Ayaan zoekt bondgenoten

Ayaan Hirsi Ali. Nomade. Augustus. € 19,90. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

In juni 2007 zat Ayaan Hirsi Ali met priester Antoine Bodar te eten in een restaurant in Rome. Ze keek om zich heen, zag de prachtige gebouwen en de cultuur, en realiseerde zich ineens dat zij naar vergane glorie zat te kijken. Het christendom in Europa was aan het wegkwijnen. Kerken komen leeg te staan en worden verbouwd tot kantoren, terwijl moskeeën als paddestoelen uit de grond schieten.

Ze nodigde Bodar uit met haar na te denken over mogelijkheden om de kerk weer in een positie te brengen waarin ze de ‘spirituele wedstrijd’ met de islam kan aangaan. “Europa slaapwandelt zijn ondergang tegemoet, een culturele, ideologische en politieke ondergang, omdat het kerkgezag de getto’s met immigranten heeft verwaarloosd.” Saoedi-Arabië investeert miljoenen in koranscholen en religieuze propaganda in Europa. Waarom zou de rijke rooms-katholieke kerk niet hetzelfde doen?

Ayaan schrijft dit in haar nieuwe boek Nomade, het vervolg op haar autobiografie Mijn vrijheid uit 2006. Ze zet haar campagne tegen de radicale islam onvermoeibaar voort. Maar Ayaan is de afgelopen jaren tot de conclusie gekomen dat ze in dat gevecht tegen eerwraak, vrouwenbesnijdenis en gedwongen uithuwelijking nieuwe bondgenoten nodig heeft. Haar Verlichtingsvriendjes – geleerden als Richard Dawkins, Sam Harris en Jonathan Israel – zijn ‘hopeloos verdeeld over de vraag hoe de islam het beste tegemoet kan worden getreden’. Westerse feministen hebben niet ‘de moed of de visionaire kracht’ om haar te helpen haar droom te verwezenlijken.Daarom moet Ayaan op zoek naar een nieuwe partner in een ‘strategische alliantie’, en komt ze uit bij ‘andere traditionelere bronnen van ideologische kracht in het Westen. En daar horen de christelijke kerken bij’.


Niet dat ze zelf christen is geworden. Niet dat alle kerken zich bij haar alliantie mogen aansluiten. Ze moeten ‘gematigd’ zijn, niet vijandig tegenover de wetenschap staan en niet tegen abortus zijn. Maar ze gelooft dat het christendom een goede kans maakt. Ten diepste, aldus Ayaan, zijn moslims op zoek naar ‘een verlossende God’, maar ‘in plaats van de christelijke God vinden ze Allah’. Ze wil moslims een ‘religieus leider als Jezus bieden’, die geen krijger was en ‘een God van liefde, verdraagzaamheid, rede en vaderlandsliefde’ verkondigde, zoals de paus zei in zijn rede in Regensburg, die tot zulke felle protesten in de moslimwereld leidde.

Het pleidooi van Ayaan is het opmerkelijke slot van een spannend boek dat ik, net als het eerste deel van haar autobiografie, in één ruk heb uitgelezen. Ayaan is nu alweer bijna vier jaar uit Nederland weg, na het schandalige conflict met Rita Verdonk (die ze vilein vrouwelijk beschrijft als een vrouw ‘die er zo oud uitzag als ze was’), en moet nu het geld voor haar eigen beveiliging ronselen. In dit nieuwe boek schrijft ze over haar belevenissen in Amerika, waarnaar ze in 2006 als eeuwige nomade uitweek en waar ze voor het American Enterprise Institute werkt, een neoconservatieve denktank in Washington.

Van een meisje dat in Somalië van haar grootmoeder leerde hoe ze een geit moest melken, is ze uitgegroeid tot een ster die voorpaginanieuws is als ze een nieuwe man heeft gevonden, in dit geval de al even beroemde historicus Niall Ferguson. Het boek sluit af met een brief aan haar (nog) ongeboren dochter.

Bart Jan Spruyt