De laatste draai van Wouter Bos

Als donderslag bij heldere hemel zette Wouter Bos vrijdag een punt achter zijn politieke carrière. Van achter het katheder in Nieuwspoort (op verzoek van Bos werd altijd een katheder neergezet bij dergelijke gebeurtenissen, hij stond liever dan dat hij zat) meldde de sociaal-democraat: “De komende jaren wil ik meer tijd aan mijn gezin besteden.” Er kan veel gezegd worden van het kabinet-Balkenende IV, maar niet dat de gezinspolitiek van André Rouvoet (CU) geen vruchten heeft afgeworpen. Na Camiel Eurlings (CDA) kiest nu dus ook Wouter Bos voor zijn familie.

Bos gaat, met dank aan de CDA-spin, de geschiedenis in als draaikont. “U draait en u bent niet eerlijk,” zei Jan Peter Bal-kenende, ingefluisterd door evil geniuses Maxime Verhagen en Jack de Vries tijdens een Radio 1-debat in oktober 2006 tijdens de campagne. Een etiket dat Bos nooit heeft weten af te schudden. Hoe anders was het tijdens de campagne van 2002-2003. Het land zinderde, Bos was de new kid on the block die torenhoog scoorde in de peilingen (50 zetels plus op een gegeven moment). Maar ook toen was er al onduidelijkheid: Bos wilde namelijk niet zeggen of hij premier wilde worden. Uiteindelijk schoof hij Job Cohen, over wie later meer, naar voren. Al snel ging het minder met Bos. Na die verkiezingen liet CDA-onderhandelaar Verhagen Bos alle hoeken van het zweethok zien tijdens de onderhandelingen over een eventueel CDA-PvdA-kabinet. Uw verslaggever noteerde toen, verkleumd wachtend bij de uitgang van de Eerste Kamer waar de onderhandelingen plaatsvonden:”‘Het is koud en donker, Bos loopt met de tranen in de ogen naar buiten. ‘Verdomme, het gaat om de mensen in het land!’ roept hij uit.” De parlementaire geschiedenis had er anders uitgezien als Bos in 2003 onomwonden had gezegd beschikbaar te zijn voor het hoogste ambt. In 2006 zei hij dat wel en opmerkelijker: op donderdag 4 maart zei Wouter Bos wéér premier van dit land te willen worden. En dat blijkt nu dus de laatste draai, de laatste onwaarheid te zijn.

Maar er schittert nu dus een nieuwe rode ster aan het firmament: Job Cohen. Het ligt in de rede dat hij eind april, tijdens het PvdA-congres, bij acclamatie op het sociaal-democratische schild gehesen gaat worden. En dat hoeft nog helemaal niet zo slecht uit te pakken voor de PvdA. Cohen kan bestuurlijke ervaring niet ontzegd worden en misschien is hij zelfs een beter antwoord op de oprukkende Geert Wilders dan Alexander ‘nuance kun je niet schreeuwen’ Pechtold, die als bestuurder vooralsnog niet verder kwam dan het burgemeesterschap van een provinciestad en een haperend ministerschap. Het vertrek van Bos is ook slecht nieuws voor het CDA. Ze hebben nu niemand meer om tegen aan te schoppen. En Balkenende, als naamgever van alle kabinetten sinds 2002 én de enige overblijver daarvan, zal door zijn tegenstrevers worden weggezet als een exponent van de oude politiek. Zíjn oude politiek. De Goddelijke Kale (dixit Theo van Gogh) zou zeggen: De puinhopen van acht jaar Balkenende.


En nu is het dus adieu Wouter Bos. De man die tóch geen premier wilde worden.

import haagse post