‘De slachtoffers verdringen veel, maar de daders ook’

Het verleden van de katholieke kerk blijkt een enorme beerput. Traumatherapeut André Lubbers (1952) liep de afgelopen weken voorop om te pleiten voor openheid. Als ervaringsdeskundige weet hij als geen ander wat er speelt. ‘Het zijn incestueuze situaties waarin je niet mag of niet kunt praten.’

De laatste weken is het seksueel misbruik door de katholieke kerk bijna dagelijks in het nieuws. Waarom komen de slachtoffers er nu pas mee?

“Mensen broeden er al heel lang op om het te benoemen, dat weet ik uit mijn praktijk. Ik heb de afgelopen twintig jaar zo’n 170 cliënten gehad die te maken hebben gehad met misbruik in de pastorale sfeer. Slachtoffers durven er nu mee naar buiten te komen. In Nederland is de geest uit de fles. Ik denk dat de huidige meldingen het topje van de ijsberg zijn. Het is het klassieke: als er één schaap over de dam is… Daarbij zijn mensen meer bereid te zeggen wat hen bezighoudt, het is een tendens van de afgelopen vijftien jaar dat mensen zich niet meer laten remmen door machtsstructuren. Bovendien is de macht van de kerk aan het afbrokkelen. De slachtoffers hebben nog maar een klein zetje nodig om met hun verhaal te komen, alleen wisten ze tot nu toe niet waar ze terecht konden. De kerkelijke organisatie Hulp & Recht was er wel, maar daar bleef zo’n melding vaak hangen door de procedure die gevolgd werd.”

Het werd in de doofpot gestopt.

“Absoluut. En dan trekken slachtoffers zich terug in de cocon waar ze al zo lang in zitten. De schaamte over wat er in de kerken is gebeurd, is ontzettend groot.

Het zijn incestueuze situaties waarin je niet mag of niet kunt praten over wat er gebeurd is uit angst niet te worden geloofd. “

Wat is het verschil in impact tussen misbruik door een geestelijke en bijvoorbeeld een volleybaltrainer?

“De meeste slachtoffers van misbruik hebben veel last van nachtmerries, angsten, ingehouden woede. Maar het verschil is dat de kerk bij het leven van een kind hoorde. Het werd beleefd als: dit hoort bij mijn opvoeding, het is onderdeel van mijn identiteit. En de slachtoffers worden gevoelig gemaakt voor machtsverhoudingen; dat is wel specifiek voor misbruik in de pastorale sfeer. Sport is meestal een zelfgekozen hobby, die meer geïsoleerd is van de rest van je leven.”


Is het niet ook een groot verschil dat de kerk voor normen en waarden staat, en dat het des te pijnlijker is dat iemand die daarin een voorbeeldfunctie heeft over de schreef gaat?

“Nou, ik durf die kerk en haar vertegenwoordigers in dit verband ook wel hypocriet te noemen… Eén van de pijlers van het katholieke geloof is de neiging om steeds bezig te zijn met schuld. Er zijn zinnetjes in de eredienst die ik nog steeds als pijnlijk ervaar: ‘Heer, ik ben niet waardig dat gij tot mij komt, maar spreek en ik zal gezond worden’, of: ‘Door mijn schuld, mijn grote schuld…’ Als kind, als puber, als jongere snapte ik het al niet. Talloze keren heb ik het in mijn hoofd opgedreund. Ik kreeg bijna het gevoel: het ligt allemaal aan mij, ík ben de schulddrager.”

U bent tussen 1959 en 1963 herhaaldelijk misbruikt door een pater. Heeft dat uw leven zodanig bepaald dat u er dagelijks mee bezig moet zijn, zij het dan als therapeut?

“Omdat ik zo goed weet hoe groot de pijn kan zijn, heb ik wel de behoefte om mensen die misbruikt zijn steun te geven. Ik voel dat als een maatschappelijke opdracht.”

Hoe hebt u uw trauma kunnen verwerken?

“Ik heb jarenlang goede therapie gehad, en aan het einde daarvan heb ik een confrontatie met mijn dader gehad. Twintig jaar geleden is dat nu. Die confrontatie heb ik een jaar lang voorbereid, en ik heb hem na een lange zoektocht gevonden; hij was naar de missie gegaan.”

Weggepromoveerd.

“Ik ben ernaartoe gegaan met maar één doel. Ik hoefde geen sorry te horen; ik wilde de verantwoording teruggeven die ik al die tijd op mijn schouders had gehad. Ik voelde me de zondaar, de schuldige.”


Dat had hij u meegegeven?

“Ja, ik wilde de gevolgen die het heeft gehad voor relaties, identiteit, seksualiteit, arbeid, zelfvertrouwen, lijfpijn aan hem teruggeven. Met de boodschap: dit heb jij gedaan, dit is het resultaat van jouw handelen.”

Wat zei hij?

“Hij bleek nog meer te hebben onthouden dan ik. Dat raakt me nog steeds. Dingen die ik zelf had verdrongen, daar kwam hij mee. Het was wel goed om te horen dat hij zei: ‘Ik ben fout geweest, ik heb jou dat aangedaan.’ Toen ik wegging vroeg ik of hij nog wat wilde zeggen. Zijn antwoord was zo pijnlijk; die laatste woorden zal ik nooit vergeten. Hij stuurde ze de dag erna ook nog met een kaartje: ‘Ik ben blij dat u naar mij toe bent gekomen om het met mij en God weer goed te maken.’

“In het finale stadium erkende hij toch zijn schuld niet. Maar ik heb helder gekregen hoe fout en hypocriet deze man was. Een paar uur na die confrontatie voelde ik: het is toch wel heel goed dat ik dit ben aangegaan. Ik had het gevoel dat ik iets had overwonnen. Sindsdien voel ik me mentaal een rijk persoon.”

Is het celibaat de oorzaak van alle ellende?

“Ik denk niet dat het dé oorzaak is, maar wel dat het héél lastig is dat het er is. De oorzaak zie ik meer in het samenkomen van kinderen met een ontluikende seksualiteit en geestelijken die aan het celibaat gebonden zijn. Kinderen zijn aan hen overgeleverd voor hun opvoeding, terwijl die geestelijken buitengewoon gefrustreerd rondlopen. Jongens hebben dan ook nog die typische mannelijkheidscode waardoor ze niet over hun dieper liggende gevoelens spreken; dat isoleert hen.”

In internaten werd op slaapzalen geslapen. Jongens zagen van elkaar dat ze ontzet en huilend terugkwamen van zo’n pater, maar onderling werd er niets over gezegd. Is dat wat u bedoelt?


“Ja, twaalfjarige jongetjes vragen niet aan elkaar: ‘Goh, wat is er met je?’, in die tijd al helemaal niet. Ik denk dat meisjes daar makkelijker in zijn; die gaan elkaar troosten.”

In de media is er nog steeds een parade van geestelijken die zeggen: “We wisten het niet.” Gelooft u dat?

“Het is moeilijk om mensen van leugens te beschuldigen, maar ik kan het niet geloven. Ik denk dat het op grote schaal bewust binnenskamers is gehouden, of dat mensen het niet wílden zien. De slachtoffers verdringen veel, maar de daders ook.”

Het is zelfs zo dat Joseph Ratzinger, onze huidige paus, toen hij nog kardinaal was een geheimhoudingsdecreet heeft uitgevaardigd dat openbaarmaking en zelfs praten over pedofilie verbood. Wie het wel deed, werd geëxcommuniceerd.

“Ja, en dat vind ik heel ernstig. Dit is de kerk van de doofpotmethodes. Zolang er geen sancties zijn tegen misbruik, is het heel makkelijk om te zeggen: ik weet niet waar je het over hebt. Maar nu is de druk zó groot dat mensen dat niet meer vol kunnen houden.”

Hebt u vertrouwen in het onderzoek van Wim Deetman?

“Ik ben al blij dat het zich geopend heeft. Nog maar drie weken geleden leek er niets aan de hand. Het balletje is gaan rollen, onder andere doordat ik het heb aangejaagd bij Goedemorgen Nederland. Ik heb gepleit voor een extern onafhankelijk onderzoek, en het is mooi dat daar nu een begin mee wordt gemaakt. Ik ben een groot voorstander van een mondiale aanpak, want het gebeurt over de hele wereld.”

Is het ‘diepgevoeld medeleven’ en de excuses van de Nederlandse bisschoppen een paar weken geleden een begin?

“Dat is niks. Je moet niet met ‘sorry’ aankomen; ‘sorry’ doet er niet toe voor mensen die dat misbruik hebben meegemaakt. Alle zogenaamde kenners en kerkvertegenwoordigers zeggen: ‘Dit had niet mogen gebeuren.’ Maar de waarde van die zin is nul.”


Is de brief aan de Ierse gelovigen waar de paus laatst mee kwam ook teleurstellend?

“Ja, om verschillende redenen. De paus actualiseert zijn brief niet naar de mondiale situatie. En hij betuigt spijt, maar zegt niet dat de kerk fout is geweest. De Ierse situatie koppelt hij los van het Vaticaan. Wat ik ook erg vind, is dat hij schrijft dat de daders kunnen vertrouwen op Gods genade als ze berouw tonen. En dat de slachtoffers ook moeten wachten op die genade. Terwijl ze vaak geen vertrouwen meer hebben in de kerk, dus wat hebben ze aan die genade? Het is dan alsof God kijkt, het misbruik goed vindt, en dat de slachtoffers zelf schuld hebben aan de zonde.

“Als de paus nu eens zou zeggen: ‘Wij zijn als kerk ongelooflijk in de fout gegaan.’ Punt! De cliënten die ik erover spreek, zeggen: als dat zou gebeuren, kan ik verder. Vergeven of vergeten gebeurt niet, echt niet. Maar het zou wel de optimale erkenning zijn.”

Gaat de paus zoiets ooit zeggen?

“Ik denk dat het nog weleens zou kunnen gebeuren als meer landen zich scharen achter de openheid in de Verenigde Staten, Ierland, Duitsland, Nederland en Zwitserland. Stel dat het in de Zuid- Europese landen ook wordt opengebroken, Italië, Spanje, en in Afrika, maar ik ben bang dat dat nog heel lang duurt. Als het beperkt blijft tot de openheid van nu, dan denk ik niet dat de paus gaat zeggen dat de kerk zo ontzettend fout is geweest.”

Ik zag bij De Wereld Draait Door een man die vertelde dat hij als jongetje een keer bij een geestelijke moest komen, een plaat te zien kreeg met naakte mannen en over zijn schouder werd gestreeld. Alles met kleren aan, en bij die ene keer bleef het. Hoe kan het dat iemand daar tientallen jaren na dato nog last van heeft. Kunt u mij dat uitleggen?


“Elke grensovertreding die ongewenst is wat betreft seksualiteit en intimiteit vind ik een misbruiksituatie. Het is aan het individu om te beoordelen of je daar last van hebt. In die zin is er geen verschil tussen de subtiele aanraking en verkrachting. Maar als je kijkt naar de schade, is dat verschil er wel. De schade van de eerste categorie is heel goed behandelbaar, omdat je vanuit een herwonnen trots kunt zeggen: dit was eens maar nooit weer. Maar de schade van verkrachting is bijna een blijvend gevoel. Je wordt echt ontzield. De aanvaarding daarvan is veel moeilijker.

“Wat ik jammer vind, is dat er soms wordt gekoketteerd met een ogenschijnlijk foute handeling van een geestelijke.

Iemand treedt in je wereld, dat is waar. Maar wat heb jij vanaf dat moment ermee gedaan dat je er nu nog zoveel last van hebt. Dat is een relevante vraag.”

Wordt het niet soms overdreven?

“Ook als dat zo is, moet iemand hulp krijgen. Ik ben wel bang dat pijn, woede en frustratie soms zo gecultiveerd worden dat het sterker de wereld ingaat dan het aanvankelijk was.”

Er is een groep bezig met een schadeclaim onder het motto: “De broeders hebben ons uitgekleed, nu gaan wij de kerk uitkleden.”

“Dat vind ik zó agressief. Ik vind het een heel slechte weg. Ik ben in principe tegen een financiële schadevergoeding. Persoonlijk vind ik dat, en ook in mijn positie als therapeut. Het moet over andere dingen gaan dan over centen. De kerken moeten erkenning geven op een andere manier. Ook al begrijp ik wel dat mensen geld als genoegdoening willen hebben.”


Geld als vorm van erkenning.

“Ja, maar het dekt de lading van het trauma niet. Als je bijvoorbeeld tienduizend euro zou krijgen, en dat is op een gegeven moment opgegaan aan allerlei ‘leuks’, en daarna is het nog net zo erg met je, wat heb je dan gedaan?”

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Sara van Gorp