‘Het Openbaar Ministerie belazert de boel’

Psycholoog en emeritus hoogleraar Willem Albert Wagenaar (68) was altijd al kritisch over politie, Openbaar Ministerie en rechters, maar in zijn boek ‘Broddelwerk’ noemt hij meer dan ooit man en paard. Een pittig gesprek over de Hoge Raad, het falen van Carla del Ponte en Fred Teeven, ‘een gevaar voor de Nederlandse rechtszekerheid’.

Onlangs verspreidde het Openbaar Ministerie in de media het bericht dat ‘Jack de Prikker’, verdacht van een aantal steekpartijen, een bekentenis had afgelegd. Wat denkt u als u dat leest?

“Ik ken de zaak niet, maar de vraag of deze man ‘de Prikker’ is, is alleen nog maar een hypothese. De term ‘bekentenis’ komt in het Wetboek van Strafvordering niet voor. Het is een verklaring van een verdachte. Of die als een betrouwbare bekentenis beschouwd kan worden, moet de rechter nog vaststellen. Als ik het zo lees, denk ik: het OM stelt zich op als partij, is bezig een zaak te winnen in plaats van relevante informatie te verzamelen voor een proces waarin de rechter de waarheid moet vaststellen.”

Ik heb gisteren aan tien mensen gevraagd wat zíj dachten. Volgens negen van hen is de zaak nu dus rond.

“Die zaak is helemaal niet opgelost! Het vaststellen van de waarheid gebeurt in de rechtszaal en nergens anders.”

Die negen zeiden: hij heeft toch bekend?

“Een bekennende verklaring is een van de mogelijke bewijsmiddelen. Maar daar zijn wel garanties bij nodig. Je moet iets weten over de omstandigheden waaronder zij is afgelegd, de persoon van de verdachte en de inhoud van de verklaring: kan die wel kloppen? Er zijn heel wat onware bekentenissen geweest. Neem de Schiedammer Parkmoord. De bekentenis van verdachte Kees B. kón niet eens waar zijn. Het tijdschema kon niet. Kees B. werd veroordeeld terwijl de rechtbank in de volle wetenschap was dat het tijdschema in zijn bekennende verklaring niet klopte. Er werden allerlei drogredenen aan toegevoegd om dat recht te breien, maar er klopte geen bal van. In de zaak-Ina Post (een bejaardenverzorgster die eind jaren tachtig werd veroordeeld wegens moord op een van haar cliënten – red.) klopte de bekentenis voor geen meter. Dat had de rechter ook kunnen zien. Maar die heeft het nooit willen uitzoeken.”


Rechters zijn toch wijze mensen die alle feiten tegen elkaar afwegen en dan tot een zelfstandig oordeel komen?

“De rechter verschuilt zich steeds vaker achter: dat zat niet in het dossier, dus dat konden we niet weten. Maar dat het de verantwoording van anderen is, is gewoon onwaar. De wet is er heel duidelijk over. De rechter heeft de taak om, als er iets niet klopt, te zeggen: ik ga op zoek tot alles klopt.”

Zelfs het hoogste rechtsorgaan, de Hoge Raad, verwerpt deze kritiek.

“De Hoge Raad houdt dit soort rechters de hand boven het hoofd. Erger: rechters die zulke grappen uithalen, worden daarna benóemd in de Hoge Raad! Ja, dan kun je er al helemaal niks meer van verwachten.”

Sinds uw boek Dubieuze zaken, uit 1992, verkondigt u in uw publicaties grofweg dezelfde boodschappen. Boekt u resultaat?

“Heel langzaam. En dat gaat zo langzaam omdat we te maken hebben met een groepering van lieden die je gewoon niet meer kunt veranderen. Er staat wel een jongere generatie op, die meer is opgegroeid met de gedachte dat er dingen misgaan, en dat kritiek mogelijk is. Die hebben niet meer de oerreflex om alles te ontkennen en njet te roepen, tegen beter weten in. Onaantastbaarheid opeisen, dat zit niet meer in hun basishouding.”

Het verweer luidt: het zijn incidenten.

“Het zijn geen incidenten. In de Schiedammer Parkmoord is alles gebeurd wat we allang beschreven hadden. Daar kon je op wachten. Dat zijn geen freakgebeurtenissen.”

In Broddelwerk, over geklungel in het strafrechtelijk onderzoek, haalt u een paar bekende zaken aan. Om er één uit te pikken: de zaak-Holleeder. Hij werd mede veroordeeld op basis van verklaringen van de inmiddels geliquideerde vastgoedhandelaar Willem Endstra en de eveneens vermoorde crimineel Thomas van der Bijl. Had Holleeder moeten worden vrijgesproken?


“Ja. Let wel: dat heeft niets te maken met schuld of onschuld. Een gerechtelijke dwaling is voor mij een veroordeling zonder fatsoenlijk bewijs. Of iemand schuldig of onschuldig is, weet ik niet, daar ga ik niet over. Maar uit de motivering bij de veroordeling blijkt dat de verhoren van Endstra en Van der Bijl zo belangrijk waren dat Holleeder zonder die twee niet veroordeeld had kunnen worden. En die twee deugen niet. Dat zijn onbetrouwbare bewijsmiddelen, omdat de manier waarop ze tot stand zijn gekomen heel onduidelijk is en het aantal onwaarheden erin groot is.”

De verklaringen van Van der Bijl zijn op papier aan de rechters voorgelegd. Maar volgens u niet in de oorspronkelijke vorm.

“De gesprekken met Van der Bijl zijn opgenomen en uitgewerkt in processen-verbaal. Die zijn gewoon frauduleus. 85 procent is weggelaten, er zijn dingen ingekort, bijgeplaatst en vrijelijk gecombineerd. In Breda zijn recentelijk vermeende drugshandelaars vrijgelaten om precies diezelfde reden. Waarom gebeurde dat in Amsterdam niet? Ik vrees dat het met de persoon van de verdachte te maken heeft. Dat als iemand vaker in de media is neergezet als staatsvijand nummer één, de rechter steeds minder eisen stelt aan het bewijs. Dat zo’n rechter denkt: ik kan toch niet de rechter zijn die Holleeder heeft vrijgesproken?”

Waarom maken politiemensen die processen-verbaal op die manier?

“Als ze al die dingen die ze nu weggelaten hebben wel hadden opgeschreven, was het allemaal zonde van hun tijd geweest; dan kon je voorspellen dat ze niet ver waren gekomen. Er zit een zekere logica achter, maar die heeft niets te maken met objectieve waarheidsvinding. Ik geef een relevant voorbeeld. Van der Bijl beschrijft de dynamiek van de organisatie, hoe Holleeder begint als een shit die niks voorstelt en dan langzaam opklimt naar een positie waarin hij verantwoordelijk wordt voor dingen. Dan kun je hem dus niet álles in de schoenen schuiven. Maar zo’n genuanceerde aanpak maakt dat je opnieuw kunt beginnen. Dus wordt alles wat Van der Bijl daarover zegt, weggestreept. Het komt ze niet uit.”


De officier van justitie destijds was Fred Teeven, nu VVD-kamerlid. Hij was uitzonderlijk nauw bij de zaak betrokken, en zelf aanwezig bij veel van de gesprekken.

“Hij weet donders goed dat de rechter hier belazerd wordt, en gaat er in mee. Niet waarheidsvinding is zijn doel, maar de veroordeling van Holleeder. Het Openbaar Ministerie is een partij geworden, bereid de boel te belazeren als dat bijdraagt aan het doel, namelijk de veroordeling.”

Is het Openbaar Ministerie geen partij dan?

“Nee. In onze organisatie van de strafvordering zijn verdediging en OM niet tegenover elkaar geplaatst. Ze dienen beide als helpers van de rechtspleging. Op die grond heeft het OM enorm ruime bevoegdheden gekregen. Maar het OM stelt zich wel meer en meer op als partij die bezig is zaken te winnen. En dan gaat het wringen. Dan moet je die bevoegdheden terugtrekken, of ook aan de verdediging geven, in het kader van de equality of arms.”

Over de rol van Teeven als officier maakt u zich in uw boek nogal druk.

“Teeven was bij de verhoren een stoorzender tot en met. Eén passage in de oorspronkelijke verhoren kun je lezen alsof hij Van der Bijl aanmoedigt om zelf met Holleeder af te rekenen. Hij zal vast zeggen: zo is het niet bedoeld. Maar ik begrijp donders goed waarom het niet in het proces-verbaal is terechtgekomen. Dan had hij wat uit te leggen.

“Teeven zegt ook tegen Van der Bijl dat hij niet met andere opsporingsdiensten moet praten. Hij wilde gewoon de primeur hebben. Hij legt het aan Van der Bijl zo uit: er zijn lekken. Als je nu met meerdere opsporingsdiensten praat en je wordt straks neergeknald, dan weten we niet waar het lek zit. Als je alleen met ons praat, weten we tenminste wél waar we moeten zoeken. Van der Bijl is de guinea pig in de zoektocht naar het lek. Wordt hij niet neergeknald, dan is het meegenomen. Gebeurt het wel, dan weten ze tenminste wat. Dat is toch van een cynisme. Begrijp me niet verkeerd: ik ben niet vóór criminele organisaties. Maar ik vind wel dat we ons in de strijd tegen hen niet moeten verlagen tot hun niveau. Dieven vang je niet met dieven, maar met het recht.”


In een ander boek heeft u het over ‘de opwinding van het zoeken naar boeven’, die de logica in de weg staat. Is dat wat politie en OM motiveert?

“Tja, opwinding… Ze moeten wel scoren. Veel tijd besteden aan iets wat vervolgens niets oplevert, helpt je promotie niet. Als er meer tijd in wordt gestoken, wordt het belangrijker dat er een veroordeling volgt. Dus kun je nagaan: hoe groter de zaak, hoe groter de kans dat er iets fout gaat. Hoe groter het team, hoe kleiner de kans dat iedereen zich aan de regels houdt.”

Kritiek op Fred Teeven is één ding, uw commentaar op Carla del Ponte gaat nog verder. De voormalige hoofdaanklaagster van het Joegoslavië-tribunaal werd gezien als die enorme voorvechtster van rechtvaardigheid. U schrijft dat het schokkend is te zien dat ze nooit probeerde deugdelijk bewijs te leveren. Op het gebied van bijvoorbeeld de herkenning van daders door slachtoffers zou het tribunaal werkelijk alles fout hebben gedaan.

“Carla del Ponte heeft er zelf uitgebreid over geschreven. In haar hele boek staat geen enkele paragraaf over bewijsproblematiek. Ze legt de schuld nooit bij zichzelf, alleen maar bij rechters met te slappe knieën om te veroordelen. Mijn zorg: van de tien mensen in de zaken waarbij ik betrokken ben geweest, zijn er zeven vrijgesproken. Dan is het van tweeën één: of men heeft onbezonnen beschuldigingen rondgestrooid tegen onschuldige mensen, of wel degelijk de schuldigen voor het tribunaal gesleept maar gefaald in het leveren van deugdelijk bewijs. Del Ponte mag zelf kiezen. Ze heeft nooit haar best gedaan waterdichte dossiers aan te leveren. Er zijn getuigen vermoord, gestorven voor zaken die door deze aanpak sowieso tot niets hadden kunnen leiden. Dat kun je die getuigen, de slachtoffers, de hele wereld niet aandoen. Het gruwelijke is: ze was ook hoofdaanklager bij het Rwanda-tribunaal. Daar zie je precies dezelfde zwakte. Grote verhalen, veel poeha, maar werk maken van deugdelijk bewijs is er niet bij. De tribunalen, toch belangrijke experimenten voor ons allemaal, worden op een lichtzinnige manier verkwanseld.”


Even terug naar Nederland. U constateert dat in het rechtssysteem wezenlijke fouten zijn ingesleten. Los van een generatie die moet uitsterven, wie moet of kan dat veranderen?

“Je kunt het vanuit de politiek sturen. De rechter is onafhankelijk, maar voor randvoorwaarden waarbinnen hij opereert, is de politiek verantwoordelijk. De budgetten voor rechtspraak zijn gewoon veel te laag. En er zitten weeffouten in het systeem. De minister van Justitie is altijd een jurist. Hij behoort tot dezelfde club, gaat voor zijn luitjes staan, en geen enkele kritiek dringt door. Hij heeft er geen enkel belang bij iets te verbeteren aan de zaken waar ik het over heb. En de minister wordt gecontroleerd door de Tweede Kamer. Maar als je kijkt wie de woordvoerders justitie zijn, met permissie, dan wens ik je er veel succes mee.”

Er is er één, bij de VVD…

“Ja, precies! Als er straks verkiezingen zijn geweest, kan Teeven zelfs minister van Justitie worden. Dan is het helemaal klaar. Die man is een gevaar voor de rechtszekerheid in Nederland.”

U zegt grote dingen. Belangrijke instituten zijn niet betrouwbaar. Waarom slaan uw boeken bij het grote publiek niet in als een bom?

“Daar kan ik twee dingen op zeggen, allebei een beetje cynisch. In de meeste zaken waar ik aan werk, gaat het om schlemielen. De mensen die hier onder lijden, hebben geen stem, kunnen zich niet organiseren of verweren. Daar kom je makkelijk mee weg. En ten tweede: ik weet niet of de gemiddelde burger, zolang hij er niet zelf mee te maken heeft, inziet hoe belangrijk dit is.”


Willem Wagenaar: ‘Broddelwerk’.

Bert Bakker. € 17,50.

Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Peter Smolders