Op zending in moslimland

Ze zouden heimelijk hebben geëvangeliseerd – en daarom werden begin maart zeven Nederlanders het islamitische Marokko uit gezet. Slechter verging het vorig jaar twee Duitse vrouwen die in Jemen mogelijk het evangelie verkondigden. Zij werden vermoord. Bood hun Nederlandse werkgever hun wel voldoende bescherming?

Vader en moeder Stumpp kunnen het nu, negen maanden later, nog maar nauwelijks bevatten. Hun dochter Rita werd bruut vermoord in Jemen, een van de gevaarlijkste plekken ter wereld voor christenen. Zeker als ze het evangelie uitdragen. Was ze maar veilig thuis gebleven. Maar ja, ze volgde haar overtuiging. Het echtpaar uit Gifhorn in Nedersaksen had Rita keer op keer op andere gedachten proberen te brengen. Maar het hielp niet: God riep haar. Dat dacht ze tenminste. Vader Stumpp klinkt timide en bitter aan de telefoon. Maar hij verwijt haar niets, zegt hij. Ze ging immers voor God. Zijn smeekbedes hadden geen zin, vertelde hij eerder tegen de lokale krant Westfalen Blatt: “We hadden geen kans. Ze was met haar hoofd al in Jemen.”

Voor haar vertrek naar het Arabisch Schiereiland volgde ze een opleiding praktische theologie aan Bibelschule Brake in Lemgo, niet ver van Gifhorn. Dat deed ze samen met haar nicht, Anita Grünwald, die net als zij vervuld was van de glorie van Jezus. Ze wilden Christus onvoorwaardelijk dienen, desnoods in barre of riskante omstandigheden. Zoals in Jemen. Een vriendin die daar eerder was geweest, raadde hun aan om in zee te gaan met de stichting Worldwide Services (WS), die al dertig jaar met zo’n 25 vrijwilligers de al-Jumhuri-kliniek runde in Saada in het noorden van Jemen. WS, een kleine, christelijke hulporganisatie uit Emmeloord, rekruteerde medewerkers en zorgde voor hun uitzending en begeleiding. Rita en Anita, van huis uit strenge baptisten, meenden dat een stage in die armenkliniek uitstekend aansloot op hun opleiding.

Maar de leiding van de Bibelschule had er, net als Rita’s ouders, een hard hoofd in. Over WS konden ze nauwelijks informatie vinden. Het weinige dat er was, bleek echter niet ongunstig. “Toch hadden we liever gezien dat Rita en Anita hadden gekozen voor een stage bij een van onze vaste aanbieders,” zegt Michael Kotsch van de Bibelschule in Lemgo. “We hadden als enige referentie die enthousiaste vriendin die in Jemen was geweest.”


Om hun diploma te halen, moesten de studentes zich aan de leergang houden, zegt Kotsch. “En hun werkgever, WS, dus ook.” Maar Kotsch vermoedt dat de twee méér wilden dan zieken en behoeftigen helpen, namelijk de blijde boodschap van Jezus verkondigen, en hij sluit niet uit dat WS hen daarin heeft gestimuleerd. “Het waren weliswaar nuchtere meiden, maar voor het geloof zetten ze alles opzij.” En zo stapten de twee eind mei vorig jaar vastberaden op het vliegtuig naar de Jemenitische hoofdstad Saana, vol van de dingen die zouden komen. De ontvangst op de plaats van bestemming, Saada, was hartelijk. Alles verliep zoals Rita en Anita zich hadden voorgesteld. Op 1 juni gingen ze welgemoed aan de slag. In de kleine internationale gemeenschap van artsen, verpleegsters, vroedvrouwen en andere hulpverleners draaiden de twee nieuwelingen uit Duitsland direct volop mee.

Op donderdag 11 juni belde Rita enthousiast met haar moeder. Ze vertelde dat ze volgende dag op pad zou gaan met Anita en een paar mensen die ze via de kliniek had leren kennen: de technicus Johannes Hentschel met zijn vrouw Sabine en hun drie kleine kinderen, ook Duitsers, en een Brits-Koreaans stel, een lerares en een ingenieur. Ze pasten met z’n allen net in Hentschels Toyota-terreinwagen.

Ze reden naar een wadi, een droge rivierbedding, vijf kilometer buiten Saada, om te picknicken. Maar het uitstapje werd ruw verstoord. Drie van de vier vrouwen werden doodgeschoten: Rita, Anita en de Koreaanse, Eom Young-sun. Hun lichamen werden op maandag 15 juni gevonden door herders, in een gebied waar veel Al-Qaida-strijders zitten en waar ontvoeringen aan de orde van de dag zijn. Wat er met de rest van het groepje is gebeurd, onder wie twee kleuters en een kind van anderhalf, is vooralsnog een raadsel. Deze zes zijn nog altijd spoorloos, en niemand heeft de verantwoordelijkheid voor het bloedbad opgeëist.


De Duitse politie stuurde meteen een team naar Jemen, maar het onderzoek van de rechercheurs bracht weinig sporen aan het licht. Dat was ook vrijwel onmogelijk in het barre berggebied. De eerste verdenking viel op de Houthi-rebellen die het in deze streek voor het zeggen hebben. Zij ontvoeren vaak buitenlanders, maar die laten ze tegen betaling van losgeld snel ongedeerd vrij.

Het drama met het picknickgroepje draagt een heel ander stempel: een koelbloedige drievoudige moord. Misschien zijn de zes andere vermisten intussen ook dood, maar hun lichamen zijn niet getraceerd door de verkenningsvliegtuigen die Duitsland op onderzoek uitstuurde. De zaak draagt niet de handtekening van Al-Qaida. De islamistische terroristen zijn er gewelddadig genoeg voor, maar zij zoeken doorgaans de publiciteit en maken video’s van hun gijzelaars. Dat is in dit geval niet gebeurd.

De Duitse politie vermoedt dat de buitenlanders het slachtoffer zijn geworden van moslims die aanstoot hebben genomen aan de zendingsdrang van de twee vriendinnen en Johannes Hentschel. Tussen de persoonlijke spullen van de jonge vrouwen is zendingslectuur gevonden. “Het materiaal duidde er op dat ze bezig waren Gods woord te prediken in een islamitisch land, in Jemen,” zegt een bron bij de Duitse ambassade in Jemen. “Ze waren niet alleen bezig met medische zorg. Dat kan een wraakactie hebben uitgelokt.”

Paul Lieverse, een Rotterdamse anesthesist die na het drama in Saada als woordvoerder optrad voor WS, ontkende dat de mensen die door de organisatie werden uitgezonden zendingswerk deden. “Hun inzet beperkte zich tot humanitaire zorg. Niet meer, niet minder.” Sindsdien zwijgt Lieverse echter op verzoek van de Duitse politie, om het onderzoek niet te bemoeilijken en de mogelijk nog levende gijzelaars niet in gevaar te brengen. Maar bleef de inzet van Rita en Anita beperkt tot humanitaire zorg? Probeerden de WS-medewerkers niet toch de boodschap van Jezus te verspreiden? Begaven zij zich daarbij willens en wetens in gevaar? Had dit initiatief de zegen van WS? Werden de twee Duitse studentes en Johannes Hentschel door de WS-projectleiding gewaarschuwd voor de gevaren die ze liepen? Kregen ze een training hoe met terroristen dan wel vijandigheden van anderen om te gaan? WS geeft geen kik. Antwoord op een paar vragen kon HP/De Tijd uiteindelijk via een omweg optekenen. Aan de Süddeutsche Zeitung vertelde Lieverse, nog vóór hij het spreekverbod kreeg opgelegd, dat WS geen intensieve instructies geeft. “Wie interesse heeft, kan het beste naar Saada zelf bellen om zich over de toestand ter plaatse te laten informeren. Als je ziet hoe vol de wachtkamers zitten en hoe dringend patiënten verzorging nodig hebben, denk je niet meer aan persoonlijke gevaren,” verklaarde de narcosespecialist.


Wie zich door God geroepen voelt, zal zijn bedenkingen opzij zetten en hulpvaardig aan de slag gaan. Zulke gedreven mensen zoekt WS. Ze moeten het niet alleen zonder salaris stellen, maar ook hun eigen verblijf betalen. Niettemin is bij velen de motivatie groot om risico’s te trotseren en ook als zendeling op pad te gaan.

Vindt dominee Cees Rentier van de interkerkelijke stichting Evangelie & Moslims het juist dat WS onder de dekmantel van medische hulpverlening werkt, maar mogelijk ook een zendingsbastion is? “Zulks hangt van je bedoelingen af. Soms blijkt het niet anders te gaan. Je hebt te maken met gemotiveerde vrijwilligers die zich inzetten voor de allerarmsten, de paupers, de verdrukten en de verworpenen,” aldus Rentier. “In hun visie hoort daar vanzelfsprekend het verhaal van Jezus bij. Ze zijn er niet van te weerhouden dat te vertellen.”

WS werd officieel opgericht op 7 november 1989 door een groepje artsen. Geertruida Wierda uit Den Helder is WS’er van het eerste uur, net als haar man. Ook zij wil niet meer kwijt over de stichting of de tragedie bij Saada dan dit: “Wij waren de jarenzestiggeneratie: idealistisch, sociaal bewogen, jong en geëngageerd, maar bovenal christelijk geïnspireerd. Eén doel hadden wij: goed doen, helpen. In brede zin, uit liefde voor de medemens.” Dieter Kuhl, een Duitse islamkenner, was als bestuurslid betrokken bij de oprichting van Worldwide Services. Hij vertelt waarom de keus op Jemen viel als basis voor WS. “Het land was een van de allerarmste, meest gesloten landen ter wereld. 22 miljoen inwoners en razend hoge sterftecijfers. Enige medische zorg bestond er alleen voor de rijken. Met de regering richtten we een staatsziekenhuisje op met eerstelijnsvoorzieningen, plus acht à negen dokters die een aantal Jemenitische medici aanstuurden. Deze combinatie was heel bijzonder. De kliniek functioneerde als intermediair voor het aanknopen van goede contacten met de bevolking. Sommige medewerkers hanteerden daarbij de Bijbel.” ‘Stille hulp’ heette dat cryptisch. Zo wekte WS geen achterdocht.


Jemen staat volgens de internationale zendingsinstelling Open Doors in de toptien van de gevaarlijkste landen ter wereld voor christelijke gelovigen. Uit de laatste cijfers van Open Doors blijkt dat op een totaal van 2,2 miljard christenen er wereldwijd 100 miljoen worden bedreigd, vervolgd of gemarteld. Ze mogen geen kerken bouwen, geen bijbels kopen, zij worden gedwongen hun baan op te geven. Verdwijning, ontvoering en moord kunnen hen treffen. De Nederlandse tak van Open Doors stelt op internet: “In bijna geen enkel land werden zoveel christenen gedood vanwege hun geloof als in Jemen in 2009.”

Een land dat zich kennelijk langs diplomatieke weg begint te roeren tegen christelijke bekeringsijver, is Marokko. Daar stuurde de Marokkaanse minister van Justitie, Mohamed Naciri, drie weken geleden een groep buitenlandse hulpverleners naar huis die evangelisatie-activiteiten zouden hebben ontplooid. Onder hen waren zeven Nederlanders, die al tien jaar in een weeshuis werkten in het Atlasgebergte, dicht bij de plaats Azrou. De Marokkaanse autoriteiten spraken van ‘bekeringsijver’, maar directeur Herman Boonstra van het kindertehuis Village of Hope ontkende dat er gepredikt was. “Iedereen die hier hulp verleent, heeft een verklaring moeten ondertekenen die stelt dat geen medewerker ooit ongevraagd over het geloof mag spreken.”

De uitzetting schoot demissionair minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken zo in het verkeerde keelgat, dat hij de Marokkaanse ambassadeur bij zich liet komen en opheldering eiste over de ongewone ingreep. Of de medewerkers van het weeshuis zich inderdaad aan hun eigen spelregels hielden, moet nader worden onderzocht.


Volgens kritische Nederlandse insiders die actief zijn in bewegingen die bewust het christendom preken in ‘gesloten landen’, moet er meer zicht komen op het werk van geloofswerkers met een al dan niet medische achtergrond. Bieden de uitzendende instanties bescherming tegen gewelddadige fundamentalisten? Hoe serieus nemen ze hun zorgplicht? Deze vraag zou bij betrokkenen in Nederland een punt van bezinning moeten zijn, vinden ze. Honderden, misschien wel duizenden Nederlandse zendelingen verkeren in potentieel levensgevaar als ze in de Arabische wereld bekeringswerk doen. Velen zijn onvoldoende toegerust zich tegen islamitische geweldsreacties te verweren. De vraag is of deze vrijwillige predikers zich er bewust van zijn hoe riskant zij te werk gaan. Ze handelen meer uit religieuze ambities dan uit bezonnen en gerijpt geloof, aldus de insiders. Het wordt tijd restricties in te voeren, zodat het niet meer mogelijk is zogenaamd op eigen initiatief moslims tot Jezus te bekeren. Het moet als politiek punt op de agenda komen, aldus valt in (evangelische) kerkelijke kringen te beluisteren.

Stichtingen als WS doen in de hulpverlening goed werk, maar laten de medewerkers vrij op persoonlijke titel voor Jezus de boer op te gaan. Lieverse van WS verwoordde dat in de Süddeutsche Zeitung zo: “Missioneren is bij ons verboden, maar wij kunnen niet controleren wat individuele personen ter plekke doen.” WS ontkende dus officieel dat medewerkers met medeweten en goedkeuring van de organisatie de lokale bevolking proberen te bekeren. Toch gebeurde dat, beweren Nederlandse bronnen die de situatie in Jemen van nabij kennen. Tegen HP/De Tijd zeggen ze dat WS zich in het geniep als een ‘hardcore zendingsorganisatie’ opstelt, waarbij een bepaalde categorie ‘fanatieke geloofsactivisten’ zich thuis voelt. Deze zijn bereid tot het uiterste te gaan, eventueel tot de dood.


Hoeveel zullen het er zijn? Vijfhonderd? Duizend? Het aantal ‘frontwerkers van Jezus’ die in het buitenland Gods woord prediken, is niet precies bekend. De Evangelische Adressen Gids vermeldt honderden namen van christelijke clubjes, werkgroepen, stichtingen, kerkgenootschappen, charismatische bewegingen en geloofsgemeenschappen als Pinkstergemeenten en Baptisten, die mogelijk mensen uitzenden. Ook de reguliere hervormde en gereformeerde kerken doen mee aan het verkondigen van Gods woord, in Azië en Afrika en – groeiende trend – het Midden-Oosten. Kerken zenden op eigen initiatief en voor eigen rekening en risico hun mensen uit, onder supervisie van ‘thuisfront comités’, de achterban die de fondsenwerving doet, de communicatie verzorgt, nieuwsbrieven rondstuurt en de relatie met de (plaatselijke) kerk voor zijn rekening neemt. Zo is het zendingsveld wereldwijd in ontelbare autonome kaveltjes versnipperd.

Uitzendende instanties gebruiken selectiebureaus om kandidaten te vinden. Denis van der Bijl is directeur van zo’n bureau, de Interserve-vestiging in Amersfoort, onderdeel van een wereldwijde zendingsorganisatie met het hoofdkantoor in Maleisië. De zendelingen moeten in Azië en Arabische landen over Jezus vertellen, naast hun baan als leraar, ingenieur, arts, verpleegster of webdesigner. Interserve leidt hen op, en begeleidt het uitzendtraject administratief en pastoraal. “Wij schenken veel aandacht aan veiligheid,” vertelt Van der Bijl, die zelf vier jaar als zendeling werkte. Voor de werkelijk gevaarlijke landen krijgen de aspirant-zendingswerkers een intensieve training bij het Center for Safety and Security. Van der Bijl: “Deze cursus is heel praktisch, overeenkomstig de realiteit als je met extremisten te maken krijgt.”


Over het debacle met WS heeft Van der Bijl niet veel te zeggen. “Ik ken de omstandigheden niet. Maar de groep had wellicht niet buiten de veiligheidszone mogen komen. WS moest daar op letten. Zo’n no-go-area bestaat niet voor niets. Een zendeling die alleen opereert, lijdt ontberingen. Het is geen leuk uitje naar een exotisch land. “Forget it,” zegt Van der Bijl. “Dan woon je in een villa met tien kamers, maar je hebt wekenlang geen stroom. Dat betekent geen airco, bij veertig graden. Is mij overkomen.” Daarbij kan de zendeling gefrustreerd raken als het bekeren niet lukt. Een moslim van het woord van Jezus te overtuigen is een discrete zaak; het duurt vaak lang en het succes moet geheim blijven. Ermee te koop lopen wordt in de islamgemeenschap als een provocatie gezien, die sancties kan oproepen. Zelfs de dood, zoals bij Rita Stumpp, Anita Grünwald en Johannes Hentschel. Ook Van der Bijl verklaart klaar te zijn als God hem vraagt in een bepaalde situatie met zijn leven te betalen. “Dat is de hoogste prijs, maar je moet ertoe bereid zijn.”

Niet alleen op veiligheidsgebied is voorbereiding nodig. De moderne zendeling dient te weten welke administratieve consequenties zijn buitenlandse avontuur heeft. “Hoe zit het met AOW, pensioenopbouw, verzekeringen? Verkoop je je huis? Wat gebeurt er bij langdurige ziekte?” Zulke vragen zijn dagelijkse kost voor financiële-planningsspecialist Natasja van der Laan. Zij leidt het Amersfoortse bureau Gabriel financiële bescherming, met 21 medewerkers die de aanstaande zendeling adviseren. Haar klanten zijn ‘dertigers en veertigers die vaak zelf een eigen zaak opbouwden als accountant, ict’er of verzekeringsagent, maar die vonden dat er toch meer moet zijn in dit leven. Zij geloven in Jezus, voelen zijn spirit, willen hem dienen. Maar dan niet op goed geluk’.


Sommigen van haar cliënten geven in Nederland alles op, vaak ondersteund door een thuisfrontcommissie. Ze beseffen allemaal dat zending in een onbekend land niet zonder gevaar is. Vooral met het oog op vrouw en kinderen vereist zo’n geloofsexpeditie een grondige organisatie. De opdrachtgevers dienen daarom bonafide arbeidscontracten aan te bieden, op maat gemaakt. Dat gebeurt te weinig, vindt Van der Laan. Kerkbesturen rekenen op Gods voorzienigheid. “Dat ontslaat je niet van de plicht de dingen goed te regelen. Liever voorzorg dan nazorg. Anders zie je je man die naar Jemen of Pakistan vertrekt, niet terug.”

Albert Eikenaar