Onbekend maakt onbemind

De verfilming van Heleen van Royens bestseller De gelukkige huisvrouw duurt honderd minuten. Een mooi rond getal. Om tot een goed oordeel te komen, is het wellicht opportuun de film – als betrof het een voetbalwedstrijd – in twee helften op te delen. De eerste helft boeit nauwelijks en scoort een onvoldoende. De tweede helft is veel beter en scoort wél een voldoende.

Het gebeurt eigenlijk maar zelden dat het tweede deel van een film beter is dan het eerste. Maar bij De gelukkige huisvrouw overkwam me na een minuut of vijftig iets waar ik allang geen rekening meer mee had gehouden: ik begon – een beetje – mee te leven met de hoofdpersoon. Ze bleek zowaar een mens met herkenbare angsten, twijfels, nukken en grillen te zijn. Dat die herkenning tot dat moment volledig had ontbroken, heeft veel te maken met de thematiek van het boek. Dat gaat – zoals Van Royen enkele weken geleden nog bondig in de brievenrubriek van dit blad samenvatte – over een vrouw ‘die na een gruwelijke tangverlossing knettergek wordt en zich van haar baby probeert te ontdoen, waarna haar man haar laat opnemen’.

De bioscoopbezoeker is best bereid om naar een ‘knettergek’ personage te kijken, mits aan een paar voorwaarden wordt voldaan. Om empathie op te kunnen brengen is het wel zo prettig dat we haar een beetje leren kennen. We willen weten hoe ze was vóór ze abrupt met psychische problemen in een inrichting werd opgenomen. En daar wringt de schoen. Hoofdpersoon Lea wordt geïntroduceerd als een vrouw zonder eigenschappen. We komen eigenlijk alleen te weten dat ze – in Van Royen-jargon – ‘stout’ is. Als stewardess maakt ze een vluggertje op het toilet van een vliegtuig met een man die haar echtgenoot blijkt te zijn. Als hij na gedane zaken zijn gulp dicht ritst, oppert hij dat ze maar eens aan een kind moeten beginnen. Zij voelt daar weinig voor. Niettemin is ze een paar scènes later al zwanger en na weer een paar scènes zijn we al bij de bevalling aangeland. Die duurt lang. Een stuk langer dan de introductie van de personages. Op zichzelf vallen er allerlei redenen aan te voeren waarom die introductie zo kort is en die bevalling zo lang, maar het gevolg is dat we opgescheept komen te zitten met de sores van iemand die ons amper interesseert.


Je hoeft er geen dramahandboeken op na te slaan om te weten dat je dan een probleem hebt. Dat het in de tweede helft nog enigszins goed komt, mag op zichzelf al een wonder heten en valt voor een groot deel op het conto van Carice van Houten te schrijven. Die zet weer eens een voortreffelijke acteerprestatie neer. Op sommige momenten lijken we via haar ogen regelrecht in een afgrond te staren. Dat is knap. Technisch is alles dik in orde. De film ziet er gelikt uit, de montage is vlot en de muziek (van Junkie XL) is ook prima. Jammer dat de kwaliteiten die deze film evident heeft, op zo’n gammel fundament rusten.

De gelukkige huisvrouw. Regie: Antoinette Beumer. Vanaf 15 april in de bioscoop.

Erik Spaans