De grootste

Het zou flauw zijn de PvdA te verwijten dat de interne partijdemocratie te grabbel is gegooid doordat partijleider Wouter Bos al in 2007 over zijn graf regeerde door Job Cohen aan te wijzen als zijn opvolger. Zo gaat dat in de politiek. Partijvoorzitters die van hun lijsttrekkersstrijd wel een eerlijk duel maken (zoals de VVD met Mark Rutte en Rita Verdonk) zijn weliswaar democratischer dan de apparatsjiks van de PvdA, maar niet bepaald verstandiger.

Over de keuze voor Cohen ook geen kwaad woord. Na de flexibele ruggengraat van Bos brengt de PvdA bij de komende Tweede Kamerverkiezingen eindelijk weer eens iemand in het strijdperk die duidelijk zegt waar hij voor staat. Dat deed Bos ook wel (Irak-onderzoek, geen vicepremier onder Balkenende), maar hij werd – en terecht – niet meer geloofd nadat hij telkenmale door het CDA als draaier kon worden weggezet.

Cohen heeft in Amsterdam bewezen dat hij wel waarmaakt wat hij belooft. Ook de moord op de meest Amsterdamse Amsterdammer, Theo van Gogh, door Amsterdammer Mohammed Bouyeri bracht Cohen er niet toe eens wat afstand te nemen van zijn multiculturele ideaalstaat. Als er thee is, moet je thee drinken, dacht Cohen. En verder is hij, anders dan Bos, niet gereformeerd. Waar Bos een debacle als de Noord/Zuidlijn zou ervaren als een blijvende last op zijn schouders, glibbert Cohen voor een gemeentelijke onderzoekscommissie moeiteloos naar een conclusie die hem tot de enige bestuurder maakt die niet verantwoordelijk was voor de financiële en bouwkundige puinhopen in de hoofdstad.

De debatten tussen PVV-voorman Geert Wilders en Job Cohen beloven ondertussen meer dan ze zullen opleveren. Wie neigt naar een protestpartij, laat zich door drie tv-debatten en wat kranteninterviews echt niet overtuigen door de keurige en objectief ongetwijfeld steekhoudende argumenten waarmee Cohen Wilders’ mantra’s zal trachten te ontkrachten. De komst van Cohen aan het landelijke politieke front krijgt maar voor één man desastreuze gevolgen: Jan Peter Balkenende. Diens niet geringe minpunten gaan extra opvallen nu hij een concurrent heeft die het staatsmanschap niet hoeft te acteren, maar van nature bezit. Als Balkenende ook nog, zoals het een goed CDA’er betaamt, weigert voor de verkiezingen te kiezen voor een voorkeurscoalitie, wordt het voor Cohen een koud kunstje de PvdA de grootste partij van Nederland te maken. Eén kanttekening: de grootste wordt best klein, met hooguit twintig procent van de stemmen…

Jan Dijkgraaf