Een tweede Swiebertje-effect

Het Oost-Groningse Wedde loopt leeg. Het reddingsplan: Wedde wordt Swiebertjedorp. De kerk, de hoofdstraat, de molen, het kasteel van de freule: alles is er. ‘Nét als in de serie.’ Nu de mensen nog.

DAAR KOMT SWIEBERTJE! RARE SWIEBERTJE!

ONZE SWIEBER MET Z’N INGEDEUKTE HOED!

“Een ogenblikje hoor.”

DAAR KOMT SWIEBERTJE!

RARE SWIE…

“Met Peter Kuijer… Goedemorgen… Ik bel u straks terug, ben even in bespreking.”

Peter Kuijer is 42 jaar en heeft een ringtone van kinderkoor De Damrakkertjes. Uit hun onvolgroeide keeltjes schalt de tune van de legendarische televisieserie Swiebertje (1955-1975). Kuijer is helemaal idolaat van de belevenissen van de malle zwerver, die met ‘brutale streken’ het gezag tartte, maar een dermate klein hart had dat de huishoudster van de burgemeester hem nimmer een ‘kopjen kofjen’ ontzegde. Wat heet: de door Joop Doderer (1921-2005) zo meesterlijk vertolkte landloper kreeg er steevast een lekker ‘koekjen’ bij.

Peter Kuijer is herenboer in Blijham, in de Oost-Groningse gemeente Bellingwedde, maar brengt een groot gedeelte van zijn tijd door in het naburige Wedde, een schilderachtig dorpje aan de Westerwoldse Aa. Wie het spuuglelijke waterschapskantoor aan de dorpsgrens geen blik waardig keurt, waant zich in Wedde met een beetje fantasie in het Nederland van tussen de twee wereldoorlogen. En dat had Kuijer ook door.

“Anderhalf jaar geleden,” zegt hij in eetcafé De Leeuw, bij een kopjen kofjen met een koekjen, “kwam de gemeente bij me met de vraag hoe we Wedde op de kaart zouden kunnen zetten. Ik heb nog weleens ideeën, moet je weten. Het dorp had een oppepper nodig, want ze waren bang dat de middenstand zou vertrekken. Ondanks de mooie omgeving is dit namelijk wel een krimpregio. ‘Denk eens mee!’ zeiden ze tegen me. Nu moet je weten dat ik een notoire Swiebertje-fan ben. Ik heb echt van kinds af aan alle boeken gelezen en de tv-serie kan ik wel drómen. Dus op een gegeven moment, ik had het overdag druk gehad met de koeien, zit ik midden in de nacht weer eens naar een dvd van Swiebertje te kijken. Je kent de beginscène hè? Dan zwenkt de camera over een maquette van het dorp waarin de serie zich zogenaamd afspeelt. Nou, ik zit daar zo’n beetje naar te staren en ik denk ineens… verrek, dat is Wédde! Gauw ons dorp opgezocht op Google Earth en echt, de overeenkomsten tussen die maquette en Wedde, het is gewoon éng! De molen buiten het dorp, nét als in de serie! De burcht hierachter, exáct het kasteel van de freule! En ik zal je nog meer vertellen…”


Daar twijfelden we al niet aan.

“…hiernaast zit een bazar met tweedehands spullen: precíes het winkeltje van Malle Pietje! We hebben hier verder een oud café, dat kan moeiteloos doorgaan voor herberg De Vergulde Kip! Dus toen had ik het: we gaan van Wedde een Swiebertjedorp maken! En ik kreeg meteen iedereen mee. Diana hier, van café De Leeuw, wil haar zaak omtoveren tot de keuken van Saartje. Iemand anders heeft al aangeboden om ergens een hooiberg neer te zetten. Het hele dorp draagt het! Dat was trouwens wel mijn voorwaarde hoor. Nou, toen ben ik op zoek gegaan naar Babette uit den Boogaard, de dochter van John H. uit den Boogaard, de bedenker van Swiebertje, die in 1993 overleed. Dat was nog een hele uitzoekerij maar goed, het is gelukt. Dus ik ben een keer met Babette door het dorp gaan wandelen, incognito. Ze werd er gewoon stil van! Haar vader had nooit over een specifiek dorp gesproken, maar tegen mij zei ze: Wedde zou het geweest kúnnen zijn! En zodoende heeft ze met ons een intentieverklaring getekend, waarin staat dat zij samen met ons gaat kijken of het haalbaar is, Swiebertjedorp in Wedde. We gaan het dus helemaal doen in de geest van haar vader. Ze heeft ook het gevoel dat hij meekijkt, zei ze me. Vind ik wel belangrijk hoor, dat zij achter de plannen staat. Haar vader, vertelde ze me ook nog, wilde met Swiebertje het vrijheidsgevoel uitdragen. Want kijk, vroeger had je geen Hyves…”

Prima koffie, maar dit terzijde.

“…of Twitter, maar stond de deur gewoon open. Mensen hadden nog normaal contact met elkaar, écht contact. En Swiebertje was daar een extreem voorbeeld van; die zwierf door het leven en maakte met iedereen een praatje. Zó wil ik Wedde ook gaan neerzetten: als een dorp waar je doorheen kunt struinen. Of kuieren, dat vind ik eigenlijk nog leuker.” Kuijer lacht om de woordspeling, waarna hij onvermoeibaar doorgaat met het ontvouwen van zijn plannen. “Swieber wordt een gids, een leidraad. We mikken op een doelgroep van 35+ met een hbo-opleiding. Mensen die voor kwaliteit gaan. We maken er dus geen Efteling van, met verklede mensen, want dan krijg ik het hele dorp over me heen. Nee, het zwerven, het struun’n zoals wij dat in Groningen zeggen, komt centraal te staan. Wedde moet hét struundorp van Nederland worden. We trekken het dus veel breder dan Swieber alleen. Swieber is slechts een onderdeel, een…”


DAAR KOMT SWIEBERTJE! RARE SWIEBERTJE!

“Sorry voor die ringtone, maar ik heb een Swiebertje-tik.”

Met alle respect voor Pipo de Clown met het geschilderde zonnetje op zijn wang, Okkie Trooy met zijn koffer vol krentenbollen en Ome Willem met zijn broodje poep, maar Swieber met zijn ingedeukte hoed zal tot in lengte van dagen de meest tot de verbeelding sprekende jeugdheld van de Nederlandse televisie zijn. De reeks – niet minder dan 103 afleveringen plus vier grote tv-spelen – die nimmer z’n gelijke vond (het daaropvolgende Pommetje Horlepiep verhield zich tot Swiebertje als Captain Scarlet tot Thunderbirds), heeft zich zelfs vastgeworteld in ons hedendaagse taalgebruik. Als een acteur zodanig wordt vereenzelvigd met een bepaalde rol dat het publiek hem onmogelijk in een andere hoedanigheid kan accepteren, spreken we van het ‘Swiebertje-effect’, naar Joop Doderer die na twintig jaar Swiebertje onmogelijk nog My Fair Lady kon spelen. En als de politie iets ‘onder de pet’ houdt, roept dat onmiddellijk het beeld op van de gezagsgetrouwe veldwachter Bromsnor, die een met een vette knipoog overhandigd sigaartje van ‘de edelachtbare’ in zijn hoofddeksel verstopt.

“KIJK DAAR, DIE MOLEN!” Peter Kuijer staat inmiddels naast de tv van eetcafé De Leeuw en wijst met zijn vinger naar het scherm. We zien het overbekende pendelen over de maquette die het dorp uit de NCRV-serie moet verbeelden. Kuijer vinkt af. “De kerk! Hebben we. Daar, onze hoofdstraat! Daarachter, het kasteel! De winkel van Malle Pietje, nou die zit dus hiernaast!” De camera glijdt over een hooibergje, dat bij nader inzien van goudkleurige folie is gemaakt. “Iemand wil zo’n ding voor ons gaan bouwen!” roept Kuijer nog maar weer eens, terwijl hij bijna uit elkaar knalt van enthousiasme. “En de mensen gaan bellen hè, nu de plannen bekend zijn! Ene meneer Roorda heeft het originele pak van Saartje. Van Riek Schagen zelf gekregen, op haar sterfbed. Nou, een ander wil dus een hooiberg gaan bouwen. Echt, het begint te leven!”


Om de gelijkenis met Wedde flink in te peperen laat hij de openingsscène nogmaals zien. “De molen! Staat exact op 1821 meter van de dorpskern. Nét als in de serie!”

Op zo’n moment weet je dat afremmen zinloos is.

“Volgende week ga ik naar Piet Ekel. Is een ouwe buurman van me. Gaan we even bespreken wat we samen kunnen doen. Want Malle Pietje is de enige uit de serie die nog in leven is. Heeft er maar zeven jaar in gezeten, maar was op het laatst allang geen bijfiguur meer. Hij heeft ook verschillende keren van Doderer op z’n flikker gekregen, weet ik. Tja, hij werd té leuk hè?” Mijmerend: “Hoe verder we in de tijd raken, hoe meer heimwee we krijgen naar de dagen van Swiebertje.

” En dan zegt hij nog maar weer eens: “Het is gewoon éng, die gelijkenis met ons dorp.”

Niet overal in Nederland is het initiatief met gejuich ontvangen. De Utrechtse gemeente Oudewater, waar destijds de slapstick-achtige buitenopnamen voor de serie zijn gemaakt, is bepaald ongelukkig met Kuijers plannen. Het stadje, dat zelfs kan bogen op een standbeeld van de klaploper (Swieber, niet Kuijer), beschouwt zichzelf als de enige rechthebbende op de titel Swiebertjedorp. Kuijer haalt er zijn schouders over op. “Tja, Oudewater… Die hebben dan wel, neem me niet kwalijk, 35 jaar liggen slapen. Trouwens, het was een opnamelocatie, meer niet. En dat bosweggetje, waar de afscheidsscène van Swiebertje werd gedraaid, weet je wel, nadat hij door Tommy Sanders, gespeeld door John Leddy, was overgehaald om naar Canada te vertrekken, dat weggetje, waar de laatste scène van Vaarwel Swiebertje is opgenomen, beelden waar ik nog altijd niet met droge ogen naar kan kijken, wil je dat wel geloven, dat weggetje ligt in Loosdrecht, geloof ik, dus waar hébben we het over? Trouwens, over bosweggetjes gesproken: als je bij ons het dorp binnenkomt…”


Een laan met bomen is een laan met bomen, wil hij maar zeggen.

“Alsjeblieft, treed binnen in de serie!” We hebben ons verplaatst naar café Fischer, aan de overkant van de straat. “Zeg nou zelf: dit is toch gewoon herberg De Vergulde Kip?” We staan in een dorpscafé met een, om het eufemistisch te zeggen, nogal museale ambiance. Het biljart (‘masseren-pikeren verboden’) is verstopt onder een hoogpolig tapijt. De wanden zijn verfraaid met hertenkoppen, Delftsblauwe tegeltjes en authentieke reclameborden (‘Dit is de man. Dit is z’n bier.’). Aan het plafond hangen koperen blaasinstrumenten. “Je loopt hier gewoon in 1930,” vindt Kuijer. En: “Ik zal niet zeggen dat het ook als 1930 ruíkt… Willen jullie trouwens nog een markante dorpsbewoner spreken?” Voor we nee kunnen zeggen, heeft hij zijn mobiele telefoon al tevoorschijn gehaald. Dan, met het apparaat aan zijn oor: “Geen bereik!” Schaterlachend: “Nou, is het hier 1930 of niet?”

Dan gaan we maar een wandelingetje maken. Via de Hoofdweg en de Kerkstraat komen we in de Schoolstraat, waar we halt houden voor een kerk. “Kijk,” zegt Kuijer, “en van hieraf zwenkt de camera dan over het dorp…”

We hebben het gevoel dat we dit al eens eerder hebben gehoord. En dit niet alleen.

“Die molen staat dáárachter. Komt niet zo vaak voor in de serie, maar hoort er wel bij. Hij zit in Een lamme geschiedenis, die aflevering met die lammetjes. Maar hij staat dus wel op exáct dezelfde plek als op de maquette. Eng hè?”

Kuijer etaleert een hoeveelheid energie waarmee je een middelgroot dorp een halfjaar van stroom kunt voorzien. Met gloeiend hoofd: “Ik wil op allerlei plekken in het dorp oude tv’s gaan neerzetten. Koop je een kaartje en haal je de barcode erlangs, dan krijg je op dat toestel een scène uit de serie te zien die op díe plek speelt. Leuk toch? Bromsnorborrel erbij en… KIJK, DAAR LOOPT MALLE PIETJE!”


De Malle Pietje in kwestie heet Warntje Jacobs en doet blijkens zijn visitekaartje in ‘in- en verkoop van tweedehands goederen’. Die rotzooi heeft hij her en der in zijn veel te krappe winkel uitgestald – ook op de grond. Kuijer: “Dit is niet in scène gezet hoor.” Dat kan kloppen, want in weerwil van de échte Piet van Dijk, struikelt Jacobs geen moment over de borden en blikken die het grootste gedeelte van de vloer aan het zicht onttrekken. Hij verkoopt ook ‘helegaar niks voor een golden’. En hij heeft evenmin een papegaai die Sjako heet.

Helemaal geen papegaai zelfs – of het zou het pluchen exemplaar moeten zijn in de tweedehands kauwgomballenautomaat die buiten op de stoep staat. Swiebertjedorp in Wedde, er moet nog wel wat aan gebeuren.

“Iedereen doet mee,” zegt Kuijer even later als we in de Troefmarkt, de plaatselijke supermarkt, staan. Eigenaar Berend Petzinger zit op zijn knieën en vult vakken. “We zijn er nog niet helemaal uit in welke vorm we het gaan gieten, maar de winkel van Berend moet ook een onderdeel gaan worden van Swiebertjedorp.”

Petzinger: “Ik werk overal aan mee.”

Kuijer: “We filosoferen nog een beetje over wat we precies gaan doen.”

Petzinger: “We zijn met een paar dingen bezig.”

Kuijer: “Maar we wachten het nog even af.”

Petzinger: “Zo is het.”

Kuijer: “We hebben er wel bepaalde gedachten over.”

Petzinger: “Voor de exacte plannen moet je bij hem wezen.”

Kuijer: “Maar we kunnen er nog niks over zeggen.”

Staand bij het met hoge bomen omzoomde pad dat naar Oude Pekela voert zegt de initiatiefnemer: “In september volgend jaar moeten de contouren van Swiebertjedorp zichtbaar worden. Ik kan niet wachten tot het zover is.”

Michiel Blijboom