Ziek Zoetermeer

Drie maanden geleden werd bekend dat de bevolking van Zoetermeer twee jaar lang kankerverwekkend gifgas heeft ingeademd. Met dank aan de blunderende gemeente, die het vervuilende bedrijf, Sterigenics, zijn gang liet gaan. De verantwoordelijke politici zijn inmiddels gestraft met een historisch lage verkiezingsopkomst. Kroniek van een milieuschandaal.

Het is vrijdag de 13de als in oktober 1995 de bewoners van Zoetermeer worden opgeschrikt door een doffe knal. Die wordt veroorzaakt door een explosie bij het bedrijf Sterigenics, waar sinds 1988 medische apparatuur en kleding worden gesteriliseerd. Slachtoffers vallen er niet, maar de productie ligt een paar dagen stil. De gemeente schrikt zich dood en wil het bedrijf sluiten – veel te gevaarlijk. Maar daar steekt het ministerie van Volksgezondheid, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) een stokje voor. Sterigenics moet open blijven, want als de ziekenhuizen hun spullen niet meer in Zoetermeer kunnen laten steriliseren, komt volgens VROM de volksgezondheid in gevaar. Het lokale belang moet wijken voor het algemene belang.

Bij Sterigenics, internationaal marktleider, gaat wel vaker wat mis. Zo is er in 1999 een ongeluk met radioactieve elementen in België en raken in 2004 vier mensen gewond bij een explosie van ethyleenoxide in de Amerikaanse vestiging.

Datzelfde ethyleenoxide wordt ook in Zoetermeer gebruikt als sterilisatiemiddel. Het is een zeer brandbaar en giftig gas, dat astma, schade aan ongeboren kinderen en kanker kan veroorzaken. In hoge concentraties is de zoete geur van de etherachtige stof te ruiken. De gemeente Zoetermeer moet weten dat het gas ook in de Nederlandse vestiging wordt gebruikt, maar er is geen ambtenaar die na de explosie in Californië nog eens goed naar Sterigenics kijkt.

De reden van die passieve houding van de gemeente wordt duidelijk wanneer in 2004 de afdeling Milieu & Bouwen door zowel VROM als Capgemini wordt onderworpen aan een routineonderzoek. De afdeling Milieu gaat over de afgifte, controle en handhaving van milieuvergunningen. VROM constateert dat er een en ander schort aan de afdeling, maar die wacht met maatregelen zolang de uitkomsten van Capgemini nog niet bekend zijn. Dat rapport komt in de zomer en is vernietigend. Sturing ontbreekt, de ambtenaren doen waar ze zelf zin in hebben, zijn ondeskundig en laten saaie klussen zoals handhaving liggen. De conclusie is keihard: de afdeling Milieu functioneert zó slecht dat dit risico’s met zich meebrengt. Alle reden om direct de mouwen op te stropen en de bezem door de afdeling te halen. Wat niet gebeurt.


Pas na de zomervakantie staat het rapport van Capgemini op de agenda van het college. Het college van B&W is niet blij met het rapport – daarin wordt te veel naar het verleden gekeken, vindt men, en er is al veel verbeterd – maar besluit toch de conclusies en aanbevelingen over te nemen en het stuk door te sturen naar de gemeenteraad en de Rekenkamercommissie. Dat is verplicht bij een dergelijk onderzoek.

Een paar maanden later, eind november, verschijnt het rapport vreemd genoeg opnieuw op de agenda. Ditmaal wordt besloten het toch maar niet naar de gemeenteraad te sturen; er zijn immers plannen om de afdeling te reorganiseren. Het Capgemini-rapport gaat dus niet naar de raad, maar verdwijnt in het dossier van de nog altijd even slecht functionerende afdeling. Dat deze beslissing met de jaren steeds explosiever wordt, weet niemand.

Weer een half jaar later is van de reorganisatie bij de afdeling Milieu nog weinig terechtgekomen, zo blijkt uit een notitie. In het stuk wordt opnieuw aangedrongen op een betere afstemming en een helderder regie.

Hoe riskant een stuurloze afdeling Milieu is, wordt anderhalf jaar later, in oktober 2006, pijnlijk duidelijk. Het bedrijf vernieuwt zijn verbrandingsinstallatie en vraagt toestemming voor een verhoogde uitstoot van ethyleenoxide tijdens de duur van de werkzaamheden. De oude verbrander wordt uitgeschakeld, waardoor het giftige gas onverbrand en dus in een verhoogde concentratie de zogeheten calamiteitenpijp verlaat.

Volgens Sterigenics kan dat weinig kwaad; het bedrijf heeft naar eigen zeggen de Belgische professor Baeyens een rapport laten maken over de risico’s en dat vervolgens laten toetsen door het RIVM. Daar zou uit zijn gebleken dat het gevaar verwaarloosbaar is.


De gemeentelijke afdeling Milieu geeft permissie voor de verhoogde uitstoot voor de periode van twee maanden. Eind oktober wordt met het werk begonnen. Maar dat verloopt niet voorspoedig. Begin januari 2007, als de vergunnings- periode al lang en breed is verstreken, meldt Sterigenics dat er problemen zijn met de installatie van de nieuwe verbrander. Het bedrijf wil doorgaan met de verhoogde uitstoot en krijgt daar naar eigen zeggen mondelinge toestemming voor van de afdeling Milieu.

Sterigenics verstrekt vervolgens elk kwartaal cijfers aan de afdeling Milieu, met een summiere toelichting op de stand van zaken. Die komt erop neer dat de nieuwe oven nog steeds niet is geïnstalleerd en dat het ethyleenoxide onverbrand de calamiteitenpijp verlaat. Maar de milieuambtenaren kunnen de gegevens van Sterigenics niet goed interpreteren en trekken dus niet aan de bel. Zo gaat het twee jaar lang door, en al die tijd blijft het bedrijf vrolijk gifgas de lucht in blazen. De Zoetermeerse bevolking heeft geen idee wat ze bij elke ademtocht binnen krijgt.

Pas in december 2008 komt er een einde aan deze situatie, maar niet doordat de gemeente eindelijk ingrijpt. Het bedrijf zelf neemt actie. De nieuwe verbrandingsinstallatie is eindelijk klaar en de calamiteitenpijp wordt afgesloten. In twee jaar tijd is er 139 ton ethyleenoxide vrijgekomen, terwijl de hoeveelheid die normaal is toegestaan maar 8 ton bedraagt. Op uitnodiging van Sterigenics komen de milieuambtenaren de nieuwe installatie bewonderen.

Op dat moment is er overigens eindelijk beweging gekomen in de afdeling Milieu & Bouwen. Vier jaar na het vernietigende rapport van Capgemini, in januari 2008, is de dienst gereorganiseerd. De aanleiding voor het ingrijpen is trouwens niet dat rapport; de betrokken wethouder weet niet eens van het bestaan.


Er is een nieuwe afdeling op poten gezet, Vergunning, Toezicht en Handhaving (VTH), maar het nieuwe afdelingshoofd vertrekt alweer snel en het duurt een jaar voordat er een opvolger is. Er werken veel uitzendkrachten: bijna twintig van de 55 banen worden vervuld door externen. En het opleidingsniveau van de ambtenaren laat te wensen over. Er zijn voortdurend spanningen en er heerst veel onderling wantrouwen. Dat de afdeling te maken heeft met liefst drie verschillende wethouders, maakt de zaken er niet overzichtelijker op. Kortom, ook na de reorganisatie die de boel op orde had moeten brengen, is het bij de milieudienst van de gemeente een chaos.

Het is april 2009 als een ex-medewerker van Sterigenics aan de bel trekt bij Meldt Misdaad Anoniem. Hij maakt zich ernstige zorgen over het giftige gas dat het bedrijf al die tijd heeft uitgestoten. De tip wordt doorgegeven aan, jawel, de afdeling VTH. Die maakt geen haast om de verantwoordelijke wethouder in te lichten. Pas op 5 oktober, een half jaar na de melding, hoort CDA-wethouder Frank Speel van Milieu en Volksgezondheid over de problemen met Sterigenics. Speel schrikt zich rot en brengt de volgende dagen mondeling en schriftelijk zijn collega-wethouders op de hoogte.

Ondertussen is er – waarschijnlijk in opdracht van de afdeling VTH – opdracht gegeven aan een extern onderzoeksbureau om onderzoek te doen naar de uitstoot. De eerste berekeningen komen half oktober en zijn zo verontrustend dat Speel opdracht geeft voor een vervolgonderzoek. Dan blijkt dat Sterigenics zelf niet eens alle uitstootcijfers heeft; van de laatste vijf jaar ontbreken de gegevens van een fiks aantal maanden.


De gemeente vindt dat er een rapport moet komen over de gezondheidsrisico’s en schakelt de lokale GGD in, die samenwerkt met het RIVM en de GGD’s van Den Haag en Rotterdam. Dat rapport is klaar op 16 december en spreekt van een verwaarloosbaar klein risico op kanker. Een dag later, op 17 december, komt de gemeente naar buiten met het nieuws over de grote hoeveelheden gifgas die door Sterigenics de lucht in zijn geblazen. De lokale en regionale media pikken het onmiddellijk op, en in Zoetermeer ontploft een bommetje: ten minste tweeduizend mensen zijn twee jaar lang blootgesteld aan een te hoge concentratie ethyleenoxide. Een fijn kerstcadeau, constateren de Zoetermeerders schamper.

Sterigenics voelt zich overvallen door het persbericht van de gemeente en komt nog diezelfde dag met een eigen persverklaring. “Er waren problemen in 2006 en 2007. Vanuit de voortdurende zorg om veiligheid en gezondheid van de omwonenden heeft het bedrijf de uitstoot consequent gerapporteerd aan de gemeente. Sterigenics heeft geïnvesteerd in een nieuwe installatie: over verhoogde uitstoot van ethy- leenoxide bestaat geen zorg meer.”

Maar de Zoetermeerders voelen zich helemaal niet gerustgesteld. Binnen een paar dagen wordt er een actiegroep opgericht, SterigeNIKS, die in een mum van tijd vierhonderd sympathisanten heeft. De actiegroep is boos over de laconieke toon van de gemeente en de GGD. Ze heeft geen enkel vertrouwen in het rapport van de GGD, dat immers is gebaseerd op – onvolledige – cijfers van Sterigenics. Het actiecomité eist strafrechtelijke vervolging en sluiting van het bedrijf.

Kort na de jaarwisseling beginnen de meeste partijen in Zoetermeer aan de campagne voor de lokale verkiezingen. De PvdA is met tien zetels de grootste partij in de raad, de VVD volgt met zeven zetels, het CDA heeft er vier. De grootste oppositiepartij, met vijf zetels, is de Lijst Hilbrand Nawijn, aangevoerd door de man die nog even minister van Vreemdelingenzaken was in het eerste kabinet-Balkenende. Nawijn vrolijkt de campagne op met het liedje Wij zijn anders, wij willen beter: “Geen moslimscholen in onze stad, daarvan staan er in Nederland al zat…”


Maar de Zoetermeerders lopen niet warm voor de gemeenteraadsverkiezingen. Ze maken zich zorgen om hun gezondheid en die van hun kinderen, en willen meer weten over het gifgas en over Sterigenics. Op 7 januari belegt de gemeente een voorlichtingsavond bij de buren van Sterigenics, het waterpretpark Dutch Water Dreams. De zaal zindert, de spanning is van de gezichten te lezen. Burgemeester Jan Waaier lacht nerveus, wethouder Speel ziet witjes; beiden zeggen achteraf dat deze avond enorme indruk op hen heeft gemaakt.

De bewoners klagen daarentegen na afloop dat ze het een overgeregisseerde bijeenkomst vonden, waarop ze niet veel wijzer zijn geworden. De meeste antwoorden waren variaties op ‘Dat gaan we uitzoeken’. De bewoners vertrouwen de gemeente niet meer en eisen een onafhankelijk onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid van Pieter van Vollenhoven of van VROM. Sommige mensen verlaten voortijdig de bijeenkomst, uit ergernis over ‘die ambtenaren die er een zootje van hebben gemaakt’.

Een paar dagen later gaat er een nieuw bommetje af in het gemeentehuis: Frank Speel vindt tijdens het onderzoek naar Sterigenics bij toeval het vernietigende rapport van Capgemini uit 2004 over de slecht functionerende afdeling Milieu. Hij beseft meteen dat dit rapport nooit naar de raad is gegaan, zoals had gemoeten, en dat er evenmin ooit iets met de aanbevelingen is gedaan. Dit kan hem de kop kosten, zo realiseert hij zich.

Dat gebeurt de facto op 20 januari. Na een speciale vergadering stelt het voltallige college de zetel ter beschikking; de gemeenteraad mag later beslissen wie weg moet en wie mag aanblijven.


Inmiddels is er een waslijst ontstaan van zo’n 25 onderzoeken en metingen. Zo wordt er gestudeerd op de vraag of Sterigenics strafrechtelijk kan worden vervolgd, komt er een monitor voor gezondheidsklachten en een onder-zoek naar de handelwijze van de lokale ambtenaren en bestuurders. Een grootschalig bevolkingsonderzoek komt er niet, tot woede van bewoners: de GGD raadt een dergelijk onderzoek af, omdat er geen direct verband kan wor- den aangetoond tussen de uitstoot van ethyleenoxide en gezondheidsproblemen. Het is niet precies bekend wat de effecten van ethyleenoxide zijn bij de mens; er is alleen onderzoek gedaan naar de gevolgen van het gifgas voor muizen, aldus de GGD. Een paar weken later wordt bekend dat het Openbaar Ministerie een strafrechtelijk onderzoek instelt. Het OM wil weten of er sprake is van een milieumisdrijf bij Sterigenics. Ook de Onderzoeksraad voor Veiligheid van Pieter van Vollenhoven begint een verkennend onderzoek.

Op 25 januari legt het college verantwoording af tijdens een speciale gemeenteraadsvergadering. De grote vraag: valt het hele college, valt alleen de verantwoordelijk wethouder of vallen ook de twee wethouders Edo Haan (PvdA) en Bé Emmens (VVD) die in 2006 medeverantwoordelijk waren voor het verdonkeremanen van het Capgemini-rapport. Uiteindelijk treedt alleen Frank Speel af. Het is een emotioneel moment.

De rest van het college mag blijven zitten omdat de verkiezingen voor de deur staan, maar het is demissionair en mag alleen lopende zaken afhandelen. Wel krijgt het de uitdrukkelijke opdracht te onderzoeken of Sterigenics naar een andere locatie kan verhuizen, op grotere afstand van woonwijken.


De afgetreden Frank Speel blijft intussen gewoon lijsttrekker van het CDA. Zijn partij zegt nog steeds alle vertrouwen in hem te hebben. Als hij in het laatste weekend van januari in groen CDA-jack folders uitdeelt in winkelcentrum Rokkeveen, wordt hij door veel mensen aangesproken over Sterigenics. Maar hij vertelt liever dat hij wil gaan bezuinigen op het nieuwe stadsmuseum.

Maar in februari staat Zoetermeer een nieuwe schok te wachten. De lokale omroep, RTV West, heeft het rapport van de GGD laten doorrekenen door milieuprofessor Lucas Reijnders (UvA), en die concludeert dat de ‘verwaarloosbare’ kans op kanker waarover de GGD het in zijn rapport had – minder dan één geval op de 100.000 – in werkelijkheid maar liefst 46 keer hoger is. Bovendien wijst hij op de kans op astma en mogelijke schade bij ongeboren kinderen, waarover in het GGD-rapport met geen woord was gerept. De bewoners, bij monde van het actiecomité SterigeNIKS, zijn geschokt en eisen direct duidelijkheid. De geschrokken burgemeester belooft zo snel mogelijk contact op te nemen met Reijnders.

Inmiddels zijn de gemeenteraadsverkiezingen achter de rug. De bewoners in Zoetermeer hebben gekozen. Of liever gezegd: ze hebben niet gekozen. De opkomst was met 49 procent dramatisch slecht, erkent Frank Speel, die niettemin reden heeft om te lachen. Het gifgasschandaal heeft hem geen stemmen gekost; het CDA houdt zijn vier zetels. De PvdA moest vier van de tien zetels inleveren, maar de VVD boekte juist winst en ging van zeven naar negen zetels. Het lijkt erop dat bijna het hele college kan terugkeren, inclusief Frank Speel, zij het op een andere post. Over de portefeuille Milieu zullen wel afspraken worden gemaakt: geen wethouder die zich deze hete aardappel in de maag zal laten splitsen in de wetenschap dat hij op het Sterigenics- dossier zal worden afgerekend.


De dagen van Sterigenics in Zoetermeer lijken intussen geteld. Twee dagen voor de verkiezingen heeft de gemeenteraad besloten het bedrijf de duimschroeven aan te draaien. Er komt geen millimeter speling meer. De vergunning uit 2002, die nooit was aangepast door de blunderende afdeling VTH, wordt alsnog aangescherpt. De gemeente wil het bedrijf daarmee zo op kosten jagen dat het eieren voor zijn geld kiest. Doet het dat niet, dan moet de gemeente Sterigenics gaan onteigenen, een proces dat Zoetermeer miljoenen gaat kosten, maar dat heeft de voltallige raad er desnoods voor over.

Maar Sterigenics kan het zich veroorloven rustig achterover te leunen; het is de gemeente die aan zet is. Het bedrijf denkt er niet aan te verhuizen. Dat de productie inmiddels is gehalveerd, zoals de gemeente zegt op grond van eigen metingen, is onzin, volgens directeur Paul Lipkens. Het gaat maar om een paar procent, en dat komt doordat klanten zijn overgestapt naar de vestigingen in Duitsland en België of hun productie hebben verplaatst naar Azië.

Ondertussen heeft de gemeente haar les geleerd. Veertien vergelijkbare risicobedrijven worden doorgelicht. Het valt voor de Zoetermeerders te hopen dat dat gebeurt door competente ambtenaren die weten waar ze mee bezig zijn.

Anneke Verbraeken