Kuitenbrouwer: de onderbuik

Exclusief op de website van HP/De Tijd: de column van Jan Kuitenbrouwer.

De onderbuik bestaat niet

Vorige week is NOVA gestopt met de reactiepagina op haar website. Die pagina was een ‘zelfcorrigerend platform’, maar die naam beloofde meer dan hij waarmaakte, want het platform corrigeerde zichzelf niet. Sterker, het ontwikkelde zich tot ‘een open riool voor allerlei onderbuikgevoelens,’ zoals NOVA-chef Carel Kuyl het formuleerde.
De onderbuik – daar heb je ‘m weer. Wat is dat toch eigenlijk? De onderbuik, onderbuikgevoelens, onderbuikgeluiden – het is de gangbare aanduiding geworden voor, ja, voor wat eigenlijk?  Ze zijn in elk geval rechts – ik heb Geert Wilders Femke Halsema nog nooit horen beschuldigen dat zij ‘inspeelt op de onderbuikgevoelens van de linkse elite van Amsterdam Zuid.’ De onderbuikgevoelens van de grachtengordel? Nee, die bestaan niet. De elite heeft geen gevoelens, de elite heeft meningen, opvattingen, ideeën, pas als je afzakt langs de sociale ladder, maken die plaats voor ‘onderbuikgeluiden’. Wat is het verschil? Wat het meest opvalt is dat ‘onderbuikgeluiden’ over het algemeen emotioneler zijn dan zoals weldenkende mensen over politiek spreken. Vandaar ook er vaak wordt gesproken over ‘onderbuikgevoelens’ – zie dat citaat van Carel Kuyl.
Vreemd – de geijkte locatie voor het gevoelsleven is het hart, tenzij die gevoelens niet oké zijn, dan verhuizen ze naar de onderbuik? Edele gevoelens komen uit het hart, kwalijke uit het darmstelsel of de geslachtsorganen? Ook die metafoor van het hart als zetel der emoties is trouwens archaïsch, zoals we inmiddels weten heeft de pomp die onze bloedomloop gaande houdt niets met ons gevoelsleven te maken. Emoties doen het hart sneller kloppen, stuwen de bloeddruk op, daar komt die metafoor vandaan, het Engels kent de term gutfeeling, een donkerbruin vermoeden, maar zoals wij nu weten is alles dat de mens kan uitdrukken, gevoelens, gedachten en wat daar nog tussenin mocht zitten, afkomstig uit het hoofd. Onderbuikgevoelens zijn net zoiets als rugemoties, of kniegedachten. Überhaupt, het klassieke onderscheid tussen hoofd en hart – ooit zullen mensen zich erover verbazen, zoals wij ons nu verwonderen over uitdrukkingen ontleend aan de zeilvaart of het turfsteken. ‘Onderbuikgevoelens’ heten niet zo omdat ze uit de onderbuik komen, maar omdat het gevoelens zijn. Politiek filosofen, van Plato tot Hobbes, hebben altijd beweerd dat democratie geworteld is in de rede en dat emoties in de politiek niets te zoeken hebben. De keuze tussen partijen of kandidaten is een rationele afweging van pro’s en contra’s, een sociaal contract, afgesloten tussen rationeel denkende partijen.
In The Political Brain geeft de Amerikaanse psycholoog Drew Westen een schets van hoe een willekeurige Amerikaanse kiezer, een 52-jarige mijnwerker uit Pensylvania, volgens dat procedé tijdens de verkiezingscampagne van 2000, tussen Al Gore en George Bush, zijn keuze had moeten maken. Eerst moet hij een lijst maken van relevante issues, dan moet hij bepalen wat elke issue voor hem weegt, vervolgens moet hij de beide standpunten per issue waarderen, die getallen moet hij met elkaar vermenigvuldigen en dan de scores met elkaar vergelijken. De kandidaat met het hoogste eindcijfer krijgt zijn stem. (Stemwijzers werken ook ongeveer zo). Er zíjn mensen die op de manier beslissingen nemen, zegt Westen, sterker, ze staan beschreven in neurologische literatuur, namelijk als mensen met een beschadiging aan de frontaalkwab die gedachten en gevoelens verbindt. Dat zijn mensen die een half uur hardop nadenken over de datum voor hun volgende afspraak bij de tandarts, omdat het emotionele signaal ‘deze kool is het sop niet waard’ niet doorkomt. Westens mijnwerker kwam uit op een score van +41 voor Gore en -39 voor Bush. Toch stemde hij Bush. Op een of andere manier woog de belofte van Bush – geen zoenende mannen op de trappen van het stadhuis van San Francisco – voor hem toch zwaarder dan de belofte van Gore – geen mijnrampen meer in Pensylvania. Rationeel? Nee, en zo werkt de politiek dus ook niet, betoogt Westen. ‘In politics, when reason and emotion collide, emotion invariably wins’, stelt hij, in een al dan niet bewuste parafrase van de Schotse verlichtingsfilosoof David Hume, die al zei: ‘Reason is and ought only to be the slave of the passions.’
Dankzij de snelle vooruitgang van de neurowetenschappen wordt steeds meer duidelijk hoe ons brein eigenlijk werkt, en de belangrijkste ontdekking is dat emoties en het onderbewuste veel belangrijker zijn dan de psychologie en de neurowetenschap lang hebben aangenomen. Conservatieve politici hebben veel minder moeite met dit besef dan progressieve en doen er de laatste jaren dus ook onbeschroomd hun voordeel mee. Al Gire bestookte Bush met cijfers en percentages en statistieken over de gezondheidszorg, Bush maakte hem belachelijk als ‘the guy who invented the calculator’ en de mijnwerker in Pensylvania stemde op hem. Door emoties, zodra ze in de politiek weerklinken, af te doen als ‘onderbuikgeluiden’, ontslaat links zichzelf van de verplichting om erop in te gaan. Het komt uit de ‘onderbuik’, het is onwelriekend en vies, daar stap je met dichtgeknepen neus overheen. Wie die term gebruikt neemt de voortbrengers van zulke geluiden niet alleen niet serieus, hij denigreert ze ook, iets waar populisten as Geert Wilders alleen maar hu voordeel mee kunnen doen. Als links alleen al die ‘onderbuik’ zou schrappen, en voortaan zou spreken van ‘gevoelens’, dat zou al heel wat schelen. Want ze komen niet uit de onderbuik, ze komen uit het hoofd, en vormen een wezenlijk ingrediënt van ons politieke denken.

Jan Kuitenbrouwer