Het spel, de leermeester

Als u dit leest, heeft Arsenal net de kwartfinale van de Champions League tegen Barcelona overleefd of is het in twee oogstrelende wedstrijden dramatisch ten onder gegaan. Een gesprek met coach Arsène Wenger (60) over voetbal als kunst, financiële doping en kinderhandel.

U geldt als de ontdekker van het moderne, offensieve voetbal.

De snelle one-touch-combinaties, die u al bijna dertien jaar in Londen aan FC Arsenal leert, oogsten overal ter wereld lof. Zou u het onfatsoenlijk vinden om met lange passes de Champions League te winnen?

“Nee. Een stijl van spelen is immers geen morele grootheid. Die is afhankelijk van een filosofie. Ieder team is een afspiegeling van de persoonlijkheid van de trainer.”

U ziet uzelf in de spiegel als uw team speelt?

“Natuurlijk. Als kleine jongen kon ik me een baan als ambtenaar al niet voorstellen. Ik geef de voorkeur aan een avontuurlijk leven. En ik houd van sport, als het teamsport is. Tennis bevalt me pas echt als er Davis Cup wordt gespeeld. Ik houd van golf als het om de Ryder Cup gaat, dus als er teams spelen. De prestatie van een team kan magie teweegbrengen. Als dat lukt en er een vonk op het team overspringt, is dat fantastisch. Ik oog langs het veld misschien onderkoeld, maar als er harmonie heerst, voel ik een grote passie. Ik noem het de ziel van het team; als die in orde is, gaat alles.”

Spreken we nu van kunst?

“Dat zou het doel in het leven moeten zijn: iedere dag omtoveren in kunst. Ook FC Barcelona, dat de laatste keer de Champions League won, probeert altijd weer de perfectie te benaderen, zodat de mensen kunnen genieten van hun spel. De Engelsen zeggen: leef iedere dag als of het je laatste is, ooit krijg je gelijk. Dat moet Britse humor zijn.”

Heeft u daarom een voorkeur voor spelers die u zelf in deze teamgeest hebt opgeleid?

“Je hebt meer succes als je een gemeenschappelijke cultuur, liefde voor de club op je spelers overbrengt.”


Toch zou u in het voorjaar van 2009 serieus hebben nagedacht over een aanbod van Real Madrid, de club die voor waanzinnig hoge bedragen eenvoudigweg iconen uit de hele wereld bij elkaar koopt.

“Ze bewandelen daar een andere weg. Ik heb groot respect voor Real Madrid. Het is de club van mijn jeugd, als jongen bewonderde ik Ferenc Puskás en Alfredo di Stéfano. Maar ik ben bij Arsenal bij een project betrokken. We hebben een eigen stijl ontwikkeld, er bestaat een nauwe band met de spelers. Dat schept verantwoordelijkheid. Ik wil dit project graag afmaken.”

Wanneer is dat precies?

“Dit seizoen is zou weleens de vuurproef kunnen zijn. We hebben nu vier jaar geen titel behaald, maar we kwamen in die vier jaar wel altijd dicht bij de Engelse beker en zelfs de Champions League. Ik geloof dat het team er nu klaar voor is.”

De gemiddelde leeftijd van de spelers is 23 jaar…

“Met 23 ben je als voetballer beter dan met 22. Met 33 ben je slechter dan met 32. En sinds november hebben we in de competitie maar twee wedstrijden verloren.”

Van de zomer heeft u op de transfermarkt alleen de Belgische verdediger Thomas Vermaelen van Ajax gekocht en heeft u twee spelers met een basisplaats laten gaan. Was dat vanwege financiële tekorten?

“Nee. Als manager bij een grote club sta je altijd onder druk om spelers te kopen. Iedereen wil nieuwe spelers. Ik geef liever mijn jongens een kans. De mensen houden van ons model, maar weten niet hoeveel energie het kost om dat tegen alle weerstand in, ook binnen de club, door te zetten. Het gaat erom dat je spelers de kans geeft zich te ontplooien door ze ook op te stellen. We hebben nu Jack Wilshere, Aaron Ramsey, Carlos Vela zo ver. Ze zijn zeventien, achttien en twintig jaar oud. Het moet niet zo zijn dat ze van club moeten wisselen om te kunnen spelen. Dan zou al het voorbereidende werk voor niets zijn geweest.”


U ontdekt de talenten meestal bij kleinere clubs. Het scouten van Arsenal geldt als voorbeeldig. Heeft u er begrip voor dat de wereldvoetbalbond FIFA de transfers van minderjarigen nu strenger in het oog houdt en het weglokken van spelers door de grote clubs buitengewoon streng bestraft?

“De morele beweegredenen begrijp ik. Maar ik zie niet waar het probleem ligt als een jeugdige speler de overstap maakt van Lens naar Londen, wanneer de structuren in de Engelse club in orde zijn. De bonden hebben de macht om dat te controleren.”

U doelt op FC Chelsea, dat tot januari 2011 geen speler meer op de transfermarkt mag kopen, omdat het een vijftienjarige Fransman met een flinke som handgeld zou hebben aangezet tot contractbreuk bij RC Lens. Chelsea bestrijdt dat de speler onder contract stond.

“Ik weet alleen dat de jongeren bij Arsenal voetbaltechnisch een uitstekende opleiding krijgen en ook sociaal gezien bijzonder goed opgevangen worden. Ze wonen bij gastouders die wij door de jaren heen hebben uitgezocht. Ik herinner me dat Cesc Fàbregas en Philippe Senderos bij dezelfde gastmoeder waren. Ze bracht ze steevast in haar kleine Renault 5 naar alle Champions League-wedstrijden.”

En toch zijn het kinderen die worden versjacherd. Er loopt een onderzoek tegen Manchester City en Chelsea zou zelfs een elfjarige jongen bij een amateurclub in Marseille hebben weggekocht. Zijn die clubs te ver gegaan?

“Bij Arsenal nemen wij geen spelers onder de zestien jaar in dienst. De UEFA wil in Europa zelfs alle internationale transfers van spelers jonger dan achttien verbieden.”


De voorzitter van het bestuur van FC Bayern München, Karl-Heinz Rummenigge, beschuldigde u van kinderhandel. Arsenal zou ieder jaar grote aantallen spelers binnenhalen; het zou praktisch tot kidnapping zijn uitgegroeid.

“Ik verbaas me over zo’n vinnige uitspraak, die niets van doen heeft met de realiteit. We kopen maar twee of drie spelers per jaar en als we jongeren kopen, geven we hun een echte kans. Dat kun je van Bayern niet zeggen. Ik ben echt verbijsterd over zulke onzin. En wat gebeurt er als wij geen spelers van onder de achttien onder contract mogen nemen? Dan koopt een scout die een paar minderjarige talenten uit Zuid-Amerika of Afrika onder contract heeft, ergens een kleine club en brengt die jongens dáár onder. En als ze achttien zijn, verkoopt hij ze aan Europese clubs. Het transfergeld verdwijnt via de kleine club in de zakken van de scout. Dat is slavenhandel.”

Controleren en reguleren de voetbalbonden op verkeerde gronden?

“Het is goed dat ze de morele beginselen bewaken, zoals ik het ook goed vind dat UEFA-voorzitter Michel Platini iets wil ondernemen tegen wat ik financiële doping noem: financiering door derden dus. Iedere club zou moeten uitkomen met de middelen die de club zelf voortbrengt. Maar bij de transferregels komt men steeds verder af te staan van de structuren die door de voetbalautoriteiten nog controleerbaar zijn. Bovendien is de wereld totaal veranderd.”

Wat bedoelt u daarmee?

“Kinderen groeien tegenwoordig zonder grenzen op, ze hebben internet, ze kunnen elke dag een voetbalwedstrijd bekijken. Ik groeide op in een dorp. Toen Rummenigge werd geboren, dachten de mensen niet verder dan de grenzen van hun eigen woonplaats.”


Wilt u alle grenzen opheffen?

“De sport heeft een enorme kracht; we hebben niet eens een taal nodig om te communiceren. Ik kan een jongen uit de Elzas naast een jongen uit Zuid-Afrika samen in een team laten spelen, dat is toch fantastisch. Daarom moeten wij het voetbal niet kapot laten maken door gekunstelde regels.”

Dat is duidelijk, uw team bestaat voor 89 procent uit buitenlanders. Dat mag niemand u verbieden?

“Ik wil niet dat ik op een dag bij het samenstellen van het basisteam moet zeggen: shit, die kan niet bij ons spelen, want hij heeft het verkeerde paspoort.”

U bent in een klein dorp in de Elzas opgegroeid. In hoeverre heeft dat uw manier van denken gevormd?

“Onlangs was ik weer in Duttlenheim, zo heet het dorp. Mijn moeder vierde haar negentigste verjaardag. Ik ben in 1949 geboren, mijn ouders hadden een restaurant. De mannen kwamen van het land terug en dronken er een biertje na hun werk. Er werd zoveel gerookt dat je de deur niet meer kon zien. De sfeer na de oorlog werd bepaald door haat tegen de Duitsers. Als jonge jongen hoorde ik hoe er op hen gescholden werd. Later, toen ik oud genoeg was om de grens over te steken – ik ben vaak naar Baden-Baden gereisd – kwam ik erachter dat het allemaal vooroordelen waren. Tegen zulke generaliseringen vecht ik nu nog. Het restaurant was al met al een goede psychologische leerschool.”

In hoeverre?

“Iedereen praat over iedereen in het dorp, je ontwikkelt een gevoel voor mensen, doorziet ze snel. Ik ben ervan overtuigd dat mijn jeugdervaringen me helpen bij mijn baan als trainer. Onlangs sprak ik met de psycholoog van ons team en ook hij bleek in een pub te zijn opgegroeid. U gelooft niet hoeveel trainers ik ben tegengekomen met een café-achtergrond. Daarbij stond de stamtafel van onze dorpsclub ook in het restaurant van mijn ouders. Daar werden altijd de opstelling en de tactiek besproken.”


U heeft uw tactische kennis bij de dorpsclub opgedaan?

“Maar ik hou me er wel al sinds mijn vijfde mee bezig! Overigens zijn mijn denkbeelden over voetbal sterk beïnvloed door de Duitsers. Ik keek altijd naar Sportschau, iedere zaterdagmiddag, kwart voor zes. Het was de tijd van Netzer, Beckenbauer, Overath. Ik was dol op het spel van Borussia Mönchengladbach. Het dynamische spel zit diep in mij verankerd. Mijn opleiding als trainer kreeg ik in Frankrijk; toen werd de invloed van de Duitsers minder.”

Ze noemen u ‘le professeur’. Brengt u uw spelers ook spelintelligentie bij?

“Dat gaat niet. Ik kan de spelers alleen hulp bieden, aan hun inzicht werken. Ik sta ze een bepaald aantal keuzes toe in wat ze met de bal kunnen doen. Dan bepalen ze zelf aan wie ze de bal afspelen Als degene die de bal krijgt er niets van bakt, spelen ze de keer daarna aan iemand anders af. Zo wordt het spel de leermeester.”

Bij Bayern München heeft trainer Jürgen Klinsmann met zijn methode van persoonlijkheidstraining gefaald. Hij bood taalcursussen aan, stelde literatuur ter beschikking, maar de spelers hadden daarin geen interesse. Was dat naïef?

“Het initiatief verdient respect, maar tegenwoordig is ieder individu nog individueler. In dit internettijdperk zoeken jonge mensen zelf de informatie die ze willen hebben. Daar kunnen wij niet tegenop.”

Klinsmann gold als een moderne controlefreak die met het verzamelen van gegevens het succes wilde kunnen plannen. Wat is de volgende stap? Worden de dromen van de spelers onderzocht, wordt bij het douchen de hardheid van het water gemeten?


“Het onvoorspelbare rondom de wedstrijden proberen wij, trainers, toch allemaal tot een minimum te beperken. Maar als je je spelers op grond van wetenschappelijke inzichten verplicht aan de vooravond van een wedstrijd een steak te eten en de tegenstander heeft Lionel Messi in het team, dan maak je zelfs met twee steaks maar een kleine kans op de overwinning. We weten steeds meer, maar wie te veel wil controleren, verliest het gevoel voor wat belangrijk is. In dit opzicht is het goed om in Engeland te werken.”

Hoezo?

“Toen ik in de Premier League begon, was ik verbaasd dat de spelers de avond voor een wedstrijd uitgingen. Sommigen gingen vrolijk dansen. In Frankrijk en Duitsland zou men hebben gezegd: zo kunnen ze toch onmogelijk spelen. Maar ze konden het. En waarom? Omdat ze wisten hoe ver ze konden gaan. Ze had-den de belangrijkste les geleerd die een mens ooit kan leren: zelfstandig beslissingen nemen.”

Trainer en econoom, geboren in 1949 in Straatsburg. Werd in 1988 met AS Monaco Frans kampioen. Sinds 1996 is hij trainer van de Engelse eredivisieclub FC Arsenal, die onder zijn leiding viermaal bekerwinnaar en driemaal Engels kampioen werd. In 2006 stond Arsenal voor het laatst in de finale van de Champions League; de club verloor toen van FC Barcelona.

Cathrin Gilbert en Jörg Kramer