‘Ik wil nog steeds kampioen worden’

Voor het eerst in 32 jaar maakte Freek de Jonge met Van A naar Z een studioalbum met louter popsongs. Al twitterend en met een echte band trekt hij ermee het land door. ‘Ik doe wat ik doe zo open, mooi en vriendelijk mogelijk, en verder bekijk je het maar.’

Jan Des Bouvrie heeft een brits ontworpen,” twittert Freek de Jonge guitig vanuit de 3FM-studio te Hilversum. Met zijn laptop op schoot zit hij tegenwoordig de hele dag boven op het nieuws en lanceert hij vele malen per etmaal een kwinkslag – “Zoektip voor Gordon: God is overal” – cyberspace in. Vroeger kon hij ’s avonds op het podium pas inhaken op het nieuws van de dag. Snel en actueel cabaret noemden ze dat toen. Nu, in 2010, is de grap er bij wijze van spreken vaak nog eerder dan de aanleiding. Wat dat betreft, is de actualiteit Einsteins relativiteitstheorie behoorlijk aan het inhalen. De frustratietolerantie van de moderne mens lijkt tot het nulpunt gedaald: iedereen wil en kan overal bij zijn op het moment dat het gebeurt. Zo stond Freeks pastiche van Sienekes Ik ben verliefd (Sha-la-lie) luttele tijd na zijn optreden in de ochtendshow van Giel Beelen al op YouTube. George Orwell waarschuwde in zijn boek 1984 voor een maatschappij waarin alles wat wij doen live in beelden zou worden vastgelegd. 25 jaar later dient dat schrikbeeld te worden genuanceerd: Big Brother, dat zijn wij zelf.

Freek de Jonge reageert gelaten op die stelling. Wellicht heeft het iets te maken met vermoeidheid. Hij was al heel vroeg uit de veren om op tijd bij 3FM te zijn en daarna bezocht hij nog zijn bejaarde moeder. “Voor een cabaretier is zoiets als twitter natuurlijk fantastisch,” stelt hij, terwijl hij in zijn donkerblauwe Mercedes over de snelweg van Muiderberg naar Rotterdam zoeft. “Gisteren twitterde ik: ‘We zijn afgestompt, hoorde ik net, maar het dringt niet echt tot me door.’ Dat snelle reageren op het nieuws ligt mij wel. Bovendien heb ik er iets aan in mijn voorstellingen: ik lees altijd een aantal tweets voor.”


In het Rotterdamse Lantaren/Venster Theater speelt De Jonge voor de derde keer de voorstelling, waarin de songs van zijn nieuwe album Van A naar Z centraal staan. Na de breuk met Bram Vermeulen hield De Jonge bewust een tijd afstand tot het lied. Pas in 1985, toen hij met de jazz-avant-gardist Willem Breuker de voorstelling Stroman en trawanten speelde, ging de muziek weer een belangrijke rol spelen. Daarna werd Robert Jan Stips, de pianist die bekend werd met Supersister en de Nits, zijn nieuwe muzikale partner. Uit die ontmoeting kwam ook Dankzij de dijken voort, de voorstelling die hij onder de naam Frits met de Nits speelde. Die samenwerking leverde in 1997 nog de nummer 1-hit Leven na de dood op.

De stijl van Van A naar Z moest de sfeer ademen van De Jonges lievelingsmuziek: americana. “Aanvankelijk,” vertelt hij onderweg, “zou ik de plaat maken met Daniël Lohues, maar in de beginfase bleek al snel dat hij het er te druk voor had. Toen kwam Neil Innes, de man van Monty Python en de Bonzo Dog Doo-Dah Band, in beeld.Ik kende hem nog van vroeger, en toen ik hem bij toeval weer tegenkwam, reageerde hij meteen enthousiast. Ik heb een paar maanden fantastisch met hem aan een aantal nummers gewerkt, maar toen had hij er ineens geen zin meer in. Ik weet nog steeds niet wat er precies is misgegaan. Ik heb in ieder geval veel van hem geleerd. Hij hamerde heel erg op de groove, dat liedjes gewoon lekker door moeten lopen. Daarnaast is hij is een echte liedjessmid. Veel liedjes of ideeën voor liedjes heeft hij afgemaakt. Na zijn vertrek kwamen we terecht in de studio van Frans Hagenaars. Met hem had ik meteen een klik. Hij nam, zonder dwingend te zijn, direct de leiding in handen. Frans heeft het beste in mij naar boven gehaald.”


Op het podium is het de Schiedamse gitarist Cok van Vuuren die, samen met zijn band Ocobar, Freek de Jonge naar grote hoogten stuwt. De cabaretier rijdt eerst nog even in Schiedam bij zijn bandleider langs om een gitaar uit te zoeken. De Jonge speelt zelf ook een paar nummers mee, maar zijn eigen Japanse Fender gaf de afgelopen concerten niet het gewenste resultaat. Terwijl Freek een aantal instrumenten uitprobeert, vergapen wij ons aan de futuristische gitaren die de gastheer aan de muur heeft hangen. “Dat is mijn pensioen,” legt Van Vuuren grijnzend uit. “Die instrumenten zijn ooit door een Italiaanse kunstenaar ontworpen voor de Amerikaanse markt. Maar de meeste zijn hier in Nederland blijven hangen.” In samenspraak met Van Vuuren heeft De Jonge inmiddels een gitaartje gevonden waarvan het geluid hem bevalt. Om het spelen in de open g-stemming te vergemakkelijken wordt de lage e-snaar van het instrument verwijderd, een trucje dat ook Keith Richards toepast. De cabaretier is klaar voor Rotterdam.

In De Lantaren is er tussen de bedrijven door nog tijd om te praten over het repertoire, de liedjes waar hij meer dan twee jaar met hart en ziel aan werkte. Reikhalzend verlangen, bijvoorbeeld, is een lied met een thematiek die doet denken aan een typische Freek de Jonge-uitspraak uit het verleden: Ik tel m’n idealen en raak er steeds meer kwijt. “Dat nummer lag er al een tijdje en het was inderdaad zo’n nummer van ‘vroeger was alles beter’. Maar toen kwam Obama, een reden voor mij om het helemaal om te gooien. Ik zong het tijdens de opening van het Verkade Paviljoen in Zaandam. Daar was de koningin ook bij aanwezig. Na afloop kwam een hofdame vragen of zij de tekst voor de majesteit mocht meenemen. Het is een lied dat iets afrondt. Het begint bij The Times They Are a-Changin’ en eindigt met de vraag ‘wat hebben we er uiteindelijk van gebakken’. Nou, we hebben er niks van gebakken en ik denk niet dat we er ooit nog iets van zullen bakken. Dat gezegd hebbende, vind ik het wel jammer dat we van een linkse subcultuur in een rechtse subcultuur terecht zijn gekomen. Want die rechtse subcultuur is zo triest en negatief. Het optimisme dat wij destijds hadden, heeft dan misschien wel tot niets geleid, maar je had wel een vrolijke stemming in de wereld. En als je nu ziet wat de mensen in de politiek roepen tegen elkaar… Je wordt er niet goed van. Maar ja, er zijn altijd golfbewegingen, dus er zal hier ook wel weer een reactie op komen.”


Op de vraag in welke subcultuur De Jonge zich momenteel bevindt, antwoordt hij gniffelend: “De subcultuur van de ouderdom. Ik ben nu bezig met de plaatsing van mijn moeder in een verzorgingstehuis. Godallemachtig: dat is ook een wereld. Onvoorstelbaar. Het geld dat dáár in om gaat… Ik had daar echt geen idee van. Ze gaat nu naar een huis bij mij in de buurt. Daar zijn tweehonderd medewerkers op 140 inwoners. Dat kan toch helemaal niet? En hoe moet dat verder gaan? Over vijftien jaar draait mijn generatie die tehuizen in, en dat zijn er nogal wat. Dat valt gewoon niet meer op te brengen. De subcultuur van het begraven van vrienden en andere leeftijdgenoten is mij nog bespaard gebleven. Nou ja, ik heb afscheid moeten nemen van Bram, natuurlijk. Dat was raar. Ik denk dat we op enig moment wel weer bij elkaar gekomen zouden zijn. Dat was op dat moment nog niet aan de orde. En dat had niets te maken met toeval, laksheid of angst. Nee, dat had alles te maken met dezelfde frustraties die gescheiden echtparen hebben. Je kunt de ander écht niet meer verdragen. Vlak voor zijn dood ben ik nog bij een voorstelling van hem in het Nieuwe de la Mar geweest. Dat vond hij erg prettig. Van Shireen Strooker, zijn vrouw, heb ik begrepen dat er wat hem betreft geen angstgevoelens meer waren. Ik heb nog wel geprobeerd om samen met hem voor De Vergrijzing één aflevering te maken. Maar hij zei, en dat vond ik eigenlijk wel terecht, ik begin nu eindelijk weer een beetje los te komen van dat Neerlands Hoop-gedoe, dus laat het maar zo. Als ik nu met je mee ga doen, dan begint het weer opnieuw.”


Als Bram en Freek elkaar zó gehaat hebben, dan moeten zij, de echtscheidingsanalogie volgende, ook heel veel van elkaar hebben gehouden. “Kijk, je ziet wel eens van die stellen die elkaar in korte tijd helemaal opgebruiken. Dat zijn meestal relaties die geen stand houden. Zo was het bij Bram en mij ook. We zaten vaak veertien, vijftien uur per dag bij elkaar. En maar lullen en maar lachen en maar werken. En dan word je ineens overvallen door de roem. Tja, en roem doet rare dingen met een mens.”

De roem, en de vergankelijkheid daarvan, heeft in ieder geval geen wig gedreven tussen Freek en zijn muze Hella. Integendeel: zelfs in de herfst van hun liefde inspireerde zij hem nog tot het schrijven van het liefdeslied Daarom (‘…omdat jij weet wat liefde is, weet ik het ook’). “Wij hebben elkaar natuurlijk enorm gevonden,” verklaart De Jonge zijn gevoelens. “We hebben elkaar groter gemaakt, en elkaar dingen gegund. Mijn analyse van relaties is dat je toch de neiging hebt om in je partner je ideale zelf te zien. Dat je denkt: dat is mijn betere ik. En daarom krijg je ook zo’n ruzie om dingen waarvan je denkt: dat zou mijn betere ik nooit hebben gedaan. Wanneer je kunt accepteren dat je betere ik ook z’n slechte kanten heeft, dan kom je meteen een stuk verder. In een langdurige relatie moet je vaak horen dat je dingen verkeerd hebt gedaan. Lullige dingen. Dat je bent vergeten om de afwasmachine aan te zetten voordat je naar bed ging. En daar word je de volgende ochtend wanneer je net je nest uit komt aan herinnerd. En daar ben je dan weer geïrriteerd over, omdat je denkt: je snapt toch wel waarom ik dat een keertje niet heb gedaan? Maar die irritatie slaat nergens op. Waarom ben je over dat soort dingen zo geïrriteerd? Kachel niet uitgezet, auto niet op slot gedaan… elke keer weer. Ook in een goeie relatie. Kijk, als je daar nou eens een keer overheen kunt stappen en niet alles elke keer weer tot op het bot uitvecht, dan kom je een heel eind. Hella en ik hebben natuurlijk ook die enorme go waardoor dit soort dingen niet permanent aan de orde is. Wij hebben van september tot december negen televisieprogramma’s gemaakt. Dan heb je geen tijd voor flauwekul. Dat is echt geweldig. Ruzietjes komen toch vaak voort uit verveling. Het chagrijn van vandaag de dag zit ‘m in die verveling.”


Voordat hij voor het concert nog even een power nap doet, verklaart Freek dat hij het wel grappig vindt dat hij het imago van een zure ouwe man heeft gekregen. “Dat slaat echt helemaal nergens op. Ik ben enthousiast, dynamisch en nog steeds zeer creatief. Ik heb kritiek op de huidige samenleving, maar dat móet toch? Dat deden we toen met Neerlands Hoop ook. Maar toch: een zure oude man die niet kon zingen en altijd kritiek had op Youp van ’t Hek – dát zou mijn necrologie weleens kunnen worden. En als ik dit nu zo zeg, dan licht jouw eindredacteur deze zin uit dit interview en zet die boven dit artikel. Want zó werken die dingen. Kijk naar een programma als De Wereld Draait Door. Dat is niets anders dan het bevestigen van vooroordelen en imago’s. Iemand moet altijd iets doen volgens zijn imago. Het is niet: verras ons eens. Nee, het is: doe wat wij van je weten. Zodat we daar weer – haha! Zó is hij – hartelijk om kunnen lachen. Ik heb dat altijd verschrikkelijk gevonden. Ik heb altijd gedacht: ik heb nu zo lang dit gedaan, nu ga ik dát doen. Nu heb ik het zo lang zus gedaan, nu wil ik het zó doen. Dat heeft mij uiteindelijk op de been gehouden. Maar ze willen je vastleggen, vastpinnen, ketenen.”

Freek de Jonge werd vorig jaar in HP/De Tijd onder de kop ‘Het verval van Freek de Jonge’ behoorlijk aangepakt. Ligt iemand met zijn staat van dienst daar nog wakker van? “Wakker liggen niet, maar het houdt mij wel een paar dagen bezig,” bekent hij. “Ook dit zijn van die golfbewegingen. In het verleden kreeg ik dat vaker te horen. Je bent als artiest toch een beetje vogelvrij. Maar na die laatste Nieuwjaarsconference kan ik bij wijze van spreken weer niet stuk. Daardoor komt zo’n artikel ook een beetje in een raar daglicht te staan. Je wordt daar ook wel weer strijdbaar van. Bram was een topsporter en dat bracht met zich mee dat ook theater voor ons competitie was. En je kon natuurlijk weleens verliezen, maar kampioen zou je worden. En dat zit er nog wel altijd in bij mij. Wat dat betreft heb ik wel een beetje een haat-liefdeverhouding met de journalistiek omdat ik mij, vind ik, altijd heel erg loyaal en open heb opgesteld. En dan lees je ineens van die dingen waarvan je denkt: waar is dit nou weer voor nodig? Is dit jaloezie of zo? Maar we hadden ook van die momenten, zoals in 1978 met die Argentinië-actie, dat we echt helemaal boven op de golf zaten. Het is logisch dan het nu allemaal wat minder is: er kwamen nieuwe, jonge mensen bij en die krijgen ook hun deel in de publiciteit.


“Ik ben natuurlijk ook door een periode gegaan waarin ik dacht dat ik mijn publiek steeds moest opvoeden en terechtwijzen. Dat ik ze er echt van wilde overtuigen dat alles wat ik deed belangrijk en diepzinnig was. Ik heb mij heel sterk voorgenomen om dat helemaal los te laten. Ik doe nu wat ik doe en verder bekijken ze het maar. En ik ga dat zo open, mooi en vriendelijk mogelijk doen. Dat is mijn voornemen. En dan hoop ik, want zo is het altijd al gegaan, dat het vanzelf weer goed komt.”

Het concert in de uitverkochte Lantaren is top. Alleen het recent uitgezochte gitaartje, dat voortdurend van Freeks schouder glijdt, wil niet meewerken. Een punt van aandacht voor de naderende show in Carré. Na de toegift, waarvoor Hella de Jonge haar stoel achter de lichtknoppen verruilt voor een plaats op het podium met haar viool, maakt Freek de Jonge nog tijd voor een geïmproviseerde photo shoot. Vermoeid en enigszins gelaten neemt hij plaats op een stoel. Zijn blik, op oneindig, verraadt niet wat hij er nou eigenlijk van vindt. Maar gelukkig is er twitter, waardoor de mensen thuis, eerder dan de aanwezigen zelf, zijn gemoedstoestand kunnen lezen. “10:58 AM Mar 10th via web: in de kleedkamer van de lantaren met twee fotografes, ik weet niet waar ik kijken moet.”

Tot eind mei toert Freek de Jonge met Van A naar Z door Nederland. Zie voor speeldata: www.freekdejonge.nl

Ruud Meijer