Entreekaartje

Toevallig ken ik een huisarts die zijn florerende praktijk, tegen zijn veertigste, verkocht. Niet omdat hij dan eeuwig kon gaan zeilen en golfen, maar omdat hij met een reden medicijnen was gaan studeren: de diepgewortelde wens om mensen die ziek zijn beter te maken. Om levens te redden. Net als een generatie eerder zijn vader, die nog een echte dorpshuisarts had mogen zijn. De huisarts emigreerde nadat hij was gestopt. Ging, ondanks een gezin met drie opgroeiende, dure kinderen, studeren in een regionaal ziekenhuis en werd uiteindelijk chirurg. Het leven van een chirurg is overzichtelijk. Hij hanteert pas een scalpel als het nodig is. En betekent altíjd iets in het leven van de mensen op zijn tafel. Een chirurg heeft, om het maar eens duidelijk te zeggen, geen zeikerds over de vloer.

Dat kan de gemiddelde huisarts niet zeggen. De maandagmorgen is bij deze beroepsgroep nog veel en veel beruchter dan de maandagmorgen in een saaie productiehal waar weer een veertigurige sleurweek is aangebroken. Dan hebben de dames (altijd dames!) weer het hele weekend tegen man en eventueel kinderen moeten aankijken, zich gerealiseerd dat dat langjarige huwelijk bij een objectieve evaluatie op zijn best het predicaat ‘uitgebloeid’ verdient en moeten ze even hun ei kwijt. Met een vage klacht melden ze zich in de wachtkamer van de huisarts, toch al een plek waar doorgaans niet de zonnige kant van het leven wordt besproken.

De huisarts staat voor een duivels dilemma. Weigert hij de dames met de vage klachten in hoofd, pijn en rug, dan gaan ze ‘m niet alleen in de supermarkt en in de kroeg lopen beroddelen, maar loopt hij altijd de kans nou net die ene patiënte te hebben genegeerd die wel een ernstige ziekte onder de leden heeft. Het filter van de doktersassistente werkt bij deze maandagmorgengasten sowieso niet; wat denkt zo’n mormel wel, dat ze dokter is of zo? En laat de huisarts de dames toe, dan verricht hij sociaal gezien weliswaar een respectabele job door als praatpaal voor kwakende frustraten te fungeren, maar is hij met alles bezig behalve zijn echte professie: arts zijn.

Die vijf euro per patiënt voor een toegangskaartje bij de huisarts, die ambtelijke werkgroepen eind vorige week voorstelden als druppel op de gloeiende plaat (circa 250 miljoen euro)? Veel te weinig! Maak er 500 euro van. Als echte zieken het vervolgens maar wel mogen aftrekken van hun eigen risico…

Jan Dijkgraaf