). Ze zegt: “We horen al jaren dat de boekenmarkt drijft op lezende vrouwen. Neem Eat, Love, Pray: ik heb nog geen enkele man ontmoet die dit boek heeft gelezen. Al mijn vriendinnen wel.”

Ik heb de in 2008 in Nederlandse vertaling verschenen roman (Eten, bidden, beminnen) van Elizabeth Gilbert ook niet gelezen, en ik heb er geen van mijn vrienden ooit over horen praten. Als ik de samenvatting lees, begrijp ik waarom: vrouw van dertig geeft man, huis en carrière op voor een queeste naar evenwicht, toewijding en plezier. “Vanuit de leesclub waren we het er wel over eens dat dit geen hoogdravend boek is, sommigen vonden het helemaal niets, maar voor mij was het wel een leuke en ontspannen leeservaring,” schrijft Bianca op dizzie.nl, en Boekenbarb voegt daaraan toe: “Verwacht geen literair hoogstandje (wat volgens mij ook helemaal niet de opzet van het boek is, dus eigenlijk prima geslaagd).”


De leesclub! Zo heet ook de nieuwe roman van Renate Dorrestein, die in het persbericht ‘een even vrolijk als spitsvondig eerbetoon’ heet te zijn ‘aan al die lezende vrouwen zonder wie de boekhandels failliet zouden gaan, de bibliotheken leegstonden en de meeste schrijvers ongelezen zouden blijven’.

De schrijfster desgevraagd: “Ik wilde met De leesclub een vrolijke hommage aan al die lezende vrouwen brengen. Er wordt vaak, ook door mijn mannelijke collega’s, wat neerbuigend over hen gesproken: ‘de grijze duiven van de leesclubs’. Terwijl deze vrouwen juist een culturele factor van jewelste vormen: zonder hen zou de literatuur allang op sterven na dood zijn geweest. Dat wilde ik met mijn boek zo luid en duidelijk mogelijk te berde brengen. Ere wie ere toekomt.”

Een kwestie van doelgroepgerichte marketing?

“Met marketingstrategieën heeft dat niets te maken,” zegt Dorrestein.

Stine Jensen op de vraag of vrouwen behalve meer en andere boeken ook op een andere manier of om een andere reden lezen: “Het is natuurlijk een cliché dat vrouwen van het woord zijn en mannen meer van het beeld, maar dat cliché wordt wel bevestigd. Ik vind het jammer dat vaak wordt gedacht dat wat veel gelezen wordt wel slecht moet zijn. Het is vooral positief dat er gelezen wordt,” zegt ze. “En is het erg dat vrouwen meer lezen dan mannen? Volgens mij niet. Het is kennelijk meer een hobby van vrouwen dan van mannen. Maar het is een ongelukkig verschijnsel dat naarmate vrouwen meer lezen er minachtender wordt gedaan over wát ze lezen. Alsof het om een uiting van lagere cultuur zou gaan.”


Dat het dom is om zo te denken, zegt ook Renate Dorrestein, die de Britse schrijver Ian McEwan aanhaalt: “Hij schreef ooit in The Independent: ‘The moment women stop reading, the novel will be dead.’ Al jaren toont onderzoek uit binnen- en buitenland consistent aan dat de lezers van literatuur voor 85 procent uit vrouwen bestaan – uit vrouwen van boven de vijftig, om precies te zijn. Mannen en jongeren zitten zelden of nooit met hun neus in een roman.”

Een observatie die wordt bevestigd door Henk Kraima, scheidend directeur van de Stichting CPNB. Hij gelooft niet dat mannen beduidend minder lezen, wel dat ze meer non-fictie lezen. Als voorbeelden noemt hij De prooi, het succesvolle boek van Jeroen Smit over de ondergang van dé bank, en de vele titels over types als Willem Holleeder. “De opkomst van non-fictie is iets van de laatste vijf jaar. Vrouwen lezen meer romans dan mannen. Waarom dat zo is, moet je aan een socioloog vragen. Ik denk dat het komt doordat vrouwen meer behoefte hebben om aan de werkelijkheid van alledag te ontsnappen.”

Renate Dorrestein is dan wel geen socioloog, ze heeft toch een verklaring: “Volgens mij heeft dit ermee te maken: het lezen van fictie vereist dat je in andermans schoenen kunt gaan staan, en daarin worden vrouwen van jongs af aan meer dan mannen getraind. Vrouwen lijken ook vaak domweg meer geïnteresseerd in zaken zoals emotionele of morele dilemma’s (en die vormen voor een belangrijk deel de grondstof van fictie). Mannen pakken in doorsnee liever non-fictie, en een vaak gehoord argument daarbij is: ‘Daar steek ik tenminste iets van op.’ Bij een roman hebben ze dat gevoel niet, maar vrouwen wel: die lezen onder meer om zichzelf en de wereld om hen heen beter te leren kennen en doorgronden, en om zogezegd de kunst bij de personages af te kijken.”


Stine Jensen: “Er zijn ook wel mannen die willen weten wat er omgaat in een vrouw. Dat inzicht kan een door een vrouw geschreven roman verschaffen. Dat is een van de functies van literatuur. Zo lezen vrouwen ook, en ze doen dat heel breed: van Philip Roth tot Kluun.”

“Al in de negentiende eeuw was lezen voor vrouwen uit de betere standen een vorm van escapisme: een momentje voor jezelf,” zegt Stine Jensen. “Later hadden televisiesoaps als Dynasty en Dallas ook die functie, of om het bij lezen te houden: de Bouquetreeks. Wegdromen zoals madame Bovary. We hebben nu ook meer vrije tijd. Die is sinds 1960 met veertig procent toegenomen. Daarnaast vervult lezen ook een emancipatoire functie, een manier om kennis op te doen.”

Nicci French, Esther Verhoef, Saskia Noort – dat zijn typisch schrijfsters die haast uitsluitend door vrouwen worden gelezen, alsof ze het product zijn van slimme marketingcampagnes. In het geval van Heleen van Royen gaat dat zeker op. Haar debuut De gelukkige huisvrouw is een archetypisch voorbeeld van chicklit (ja hoor: vrouw van dertig geeft man, huis en carrière op voor een queeste naar evenwicht, toewijding en plezier), en nadat het in 2000 in de markt was gezet, gold Van Royen als seller chick. Stine Jensen ontwaart in Van Royens werk ook minder traditionele of zelfs provocerende elementen, zoals in haar vorig jaar verschenen roman De mannentester.

Maar, zegt Jensen breed lachend: “De grootste seller chick van de afgelopen tijd is Herman Koch.” Van zijn roman Het diner gingen in een jaar tijd driehonderdduizend exemplaren over de toonbank.

Renate Dorrestein: “Of het nu gaat om Adriaan van Dis, Arthur Japin, Herman Koch of mij: we hebben allemaal meer vrouwelijke dan mannelijke lezers. Overigens heb ik ook wel mannelijke fans, dikwijls lezers die mij al bijna dertig jaar volgen en die bij elk nieuw boek trouw iets van zich laten horen.”


Publiciteit in de vrouwenbladen is van cruciaal belang. “Als Elle of Marie Claire je vraagt voor een interview, zeg je ja. Dat geldt ook voor mannelijke schrijvers. Ook zij weten dat daar hun lezers zitten. Die bladen puilen uit van de boekenrubrieken, en uitgevers adverteren er graag in.”

Maar waar halen al die vrouwen toch de tijd vandaan? Veel meer vrouwen dan dertig jaar geleden hebben een baan. Ze hebben ‘man, huis en carrière’, wellicht zelfs kinderen – en toch vinden ze tijd om zich met een boek terug te trekken in wat dan waarschijnlijk hún ‘queeste naar evenwicht, toewijding en plezier’ is.

In 2005, weliswaar alweer een eeuwigheid geleden maar recenter onderzoek is er niet, besteedden vrouwen per week bijna een uur en drie kwartier aan het lezen van boeken. Daarvan ging een half uur op aan literaire boeken, vierenvijftig minuten aan romantische en spannende boeken en twaalf minuten aan informatieve boeken. Voor dat laatste genre hadden mannen evenveel tijd over, maar aan het lezen van literaire en spannende (en romantische?) boeken besteedden ze per week zo’n tweeënveertig minuten, de helft minder dan vrouwen.

“Lezen voorziet in een behoefte, daar vind je altijd tijd voor. Herkenning speelt daar een rol in. De onderwerpen van Eten, bidden, beminnen zijn zaken die vrouwen traditioneel bezighouden: het lichaam, spiritualiteit, vragen waar veel vrouwen van thirty-something mee worstelen,” zegt Stine Jensen.

Het vrouwenboek zoals dat in de jaren zeventig tijdens de tweede feministische golf opkwam, is geschiedenis geworden, een relikwie uit de tijd dat vrouwen met het oog op hun bevrijding elkaar in het vrouwenhuis in de kut keken. De schaamte voorbij van Anja Meulenbelt heeft plaatsgemaakt voor chicklit, vrouwenuitgeverijen en vrouwenboekhandels zijn vrijwel verdwenen. Maar vrouwenboeken (of wijvenboeken dus) nemen nu een prominente plaats in de boekhandel in, gerenommeerde uitgeverijen hebben imprints die speciaal op de vrouwelijke lezersmarkt gerichte boeken uitbrengen en omslagontwerpers lijken zich er steeds beter van bewust wie de boekenkopers zijn.


Voeg daarbij het feit dat niet alleen de promotieafdelingen door vrouwen worden bevolkt: ook hogerop in de boekenbranche zijn het steeds vaker vrouwen die het uitgeefbeleid bepalen. De emancipatie lijkt geslaagd.

Henk Kraima maakt daar wel een aantekening bij. “In het boekenvak werkten altijd al veel vrouwen. Nu zie je steeds meer managers komen, en dat zijn allemaal mannen. De concernvorming in de boekhandel heeft hetzelfde gevolg.”

“Bij mij in de collegezalen zitten voornamelijk vrouwen,” zegt Stine Jensen, die literatuurwetenschap doceert aan de Vrije Universiteit. “Maar onder de docenten heb je nog veel mannen.” Op de universiteit zie je al dat vrouwen anders lezen, omdat ze in andere onderwerpen zijn geïnteresseerd. “Ik heb van vrouwen nog nooit een werkstuk over Houellebecq gezien, en wel vier achter elkaar van mannelijke studenten.”

Henk Kraima van de CPNB laat de veronderstelling dat het aanbod in de boekhandel meer dan ooit is gericht op vrouwen nog even op zich inwerken. In zijn werkkamer hoog boven de Herengracht, een vintage foto van Bob Dylan aan de wand, zegt hij: “Ik heb juist de indruk dat de trend de andere kant opgaat. Tot ver in de jaren negentig kochten vrouwen de boeken. Vrouwen deden de boodschappen en domineerden de winkelstraten. Als je nu op zaterdag- of zondagmiddag een boekwinkel binnen gaat, is de man toch volop aanwezig. In de Bestseller 60 zie je non-fictie meer en meer opkomen.”

Is het verschil in leesgewoonte (laten we het daar dan maar op houden) tussen mannen en vrouwen een onderwerp waar de CPNB zich druk om maakt? “Ik heb de neiging om te zeggen van niet. We hebben die kennis, maar het is niet zo dat we ons daar door laten sturen. Maar na het boekenweekgeschenk van Salman Rushdie, een schrijver die vooral mannen aansprak, hebben we het jaar daarna bewust Anna Enquist gedaan.”


En na een korte stilte: “Een roman is per definitie reflectie en introspectie. Misschien past de vorm van de roman beter bij een vrouwelijke instelling. Maar dat zeg ik met heel veel vraagtekens. Het is niet zo dat mannen een hekel hebben aan het lezen van romans. Harry Mulisch, Paul Auster en Michel Houellebecq staan bekend als ‘mannenauteurs’.”

De hoogste tijd om eens te kijken of de observatie van die grumpy old men uit de aanhef klopt. Worden boekhandels meer en meer ingericht om de vrouwelijke klant te behagen?

Inloopzaken als AKO en Bruna ruimen veel plaats in voor bestsellers en heruitgaven in midprice-reeksen, zeg maar de bestsellers van vorig jaar. Omdat bestsellerlijsten, zoals we hebben gezien, worden gedomineerd door titels die gericht zijn op de doelgroep vrouwen, wordt de indruk bevestigd dat het vrouwenboek, chicklit of niet, overheerst. Maar ook de grote stapels van De prooi zijn niet over het hoofd te zien, en aan de boeken van Geert Mak ontkom je al evenmin.

De grotere zaken, zoals die van Selexys, vertonen hetzelfde beeld. Meteen na binnenkomst stuit je op de bestsellers; voor een deel uit de Russische Bibliotheek moet je in het geval van Donner in Rotterdam diep de kelder in.

En in kleinere boekhandels? Arno Snoek drijft samen met zijn broer boekhandel Snoek in Rotterdam. “De vrouwelijke klant heeft bij ons een voorkeur voor Nicci French of boeken zoals Het diner.

De eenzaamheid van de priemgetallen, Eten, bidden, beminnen. Niet echt chicklit-boeken. Mannen geven vaak de voorkeur aan non-fictie over de Tweede Wereldoorlog, de vastgoedfraude, Rotterdam, sport. De prooi is een succes, maar ook wel Tsjechov in de nieuwe vertaling. Ik zie ook dat de vrouwelijke klant meer tijd heeft om te lezen. Misschien een man met een goede baan.”


Monique van Oosterhout en Mirjam Rovers van de Rotterdamse Boekhandel v/h Van Gennep beschouwen het als een feit dat ‘meer vrouwen cultuur in theaters, musea en bioscopen consumeren’. “Zo denken wij ook dat er meer vrouwen zijn die romans lezen. Kijk maar naar de groei van de leesclubs, die voornamelijk uit vrouwen bestaan. Maar in onze boekhandel kunnen we dat niet met feiten staven, aangezien bij Boekhandel v/h Van Gennep toevallig meer mannen komen dan vrouwen. In het algemeen wordt bij ons meer fictie verkocht dan non-fictie, al kopen de mannen verhoudingsgewijs meer non-fictie dan de vrouwen.”

Arno Snoek ziet in het vrouwensegment nog een subgenre waar hij graag vanaf wil. “Ik noem het maar ‘zieligevrouwenboeken’ met onderwerpen als: mijn kind is ontvoerd in de woestijn, ik zat in de gevangenis op Bali. Daar moeten uitgeverijen eens mee stoppen, er is helemaal geen vraag naar.”

Dus zielige vrouwen zijn uit, evenwichtige, toegewijde en natuurlijk plezierige vrouwen zijn in.

import boekenweek