Jan Kuitenbrouwer: de media en nieuws

Exclusief op de website van HP/De Tijd: de column van Jan Kuitenbrouwer.

SIAMESE TWEELING

De sociologie spreekt van ‘moral panic’ – als maatschappelijke groepen voor morele dilemma’s gesteld worden waar ze geen raad mee weten, bijvoorbeeld omat ze aan een taboe raken. In de journalistiek zie je de laatste tijd een soort ‘professional panic’. De mediaindustrie is zo ‘in beweging’ dat mensen ervan in de war raken. Internetmakers denken dat de journalistiek as we know it heeft afgedaan, krantenmakers denken dat internet wezenlijk andere eisen stelt dan hun eigen metier. Dat merk je bijvoorbeeld aan de manier waarop printjournalisten van middelbare leeftijd zich op internet het vocabulaire van een negentienjarige proberen aan te meten en een meningsverschil  ineens een ‘fittie’ noemen. Dat is de paniek van elke volwassene op een dansvloer vol tiener, maar het gaat dieper.
De NVJ, de Nederlandse Vereniging van Journalisten, maakt voor z’n leden een tijdschrift genaamd Villamedia, met nieuws en achtergronden over media en journalistiek. dat blad wordt volgens strenge journalistieke standaarden gemaakt, logisch ook, want wie goed betaald wil worden moet ook goed werk leveren. Eén zo’n standaard is dat je als blad geen anonieme brieven afdrukt. Of, als daar toch dringende redenen voor mochten zijn, alleen als de identiteit van de auteur bij de redactie bekend is. In het blad Villamedia wordt die standaard aangehouden, maar voor de gelijknamige website gold die blijkbaar niet, want daar kon je tot voor kort anoniem of onder pseudoniem schrijven wat je wilt. De ethisch-ambachtelijke standaard van de NVJ hangt er dus van af of content via de post of via het internet verspreid wordt. Bij de meeste ‘oude’ media die het internet opgaan zie je dat. Wat anathema is voor de brievenpagina, is op de website ineens aanvaardbaar. Alsof we ons dan in een geheel andere wereld bevinden. Op ‘Joop’, de ‘opiniesite’ van de VARA, staan tal van bijdragen zonder auteursnaam. Die zijn dus blijkbaar geen ‘opinie’, maar dan zou je een bron verwachten, en ook die ontbreekt vaak. En dat je in een kop geen aanhalingstekens gebruikt tenzij je een bron hebt – je kunt het allemaal leren op de School voor de Journalistiek, maar die kennis moet je kennelijk achterlaten bij de deur van de internetredactie.
Zoals de ‘oude’ media reageren op het internet is alsof Albert Heijn, in paniek door de opkomst van de cash&carry-formule, z’n artikelen ook ineens in verrijdbare kooien en zelf af te graven pallets gaat presenteren. Geen retailer die het in z’n hoofd zou halen. Ahold is op een gegeven moment wel in de cash&carry gegaan, maar niet onder de naam Albert Heijn natuurlijk. Als ik op de website van de Volkskrant, of HP De Tijd, for that matter, voortdurend dom gebrul vol spelfouten tegenkom, doet dat afbreuk aan mijn kwalitatieve merkbeleving, zoals marketeers dat noemen.
Op dit moment gaat er een discussie over wat de rol van de krant op de mediamarkt van de toekomst zou moeten zijn. ‘Vergeet het nieuws, concentreer je op duiding,’ zegt een stroming, onder andere bij monde van de chef internet van de Telegraaf en de media-investeerder Sijthoff, toen zij vorige week in Buitenhof debatteerden met Brigit Donker, hoofdredacteur van NRC-Handelsblad. Voor ‘nieuws’ lezen mensen de krant niet meer, dat halen ze elders, heet het. Ten eerste is de vraag wat daar eigenlijk zo nieuw aan is. Wat is er de laatste jaren nu feitelijk veranderd in de nieuwseconomie? Dus niet volgens over water lopende cybergoeroes of panikerende dodebomen-bobo’s, pardon, deaudebeaumen-beaubeaus, maar in werkelijkheid. Dat radio en tv snellere nieuwsmedia zijn dan de krant, hoe nieuw is dat fenomeen nu helemaal? Een jaar of vijftig? Hebben blogs, mobiel internet en twitter daar iets aan veranderd? Krantenlezers die naar internet gaan, willen die ineens iets anders weten? Nee, ze willen het alleen anders consumeren.
Toen Derk Sauer, mede-eigenaar van deze kant, onlangs in Pauw en Witteman zat, schamperde Pauw kranten er natuurlijk helemáál niet meer toe deden, die vertellen je wat je allang weet. Zou dat misschien zijn omdat Pauw pas tegen het middaguur op de redactie verschijnt en er dus nooit zo bij is als ze daar OM 9 UUR ijverig de ochtendkanten doorvlooien op zoek naar onderwerpen voor die avond? De krant brengt ‘s ochtends wat gisteravond al op tv was? Ha! De tv brengt ‘s avonds wat ‘s ochtends in de krant stond!
En als het internet zo’n deksels nieuwsmedium is, waarom brengen de Nederlandse media dan maar zo zelden een authentieke internet-primeur? Er is één online medium, welgeteld, dat wel eens doordringt tot de mainstream van het nieuws, en dat is Geen Stijl, maar hé, de Gelderlander heeft ook eens per jaar een scoop. Systematisch, week in week uit, zelf nieuws maken, dat kunnen nog steeds alleen maar de kranten. Als er in Nederland een half jaar geen kranten zouden verschijnen, zou het op de radio, televisie en internet al gauw héél stil worden.
Want wat ís nieuws? Waar het Radio-1-Journaal zijn bulletins mee vult? De ANP-feed? Wat RTL Nieuws brengt? ‘Het’ nieuws bestaat helemaal niet. ‘Nieuw’ is wat er daarnet nog niet was en zo meteen ook niet meer. ‘Nieuws’ is wat er nu weer gebeurd is, maar wat is een ‘gebeurtenis’? Een voorval dat voor jou iets betekent. Huis-aan-huis-kranten staan ook vol met ‘nieuws’. Zogenaamde ‘achtergronden’ kunnen ook ‘nieuws’ zijn. Wie kan het huisvestingsbeleid van de gemeente Amsterdam het beste duiden? De journalist die het beste ingevoerd is in het onderwerp. Wie krijgt het eerste lucht van ‘nieuws’ over de Amsterdamse volkshuisvesting? De journalist die het beste is ingevoerd in het onderwerp. Laat die nou op dezelfde stoel zitten!
Dat onderscheid tussen ‘nieuws’ en ‘duiding’ is een red herring. De core business van de journalistiek is onderzoek. En dat onderzoek levert twee dingen op: nieuws en duiding.
Aan die grondstof ligt het niet. De verwerking en marketing van die grondstof, dát is het geheim.

Jan Kuitenbrouwer