‘Als je zwart bent, moet je de beste zijn’

Hij was naar eigen zeggen de enige neger die Ronald Reagan goed kon nadoen. Tegenwoordig viert hij triomfen met zijn Obama-imitaties. Daartussen zitten een Oscar, drie hitalbums en uitverkochte stand-up-comedytours. Meet Jamie Foxx.

Jamie Foxx (42) voelt zich zichtbaar ongemakkelijk. Ter promotie van de romantische komedie Valentine’s Day zit hij met de ster- rencast op een podiumpje. Het zijn net de Verenigde Naties, vanmiddag in het Beverly Hilton Hotel. De acteurs en actrices zetelen ieder achter een microfoon en – jawel – een naambordje. Julia Roberts. Shirley MacLaine. Bradley Cooper. Jessica Biel. Ashton Kutcher. Jennifer Garner. Jamie Foxx. Ach ja, voor je het weet halen die lummels van journalisten iedereen maar door elkaar. Achter in de balzaal hebben hele falanxen aan zaakwaarnemers, perswoordvoerders en personal assistants zich geposteerd. Allen verkleefd met hun Blackberry.

Een Taiwanese journalist krijgt de microfoon. Hij zal die een duur kwartier lang ook niet meer afgeven. Voornamelijk omdat hij vanwege zijn gebrekkige Engels zijn vraag (“Vieren jullie Valentijnsdag met de familie?”) zeven keer moet herhalen voordat deze succesvol indaalt bij het Hollywoodgezelschap. “Hoe zeg je liefde in het Chinees?” wil Shirley MacLaine weten. “Ai,” antwoordt de Taiwanees. “Wat zegt-ie?” fronst MacLaine. “Eye, of zo,” denkt Jennifer Garner. Ashton Kutcher: “Is dat Kantonees of Mandarijn?” Jamie Foxx bukt zich nu naar zijn microfoon en gromt op z’n bronstigst: “Aijai, baby.”

Niemand lacht. Het blijkt meteen de enige inhoudelijke bijdrage van Jamie op deze persconferentie. Hij ziet er prompt nog meer verloren uit dan aan het begin, zo’n twintig minuten terug. Ook A-listers hebben corvee. Met onverholen walging blikt Foxx steeds naar de corpulente correspondent van de Italiaanse Panorama, die op de eerste rij brutaal in slaap is gesukkeld. Een witte seniorenbuik is uit zijn overhemd ontsnapt. Ondertussen gaat het kritiekloze mediagesnater vooral naar de 42-jarige moeder van drie kinderen Julia Roberts, die dankbaar haar pseudo-gevatte antwoorden schettert. Brekend nieuwsfeit van deze middag: seks is het ideale Valentijnspresentje voor Julia. Aldus Julia.


Wanneer de persconferentie, zoals altijd, abrupt wordt afgebroken, spoedt het journaille zich gretig naar de Hospitality Room voor de gratis lunch en het cadeautje van de filmmaatschappij (een T-shirt). Jamie Foxx lijkt dan al bijna door middel van astrale projectie verdwenen. Bij het Grammy Gala duikt hij datzelfde weekend weer op. Ditmaal wel volledig in zijn hum als hij zijn r&b-hit Blame it on the a-a-a-a-alcohol in het Staples Center in Los Angeles voor het voetlicht brengt. Voormalig Guns N’ Roses-gitarist Slash doet de riffs. Een paar dagen later herhaalt Jamie het nummer in de Walt Disney Concert Hall tijdens een benefiet ter financiering van muzieklessen voor tweeduizend ghetto kids uit East L.A. Grinnikend rapt hij: “Blame it on the a-a-a-a-ápple juice.” Ja, zolang hij mensen niet naar een kunstmatig gehypete flopfilm hoeft te lokken, lijkt Jamie Foxx prima in zijn element.

Zo ook bij zijn tweede – en intiemere – ontmoeting met HP/De Tijd, twee maanden later en andermaal in Beverly Hills. Zijn linnen Valentine’s Day-pak heeft hij verruild voor een antracietkleurige coltrui met een Dockers-broek. Zijn kapsel is tot nanoproporties teruggeschoren. Hij ziet er uitgerust uit. “Ik heb op mijn ranch gezeten, ben al weken niet meer in de stad geweest.” Lollig geluimd begint Jamie in zijn suite in het Four Seasons Hotel met een feilloze Obama-imitatie. Net als de president kantelt hij zijn hoofd een veelzeggend kwartslagje en verkondigt met een bijna identieke nasaliteit: “Is there any indication… that… America isn’t… the greatest country…” Om vervolgens gierend zijn handen in elkaar te slaan. Foxx, nog nagrijnzend: “Yup, de titel voor mijn nieuwe tour heb ik al: I am NOT running for President.”


Het is ook niet toevallig dat stand-up comedy hem twintig jaar terug zijn allereerste succesje in Los Angeles brengt. Eric Marlon Bishop heet hij dan nog, zijn officiële doopnaam, en zijn Texaanse roots heeft hij dan – in 1989 – nog nauwelijks van zich afgeschud. “Ik heb me in Texas nooit op mijn plek gevoeld. Sterker nog: ik wist dat ik daar niet hoorde te zijn. Maar zodra ik in Los Angeles was, kon ik vrij ademen. Ik wist dat deze stad mijn bestemming was. Hier kon ik mijn talenten ontplooien.” Na een weddenschap met een vriendin beklimt hij stoutmoedig het open plankier in een comedyclub. Voor de zekerheid heeft hij nog vlug zijn naam veranderd in Jamie Foxx. “Als het niet zou lukken, kon ik nog onder een andere naam terugkomen. Gelukkig was het een succes. Ik bleek een van de weinige negers die Ronald Reagan goed konden nadoen. Dus Jamie Foxx bleef.”

Begin jaren negentig haalt Keenan Ivory Wayans hem naar In Living Color, het Afro-Amerikaanse antwoord op Saturday Night Live, dat al veel sterren had voortgebracht, variërend van Jennifer Lopez en Chris Rock (als vaste gast) tot Jim Carrey (één van de twee blanken in de show).

Foxx over zijn mentor: “Hij zei: ‘Als je zwart bent, moet je de beste zijn. Gemiddeld is niet goed genoeg.’ Hij had gelijk.” In 1996 wordt The Jamie Foxx Show gelanceerd. Een hit is het niet, maar het blijkt een prima katalysator te zijn voor zijn talent. Onvermijdelijk rammelt daarna Hollywood aan de deur. Jamies eerste film is het ranzig dubbelzinnige Booty Call, en krap twee jaar later krijgt zijn acteerloopbaan een kontje van regisseur Oliver Stone. Die cast hem tegenover Al Pacino in het American-football-drama Any Given Sunday. Dat Jamie op zijn high school ooit uitblonk in deze sport, was voor zijn rol van quarterback natuurlijk mooi meegenomen. Toch had zijn filmdoorbraak veel eerder kunnen komen: wederom als American footballer, maar dan in Cameron Crowes meesterwerk uit 1996: Jerry Maguire, met Tom Cruise in de titelrol. Foxx, sip: “Die auditie heb ik grandioos verknald. Misschien was ik te onzeker en was Tom te beroemd. Ik bedoel: ik kwam nog uit de tv-wereld en hij was TC” – Foxx spreekt het ook met hoofdletters uit, TieCie – “van A Few Good Men, Top Gun! Iemand die ook in real life zijn eigen vliegtuigen bestuurt. Iemand die slimmer is dan ik. Meer geld heeft. En succesvoller is. Die TC! Maar ik weet nog dat hij zijn teksten bij de auditie heel zachtjes voordroeg” – waarop hij Cruise voortreffelijk imiteert. “Ik kon hem dus nauwelijks verstaan. Soms zei ik tijdens de dialogen zelfs: ‘Eh, Tom, jij bent nu, hoor.’ ‘Weet ik,’ zei hij dan. Later vertelde ik dit aan mijn manager; die flipte natuurlijk en zei: ‘Je hebt wát gedaan? Hem aanwijzingen gegeven? Shi-it!’ En omdat Tom zo ingetogen was, deed ik mijn belangrijkste passage met Tom – ‘Show me the money’ – dan maar ook wat timide. Logisch dus dat niet ik maar Cuba Gooding Jr. de rol kreeg. En fuck, dude, Cuba won ook nog een Oscar!”


In Michael Manns snelwegthriller Collateral (2004) kan Jamie in de rebound met Tom Cruise. Geen toeval, stelt hij. “TC herinnerde zich me nog.” De rol van taxichauffeur die een huurmoordenaar (Cruise) over de asfaltrivieren van L.A. naar zijn plaatsen delict moet loodsen, levert hem een Oscarnominatie op. Uiteindelijk zal Foxx – die samen met Al Pacino de enige acteur is die in één jaar twee keer voor een Academy Award wordt genomineerd – het beeldje ophalen voor een andere vertolking in 2004, die van Ray Charles in Ray. Volgens Foxx alweer dankzij Tom Cruise. “Hij wist hoeveel impact Ray zou hebben. Daarom liet hij Collateral eerder uitbrengen. ‘Dan kun je momentum opbouwen en zit-ie Ray niet in de weg,’ zei hij. Kijk, daarom blijft Tom voor mij, samen met Will Smith, een van de aardigste en meest oprechte personen in Hollywood. Dus al die gossip over hem is echt bullshit. Tom is een goed mens, zonder dubbele agenda.”

Zo’n Oscar is overigens best leuk, stelt Foxx, maar de waardering is allesbehalve zaligmakend. “Ik wil mijn leven niet laten bepalen door een Oscar. Die van mij staat met opzet niet bij mij thuis, maar bij mijn manager. Het is een bijproduct van mijn vak. Het zegt niets over wie ik ben. Ik wil geen films maken met het idee: goh, wellicht win ik hier een Oscar mee…”

Jamie Foxx groeit op in het Texaanse stadje Terrell, waar het einde van de segregatie – dan al zo’n vijftien jaar geleden – nog lang niet is doorgedrongen. Tot diep in de jaren tachtig is hij het gewend om met het n-woord te worden aangesproken. Foxx: “De blanken en zwarten leefden zo langs elkaar heen dat ik dacht: zullen we als we allemaal dood zijn in de hemel ook gescheiden leven?” Hij ziet alleen huizen van blanken van binnen wanneer hij er – als bijverdienste – piano speelt tijdens feestjes. Vriendjes mag hij niet meenemen, want ‘één nigger in huis is wel genoeg’. Wanneer hij van een heer des huizes tijdens een plechtig partijtje een jasje leent, hoeft die dat niet meer terug. “Nu jij het gedragen hebt, kan ik het niet meer aan natuurlijk.”


Zoals veel kinderen die later beroemd en succesvol worden, is Foxx niet door zijn eigen ouders opgevoed. Vrijwel acuut na zijn geboorte overhandigt zijn moeder hem aan haar pleegouders. Zijn vader is ‘m dan allang gesmeerd. Inmiddels heeft de eeuwige playboy zelf ook een dochter, de zestienjarige Corinne, die hij, zegt hij zelf, extra koestert. Niet zelden vergezelt ze hem bij gala’s en premières. “Ik snap nu nog minder dat ouders hun kind in de steek laten. Ik weet hoeveel liefde ze je kunnen geven.” Veel moeite heeft hij overigens nooit gedaan om zijn echte ouders te ontmoeten. Vermoedelijk omdat zijn jeugd in Texas ondanks alles liefdevol was.

Als schoonmaakster ploetert zijn pleegmoeder bij rijke blanke gezinnen om pianolessen voor haar adoptiekind te bekostigen. Vanzelfsprekend ziet ze er streng op toe dat hij geen enkele les overslaat. Zelfs de belangrijke American-football-trainingen – talent Jamie staat op een gegeven moment in de belangstelling van de Dallas Cowboys – moeten ervoor wijken. De pia-no vormt uiteindelijk zijn uitweg uit Terrell. Hij krijgt een muziekbeurs en vertrekt naar San Diego, Californië, waar volgens Foxx ‘de discriminatie in één keer wegvalt’. “Als racist zou je er ook afgepeigerd raken; er studeerden meer dan tachtig nationaliteiten.” Een blanke medestudent sleept Jamie daar door de moeilijkste periode uit zijn leven, vertelt Foxx met een serieuze frons. “Mark Covo heette hij. Uit Nebraska. Hij was er voor me nadat iemand stiekem op een feestje PCP (een hallucinogene drug – red.) in mijn drankje had gedaan. Bad, bad joke. Ik dronk gewoon door. Merkte er niets van. Maar na een kwartiertje ging het volledig mis. Ik flipte compleet. Ik moest naar het ziekenhuis en eenmaal terug op mijn kamertje bleek het nog niet voorbij. Het was alsof al mijn diepste angsten bewaarheid werden. Ik was panisch in het donker, ik dacht dat er dingen uit de televisie op me afkwamen. Totaal paranoïde raakte ik. De totale waanzin sloeg toe, keihard. Ik leed elf maanden lang aan hallucinaties en paniekaanvallen. Mark was al die tijd bij me en sprak bij die angstaanjagende flashbacks steeds op me in. ‘Eric, alles is hier cool. Er zijn hier geen demonen.’ Hij redde mijn leven, écht. Bij mijn onderzoek naar de effecten van PCP heb ik daarna ontdekt dat dit spul een vingerafdruk achterlaat in je brein. Op mijn 26ste had ik weer een terugval en zes jaar later nog een. En nu maak ik me zorgen dat het zo weer kan opduiken. PCP is een psychische sluipschutter. Not funny.”


Deze mentale nachtmerrie blijkt ondertussen wel de ideale grondstof, erkent Foxx, voor zijn recente film The Soloist, die nu in Nederland op dvd wordt uitgebracht. In dit – waargebeurde – verhaal zien we Foxx in dramatische topvorm als de schizofrene zwerver Nathaniel Ayers, wiens onvermoede muzikale talent (hij zat ooit op de Juilliard School of Music) wordt ontdekt door columnist Steve Lopez van de Los Angeles Times. De twee treffen elkaar per ongeluk in downtown L.A. als Lopez weer eens naarstig op zoek is naar een stukje voor de krant. De ontmoeting groeit uit tot een vriendschap, een krantenfeuilleton en een boek. Lopez helpt Ayers aan een cello en regelt een gastmuzikantschap bij het L.A. Philharmonic. Van oppercellist Yo-Yo Ma krijgt de gekke zwerver nog een masterclass.

Natuurlijk heeft hij Ayers ontmoet. “En ik blijf het fascinerend vinden hoe hij transformeert van een verwarde schizofreen in een virtuoos als hij cello speelt. Dan is het alsof al die personen die in zijn hoofd zitten, Martin Luther King, J. Edgar Hoover, Beethoven, in zijn schedel een stoeltje pakken om rustig naar hem te luisteren.”

Zelf resideert Jamie Foxx inmiddels op een ranch van veertig hectare en tien miljoen dollar bij Hidden Valley in Noord-Californië. Hij beschikt er over tien slaapkamers, twaalf badkamers, een olympisch zwembad, twee tennisbanen (één op het zuiden en één op het noorden) en nog wat vrijstaande guesthouses. Als hobby verbouwt hij er avocado’s, verklapt hij, en het grootste actuele probleem in huize Foxx blijkt de invasie van ratelslangen, die zijn landgoed hebben ontdekt. “Mijn tuinman hield laatst zomaar eentje van 27 ringen omhoog. Dat is een big motherfucker, man! Hij zei nog: ‘Daarvan heb ik er hier onlangs veertig gevangen. Dus, meneer Foxx, als u gaat joggen, neemt u dan wel tegengif mee…’ Damn.”


Sinds The Soloist, zegt hij weer serieus, woont hij er in het besef dat zijn dolce vita zomaar afgelopen kan zijn. “Ik heb een tijd tussen de homeless gezeten en je realiseert je nauwelijks hoe weinig gebeurtenissen er tussen je huidige leven en een gedwongen bestaan als dakloze zitten. Ik heb het zelf van dichtbij gezien, en ik werd er redelijk nerveus van. Want hé, dit is Los Angeles. Schokkend hoeveel voormalige acteurs ik op Skid Row ben tegengekomen.”

Sinds 2007 heeft Jamie Foxx een weke-lijkse radioshow, getiteld The Foxxhole, op Sirius Satellite Radio, toevallig ook het thuishonk van Howard Stern. En in controverse doet Foxx niet voor deze shock jock onder. Want behalve dat hij met name zwarte acts en – heel onbeschaamd – zijn eigen producties promoot, gaat Foxx verbaal vaak flink los. Zoals tegen het Disney-tienersterretje Miley Cyrus, dat parmantig had verklaard dat ze Radiohead wel even uit de hitlijsten zou duwen, nadat de Britse band haar een backstage-ontmoeting had geweigerd. Foxx: “That little white bitch? Die met al dat tandvlees? Uh, die heeft een tandvleestransplantatie nodig. Grow up! Maak een sekstape. Doe net als Britney Spears en ga aan de heroïne. Doe net als Lindsay Lohan en schaak een lesbo.” Nog binnen een week bood Foxx in de Tonight Show van Jay Leno deemoedig en openlijk zijn excuus aan. Tegen HP/De Tijd in Los Angels zegt hij er nu over: “Ik heb er spijt van, en wat mij betreft is dit onderwerp inmiddels dood.”

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Jan-Henk Zandberg