Gij zult (meestal) niet doden

Verdienen kindermoordenaars als de Dordtse politieman Sander V. de doodstraf of is dat barbaars en onbeschaafd? Zes argumenten voor en tegen de doodstraf gewikt en gewogen.

1. De doodstraf is onverenigbaar met het recht op leven
Het recht op leven is in ethische zin een heldere stelregel. Maar wie dat principe wil toepassen in de praktijk, kan voor problemen komen te staan. Het eerste probleem is een definitiekwestie. Oud-hoogleraar staats- en bestuursrecht S.W. Couwenberg heeft er al dikwijls op gewezen dat het recht op leven – bij gebrek aan consensus over de juridische betekenis ervan – nergens in internationale mensenrechtenverdragen precies staat omschreven. Precair is met name de vraag of het recht op leven ook onverkort en onder alle omstandigheden moet gelden bij bijvoorbeeld abortus en militaire acties. Ook voor principiële tegenstanders van de doodstraf geldt doorgaans dat ze op deze punten uitzonderingen willen maken.
Een tweede moeilijkheid bij het hanteren van de stelregel dat iedereen recht heeft op leven, is de omstandigheid dat ons rechtssysteem nu juist gebaseerd is op het principe dat er van staatswege inbreuk gemaakt mag worden op bepaalde rechten – als reactie op het feit dat iemand uit vrije wil rechten van een ander heeft geschonden. Want dat is de essentie van straf: het afnemen van rechten. Een verkrachter, bijvoorbeeld, die iemands recht op lichamelijke integriteit heeft geschonden, kan daarvoor door de rechter worden veroordeeld tot een tijdelijk verlies van zijn recht op vrijheid, via gevangenisstraf en tbs.
De hamvraag is dus eigenlijk of het recht op leven een recht zou moeten zijn dat – in tegenstelling tot andere rechten – nooit geschonden mag worden. Wie die vraag met ‘ja’ beantwoord dient te bedenken dat dan bij moord alleen straffen overblijven die op gespannen voet staan met het principe van rechtsgelijkheid. Een moordenaar immers heeft zijn slachtoffer álle rechten ontnomen, definitief en onomkeerbaar. Een gevangenisstraf echter behelst slechts een meestal tijdelijke inbreuk op alleen de bewegingsvrijheid van een moordenaar. Dat gebrek aan proportionaliteit wringt en kan – want een automatisme is het niet – leiden tot verstoring van het rechtsgevoel.

Lees de rest van het artikel in HP/De Tijd van deze week

Roelof Bouwman