‘Serieuze zaken kunnen niet zonder humor’

Voordat hij een beroemd romanschrijver en scenarist werd, stond Nick Hornby jarenlang voor de klas. Daar leerde hij het belang van stand-up comedy. In zijn nieuwe filmproject, An Education, komen al die draden bij elkaar.

De verfilming van zijn boeken laat hij liever aan anderen over. Nick Hornby heeft slechts één keer een scenario geschreven op basis van eigen werk. Dat was in 1997, toen zijn (autobiografische) debuut Fever Pitch werd verfilmd, met Colin Firth in de hoofdrol als een fanatieke Arsenal-supporter die zijn draai in het leven probeert te vinden. Hornby heeft geenk goede herinneringen aan de totstandkoming van dat scenario. “Het was net alsof ik in mijn eigen vlees sneed. Ik had lang aan dat boek gesleuteld. Mijn best gedaan het zo goed mogelijk op te bouwen. En vervolgens zag ik me genoodzaakt de constructie die ik met zoveel zorg had opgetrokken met eigen handen weer af te breken. Want dáár komt het maken van een boekverfilming op neer. Het is een gericht soort van sloopwerk. Je haalt dingen weg. Zo’n tachtig procent van de tekst.”

Met een wrange glimlach: “Als je heel lang bezig bent geweest met de afweging waarom sommige passages er per se ín moeten, dan is het een pijnlijke en frustrerende ervaring om het er zelf weer uit te moeten gooien.”

Voor de boeken die hij ná Fever Pitch schreef, geldt dat ze inmiddels zijn verfilmd dan wel op het punt staan verfilmd te worden. High Fidelity, over een fanatieke popliefhebber die gewend is zijn voorkeuren in overzichtelijke lijstjes vast te leggen, werd naar Chicago getransplanteerd. John Cu-sack speelde vol overtuiging de eigenaar van een kleine platenzaak die moeite met relaties heeft en het ook anderszins knap lastig vindt volwassen te worden. Bij de verfilming van About a Boy werd wel aan de oorspronkelijke – Londense – setting vastgehouden. De rol van de kinderloze dertiger die zich als alleenstaande vader voordoet (in een poging vrouwen te versieren) wordt met verve vertolkt door Hugh Grant.


Hornby verkoos bij beide verfilmingen een plekje aan de zijlijn. “De makers deden hun best mij bij het hele proces te betrekken. Ze hechtten veel belang aan mijn goedkeuring en liepen over van begrip bij elke aanmerking die ik maakte. Maar het blijft toch een beetje onwennig. Want zodra iemand anders dat verhaal gaat vertellen, is het simpelweg mijn boek niet meer. Ik begon me te realiseren dat je ‘in’ of ‘out’ moet zijn bij zo’n proces. Dit hing er een beetje tussenin.”

Ook aan de verfilming van zijn vierde roman, How To Be Good, wordt al geruime tijd gewerkt. “Om de paar weken ploft er een nieuwe versie van het scenario op de mat. Ik weet gewoon niet meer wat ik ermee moet. Ik zie niet meer of het nieuwe script beter is dan het vorige. Ik heb eerlijk gezegd niet eens in de gaten wat er precies is veranderd. Ik begrijp dat de makers mijn steun willen, en die zou ik ze best willen geven, als ik dat kón. Maar ik geloof dat ik er inmiddels emotioneel te ver van af sta. Het is hún film. Niet de mijne.”

Aan zijn tweede scenario, An Education, beleefde Hornby heel wat meer plezier. De door Lone Scherfig (Italian for Beginners) geregisseerde film oogstte juichende kritieken en werd dit jaar voor drie Oscars genomineerd. Ook Hornby’s scenario dong mee naar een van de hoofdprijzen in de Oscar-loterij. Vergeleken met zijn eigen filmbewerking van Fever Pitch koos hij dit keer voor het omgekeerde traject. Hornby ging aan de haal met de belevenissen van een ander. Geen lijvige roman, maar een autobiografische schets. Een kort verhaal; een bekentenis eigenlijk. De tekst telde slechts tien pagina’s.


Hornby: “Ik vond het erg prettig dat het zo kort was. Hoefde ik tenminste niet te snoeien. Het stelde me bovendien in staat om de karakters en de dialogen in te vullen.”

An Education is gebaseerd op jeugdherinneringen van de Britse journaliste Lynn Barber, die met milde verbazing terugblikt op de relatie die ze op zestienjarige leeftijd had met een veel oudere man. Dat hij als smooth talker en charmeur indruk op een zestienjarig meisje maakte, is niet zo verwonderlijk. Vreemder is dat de man er óók in slaagde haar ouders in een mum van tijd in te palmen. De ‘education’ die Barber onderging, beslaat verschillende terreinen. Seksuele inwijding is er slechts een van. Belangrijker is de kennismaking met een opwindend nieuw milieu: een wereld van jazz, drank, sigaretten, mode, kunst, weekendjes Parijs en dure sportauto’s. Het leerproces waarvan de titel gewag maakt, strekt zich onvermijdelijk ook uit tot pijnlijke (dan wel nuttige) levenservaringen. Want de charmante verleider is – om het voorzichtig uit te drukken – niet wie hij beweert te zijn.

Barber publiceerde haar ontboezemingen in 2003 in het literaire tijdschrift Granta. Hornby: “Ik werd erdoor verrast. Lynn Barber is in Engeland min of meer berucht. Ze beschikt over een heel scherpe pen en heeft nauwgezette en soms vernietigende profielen van beroemdheden geschreven. Dat ze op zo’n openhartige manier over zichzelf vertelt, verbaasde me een beetje.” Hij realiseerde zich meteen ‘iets’ met het verhaal te willen doen en vroeg zijn echtgenote – die de kost verdient als filmproducente – een optie op de filmrechten te nemen.


Er volgde een ontmoeting met Barber, die ietwat geschrokken reageerde op het plan een film te maken op basis van haar korte schets. “Ze was met stomheid geslagen. Ze had er nooit bij stilgestaan dat iemand dáár een film van zou willen maken.”

Barber is inmiddels van de verbazing bekomen en heeft van de weeromstuit een autobiografie gepubliceerd waarin de oorspronkelijke schets is opgenomen als één van de acht hoofdstukken. Dat boek (ook An Education getiteld) heeft dus weinig (meer) te maken met de film. Want Hornby heeft een stevige dosis fictie aan de belevenissen van Barber toegevoegd. “Het is een proces waarbij ik me andermans ervaringen toe-eigen. Ik ben als het ware gaan onderzoeken wat het verhaal voor mij te betekenen had.”

Hij besefte dat hij zich deels tot het verhaal aangetrokken voelde door de nadrukkelijke rol die klasseverschillen erin spelen. “Net als veel van mijn leeftijdgenoten ben ik een representant van de first generation middle-class. Mijn ouders hoorden nog bij de arbeidersklasse. Het verhaal gaat over vooruitkomen. Of over hoe je denkt vooruit te komen. En natuurlijk over het verschil tussen suburbia en de grote stad. Je wordt geboren aan de rand van een fenomeen en je probeert dichter bij het centrum komen. Dat zie je ook bij kunstenaars, schrijvers en muzikanten. Zoals je in de eerste blanke rock-‘n-rollers een hunkering naar de blues herkent. We kijken naar het leven van andere mensen en willen dat navolgen of overtreffen.”

Hornby geeft volmondig toe dat die thematiek ook al nadrukkelijk aanwezig was in Fever Pitch. “Als tiener verlangde ik ernaar deel uit te maken van het grootstedelijke leven. Dat is de voornaamste reden dat ik voetbalsupporter ben geworden. Ik zag dat als de toegangspoort naar een ander, meeslepender bestaan. Dat geldt in zekere zin ook voor de hoofdpersoon van An Education. Die grijpt haar relatie met een oudere man aan om kennis te maken met een spannende nieuwe wereld.”


Hornby moet lang nadenken over de vraag naar de sleutelmomenten van zijn eigen ‘education’. “Ik denk dat het daarbij vaak draait om ogenschijnlijk kleine dingen. Iemand die je op het bestaan van bepaalde muziek of bepaalde boeken wijst, bijvoorbeeld. Ik herinner me dat ik eens apart werd genomen door mijn leraar Engels. Hij had een boek voor me gekocht: Scoop van Evelyn Waugh. Hij zei alleen maar: ‘Ik denk dat je dit mooi vindt.’ Iets heel simpels, en tegelijkertijd een fantastisch gebaar. Het betekende veel voor me. Ik ontleende er zelfvertrouwen aan.” In An Education komt een vergelijkbaar personage voor. Een lerares die de hoofdpersoon op een cruciaal moment ter zijde neemt.

Zelf heeft Hornby ook jarenlang voor de klas gestaan. En die ervaringen zijn in het scenario doorgesijpeld. “Veel personages in mijn boeken komen uit die jaren voort. De jongen in About a Boy is een soort mix van twee van mijn toenmalige leerlingen. En één van de personages in A Long Way Down is ook weer losjes op een leerling gebaseerd.”

Op de vraag of zijn ervaringen als leraar van invloed waren op zijn schrijverschap knikt hij enthousiast. “Lesgeven is ook verhalen vertellen. Daar komt veel stand-up comedy bij kijken. Je moet toch de aandacht van je gehoor zien vast te houden.”

Het heeft hem ook op het juiste spoor gezet bij het ontwikkelen van een eigen stijl. “Welke boeken beveel je een tiener aan? Ik vond dat moeilijk. Ik zocht boeken die gecompliceerd maar ook begrijpelijk waren. Waarbij iedereen zich met de problemen van de personages kon identificeren. Maar zulke boeken waren amper te vinden. Eind jaren tachtig diende Roddy Doyle zich opeens aan. Die schreef over pubs en bandjes in Dublin. Een verademing! Een belangrijke inspirator ook. Hij en ik hebben grofweg hetzelfde traject afgelegd. Roddy is ook leraar geweest. Sterker nog: toen hij de Booker Prize had gewonnen, is hij nog een tijdje voor de klas blijven staan. Dat is bewonderenswaardig. Als ik destijds een paar centen met schrijven had kunnen verdienen, dan zou ik onmiddellijk met lesgeven zijn gestopt.”


Een andere auteur die grote invloed op Hornby heeft uitgeoefend, is de Amerikaanse schrijfster Anne Tyler, die hij als een mentor beschouwt. “Ze schrijft op een bedrieglijk eenvoudige toon, maar altijd met humor en ‘ziel’.”

Hij ergert zich aan de opvatting dat ‘serieuze’ literatuur en humor elkaar slecht zouden verdragen. “Humor is niet strijdig met serieuze zaken. Het hoort er juist bij. Zelfs als iemand gisteren een dierbare vriend verloren heeft, dan betekent dat nog niet dat er vandaag een verbod op humor zou zijn. Dat is een van de redenen dat het werk van Anne Tyler me zo sterk aanspreekt. Maar het heeft lang geduurd voor ik haar gevonden had. Het heeft sowieso lang geduurd voordat ik wist wat ik met mijn leven wilde doen.”

Hornby wist weliswaar van jongs af aan dat hij schrijver wilde worden, maar het ontbrak hem aan ‘durf en focus’ in de eerste twaalf jaar van zijn volwassen leven. “Ik schreef destijds veel dialogen. Ik richtte me op film en televisie en hoopte dat een van mijn scenario’s nog eens zou worden verfilmd. Achteraf gezien maakte ik het mezelf onnodig moeilijk. Ik zou elke beginnende schrijver uit de grond van mijn hart willen afraden om te beginnen met filmscenario’s. Want bij film en televisie werken ze met materiaal dat klaar en afgerond moet zijn. Ze kunnen zich niet veroorloven in aanzetten of halffabricaten te investeren. Geen enkele filmproducent zegt: ‘Het scenario is weliswaar nog niet helemaal bevredigend, maar het geeft wel blijk van talent; laten we er dus maar een paar miljoen euro in stoppen.’ Bij verhalen en romans is die speelruimte toch iets groter. Bij uitgeverijen wordt nog weleens geïnvesteerd in een schrijver met het oog op de langere termijn.”


Toen hij in de jaren tachtig filmscenario’s probeerde te schrijven, ‘forceerde’ Hornby zichzelf zozeer dat er niets bruikbaars uit zijn handen kwam. “Dat heeft me gesterkt in de overtuiging dat mensen in creatieve beroepen gebaat zijn bij het aanhouden van kantooruren.”

Hoe ziet zijn werkdag er dan uit? “Ik heb drie kinderen en een tamelijk gecompliceerd gezin. Ik breng een van mijn kinderen naar school en ga daarna rechtstreeks naar mijn werk. Nee, dat doe ik niet thuis. Ik heb een eigen werkruimte, een kantoor zeg maar. En ik houd office hours aan. Van nature ben ik niet bijster gedisciplineerd, dus daar gedij ik het beste bij.”

Hornby is ervan overtuigd dat veel schrijvers en kunstenaars er goed aan zouden doen wat meer discipline aan te brengen in hun scheppingsdrang. “In feite is de impuls om almaar dóór te gaan een heel kinderlijk instinct. Misschien verklaart dat ook wel waarom sommige kunstenaars zich zo onaangepast en onmogelijk gedragen. Ze kunnen iets! Of ze zijn ervan overtuigd dat ze iets kunnen. En ze zeggen tegen zichzelf: ik ben bijzonder en ik zal niet stoppen voordat anderen dat óók zien. Eerlijk gezegd geloof ik dat veel mensen daar veel ellende door ondervinden. Soms kan het heel verstandig zijn iets op te geven.”

Erik Spaans