Majestueus meisje

Laura Marling, I Speak Because I Can, 4 sterren.

De stapel cd’s gemaakt door mooie meisjes met een gitaar, is in de eerste drie maanden van 2010 al zó hoog geworden dat je met de gezamenlijke verkoopwaarde van al die schijfjes de rest van het jaar een werkster zou kunnen betalen. Als je nog een werkster kunt vinden tenminste: het heeft er alles van weg dat het arbeidspotentieel voor dit schone beroep in groten getale op zolder liedjes zit te schrijven.

Hoewel het merendeel van die albums onderling uitwisselbaar is, zijn er altijd weer uitzonderingen die de regel bevestigen. Laura Marling bijvoorbeeld, de prille twintigjarige die op zestienjarige leeftijd al succes had met de zelfgeschreven singletjes die zij op haar MySpace had gezet. Dit ex-vriendinnetje van Charlie Fink (Noah and the Whale) liet zich vaak begeleiden door Mumford & Sons, de Britse indie-folkband die na het uitbrengen van het album Sigh No More ook in Nederland heel populair werd. Dat twee leden van die band, Marcus Mumford en Ted Dwane, voor een deel de sound van Marlings tweede album I Speak Because I Can bepalen, zal dus voor velen een goede reden zijn om deze plaat aan te schaffen.

Toch is de Mumford- connection niet meer dan het toefje slagroom op een toch al majestueuze taart. In een song als What He Wrote ontfermt Marling zich met verve over het erfgoed van illustere voorgangers als Leonard Cohen en Joni Mitchell, iets wat je van haar generatiegenoten helaas niet altijd kunt zeggen.

Ruud Meijer