Emile heeft een droom

De een moet het maar even zo klein mogelijk houden, de ander moet nu juist zijn statuur als door de wol geverfd staatsman benadrukken. Zo kwam het dat Emile Roemer, de nieuwe SP-leider, zich oriënteerde op een imago als blozende varkensboer, terwijl Jan Peter Balkenende zich in het gezelschap van Angela Merkel poogde uit te drukken in het Duits.

Emile Roemer heeft een gezicht dat alleen in Brabant voorkomt. Pretogen, gulle lach, bloswangen en een groot hoofd dat nog iets groter wordt door een ontegenzeggelijk frisse haardracht die de oren een weinig doet flappen. Trek hem een donkerblauwe overall en een paar modderige laarzen aan, en je ziet Emile zo in een schuur met varkens staan, met vérkens zoals ze in de omgeving van zijn woonplaats Boxmeer zeggen.

Toch is de 48-jarige Roemer van huis uit geen boer, maar onderwijzer. Achttien jaar stond hij voor de klas, tot hij in 2006 de overstap maakte naar de Tweede Kamer-fractie van de SP, van welke partij Emile lid is sinds zijn zeventiende. Hij viel snel op door zijn bestuurlijke ervaring – in Boxmeer was hij jarenlang wethouder en locoburgemeester geweest -, door zijn humor en zijn vasthoudendheid inzake zijn dossier verkeer en waterstaat. Na het onverwachte vertrek van Agnes Kant staat Emile aan het roer, wat hem met trots vervult maar ook met zorg. Want de achterstand voor de SP in de peilingen is aanzienlijk, de tijd om bekend te worden bij een groter publiek ontbreekt, en de wereld waarin hij nu is gestapt, geldt als een jungle. Veel zal afhangen van Roemers optreden in het nationale lijsttrekkersdebat vlak voor de verkiezingen, waarin hij eigenlijk zou moeten gloriëren. Hij, de grote onbekende, de buitenstaander die zich dezer dagen een slag in de rondte leest om alle dossiers te begrijpen. Gelouterde debaters als Rutten, Halsema, Wilders en Pechtold zullen hem niet sparen, zo voorziet hij. Ze zullen hem testen, uitdagen en desnoods zijn kop eraf hakken.


Vooralsnog is van een concrete strategie geen sprake. Emile Roemer laat zich inspireren door alle mogelijke figuren om hem heen, zoals politieke assistenten, communicatietypjes, journalisten. “Mag ik jou eens een wedervraag stellen?” vraagt hij in ons kennismakingsgesprek op zijn kamer in Den Haag. “Maar wat vind jij van mij?” Ik ben verrast, want het illustreert een kwetsbaarheid die hem ongetwijfeld nagedragen zal worden door zijn adviseurs. Maar mij kan het wel bekoren. “Ik zou dat kapsel zo laten,” opper ik met een op niets gebaseerde stelligheid. Emile maakt daarop melding van iemand die hem juist adviseerde het haar te laten groeien. “Nee, niet doen. Jij moet van dat boertige imago, sorry dat ik het zo zeg, je unique sellingpoint maken.”

Emile begint te grinniken en mompelt dat hij erover zal nadenken.

“Waarom keek heel Nederland naar Boer zoekt Vrouw? Omdat we die boerenjongens zo aardig vonden, zo naturel en authentiek. Dus ga niet ineens in dure pakken lopen of je van een auto met chauffeur bedienen.”

Emile bekent zich per auto te verplaatsen, maar van Den Haag naar het zuiden doet hij dat met zo’n ‘grote gele met een machinist’. En dure kleding? Hij bekijkt het label aan de binnenkant van zijn donkerblauwe pak en mompelt dan een Franse naam die geen bellen doet rinkelen.

Wat publiciteit betreft, zou hij zich de komende tijd, aldus adviseren wij, moeten zien in te vechten in De Wereld Draait Door. Liefst op vrijdagavond als Marc- Marie Huijbregts, ook een gezellige Brabo, de tafelheer is. “Blijf uitstralen dat jij wethouder in Boxmeer bent geweest, dan word jij wethouder van Nederland.”


“Dat zou zomaar kunnen gebeuren”, antwoordt Roemer, en die uitdrukking gebruikt hij vaker dan een politiek leider lief zou moeten zijn, zeg ik een beetje bestraffend. Emile knikt, en stelt voor om de foto’s te gaan maken. In de hal van het Tweede Kamergebouw staat een rij beelden van voormalige kopstukken uit de vaderlandse parlementaire geschiedenis. We nemen een voorschot op het verleden, en laten hem ertussen poseren.

Onderweg treffen we een paar koks van het Kamerrestaurant, en een van hen herkent de SP-man en groet hem. Socialisten zijn doorgaans geen mensenvrienden, maar Emile is een uitzondering en groet vriendelijk terug.

We passeren zijn oude kamer: een adelaarsnest dat zowel uitzicht biedt op de Ridderzaal als op de Trèveszaal. Aan de muur hangt een poster van Martin Luther King, een inspirator, met over diens foto de gevleugelde eerste woorden ‘I have a dream’ van de speech die hij op 28 augustus 1963 uitsprak aan het einde van de bekende March on Washington.

“King had uitstekende speechschrijvers. Wie zijn de jouwe?” wil ik weten.

“Die heb ik nog niet.”

Dat lijkt me een minpuntje, maar Emile toont zich allerminst zorgelijk. Later lees ik in het boek Schokkende redevoeringen van J.P. Guépin dat Emiles laconieke houding zonder risico is, want King bedacht zijn historische oneliner ter plekke en aangemoedigd door de menigte. Emile Roemer droomt vast van Job Cohen en Femke Halsema, bij wie hij spoedig op de koffie mag komen.

Toch in Den Haag hadden wij ons aangemeld voor een zogeheten ‘doorstep’ op het Catshuis met bondskanselier Angela Merkel en gastheer Jan Peter Balken-ende.


De campagne begint na alle gedoe met Kant, Eurlings en Bos aardig op gang te komen, en voor JPB, intussen ook niet meer onomstreden in eigen kring, is alles wat hij nu doet of laat, gerelateerd aan 9 juni. Met de komst van Cohen blijkt statuur, in de jongste peilingen, een kwaliteit waarmee je kiezers trekt. Beschikt onze MP daar na acht jaar internationale ervaring ook over? Verkeert hij als gelauwerd staatsman op voet van gelijkheid met Merkel – een onbetwiste ster in de mondiale arena? Welnu, Jan Peter glunderde als een kleine jongen en gedroeg zich uiterst hoffelijk. Hij sprak zelfs Duits, en dat is zeker sinds de dagen van Rudi Carrell en Jean-Marie Pfaff, als keeper van Bayern München, een hachelijke exercitie voor Nederlandstaligen. Laten we zeggen dat het Duits van de huidige minister-president beter klonk dan dat van Carrell en Pfaff. Toch slaakten de journalistieke toehoorders steevast een zucht van verlichting als er weer een zin tot een min of meer onbeschadigd einde was gekomen. JPB sprak met de handrem erop, wat als prettige bijkomstigheid had dat hij zijn woorden eens niet inslikte. Binnen een half uur was de doorstep beëindigd. JPB en Angela verlieten de ruimte, om bij de deur grapjes te maken over wie nu wie moest laten voorgaan. Merkel wilde niet te rolbevestigend overkomen en gaf JPB de eer, maar daarvan kon geen sprake zijn. Een beetje nijdig dreef JPB zijn gast in een richting die haar ten slotte geen andere keus meer liet. Statuurtechnisch gezien had dat beter gekund.

Frans van Deijl